Faunaloket is nieuw in Provincie Drenthe

Steenmarter met eikopie

De provincies zijn belast met de uitvoering. Zij krijgen meer bevoegdheden. Drenthe riep frequent belanghebbenden bijeen om hun kritiek en aanvullingen te kunnen verwerken in de nieuwe wet. Op 13 september hoorden belangenorganisaties in restaurant De Börken in Lhee wat gedeputeerde Henk Jumelet en zijn medewerkers met de kritiek hebben gedaan.

De Provincie heeft breed vooroverleg gevoerd. De reacties worden in een nota opgenomen of verwerkt in een wetsartikel. Via Provinciale Staten gaat de wet naar Gedeputeerde Staten. Per 1 januari 2017 treedt de Wet Natuurbescherming in werking en zal in 2019 geleidelijk overgaan in de Provinciale Omgevingswet. Nieuw voor Drenthe is een klachtenpunt, het Faunaloket.

Voorzitter van Fauna Beheereenheid Drenthe (FBE-Drenthe) Willem Urlings, eertijds burgemeester van Hoogeveen, maakte 13 september in Lhee van de gelegenheid gebruik de instelling van het Faunaloket te verduidelijken. Iedereen die op welke manier dan ook in contact komt met in het wild levende dieren in Drenthe en misstanden constateert, kan contact opnemen met het Faunaloket, via www.faunaloketdrenthe.nl.

Het gaat om boeren die schade ondervinden van bijvoorbeeld dassen, particulieren die verstoringen van dieren opmerken en bij het loket kunnen ontheffingen worden aangevraagd om beschermde dieren die overlast veroorzaken te verjagen. Het Faunaloket is gezaghebbend voor het faunabeheer en in het Provinciehuis ondergebracht bij Prolander. Deze organisatie is in de plaats gekomen van de Rijksdienst Landelijk Gebied en werkt aan de inrichting van een aantrekkelijk landschap waarin ruimte is voor natuur, landbouw en recreatie. De provincies Groningen en Drenthe zijn samen eigenaar van Prolander. Het faunabeheer is in handen van de Drentse wildbeheereenheden (WBE’s, lees jagers) die verplicht werken onder de paraplu van de FBE. Jagers, boeren en burgers kunnen met hun klachten per direct terecht bij het Faunaloket.

Vrijstelling en zorgplicht

In het wild levende dieren behoren volgens de wet duurzaam te worden beheerd. Grondgebruikers (boeren) kunnen een ontheffing aanvragen voor het verjagen van ganzen en zwanen van hun weiland of maïsstoppelveld, maar mogen de dieren niet doden. De wet zegt: de soort mag niet in zijn voortbestaan worden bedreigd. De zorgplicht, ooit opgenomen in de Flora- en Faunawet, blijft in de Wet Natuurbescherming recht overeind staan.

Pas in het uiterste geval zal de Provincie toestemming geven voor afschot. De WBE’s zijn verplicht ieder jaar tellingen van het wild uit te voeren en een faunabeheerplan op te stellen. Nieuw is dat in het bestuur van de FBE maatschappelijke organisaties moeten zijn vertegenwoordigd om het maatschappelijke draagvlak te vergroten.

Vrijstellingen

De Provincie wil drie beheerders (jagers) en drie natuurbeschermers in de FBE naast onafhankelijke voorzitter Urlings. Over vrijstellingen zal dan zeker worden gediscussieerd. Wezel, hermelijn, bunzing en egel worden met name in de wet genoemd als soorten waarvoor vrijstelling kan worden aangevraagd. Steenmarter en das zijn niet vermeld.

Gedeputeerde Jumelet in Lhee: ‘Er komen te weinig klachten van deze dieren binnen om ze op de vrijstellingslijst te plaatsen. Maar wellicht brengen meldingen aan het Faunaloket daarin verandering. Het Faunafonds, nu opgenomen in Bij12, keert een redelijke tegemoetkoming uit in gevallen van schade.’ Vooralsnog blijven steenmarter en das dus in onze provincie beschermd.

Toename van verstoring aantal burgers

dasDe dassenwerkgroepen constateren echter vanaf 2015 een toename van het aantal verstoringen van burchten. Het vermoeden bestaat dat grondbezitters of anderen het recht in eigen hand nemen. Helaas laat handhaving van de wettelijke regels te wensen over. Op heterdaad betrappen van personen die een dassenburcht verstoren is vrijwel onmogelijk. Binnenkort gaan vertegenwoordigers van Drentse dassenwerkgroepen met het Faunafonds om de tafel om een standpunt te bepalen.

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk