Diersoorten en de Wet natuurbescherming

Diersoort Jacht op wild en openingstijden jacht(art 3.20 Wnb) Schadebestrijding en/of beheer met geweer[ toestemming van grondgebruiker art 3.15 lid 7  (art 3.12 Besluit Wnb – min. 40 ha bij gebruik geweer)
Landelijke Vrijstelling

Art 3.15 Wnb en 3.1 Besluit Wnb

Provincie bepaalt of en zo ja: waar en wanneer
(art 3.15 en art 3.16 Wnb) Provinciale Vrijstelling

 

Aanwijzing (art 3.15 diersoorten en art 3.16 vogelsoorten Wnb)  Ontheffing(art 3.17 Wnb)
(art 3.15 en art 3.16)
Haas 15/10 – 31/12 3.1 Besluit Wnb (art 3.15) ——— (art 3.17 Wnb)
Fazanthaan 15/10 – 31/01 3.1 Besluit Wnb ——— ——— (art 3.17 Wnb)
Fazanthen 15/10 – 31/12 3.1 Besluit Wnb ——— ——— (art 3.17 Wnb)
Houtduif 15/10 – 31/01 3.1 Besluit Wnb en (art 3.15) gehele jaar ——— ——— ———
Wilde eend 15/08 – 31/01  3.1 Besluit Wnb (art 3.16) (art 3.17 Wnb)
Konijn 15/08 – 31/01 3.1 Besluit Wnb en (art 3.15) gehele jaar ——— ——— ———
Patrijs gesloten ——— ——— ——— (art 3.17 Wnb)
Ree ——— ——— ——— ——— (art 3.17 Wnb)
Wildzwijn ——— ——— ——— ——— (art 3.17 Wnb)
Edelhert ——— ——— ——— ——— (art 3.17 Wnb)
Damhert ——— ——— ——— ——— (art 3.17 Wnb)
Smient[3] ——— ———  ——— ——— (art 3.17 Wnb)
ganzen(³) ——— ——— (art 3.16) (art 3.16)
Overzomerende grauwe gans ——— ——— ——— (art 3.16) (art 3.17 Wnb)
Zwarte kraai ——— (art 3.15 gehele jaar ——— ——— ———
Ekster ——— ——— (art 3.16) ——— ———
Kauw ——— (art 3.15) gehele jaar ——— ——— (art 3.17 Wnb)
Roek ——— ——— (art 3.16) (art 3.16) (art 3.17 Wnb)
Knobbelzwaan ——— ——— (art 3.16) ——— (art 3.17 Wnb)
Meerkoet ——— ——— (art 3.16) ——— (art 3.17 Wnb)
Vlaamse gaai ——— ——— ——— ——— (art 3.17 Wnb)
Vos ——— (art 3.15)gehele jaar ——— ——— (art 3.17 Wnb)
Nijlgans Exoot (art 3.16) ——— ———
Indische gans Exoot (art 3.19) ——— ——— ———
Verbasterde boerengans gedomesticeerde diersoort (art 3.19) ——— ——— ———
Canadese gans (art 3.15) gehele jaar ——— ——— ——— ———
Verwild. kat ——— ——— (art 3.15) (art 67) ———
Verwild. duif ——— ——— (art 3.16) (art 3.16) (art 3.17 Wnb)
Muntjak ——— (art 3.19) ——— ——— ———
Wasbeer ——— (art 3.19) ——— ——— ———
Das ——— ———  ——— ——— (art 3.17 Wnb)
Marterhund ——— (art 3.19) (art 3.15) (art 3.15) ———


Stappenplan bij gebruik ontheffingen 

  1. Voorkomen
    Tref ten minste twee (toegestane) preventieve maatregelen. U mag uw teelt tegen alle dieren afschermen. Methodes, afhankelijk van gewas en diersoort: rasters, afdekmatten, boommanchetten, aanbieden alternatief voedsel, draden spannen, dieper zaaien, verstinken perceelsrand, risicospreiding door gelijktijdig zaaien. Zie het Handreiking Faunaschade van het Faunafonds. 
  2. Direct ingrijpen door opzettelijk verontrusten 
    Als grondgebruiker mag u soorten waarvoor een landelijke of provinciale vrijstelling geldt (zie boven) op schadepercelen verontrusten. U mag deze dieren verontrusten met akoestische middelen (vogelafweerpistool, ratels), vogelverschrikkers, spannen draden, schriklinten, ‘nep’-roofvogels, slechtvalk, havik (beiden zonder vangen), schieten in de lucht. Zie het Handreiking Faunaschade op de web-site van het Faunafonds.
  3. Direct ingrijpen door doden
    Als grondgebruiker mag u de volgende dieren op schadepercelen verontrusten en u kunt de jachthouder vragen deze soorten in de opengestelde jachtperiode te doden: konijn, haas, wilde eend, houtduif, fazant. Voor konijnen, houtduiven, kauwen en zwarte kraaien, vos en Canadese gans, geldt tevens jaarrond een landelijke vrijstelling (art 3.1 Besluit Wet natuurbescherming) voor doden en voor de roek kan ook een provinciale vrijstelling of ontheffing gelden. U mag gebruiken geweren, slechtvalk en havik, lokeend, lokduif, fretten en buidels en voor de zwarte kraai en kauw geldt dat er ook kraaienvangkooien  met een ontheffing art 3.17 gebruikt mogen worden. Als grondgebruiker mag u deze dieren verontrusten en doden, ook kunt u de jachthouder vragen deze soorten te doden: Vos, houtduif, konijn, kauw, zwarte kraai en Canadese gans.
  4. Ingrijpen op basis van ontheffing of machtiging 
    Voor alle overige diersoorten geldt dat uitsluitend op basis van een ontheffing kan worden ingegrepen (zie boven). Informeert u bij de Faunabeheereenheid welke ontheffingen op voorhand beschikbaar zijn en wanneer een aanvullende ontheffing moet worden aangevraagd. De ontheffing bepaalt waar, wanneer en met welke middelen kan worden ingegrepen.
  1. De provincie kan een ontheffing verlenen volgens art 3.17 Wnb  verlenen om overmatige schade door beschermde inheemse zoogdierensoorten op begraafplaatsen en industrieterreinen te voorkomen, dit gaat niet via een Faunabeheereenheid, maar dient de grondgebruiker via de provincie bij het rijk aan te vragen.
  2. Welke diersoorten in aanmerking mogen komen voor art 3.15 en 3.16 Wnb, is vastgesteld middels Besluit en Regeling Wet natuurbescherming
  3. Gedomesticeerde diersoorten zijn het gehele jaar door bejaagbaar, hiervoor hoeft geen vrijstelling, ontheffing of aanwijzing te hoeven worden verleend zie het navolgende art 4 FF-wet.

De bescherming van soorten is geregeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.6 en 3.10 van de Wet natuurbescherming.

Daarbij is geen onderscheid in strikt, zwaarder en licht beschermde soorten gemaakt, zoals nu wel het geval was in de FF-wet. In de wet is wel een vergelijkbaar regiem terug te vinden. De bescherming door artikelen 3.13.5 en 3.6 heeft betrekking op de Europees beschermde soorten en kan daarom worden vergeleken met de strikte bescherming van tabel 3 Ffw.

In artikel 3.10 zijn meer redenen opgenomen om ontheffing van verbodsbepalingen aan te vragen. Het gaat dan bijvoorbeeld om ruimtelijke ontwikkelingen. Soorten die zijn beschermd door artikel 3.10 kan men vergelijken met soorten van Bijlage 2 van BBSD. Provincies hebben -onder andere via artikelen 3.3, 3.7 en 3.10– de bevoegdheid om in de provinciale verordening onder voorwaarden vrijstelling te verlenen van verboden. De in de vrijstelling genoemde soorten zijn opgenomen in het Besluit Wet natuurbescherming art 3.1

Artikel 3.20 Wnb 

JAGEN

Diersoort wild (haas, konijn, fazant , patrijs, wilde eend, houtduif) in geopende jachtseizoen
Belangen De jachthouder doet datgene wat een goed jachthouder betaamt om een redelijke stand van de in zijn jachtveld aanwezige wild als bedoeld in het tweede lid te handhaven, dan wel, bij het ontbreken daarvan, te bereiken, en om schade door in zijn jachtveld aanwezig wild als bedoeld in het tweede lid te voorkomen.
Nodig jachtdiploma (art 3.28 Wnb) of in enig jaar tussen nu en 1972 een jachtakte is verstrekt art 9.7 Wnb

Aansprakelijkheidsverzekering jacht art 3.28 Wnb en art 3.17 Besluit Wnb

  • voldoen aan de eisen voor een bejaagbaar jachtveld – 40 ha regeling art 3.12 B-Wnb
Toegang gronden:  inbegrepen in jachtgenot

Artikel 3.16 WNB 1e lid en Artikel 3.1 Besluit Wnb

LANDELIJKE VRIJSTELLING

Door: Minister Economische Zaken
Diersoort: konijn, houtduif,  zwarte kraai, kauw, Canadese gans en de vos (art 3.1 Besluit Wnb)
Belangen: De vrijstelling, bedoeld in het tweede en vierde lid, wordt verleend voor handelingen op door de grondgebruiker gebruikte gronden, dan wel in of aan door hem gebruikte opstallen, ter voorkoming van in het lopende of daarop volgende jaar dreigende schade op deze gronden, in of aan deze opstallen, of in het omringende gebied.
Voorwaarden: geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort.
Nodig: jachtakte, indien gebruik wordt gemaakt van het geweer
Toegang gronden: toestemming van grondgebruiker art 3.15 lid 7  (art 3.12 Besluit Wnb – min. 40 ha bij gebruik geweer)

Artikel 3.15 en 3.16 Wnb

PROVINCIALE VRIJSTELLING EN AANWIJZING

Door: GS 
Diersoort: Bosmuis- Brandgans- Ekster – Grauwe gans – Haas- Holenduif – Huismus – Kauw- Kleine rietgans – Knobbelzwaan – Kolgans- Meerkoet – Rietgans- Ringmus – Roek – Rotgans – Smient – Spreeuw – Veldmuis – Wilde eend- Zwarte kraai
Belangen: ter voorkoming van belangrijke schade aan “de landbouw en de fauna” door soorten die in het gehele land veelvuldig belangrijke schade aanrichten
Voorwaarden: geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort.
Nodig: jachtakte, indien gebruik wordt gemaakt van het geweer
Toegang gronden: toestemming van grondgebruiker art 3.15 lid 7  (art 3.12 Besluit Wnb – min. 40 ha bij gebruik geweer)

Artikel 3.15 en 3.16 Wnb

AANWIJZING

Door: GS 
Diersoort: nog vast te stellen bij Ministeriele Regeling art 3.19 Wnb (exoten, beschermde inheemse diersoorten, verwilderde diersoorten, en andere) en aanwijzing hiervan  door provincie art 3.18 Wnb 1e, 2e en 3e lid 
Belangen: in het belang van volksgezondheid en openbare veiligheid in belang van veiligheid van het luchtverkeer ter voorkoming van belangrijke schade aan de “landbouw” ter voorkoming van schade aan flora en fauna
Voorwaarden: geen andere bevredigende oplossing geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort evt. faunabeheerplan
Nodig: jachtakte, indien gebruik wordt gemaakt van het geweer
Toegang gronden: toestemming van grondgebruiker art 3.15 lid 7  (art 3.12 Besluit Wnb – min. 40 ha bij gebruik geweer)

Artikel 3.17  Wnb 

ONTHEFFING

Door: GS 
Diersoort:  Beschermde diersoorten is geregeld in de artikelen 3.13.5 en 3.6 en 3.10 van de Wet natuurbescherming
Belangen: Ten behoeve van de beperking van de omvang van een populatie van vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, of van dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, verlenen gedeputeerde staten ontheffing als bedoeld artikel 3.3, eerste, vierde en vijfde lid, 3.4, tweede lid, 3.8, eerste en vijfde lid, 3.9, tweede lid, of 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, tweede lid, indien deze beperking nodig is:

  1. ingeval van vogels:

1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren, of

4°. ter bescherming van flora en fauna;

  1. ingeval van dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid:

1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna en van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden en wateren en andere vormen van eigendom, of

3°. in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang, of

  1. ingeval dieren van soorten als bedoeld in 3.10, eerste lid, met uitzondering van soorten als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid:

1°. om de redenen genoemd in onderdeel b;

2°. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, industrieterreinen of begraafplaatsen,

3°. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren, en

4°. in het algemeen belang.

Voorwaarden: Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend aan een faunabeheereenheid, die handelt overeenkomstig het daartoe vastgestelde en goedgekeurde faunabeheerplan.
Nodig: jachtakte, indien gebruik wordt gemaakt van het geweer
Toegang gronden: toestemming van grondgebruiker art 3.15 lid 7  (art 3.12 Besluit Wnb – min. 40 ha bij gebruik geweer)

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk