Gans als gemiste kans voor de consument

Door : Ronald Buitenhuis | Boerderij

Het ganzenoverschot lijkt een ideale voedingsbodem voor gans als consumptiegoed. Maar Nederland heeft liever plofkip dan knalgans.

Per jaar wordt door het Faunafonds € 13 miljoen aan vergoeding uitgekeerd aan boeren vanwege schade door beschermde inheemse diersoorten. Ganzen nemen verreweg het grootste deel van de schade voor hun rekening. Het probleem neemt toe nu de gans zich steeds beter voelt in Nederland en langer blijft. Van trekvogel is de gans bijna standvogel geworden. Komende jaren moeten nog 500.000 ganzen geschoten worden. Hoe is per provincie geregeld sinds het afketsen van het nationale Ganzenakkoord. Boeren mogen niet op ganzen jagen, daarvoor is een jachtakte nodig. Verkoop van ganzen is dus geen handel. Jagers op hun beurt hebben weinig zin in het jagen op ganzen: de gans is in Nederland geen gewild dier om te eten.

“Doodzonde dat ganzenvlees nog zo slecht aanslaat”, zegt Dirk-Jan Polak van Hollands Wild. Dit bedrijf verkoopt wel ganzenvlees vanuit een visie dat het tegen verspilling van voedsel is. “In Nederland importeren we kangoeroevlees uit Australië en gooien hier gans weg. Terwijl er niets mis is met ganzenvlees. Die Australiërs hebben een stuk beter begrepen hoe je inheems vlees kunt vermarkten.”

Hagel

Waar Hollands Wild de afzet van ganzenvlees nog wel ziet toenemen, daar zijn ze bij Driessen Food in Bunnik (U.) minder hoopvol. Ze leveren het wel, maar weinig. Ronald Driessen laat weten dat hij ook weinig groei voorziet. “Ganzenvlees is in Nederland zo lang van de markt geweest.

Onze generatie heeft er niet mee leren koken. Een filetje eraf halen lukt nog wel, maar veel van het dier moet worden weggegooid. Voor het schietverbod was ganzenvlees een stuk populairder.”

Er zijn meer redenen waarom de handel in ganzenvlees stokt. De aanvoer is onregelmatig. In de zomer meer dan in de winter vanwege wetgeving. En er zit veel hagel in het vlees, waardoor de industrie met verwerkingsvraagstukken zit en de consument terughoudend is.

Ronald Driessen ziet een-twee-drie geen doorbraak ondanks het aanbod. Ook niet als alternatief voor de omstreden ganzenleverpaté uit gecontroleerde teelt. “Die is niet te vergelijken met paté van wilde ganzen. Dat is rood vlees. Bovendien moet je er varkensvlees tegenoverzetten voor de smaak.”

Geen varkenscyclus

De varkenscyclus bij ganzenvlees wil nog niet op gang komen. Bij voldoende aanbod, en die is er, dalen prijzen en zou de populariteit moeten stijgen. Een kilo kost grofweg de helft van een kilo biefstuk en is uitstekend. Maar de loop komt er maar niet in. Er is wel eens geprobeerd om ganzenvlees bij voedselbanken te droppen. Dat bleek geen succes, omdat mensen niet weten wat ze ermee moeten.

Qua marketing is van alles geprobeerd in het verleden. Polak: “Wat je veel ziet, is dat ergens een initiatief voor ganzenvlees opduikt, er een kok komt en een recept of een receptenboek, maar daarna houdt het meestal snel op. Dat komt omdat men slechts een klein stukje marketing van de hele keten aanpakt. Je moet totaalvoetbal spelen. Productontwikkeling is 10 procent, marketing en verkoop 90 procent. Het etiket, de verpakking … het moet allemaal kloppen. Dat vergeten partijen vaak en dan komt het allemaal niet van de grond. Een bedrijf als Driessen is ook een groothandel en geen productmarketeer.

De Stichting Utrechtse Waarden heeft het ook even geprobeerd, maar nu worden wij benaderd om de ganzen in te nemen. Ook daar komt het niet van de grond.” Per jaar laat Hollands Wild 20.000 ganzen slachten bij lokale poeliers en zijn daarmee een van de grootste spelers in Nederland in ganzenvlees. Polak: Ik denk dat naast de horeca gans met name geschikt is voor boerderijwinkels. Wij hebben daar het afgelopen jaar de omzet zien toenemen.”

Ooit werd de slogan ‘Liever Knalgans dan Plofkip’ gelanceerd om de verkoop van ganzen te stimuleren. Adriaan Guldemond van CLM Onderzoek en Advies lanceerde zelfs het boekje Ganzenbord met ganzenvleesrecepten. Vooralsnog lijkt het er echter op dat bij de consument het omgekeerde van de slogan meer van toepassing is: liever plofkip dan knalgans. De gans als gemiste kans achterlatend.

Klanten een goed verhaal over ganzenvlees vertellen’

Zelf telen ze op 70 hectare onder meer appels, peren, aardappelen, suikerbieten, tarwe, graszaad en seizoensfruit. De boerderijwinkel omvat zo’n 50 vierkante meter. Naast de zelf geteelde producten wordt sinds kort ook ganzenvlees verkocht.

Jeanet Dekker heeft naast de boerderij een boerderijwinkel in Mijnsheerenland, net onder Rotterdam. Sinds een paar weken verkoopt ze ganzenvlees uit de vriezer. Als kind van een vader die jaagde, heeft ze wel wat met de gans. “Vroeger zag je hier nauwelijks ganzen, nu wordt van de 20 hectare 1 tot 1,5 hectare opgevreten door ganzen. Je moet dus wel afschieten.”

Ook Janet Dekker vindt het doodzonde dat we de gans in Nederland niet benutten als consumptiegoed. “Het is goed, lekker en eerlijk vlees. Gekonfijte pootjes zijn zo mals als kalfsvlees.” Het onbekende houdt volgens haar de consument tegen. “En misschien hier en daar een korrel hagel.” Het klaarmaken hoeft volgens Jeanet Dekker geen barrière te zijn. “We verkopen hier kant-en-klare zakjes die als een soort saté alleen maar opgewarmd hoeven te worden.” In de vriezer zitten naast gekonfijte pootjes ook bitterballen en kroketten van ganzenvlees.

De verkoop in de boerderijwinkel is pas net gestart; het vlees past mooi in het assortiment, vindt Dekker: “We verkopen hier in de winkel ook producten van collega’s uit de buurt. Ik denk dat ganzenvlees goed te verkopen is via boerderijwinkels, omdat je klanten dan een goed verhaal kunt vertellen. Qua doorgang zitten we hier op een A1-locatie. Vooral voor mensen uit de stad die iets hebben met duurzaamheid, kan ganzenvlees een alternatief zijn.”

Reed Business Bulletins

Radarweg 29

1043 NX Amsterdam

Telefoon: 020 515 9619

E-mail: bulletins@reedbusiness.nl

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk