Artikel 9 BBSD

Artikel 9 AMVB Beheer en bestrijding

  1. Jachtvogels worden voor het vangen of doden van dieren slechts gebruikt door personen die in het bezit zijn van een geldige valkeniersakte.
  2. Kastvallen worden niet gebruikt voor het vangen van:Klemmen worden slechts gebruikt voor het vangen of doden van mollen, veldmuizen, bosmuizen, huismuizen, woelratten, bruine ratten, zwarte ratten, muskusratten en beverratten.
    1. vogels, met uitzondering van eksters, zwarte kraaien of kauwen, of
    2. zoogdieren behorende tot soorten genoemd in bijlage IV en V, onderdeel a, van richtlijn 92/43/EEG.
  3. Buidels worden slechts gebruikt voor het vangen en doden van konijnen.
  4. Levende lokvogels worden slechts gebruikt voorzover: Onverminderd artikel 72, tweede lid, van de wet, worden middelen die krachtens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 zijn toegelaten slechts gebruikt voor het vangen en doden van mollen, veldmuizen en bosmuizen.
    1. het gefokte eksters, gefokte zwarte kraaien of gefokte kauwen betreft, als hulpmiddel voor het vangen van eksters, zwarte kraaien onderscheidenlijk kauwen, met vangkooien of met kastvallen die zodanig zijn vervaardigd dat in de kastval geen lichamelijk contact mogelijk is tussen
      de lokvogel en de te vangen vogel en
    2. de lokvogels zijn voorzien van voldoende voedsel en water.
      Kunstmatige lichtbronnen worden slechts gebruikt als hulpmiddel voor het vangen of doden van vossen.
  5. Aardhonden worden ten behoeve van het vangen en doden van vossen niet gebruikt in holen in de periode van 1 maart tot 1 september.
Print Friendly

Reageren is niet mogelijk