Gezamelijke aanpak tegen ganzenschade in Gelderland en Friesland

Broedende grauwe gans aVan alle dieren in Nederland richten ganzen de meeste landbouwschade aan. Het Faunafonds keert jaarlijks tientallen miljoenen euro’s aan vergoedingen uit. In Friesland en in Gelderland werken boeren, jagers, terreinbeheerders en overheid aan een gezamenlijke aanpak om ganzenschade te voorkomen en te beperken.

Vanwege de aanwezigheid van veel natte natuur en met meer dan genoeg voedsel, zoals de eiwitrijke graslanden en andere land- en tuinbouwgewassen, hebben vooral kol-, brand- en grauwe ganzen het in Nederland bijzonder naar hun zin. Vooral in de lente eten ze het jonge, eiwitrijke gras en vertrappen en bevuilen ze het land. In Friesland, waar jaarlijks meer dan 700.000 winterganzen verblijven, zijn ze de grootste schadeveroorzakers.

In Gelderland is de Faunabeheereenheid Gelderland verantwoordelijk voor het beheer. In 2005 waren er nog 34.000 jaarrond verblijvende ganzen. In 2013 werden er al 118.000 geteld. De grauwe gans is de talrijkste soort met in 2013 ruim 98.000 exemplaren. Doel is dit aantal terug te brengen naar 30.000. In 2014 bedroeg de totale ganzenschade in Gelderland 1,5 miljoen euro. Schade aan grasland is de grootste kostenpost, met 90% van de totale schade. Het gaat daarbij niet alleen om vraatschade, maar ook om verslemping van de bodem en poep in het gras waardoor beweiding door koeien wordt belemmerd.

Boeren in Gelderland mogen zelf ganzen ‘verontrusten’. Bijvoorbeeld door met een hond of een voertuig het land in te gaan om de ganzen te verjagen. Ook kunnen ze vogelverschrikkers, neproofvogels, flitsmolens, knalapparaten, vogelafweerpistolen, geluidsgolven en schriklinten inzetten, maar menselijke aanwezigheid werkt het best. Nadeel van verontrusten is dat het slechts tijdelijk werkt. Bovendien wordt het probleem slechts verplaatst. Van het uitvoeren van inrichtingsmaatregelen, zoals aanpassing van de teelt, het plaatsen van rasters of het fluctueren van het waterpeil, zijn in Gelderland noch in Fryslân grootschalige successen bekend. Afschot blijkt zowel in Friesland als in Gelderland het meest effectief.

Afschot wel een leereffect op de ganzen. Ze onthouden het gevaar en keren minder snel terug. Een andere vorm van schadepreventie is het ontmoedigen van het broeden van ganzen. Daarvoor worden door jagers in het vroege voorjaar koppelvormende ganzen afgeschoten. Zelf kan de boer eieren behandelen door ze te schudden, te prikken of te dompelen in plantaardige olie, waardoor het embryo zich niet verder ontwikkelt. Beperking is hierbij wel dat dit niet in natuurgebieden kan; daar zijn de terreinbeheerders verantwoordelijk.

Nederland heeft een Europese verplichting om trekganzen opvang te bieden in rustgebieden. Friesland heeft daarvoor al in 2007 foerageergebieden aangewezen, in totaal 36.000 hectare. In deze foerageergebieden mogen de ganzen volop vreten. Daarbuiten worden ze bejaagd, in de hoop dat ze kiezen voor de foerageergebieden. Volgend jaar wordt de Fries aanpak geëvalueerd. Gelderland heeft nog geen definitieve rustgebieden aangewezen, maar zal dat nog voor de komende winter doen.

bron: BIJ12 Faunafonds, 22/10/15

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk