Eerste Onderzoeksagenda Faunafonds

BIJ12 logo

Het Faunafonds werkt in 2016 voor het eerst met een onderzoeksagenda. Preventie wordt steeds belangrijker. 

‘Met de Onderzoeksagenda spelen we beter in op de nieuwe koers, die meer gericht is op preventie dan op schadebestrijding’, vertelt Ton Heeren, coördinator Kennis en Onderzoek bij BIJ12. Hij ondersteunt provincies bij de kennisontwikkeling op het gebied van natuur- en faunabeheer. ‘Dit jaar doen we onderzoek naar de effectiviteit van wildwerende en wildverjagende middelen. We willen niet alleen nieuwe kennis ontwikkelen, maar ook bestaande kennis beter ontsluiten, en monitoren wat we al doen aan populatiebeheer en schadebestrijding.’

Inventarisatie

‘In het Meerjarenprogramma 2014-2018 was nauwelijks sprake van betrokkenheid van de provincies’, vertelt Heeren. ‘Met de Onderzoeksagenda introduceren we een andere sturing van het onderzoek. Nu vragen we provincies hun mening over voorstellen en conceptrapportages en betrekken we hen meer bij de programmering en individuele onderzoeken. Daartoe hebben we geïnventariseerd welke kennisvragen er in het faunabeheer leven, wat er al aan onderzoek gedaan wordt en wat we gemeenschappelijk zouden kunnen doen. Dit is vertaald in de onderzoeksagenda 2016. Zo is het een gezamenlijk product geworden, waarbij de provincies leidend zijn.’

Wolven

Dat de wolf terugkeert in ons land staat wel vast. Op verzoek van het Faunafonds onderzochten Ark Natuurontwikkeling en Van Bommel Faunawerk welke maatregelen het beste werken om het doden van schapen door wolven te voorkomen. Onderzoeker Frans van Bommel: ‘Komt de wolf, dan moet je wel weten wat je moet doen om onrust onder bevolking en boeren te voorkomen. Boeren moeten weten wat ze kunnen doen, daar moet je je met voorlichting op richten. Het is een dichtbevolkt land, waar ook grote aantallen schapen zijn. De wolf moet niet wennen aan het “makkelijke” schapenvlees. Dan wordt hij meteen een probleemdier.’ Het onderzoek toonde aan dat deugdelijke elektrische rasters in eerste instantie afdoende zijn om vee te beschermen. Verreweg de beste methode is echter de inzet van elektrische rasters in combinatie met kuddewaakhonden. Van Bommel: ‘In de praktijk betekent het voor schapenhouders en terreinbeheerders dat ze bestaande rasters ‘wolf-proof’ moeten maken. Die moeten schapen binnen en wolven buiten houden.’ Aanvullend op de rasters zijn kuddewaakhonden nodig, meestal een of twee grote honden. Alleen al door hun aanwezigheid blijft de wolf op afstand. De kudde is hun ‘roedel’, daar zijn ze op getraind. Van Bommel: ‘Wij stellen een proef met kuddewaakhonden voor in een risicogebied met een hoge schapendichtheid. Dan kunnen veehouders en burgers komen kijken, aan het idee wennen en verder worden voorgelicht.’

Kolganzen

Het aantal overwinterende kolganzen in ons land is sinds 1970 sterk toegenomen, tot de huidige populatie van 800.000 dieren. Die groei ging gepaard met toenemende landbouwschade, met name in Friesland, Gelderland, Noord-Holland en Overijssel. Op verzoek van het Faunafonds onderzochten de Radboud Universiteit en het Centre for Avian Population Studies (CAPS) hoe landbouwschade kan worden beperkt en de populatie duurzaam in stand gehouden. Onderzoeker Eelke Jongejans van de Radboud Universiteit: ‘Zo’n vogelsoort die meerdere landen aandoet, vraagt om internationale samenwerking. Planmatig beheer voor de kolgans is pas mogelijk als effectieve verjaging en schadebeperking over de hele trekroute op internationale schaal worden afgestemd.’

Tussen 2006 en 2014 werden er opvanggebieden aangewezen voor kolganzen. Daarbinnen mochten ze ongestoord fourageren, daarbuiten werden ze verjaagd met ondersteunend afschot. Jongejans: ‘Het aantal ganzen binnen en buiten de aangewezen gebieden verschoof in acht jaar nauwelijks.’ De conclusie van de onderzoekers was dat de ganzenpopulatie zo beweeglijk en ongrijpbaar is, dat je beter kunt focussen op kwetsbare gebieden waar je de dieren absoluut niet wilt hebben. Jongejans: ‘De dieren daar verjagen lijkt wél haalbaar. Dan beperk je in die gebieden in elk geval de schade en laat je ze in andere, minder kwetsbare gebieden met rust. En let wel: het is niet voor niets een beschermde vogel. De mensen genieten van ganzen, ze zijn zeker niet overal onwelkom. Het gaat puur om schadebestrijding waar nodig.’

Accenten Onderzoeksagenda 2016

Er zijn drie belangrijke accenten in de Onderzoeksagenda. Het eerste ligt op onderzoek naar de effecten van nieuwe wildwerende en wildverjagende middelen, zoals lasertechnieken en drones. Een tweede accent is de monitoring van data en informatievoorziening: hoe loopt het, hebben we de data goed op een rij? Hoeveel reeën worden er bijvoorbeeld per jaar aangereden, hoeveel zwijnen lopen er buiten de nulstandsgebieden, hoeveel ganzen vliegen er jaarlijks door ons luchtruim? Het derde accent is het beter ontsluiten van bestaande kennis. Geïnteresseerde partijen moeten kunnen zien wat er al aan kennis is. Daarvoor wordt een betere ICT-tool ontwikkeld en worden onderzoeksresultaten beter teruggekoppeld aan provincies en hun partners. Lees meer op de website van BIJ12.

bron: BIJ12/Faunafonds, 31/03/16

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk