| 's Winters zijn er in Nederland steeds meer brandganzen. Hun aantal bedraagt inmiddels ongeveer 550.000, waar enige decennia terug nog zo'n 30.000 vogels overwinterden. Het zijn er niet alleen steeds meer, ze verblijven ook steeds langer in ons land. Tot rond 1990 vertrokken brandganzen al in april naar hun broedgebieden in Noord-Rusland, tegenwoordig is dat vertrek ruim een maand later met veel extra schade aan de landbouw tot gevolg. Onderzoekers van Wageningen Universiteit en NIOO hebben met een computermodel de mogelijke oorzaken voor dit langere verblijf onderzocht en publiceren hun resultaten deze week in het wetenschappelijk tijdschrift PLoS One.
Uit het onderzoek blijkt dat de verslechterde omstandigheden tijdens de trek veel meer invloed hebben op het vertrekmoment dan de goede omstandigheden hier in Nederland. Opvallend is dat zowel het lager aanbod van voedsel, door de toegenomen onderlinge concurrentie, als het toegenomen gevaar, van bijvoorbeeld roofvogels als de zeearend, het verblijf tijdens tussenstops in Zweden en Estland veel minder aantrekkelijk maakt.
Volgens de Wageningse promovendus Rudy Jonker zijn de ganzen bang om te lang op de tussenstops te verblijven. Daarom blijven ze langer in Nederland en vliegen in één keer door naar Rusland. De auteurs menen dat gevaar van natuurlijke vijanden voor de brandganzen minstens net zo belangrijk is voor hun trekstrategie als het aanbod van voedsel, waar in het verleden veel onderzoek naar is gedaan. Naar de invloed van gevaar op trekgedrag van ganzen is nog maar nauwelijks gekeken.
De onderzoeksresultaten bieden perspectief voor het ecologisch verantwoord beheer van ganzen in Nederland. Het verbeteren van de omstandigheden voor de natuurlijke vijanden van de ganzen, zoals zeearenden, zou beheerders mogelijk kunnen helpen om de ganzen weer eerder uit Nederland te kunnen laten vertrekken.
bron: Wageningen Universiteit, 01/07/10
|