Door de sterke toename van het aantal vogels rondom Schiphol, is de vliegveiligheid in gevaar. Dat staat in het rapport ‘noodlanding na vogelaanvaring’, dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid vandaag heeft gepresenteerd. De gevolgen van een aanvaring met forse vogels zoals ganzen kunnen voor vliegtuigen groot of zelfs catastrofaal zijn. De minister van Infrastructuur en Milieu moet daarom meer maatregelen nemen om het risico op vogelaanvaringen op korte termijn terug te dringen. persbericht Noodlanding na vogelaanvaringNoodlanding na vogelaanvaring, Amsterdam Schiphol Airport, 6 juni 2010
AANBEVELINGEN ONDERZOEKSRAAD VOOR VEILIGHEID Met betrekking tot het ernstige incident komt de Onderzoeksraad tot de volgende aanbevelingen: Royal Air Maroc De Raad beveelt aan dat Royal Air Maroc bij het Marokkaanse Ministerie van Transport moet aantonen dat: 1. de uitvoering van de communicatie en interactie tussen de bemanningsleden1 in overeenstemming is gebracht met de internationale standaard voor verkeersvliegers . 2. de training van piloten ook meervoudige onverwachte storingen omvat.
De Luchtverkeersleiding Nederland en de minister van Infrastructuur en Milieu De Raad beveelt Luchtverkeersleiding Nederland en de minister van Infrastructuur en Milieu aan: 3. er voor te zorgen dat vliegtuigen in nood, die onder de minimale obstakelvrije hoogte voor verkeersbegeleiding vliegen,2 geïnformeerd worden over hoge obstakels in het plaatselijk luchtverkeersleidinggebied van Schiphol. Minister van Infrastructuur en Milieu De Raad beveelt de minister van Infrastructuur en Milieu, verantwoordelijk voor de vliegveiligheid, aan om: 4. voortvarend regie te nemen bij het terugdringen van het vogelaanvaringsrisico. 5. op korte termijn met de grootst mogelijke doortastendheid en urgentie te zorgen voor uitvoering van het “Ganzen-7” advies met als doel de ganzenpopulatie van diverse ganzensoorten in Nederland te reduceren tot en te stabiliseren op een bepaalde omvang en zo het risico van vogelaanvaringen te beperken. 6. het belang van luchtvaartveiligheid te waarborgen in beleidsdomeinen die het vogelaanvaringsrisico mede beïnvloeden door een afdwingbaar noodinstrumentarium te creëren waarmee kan worden ingegrepen als het risico van een vogelaanvaring te groot wordt. 7. onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor technische maatregelen die de kans op vogelaanvaringen verminderen. Partijen waaraan de Onderzoeksraad voor Veiligheid een aanbeveling richt, informeren de Onderzoeksraad binnen 90 dagen na ontvangst van de aanbeveling van de genomen of voorgenomen maatregelen en, indien nodig, van de tijd die voor het uitvoeren van die maatregelen vereist is en, wanneer geen maatregelen worden genomen, van de redenen daarvoor. Indien de aanbeveling niet gericht is aan de Minister van Infrastructuur en Milieu, dient deze een afschrift te ontvangen van de reactie op de aanbeveling van de betrokken partij.
Na het verstrijken van de reactietermijn zullen de door de Onderzoeksraad ontvangen reacties op het rapport gepubliceerd worden op de website van de Onderzoeksraad: www.onderzoeksraad.nl Indien geen reactie ontvangen is, zal hiervan melding worden gemaakt op voornoemde website.
1 Onderdeel van het zogenaamde ‘crew resource management’. 2 De zogenaamde minimum vectorhoogte (‘minimum vectoring altitude’). Bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid |