| Datum 29-07-2010 | Driekwart heckrunderen gestorven in Oostvaardersplassen door honger en kou | ||||
| Honger en kou zorgt voor massasterfte in Oostvaardersplassen Massasterfte Driekwart van de heckrunderen in natuurgebied Oostvaardersplassen in Flevoland is afgelopen winter omgekomen door honger, kou of afschot. Staatsbosbeheer, verantwoordelijk voor het natuurbeheer in het gebied, meldde kortgeleden nog aan demissionair minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dat slechts een kwart van de runderen de strenge winter niet had overleefd. Dat schrijft de Stichting Welzijn Grote Grazers in een boze brief aan de minister. De stichting, die vindt dat er in Nederland geen plek is voor het ongemoeid laten zwerven van hoefdieren, beschuldigt Staatsbosbeheer van wrede dierenmishandeling in het natuurgebied tussen Almere en Lelystad. De stichting baseert zich op eigen tellingen, zowel op de grond als vanuit de lucht. Volgens hen zijn er 312 dieren gestorven in plaats van de 140 die Verburg aan de Kamer heeft gemeld. Ook zijn er 297 paarden en 672 edelherten omgekomen, maar die cijfers komen vrijwel overeen met de tellingen van Staatsbosbeheer. De Tweede Kamer dwong Staatsbosbeheer in maart om de dieren in de Oostvaardersplassen bij te gaan voeren. Volgens de beheerder bleek toen dat de beesten geen honger hadden en nauwelijks gebruikmaakten van het extra voer, zo heeft Verburg de Kamer laten weten. Maar de Stichting Welzijn Grote Grazers zegt dat er maar eenmaal op negen plekken in het gebied balen kuilvoer zijn neergelegd. “Een speld in een hooiberg”, aldus de stichting. Ook zijn de balen niet losgemaakt. “Dat is te vergelijken met iemand een bevroren biefstuk zonder bestek geven.” De stichting stelt verder dat de hele biotoop in de Oostvaardersplassen ten onder dreigt te gaan aan overpopulatie en overbegrazing. Zo zouden de uitwerpselen van de duizenden vogels het water zodanig hebben vervuild dat de hoefdieren er niet meer van willen drinken. Ongeveer driekwart van de bomen is dood en er groeien veel te veel brandnetels en distels. “Het hele project is meedogenloos en onacceptabel. De Kamer moet het experiment definitief afkeuren.” Verburg heeft deze maand besloten een commissie onderzoek te laten doen naar het beheersexperiment in Flevoland. Wilde natuur of natuurbeheer? Normaal gesproken ben ik er een voorstander van om de natuur haar gang te laten gaan, hoe onbarmhartig ze ook soms kan zijn. Maar het project in de Oostvaardersplassen hinkt op twee gedachten: enerzijds verkondigt Staatsbosbeheer dat de natuur op haar beloop moet worden gelaten, maar vervolgens wordt het leefgebied van de grote grazers wel omheind. Een fatale misrekening natuurlijk, want in de ‘echte’ natuur worden grazers nauwelijks begrensd en kunnen ze in barre tijden vrijelijk andere gebieden opzoeken. Het lijkt er dus op dat ze op de burelen van Staatsbosbeheer niet in staat zijn om een duidelijke keuze te maken: of kiezen voor wilde natuur zonder hekken en de gevolgen daarvan accepteren, of de dieren bijvoeren. Op het moment dat je ze introduceert en hekken om hun leefgebied zet, ben je als beherende instantie verantwoordelijk voor het welzijn van de dieren. Bovendien worden grazerspopulaties normaliter onder controle gehouden door grote roofdieren. Maar dat kan in ons overbevolkte kikkerlandje niet, want dan zouden de dieren binnen de kortste keren stuiten op auto’s, boze boeren of woonwijken. Nederland is feitelijk een groot park, verrijkt met een aantal semiwilde natuurenclaves. Maar die zijn te klein om grote populaties heckrunderen of konikpaarden te kunnen herbergen. Met zestien miljoen mensen op iets meer dan veertigduizend vierkante kilometer is het een illusie om te denken dat wilde, ongerepte natuur op grote schaal (dus met veel grazers en de noodzakelijke roofdieren) enige kans op duurzaam succes heeft. Uitslag ledenraadpleging OVP Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Dierengeneeskunde Het bestuur van de KNMvD heeft de commissie ethiek vorig jaar een advies gevraagd naar aanleiding van de maatschappelijke discussie over het welzijn van de grote grazers in de Oostvaardersplassen en het debat hierover binnen de beroepsgroep. Ten aanzien van het uitgebrachte advies (link) signaleerde het bestuur een aantal knelpunten dat het moeilijk maakt een eensluidend standpunt namens de beroepsgroep in te nemen. Om die reden werd besloten tot een ledenraadpleging. Hierbij informeren wij u over de uitkomst van deze ledenraadpleging. De ledenpeiling heeft 460 reacties opgeleverd, dat betekent dat iets meer dan 12% van de stemgerechtigde leden zijn of haar mening heeft gegeven. De stemmen waren als volgt verdeeld: 8 x Nee, ik ben van mening dat er geen zorgplicht bestaat. 123 x Ja, er bestaat een zorgplicht. Deze kan het best ingevuld worden door reactief afschot in een eerder stadium dan nu het geval. In dat geval worden dieren tijdig afgeschoten om onnodig lijden te voorkomen maar komt men wel tegemoet aan de natuurlijke processen in het gebied. 329 x Ja, er bestaat een zorgplicht. Deze kan het best worden ingevuld door een actief getalsmatig beheer, waarbij proactief afschot naast andere beheersmaatregelen ingezet kan worden. Hierbij wordt voor de winter een groot aantal dieren afgeschoten waardoor de overlevingskansen van de overblijvende dieren in de winter zullen stijgen. Hiermee komt een einde aan het natuurlijk beheer van de OVP. Het vervolg Het bestuur gaat met de uitkomsten van de raadpleging aan de slag om een definitief KNMvD-standpunt op te stellen, opdat de KNMvD een helder geluid kan laten horen richting de politiek. Na de zomer wordt het advies van de nieuwe ICMO (International Committee on the Management of large herbivores in the Oostvaardersplassen) verwacht en zal de Tweede Kamer een definitief besluit nemen over de toekomst |