Jachtopleiding Nederland

Jagen-in-nederland-kopje

 

Om in Nederland te mogen jagen of schadebestrijding met een wapen dient de jager in het bezit te zijn van een jachtakte

Jachtakte NederlandDeze wordt verstrekt als aan vier voorwaarden is voldaan.

De aspirant-jager moet in het bezit zijn van het jachtdiploma;

  • een WA-verzekering voor de jacht hebben afgesloten;
  • van onbesproken gedrag zijn en;
  • hij moet aantonen te kunnen jagen op een terrein van minimaal veertig aaneengesloten hectaren

* voor buitenlanders zie ook “de aanvraagprocedure voor een Nederlandse jachtakte voor buitenlanders”Deze voorwaarden maken de route tot de uiteindelijke jacht een relatief kostbaar en tijdrovend traject.

Inhoud cursus Jacht & Faunabeheer

De cursus Jacht & Faunabeheer bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte. Beide delen sluiten nauw op elkaar aan. In het theoretische gedeelte gaat het op de eerste plaats om de basiskennis die noodzakelijk is om op een verantwoorde manier deel te kunnen nemen aan de jacht. In het praktijkgedeelte wordt ruim aandacht besteed aan het vaardig, maar bovenal veilig omgaan met een vuurwapen.

Een in heldere taal geschreven cursusboek met duidelijke illustraties, waarvan vele in kleur, vormt de basis van de cursus. Het cursusmateriaal ontvangt u in een fraai uitgevoerde opbergmap.

Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste aspecten die in het cursusboek aan de orde komen.

  • Watervogels
  • Haarwild en andere kleine zoogdieren
  • Veerwild en andere vogels
  • Grote hoefdieren
  • Dierziekten
  • Ecologie
  • Landbouw
  • Faunaschade
  • Jachtveldkennis en -beheer
  • Wildbeheereenheden
  • Wet- en regelgeving
  • GedragsregelsJachtmethoden en verzorging geschoten dieren
  • Wapens en munitie
  • Jachthonden

Theorie

De onderwerpen uit het cursusboek worden op twaalf theorie-avonden behandeld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van dia’s. De bijeenkomsten worden vanaf begin november gemiddeld één keer per twee weken gehouden. In vrijwel elke provincie is er ten minste één cursusplaats. U hoeft dus niet ver te reizen. Naast het bijwonen van de cursusavonden dient u rekening te houden met enkele uren thuisstudie per week

Praktijk

Het praktijkgedeelte bestaat uit de volgende drie onderdelen:

  • Vaardigheid met het hagelgeweer

Op de daarvoor aangewezen schietbanen leren gediplomeerde en zeer ervaren instructeurs u op kleiduiven te schieten met een hagelgeweer. Daarbij wordt u natuurlijk ook geleerd hoe u het geweer veilig moet hanteren.

De instructies vinden voornamelijk plaats op zaterdag. Op de meeste schietbanen zijn echter ook instructies door de week mogelijk.

  • Vaardigheid met de kogelbuks

Op de daarvoor aangewezen schietbanen leren gediplomeerde en ervaren instructeurs u schieten met een groot kaliberbuks. Vanzelfsprekend wordt ruim aandacht besteed aan het veilig omgaan met de buks.

De lessen vinden voornamelijk op zaterdag plaats. Op de meeste schietbanen zijn echter ook instructies door de week mogelijk.

  • Jachtpraktijk Veilig en weidelijk gedrag op jacht is zéér belangrijk!

Om u dit duidelijk te maken, worden op speciale oefendagen onder andere een voor-de-voetjacht en een drijfjacht nagebootst. Ook moet u uit oogpunt van veiligheid en weidelijkheid kunnen beoordelen of er al dan niet met een hagelgeweer kan en mag worden geschoten.

Bij alle drie praktijkonderdelen zijn geweren op de schietbaan aanwezig.

Lijst erkende schietbanen, Bekijk de schietbanenlijst

Cursuspaspoort

Bij aanvang van de cursus ontvangt u een cursuspaspoort. Dit paspoort geldt als toegangsbewijs voor de cursusactiviteiten.

Intranet cursisten Cursisten die zijn ingeschreven voor de cursus Jacht & Faunabeheer hebben tijdens het cursusseizoen toegang tot het intranet van de SJN. Op het intranet kunt u als cursist o.a. oefenvragen maken en actuele gegevens vinden over cursus- en examenactiviteiten. Na afloop van het cursusseizoen vervallen automatisch uw gebruikersgegevens. Voor het intranet dient u in te loggen op de startpagina van de SJN.

Kosten cursus Jacht & Faunabeheer

Jaarlijks opent in juni de inschrijving voor de cursus die in november start.

Het lesgeld voor de SJN-cursus Jacht & Faunabeheer 2016/2017 bedraagt € 480,– incl. 21% b.t.w. U dient het lesgeld direct bij uw aanmelding te betalen. Pas na ontvangst van uw gegevens en van het lesgeld wordt u ingeschreven voor de cursus Jacht & Faunabeheer. Indien u zich aanmeldt voor de cursus en uw betaling is niet binnen zeven dagen ontvangen, dan vervalt automatisch uw reservering.

In het cursusgeld zijn niet begrepen de kosten van het praktijkgedeelte van de opleiding. U moet hierbij denken aan patronen, instructies, het gebruik van schietbanen en dergelijke. De hoogte van deze kosten is afhankelijk van het aantal praktijkinstructies dat u nodig heeft om het examenniveau te bereiken. U mag er echter van uitgaan, dat de minimale kosten ongeveer € 1.000,– bedragen. Ook voor het examen moet u apart betalen. In 2016 bedraagt het examengeld € 465,– incl. 21% b.t.w. voor het gehele examen (theorie én praktijk).

Locaties

De twaalf theorie-avonden van de SJN-cursus Jacht & Faunabeheer 2011/2012 worden in de onderstaande plaatsen gegeven (onder voorbehoud).In Biddinghuizen worden de theorielessen overdag gegeven op zes zaterdagen of zondagen (twee theorielessen per dag), waarbij u de mogelijkheid heeft de lessen af te wisselen met het volgen van schietinstructies.

Het theoriegedeelte van deze opleiding is niet zozeer moeilijk als wel zeer omvangrijk: het cursusboek bestaat uit ongeveer vijfhonderd pagina’s. De aandacht gaat uiteraard uit naar de verschillende al dan niet te bejagen diersoorten. Maar niet alleen de verschillende wildsoorten worden uitgebreid besproken. Er zijn ook hoofdstukken gewijd aan de flora- en faunawetgeving, jachthonden, wapens, ecologie en wildstand, wildziekten, landbouw, jachtbeheer, de verzorging van geschoten wild en gedragsregels.

De veelheid en variëteit aan informatie wordt verklaard in het voorwoord van het cursusboek.

,,Hij (de jager) zal in zijn wijze van faunabeheer de instandhouding/verbetering van de biotopen en het behoud van een zo gevarieerd mogelijke populatie als belangrijkste voorwaarden dienen te erkennen. Slechts dan kan naast het beheren en de zorg voor het leefgebied van het wild sprake zijn van verantwoord jagen”, aldus de voorzitter van Stichting Jachtopleidingen Nederland, A. Koops van ‘t Jagt.

De woorden van de voorzitter vinden herhaaldelijk hun weerslag in het cursusboek. Bij de meeste samenvattingen van de hoofdstukken wordt nogmaals herinnerd aan de verantwoordelijkheid van de jager voor het instandhouden van de biotopen. Daarnaast is het cursusboek voornamelijk een uitvoerige en droge opsomming van feiten en weetjes.

Een kleine opsomming van het hoofdstuk ‘waterwild’ geeft een indicatie wat de aanstaande jager wordt geacht te weten.

In 46 pagina’s wordt stilgestaan bij de verschillende soorten waterwild: vooral eenden en ganzen. Van elke soort worden gedetailleerd het uiterlijk, voorkomen, biotoop, en soms gedrag, voedsel, manier van voortplanting en verdere leefwijze beschreven. Het gaat hier lang niet altijd om soorten die normaliter in Nederland te zien zijn. Ook soorten die hier niet voorkomen of niet bejaagd mogen worden, worden beschreven. Zo zijn er alleen al 21 eendensoorten die (in vogelvlucht, dus van onderen) herkend dienen te worden aan uiterlijke eigenaardigheden. Het lesmateriaal resulteert in oefenstof als: noem zeven soorten zwemeenden of noem de ganzensoorten van het geslacht Branta.

De cursist wordt eveneens geacht goed met een wapen te kunnen omgaan. Dit wordt geoefend en geëxamineerd op de schietbaan. De cursist moet ten minste zes instructiedagen met het hagelgeweer hebben gevolgd en vier met de kogelbuks voordat hij praktijkexamen mag doen.

De cursus kent zijn eindpunt in het examen. Wie het diploma wil behalen dient twee multiple-choice theorie-examens goed af te leggen. Het praktijkexamen bestaat uit kleiduivenschieten (gehaald bij 18 uit 25 treffers), schieten met klein kaliber en de omgang met het wapen in een gefingeerde jachtsituatie. Minder dan 50 procent van de cursisten slaagt meteen de eerste keer voor het gehele examen.

Jachtsituaties schieten op vliegend wild

De derde voorwaarde, de beschikking hebben over een eigen terrein van minimaal 40 aaneengesloten hectares, is in Nederland niet zomaar te regelen. jachtveld akker in het gebied Veruit de meeste jagers hebben geen eigen (kostbaar) jachtveld. Er zijn verschillende mogelijkheden om toch aan de jachtakte te komen. Allereerst kan een jachtveld worden gepacht. De jager kan dat alleen doen of met anderen in een jachtcombinatie. Vooral jachtcombinaties komen veel voor. De vereiste minimale grootte van het jachtveld is gerelateerd aan het aantal personen in de combinatie. Met acht personen dient het veld minimaal 8 maal 40 hectare groot te zijn. De kosten van de pacht kunnen sterk verschillen. De een compenseert de boer met een aantal stuks geschoten wild. De ander betaalt, in het uiterste geval, ongeveer honderd gulden per hectare grond voor een contract van een jachtveld.

Daarnaast is de eigenaar/pachter van het jachtveld wettelijk verplicht tot het in standhouden van een redelijke wildstand en moet hij schade door wild aan landbouwgewassen zoveel mogelijk voorkomen. Het pachten van grond is overigens niet noodzakelijk. Ook is het mogelijk te worden uitgenodigd door een pachter of eigenaar van een jachtveld. Met deze schriftelijke uitnodiging kan eveneens de jachtakte (voor een jaar) worden aangevraagd.

Jachtexamen

In de nieuwe wet natuurbescherming die in de plaats komt van de huidige Flora- en Faunawet, zal in de examens voor de Jacht, beheer en schadebestrijding, het navolgende verlangt worden van de kandidaat jager;

Het examen bevat:

Paragraaf 1

voorzover het het gebruik van het geweer of het gebruik van jachtvogels betreft, een theoretisch en een praktisch gedeelte, en – voorzover het het gebruik van de eendenkooi betreft, een theoretisch ge-deelte.

Paragraaf 2

Het theoretische gedeelte van het examen voor het gebruik van het geweer toetst op:

  1. kennis van het wild, andere diersoorten die schade kunnen veroorzaken aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren en hierop gelijkende diersoorten;
  2. kennis van de leefomgeving van de in onderdeel a bedoelde diersoorten;
  3. kennis van het beheer van het wild;
  4. kennis van het beheer van het edelhert, de ree, het damhert en het wilde zwijn;
  5. kennis van de belangrijkste wettelijke voorschriften op het terrein van de jacht en de natuurbescherming;
  6. kennis van de belangrijkste wettelijke voorschriften over het voorhanden hebben van geweren en munitie;
  7. kennis van landbouw-, tuinbouw- en bosbouwgewassen die gevoelig zijn voor schade aangericht door de in onderdeel a bedoelde diersoorten, en de perioden gedurende het jaar waarin zich deze schade kan voordoen;
  8. kennis van de maatregelen die genomen kunnen worden om schade aan landbouw-, tuinbouw- en bosbouwgewassen aangericht door de in onderdeel a bedoelde diersoorten te voorkomen;
  9. kennis van het geweer, de daarbij gebezigde munitie en het gebruik van het geweer;
  10. kennis van de middelen, bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, onderdeel b tot en met h, en het gebruik van deze middelen;
  11. k. kennis van de jachtmethoden en van de verzorging van voor consumptie bestemde dieren en
  12. l. kennis van hetgeen een goed jager betaamt.

Paragraaf 3

Het praktische gedeelte van het examen voor het gebruik van het geweer toetst op schietvaardigheid en bekwaamheid in de omgang met vuurwapens, waarbij onderscheid gemaakt kan worden naar gelang van de aard van het gebruik van de munitie.

Paragraaf 4

Het theoretische gedeelte van het examen voor het gebruik van jachtvogels toetst op:

  1. kennis van het wild, andere diersoorten die schade kunnen veroorzaken aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren en hierop gelijkende diersoorten;
  2. kennis van de leefomgeving van de in onderdeel a bedoelde diersoorten;
  3. kennis van het beheer van het wild;
  4. kennis van de belangrijkste wettelijke voorschriften op het terrein van de jacht en de natuurbescherming;
  5. kennis van landbouw-, tuinbouw- en bosbouwgewassen die gevoelig zijn voor schade aangericht door de in onderdeel a bedoelde diersoorten, en de perioden gedurende het jaar waarin zich deze schade kan voordoen;
  6. kennis van de maatregelen die genomen kunnen worden om schade aan landbouw-, tuinbouw- en bosbouwgewassen aangericht door de in onderdeel a bedoelde diersoorten te voorkomen;
  7. kennis van de middelen, bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, onderdeel b tot en met h, en het gebruik van deze middelen;
  8. kennis van de jachtmethoden en van de verzorging van voor consumptie bestemde dieren en
  9. kennis van hetgeen een goed jager betaamt.

Paragraaf 5

Het praktische gedeelte van het examen voor het gebruik van jachtvogels toetst op bekwaamheid in de omgang met jachtvogels.

Paragraaf 6

Het theoretische gedeelte van het examen voor het gebruik van de eendenkooi toetst op:

  1. kennis van het wild, andere diersoorten die schade kunnen veroorzaken aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren en hierop gelijkende diersoorten;
  2. kennis van de leefomgeving van de in onderdeel a bedoelde diersoorten;
  3. kennis van het beheer van het wild; d. kennis van de belangrijkste wettelijke voorschriften op het terrein van de jacht en de natuurbescherming;
  4. kennis van de middelen, bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, onderdeel b tot en met h, en het gebruik van deze middelen;
  5. kennis van de jachtmethoden en van de verzorging van voor consumptie bestemde dieren en
  6. kennis van hetgeen een goed jager betaamt.

Hoe is dat nu geregeld met een afgelegd jachtexamen onder de oude Jachtwet, er zijn namelijk drie mogelijkheden:

  1. Wanneer u geen jachtexamen heeft gedaan en in de periode van 1-1-1978 tot 1-4-2002 een jachtakte heeft gehad, gebaseerd op de overgangsregeling van de Jachtwet (tussen 1974 en 1978 4 aktes) dan krijgt u ook onder de FF wet een jachtakte.
  2. Wanneer u met succes het jachtexamen onder de Jachtwet heeft afgelegd én tussen 1-1-1978 tot 1-4-2002 een jachtakte heeft gehad, blijft uw examen gewoon geldig
  3. Wanneer u het jachtexamen heeft gehaald en tussen 1-1-1978 tot 1-4-2002 géén jachtakte heeft gehad, bijvoorbeeld door verblijf in het buitenland, dan heeft u tot 1-10-2004 de tijd om nog een jachtakte aan te vragen (mits u ook aan de andere eisen van verzekering en jachtmogelijkheid voldoet).

Zou u na 1 oktober 2004 een akte willen aanvragen, dan moet u opnieuw examen doen. 4. Wanneer u in 2002 het jachtexamen heeft gehaald (Jachtwetexamen) dan heeft u ook tot 1-10-2004 de tijd om nog een jachtakte aan te vragen. Doet u dat niet, en zou u na 1 oktober 2004 een akte willen aanvragen, dan moet u ook opnieuw examen doen. Het jachtexamen van 2003 is geen Jachtwetexamen, maar het eerste Flora en faunawet examen

Als aan alle voorwaarden is voldaan en ook blijkt dat de aanvrager van onbesproken gedrag is (geen strafblad heeft), wordt de jachtakte verstrekt voor € 85,–. Dan mag de jager zich jager noemen.

Voor informatie:

Stichting Jachtopleidingen Nederland (SJN),

Amsterdamseweg 16, 3812 RS Amersfoort,

Tel:033 463 16 1 | Fax: 033-463 86 03 | E-mail: info@jachtopleiding.com

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk