Genetische variatie edelherten en wilde zwijnen in Nederland in kaart gebracht 

Alterra, Wageningen UR

15-JUN-2016 – Edelherten en wilde zwijnen zijn in Nederland teruggedrongen tot een beperkt aantal leefgebieden. Toch worden ze ook daarbuiten wel waargenomen en de vraag is dan waar deze zwervers vandaan komen. In opdracht van BIJ12 en Vereniging het Edelhert bracht Alterra de genetische variatie van alle Nederlandse populaties edelherten en wilde zwijnen in kaart.

 

Het in kaart brengen maakt het mogelijk om snel een herkomstbepaling te doen op basis van een DNA-monster. Ook geeft het waardevolle informatie over de duurzaamheid van populaties. Bij edelherten is de genetische diversiteit vooralsnog voldoende, maar bij wilde zwijnen is deze lager. Uitwisseling tussen nu nog gescheiden deelpopulaties kan dit verhelpen.

Edelherten en wilde zwijnen komen in Nederland hoofdzakelijk voor op de Veluwe. Edelherten komen daarnaast ook voor in de Oostvaardersplassen en het Weerterbos. Wilde zwijnen komen ook voor in de Meinweg in Limburg. Buiten de “officiële” leefgebieden is sprake van een nulstandsbeleid, wat inhoudt dat de dieren in principe moeten worden afgeschoten. De laatste jaren worden echter van beide soorten steeds meer waarnemingen gedaan buiten deze leefgebieden. De vraag is waar deze dieren vandaan komen. Uit een van de Nederlandse bronpopulaties? Uit het buitenland? Ontsnapt uit gevangenschap? Het antwoord op deze vraag is relevant omdat beheerders (de provincies) bij dit soort waarnemingen voor de keuze staan of ze de dieren afschieten omdat ze er niet thuis horen, of laten leven omdat het om een natuurlijke uitbreiding van het leefgebied gaat.

Wild-zwijn-kopjeWilde zwijnen 

‘We hebben nu voor het eerst een uitgebreide referentiedatabase opgezet voor edelhert en wild zwijn,’ zegt Alterra-onderzoeker Arjen de Groot. ‘Die database is samengesteld uit individuele genetische profielen van 383 edelherten en 1095 wilde zwijnen, zowel uit Nederland als aangrenzende gebieden in Duitsland en België. Zo kunnen we voortaan objectief bepalen of nieuwe kolonisaties of opvallende uitbreidingen in het huidige nulstandsgebied moeten worden toegeschreven aan natuurlijke uitbreiding vanuit nabijgelegen populaties in Nederland, natuurlijke immigratie vanuit het buitenland of kunstmatige toevoer.’ Collega Hugh Jansman vult aan: ‘Tegelijk geeft het ons ook waardevolle informatie over hoe deze dieren het landschap benutten, welke barrières ze ervaren en waar knelpunten voor overlastsituaties te verwachten zijn.’

Uit het onderzoek blijkt dat de meeste populaties edelherten en wilde zwijnen een duidelijke eigen genetische structuur vertonen, wat het goed mogelijk maakt om van ‘zwervende’ dieren te bepalen uit welke bronpopulatie zij afkomstig zijn. Zo is vastgesteld dat het groepje wilde zwijnen dat indertijd met veel publiciteit uit de Zuid-Willemsvaart werd gevist afkomstig was uit België. Een edelhert dat in de Betuwe werd geschoten bleek uit Duitsland te komen en een hert dat in Twente werd aangetroffen van de Veluwe.

De nieuwe genetische database heeft nog een tweede belangrijke waarde: ze geeft ook waardevolle informatie over de genetische diversiteit en het risico op inteeltproblemen in de Nederlandse populaties. Genetische variatie is essentieel voor een duurzaam behoud. Arjen de Groot: ‘We hebben kunnen vaststellen dat de genetische diversiteit van edelherten op de Veluwe vrijwel gelijk is aan die van veel omvangrijker populaties elders in Europa, en in de Oostvaardersplassen zelfs ruim hoger. Ook zien we duidelijke aanwijzingen voor uitwisselingen tussen de deelgebieden op de Veluwe die tot voor kort met rasters gescheiden waren. Voor de ontwikkeling van een duurzame populatie is dat goed nieuws, al moeten we niet te vroeg juichen: ondanks de migratie tussen deelgebieden is binnen die gebieden wel sprake van regelmatige paring tussen nauw verwante dieren, wat de variatie in de toekomst kan laten afnemen. Het is dus raadzaam om periodiek de genetische waarden in de gaten te blijven houden.’ Hugh Jansman: ‘Daarvoor hebben we nu met ons onderzoek een goede basis gelegd. Maar belangrijk is wel om bij het starten van nieuwe populaties, zoals voorzien in het Drents-Friese woud en de Maashorst, vooraf DNA van de uitgezette dieren te verzamelen voor dit type onderzoek.’

EdelhertenEdelherten 

Ook bij de zwijnen is het raadzaam om een vinger aan de pols te houden, zegt Jansman: ‘De zwijnenpopulaties bleken genetisch vrij arm, vergeleken met grotere populaties in het buitenland. Wel zijn de verschillen tussen de diverse deelpopulaties wilde zwijnen op de Veluwe relatief groot, zodat de genetische variatie bij uitwisseling tussen de populaties zal toenemen. Ons onderzoek heeft laten zien dat dit al binnen afzienbare tijd, denk aan enkele decennia, kan plaatsvinden als uitwisseling op gang komt. Het weghalen van rasters, waar zwijnen meer last van hebben dan edelherten, kan daaraan bijdragen. De toekomst zal uitwijzen of dat voldoende effect heeft.’

In het najaar van 2016 zal Alterra een symposium organiseren waarbij, naast op de resultaten van het huidige genetisch onderzoek, ook breder zal worden ingegaan op zowel de ecologische- (populatieomvang, migratie) als maatschappelijke (schade, ecotoerisme) aspecten van een duurzaam behoud van hoefdierpopulaties. 

Het rapport ‘Herkomst en migratie van Nederlandse edelherten en wilde zwijnen’ (7.76 MB) vindt u op de website van Alterra.

Tekst: Alterra

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk