Ganzen en schijnargumenten

Grote vangacties zoals 2008 zijn tot dusver eenmalig.

Grote vangacties zoals 2008 zijn tot dusver eenmalig.

In de TC van vrijdag en dinsdag j.l. stonden enkele stukken over de ganzenvangacties. In die stukken, m.n. die van de Vogelwerkgroep (VWG) en Bernard Spaans, kwamen enkele argumenten en beweringen voor die ik hier graag wat nader tegen het licht wil houden.  Op de redenen waarom bestrijding van ganzen m.i. zowel voor het natuurbehoud als de landbouw noodzakelijk is zal ik hier niet verder ingaan. Die hebben anderen en ik zelf enkele jaren geleden in ingezonden stukken  in de TC van 13 juli 2012 al eens uiteen gezet, zie het online archief van de TC.

Nu komt de VWG met twee argumenten waarom er geen ganzen bestreden zouden moeten worden: 1. Het is dierenmishandeling. 2. Het effect van ganzenbestrijding is nihil of verwaarloosbaar klein. Ad1. De meningen over CO2-gebruik zijn nogal verdeeld. Volgens sommigen zijn de ganzen binnen korte tijd bedwelmd, zodat het lijden beperkt blijft. En andere methoden, bijv. kop afhakken of nek breken zijn evenmin pijnloos. Afgemaakt worden is sowieso geen pretje en dieren in aantal reduceren is per definitie niet diervriendelijk. Ad 2. Hoe groot het effect van ganzenbestrijding is, hangt af van de mate van bestrijding. Als men voldoende eieren prikt, ganzen vangt en afschiet, is het simpelweg een uitgemaakte zaak dat de stand achteruit gaat. Als het effect van ganzenbestrijding onvoldoende is, moet de bestrijding dus geïntensiveerd worden. Dat de VWG en zelfs sommige biologen met droge ogen beweren dat er door bestrijding niet minder ganzen komen, is niets anders dan een goedkope ontmoedigingstactiek waarmee men de voorstanders van ingrijpen de wind uit de zeilen tracht te nemen.

Stel dat er morgen een slimme kerel komt, die een methode heeft uitgedacht waarmee de ganzen volkomen effectief tot een bepaald gewenst  aantal terug gebracht kunnen worden. En op een manier die  snel en pijnloos is. Denkt u dat de VWG dan zegt: “O.K., er is aan onze bezwaren tegemoet gekomen, ga die ganzen maar vangen.”?  Natuurlijk niet, dan komen ze weer met nieuwe, andere argumenten tegen het bestrijden van ganzen. Waaruit meteen blijkt dat hun ‘argumenten’ slechts drogredenen zijn, die een praktische, zakelijke instelling moeten suggereren, maar die in werkelijkheid alleen maar hun echte motieven moeten maskeren. Waarom wil de VWG dat er niets aan de ganzen gedaan moet worden? Omdat ze vindt dat er helemaal geen populatiebeheer bij vogels moet plaats vinden, want dat is taboe. En omdat ze het zielig vinden voor de ganzen. Zeg dat dan gewoon, en kom niet met allerlei nepargumenten op de proppen, zou ik zeggen!

Hoe beperkt de kijk van de VWG op deze materie is, kan ik illustreren a.d.h.v. een discussie tussen een terreinbeheerder en een bestuurslid van de VWG die in 2008, dus ten tijde van de grote ganzenvangactie, plaats vond. Toen dat bestuurslid er op gewezen werd dat er door de terreinbeheerders toch ook ratten, verwilderde katten en fretten gevangen en gedood werden, was zijn reactie: “Ja, maar dat zijn geen vogels!”. Ziedaar de tunnelvisie van iemand met een ornithocentrisch wereldbeeld. Op de site van de VWG kunt u lezen dat het bestuur achter de bestrijding van verwilderde katten staat. Dan wordt er ineens niet meer gesproken over “dweilen met de kraan open” of over dierenleed. Idem met het afschot van konijnen in de tijd vóór het optreden van de VHS-ziekte, toen het nog wemelde van de konijnen. Iedere winter werden er duizenden afgeschoten, diverse  van de huidige bestuursleden van de VWG stonden er met hun neus boven op, maar nooit heb ik ze er een klacht over horen uiten.  Nog een  voorbeeld: onlangs nog kwam ik weer een ander bestuurslid van de VWG tegen in een viswinkel in Oudeschild. Beiden kochten we een portie vis. Want vis vangen, die doodmaken en opeten, dát is voor de VWG geen enkel probleem. Niemand staat op maandagmorgen, als de Texelse kottervloot uitvaart, handenwringend op de dijk de “karavaan des doods” (zoals de VWG  het zo mooi dramatisch uitdrukte) na te kijken. De vissen worden gevangen en gedood en vervolgens smakelijk door ons opgepeuzeld, ook door de leden van de VWG. Let wel, diezelfde vissen doen geen enkele schade aan economische belangen of aan de natuur, dit in tegenstelling tot de ganzen. Maar ze worden even goed gevangen, gewoon omdat wij graag vis eten en de visserman er zijn brood mee kan verdienen.  Natuurlijk, er is een verschil tussen een diersoort bestrijden of vangen, puur voor de consumptie, maar voor die individuele vis of gans die gevangen en gedood wordt maakt dat uiteindelijk helemaal niets uit.

Maar de VWG en Spaans zien dit kennelijk allemaal anders. Spaans reduceert het ganzenprobleem in één handomdraai tot “een beetje gras” dat opgevreten wordt, eigenlijk de praat niet waard dus. Wat een karikatuur van de werkelijkheid! Op de site van de VWG is ook het bestuursstandpunt over ganzen te vinden, en dat luidt: helemaal niets doen aan de ganzen, geen eieren prikken of ganzen vangen of schieten, maar gewoon de ganzen ongelimiteerd zich laten voortplanten totdat het voedselaanbod en/of de beschikbare ruimte verdere groei een halt toeroepen. Want zo wordt vanzelf “een natuurlijk plafond” bereikt. Dat raadt je de koekoek! Iedere populatie van ieder organisme bereikt op enig moment een plafond. Maar dáár gaat de discussie toch helemaal niet over?  Waar het om gaat is, dat dat beroemde ‘plafond’, gezien de hoeveelheid op Texel beschikbaar foerageer- en broedterrein, wel eens zo hoog kan liggen dat tegen de tijd dat het dan eindelijk bereikt is, de boeren horendol zijn van de ganzenoverlast en de laatste gave duinplassen op het eiland allang zijn volgescheten, kaalgevreten en omgewoeld door de ganzen. Zo ver moet het helemaal niet komen, dan liever maar jaarlijks ganzen opruimen, precies zoals vroeger de konijnen kort gehouden werden. Deze ‘plafondstrategie’ doet mij trouwens ook teveel denken aan het ‘beleid’ dat Staatsbosbeheer hanteert t.a.v. de grote grazers in de Oostvaardersplassen. Laten doorfokken tot ze omvallen van honger. En in beide gevallen draait het maar om één ding: de grazers, c.q. de ganzen, mag geen strobreed in de weg gelegd worden, want dat is ‘natuur’. Hoe het intussen met het terrein,  met de landbouwschade of de schade in duinplassen en valleien gesteld is, dáár liggen SBB, resp. VWG, helemaal niet wakker van. Ik vind dat een kwalijke, blind-ideologische manier van denken, slecht voor het terrein en slecht voor het imago van de natuurbescherming.

Ik wil het bestuur van de VWG aanraden om haar argumenten nog eens goed te overdenken. Waar gaat het hier nu werkelijk om? Hebben we het over zeldzame of bedreigde vogels als Lepelaar of Dwergstern, of over onschadelijke vogels als de Kievit of het Kneutje, die geen enkel probleem veroorzaken? Nee, we hebben het over zeer algemene vogels, waarvan de wilde status op zijn minst dubieus is, en bovendien over vogels die voor aanzienlijke schade in zowel de landbouw als de natuur zorgen. Moet daar zoveel stennis over gemaakt worden? Dat lijkt me zeer overdreven. Maar de VWG kondigt nu al weer aan om bezwaar te gaan maken tegen G.S., aldus samen optrekkend met een walgelijk clubje als De Faunabescherming. Ook in 2008 waren er enkele bestuursleden van de VWG die zich niet ontzagen om samen te werken met de Faunabescherming en de Partij voor de Dieren in hun strijd tegen de Gemeente, SBB, NM en de Provincie n.a.v. de ganzenvangacties. Een verstandig mens loopt met een grote boog om extreme clubs als de Faunabescherming en de PvdD heen, de VWG zou dat ook moeten doen, i.p.v. zich ermee te encanailleren.

BRON: Texelse courant ( wat ik zou zeggen)

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk