De provincie kan niet zonder jagers in Friesland

Jagers zoeken vrijheid

De provincie heeft de jagers keihard nodig bij het natuurbeheer. Die uitspraak van gedeputeerde Johannes Kramer konden de jagers zaterdag bij de opening van de Faunafair in hun zak steken. Maar als dank voor hun werk willen de jagers zelf graag wat meer vrijheid in het veld.

Ruim dertig warme items staan er komend weekend op het menu van het wildbuffet bij Restaurant De Stripe. Het zit al vol, 150 wildliefhebbers hebben een tafel geboekt. Het zegt volgens eigenaar Siep de Vries iets over de populariteit van wild. “Wy ha alle jierren yn it seizoen wyld op de kaart stean. Dat hat net elkenien. It is ek net it maklikste fleis en it freget seker tiid om it klear te meitsjen.

Onder de aanwezigen volgende week volop leden van de Wildbeheereenheid (WBE) Tsjonger en Ald Djip. Zij vierden zaterdag hun 25-jarig bestaan met een Faunafair, bij hun ‘thuisbasis’ De Stripe. Secretaris Ties van Valen weet wel waarom wild aan populariteit wint. Het is de toenemende behoefte aan eerlijk en natuurlijk geproduceerd voedsel uit eigen omgeving. “Wy wolle graach yn dy behoefte foarsjen.”

Met zeventig leden is de WBE op sterkte. Zij bejagen een gebied tussen de A7 en de N381, zo’n 12.000 hectare. Alle jachtgebieden in de WBE beschikken over een jager, al weet Van Valen niet of dat over vijftien jaar nog het geval is. De gemiddelde leeftijd van de leden neemt toe, aanwas van jongere jagers is niet groot. Het verdelen van de jagers over de jachtgebieden is overigens geen verantwoordelijkheid van de WBE. Boeren en natuurbeheerders sluiten zelf overeenkomsten met de jagers. “Mar in jager moat wol lid wêze fan de WBE en dêr hearre ferplichtingen by.”

Uitvoerders
Jagers zijn steeds meer uitvoerders van beleid. Daar hebben ze geen moeite mee, het is zelfs een belangrijk deel van hun bestaansrecht. In een informatietent wijzen ze het publiek erop hoe belangrijk ze zijn voor de verkeersveiligheid, het in stand houden van natuur en  het beperken van landbouwschade. Transparantie is voor de jager van nu belangrijk. Daar hoort een papierwinkel bij. De leden van de WBE tellen de reeën in het gebied, geven dat door aan de provincie en krijgen dan afschotaantallen toebedeeld. Tellen van klein wild als hazen, konijnen en wilde eenden is lastiger. “Mar wy hâlde wol ferplicht by wat wy ôfsjitte. Dat is ek wer in stap.”

Bij de opening van de Faunafair kregen de jagers een steuntje in de rug van gedeputeerde Johannes Kramer. Hij noemt het jagen oogsten uit de natuur. “En dat is belangryk by it behear. De provinsje kin by natoerbehear net sûnder jagers. Wy ha se keihurd nedich. Dêrom bin ik bliid mei dizze fair. Fertel it ferhaal, lit it priuwe en rûke.” Organisator van de Faunafair, Gerard Smit uit Bakkeveen, had nog wel een dringend verzoek aan Kramer. “Elke provinsje hat eigen rigels. En dat is hjir yn in grinsgebiet mei trije provinsjes wol lêstich. Doch dêr ris wat oan.” Kramer begrijpt de frustratie.

Vrijheid
In ruil voor de hulp bij de uitvoering van beleid, willen de jagers graag ook nog wat bewegingsvrijheid in het veld. Van Valen: “Dat we foar in deel sels bepale kinne wat we sjitte.” Hij vergelijkt het met het plukken van appels. Dan wil je zelf ook eens kunnen kiezen welke appel je pakt en niet alleen maar pakken wat is voorgeschreven. Van Valen vindt dat de jagers die verantwoordelijkheid best aan kunnen. “Wy wolle sels it wyldbestân ek oerein hâlde.”

Hoewel hij ook plezier beleeft aan de jacht, toont Van Valen zich allergisch voor het beladen woord ‘plezierjacht’. Maatschappelijke weerstand tegen de jacht is er nog altijd. Van Valen haalt een recent voorbeeld uit eigen ervaring aan. In de buurt van Siegerswoude maakte hij zich klaar om het veld in te trekken. Verderop in het land stonden een paar reeën. “Dy woene wy net sjitte. Wy wiene út op in reebok.” Toch reed een auto luid toeterend richting de reeën om hen ter bescherming te verjagen. “Ik woe graach mei dy minsken prate. Mar doe’t ik op de auto tastapte, giene de ramen ticht, de doarren op slot en rieden se fuort. Wy wolle graach it gesprek oangean. Mar de oare kant wol dat net altyd. Jammer.”

Meer kennis
Mike Heutink uit het Brabantse Roosendaal vertrok zaterdag al vroeg naar Fryslân. Hij geeft cursussen in het jagen van grof wild en ziet een toenemende belangstelling van jongeren voor het jagen. “Maar het is wel een heel ander type jagers dan in het verleden. De jonge jager van nu wil achtergronden weten, is heel nieuwsgierig. Het besef dat ze op een levend wezen schieten is groot. Er is een grote behoefte aan kennis en kunde. Maar ze zijn zeer geïnteresseerd in de consumptie van vlees uit eigen omgeving.” Jagen op wild is lastig in Nederland. Eigenaren van jachtgebieden houden de boot af. Dus trekt Heutink veel de grens over naar Duitsland. “Maar de problemen groeien. In Duitsland schieten ze ieder jaar al meer dan anderhalf miljoen wilde zwijnen af en dat aantal neemt alleen maar toe. En ze komen deze kant op. Daar krijgen ze hier ook mee te maken. Met alle grote gevolgen van dien, niet alleen voor wildschade, maar zeker ook voor de verkeersveiligheid.”

Aangeschoten wild
In een hoekje van de Faunafair liggen ingewanden van een ree op de tafel uitgestald. Het is de informatiestand van de Stichting Zweethonden Nederland. Zweethonden zijn getraind in het opsporen van aangeschoten en aangereden wild. Zij trekken het veld in om dieren niet nodeloos te laten lijden. Volgens Bernhard Arends is een automobilist strafbaar wanneer hij na het aanrijden van wild doorrijdt, ook als een aangereden ree het bos of veld weer inschiet. “Bel 112, de meldkamer kan ons dan bellen. Een aangereden ree overleeft het eigenlijk nooit.”

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk