Kosten van Duitse rechten voor jacht op grof wild geen a.b.-voordeel volgens Rechtbank

19-03-2015

Bij een controle bij de groepsvennootschappen waarvan DGA X middellijk aandeelhouder was, bleek dat een van de BV’s de uitgaven van een Duits jachtpachtrecht van € 8.761 voor haar rekening had genomen. Volgens de inspecteur was sprake van een uitdeling. Hij legde een navorderingsaanslag op met 25% boete.

X ging in beroep en stelde dat de jacht voor hem geen hobby was, maar een onderdeel van de bedrijfsvoering van de groepsvennootschappen, om nieuwe cliënten te werven en relaties te onderhouden. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vond dat X aannemelijk had gemaakt dat het jachtpachtrecht voor zakelijke doeleinden werd gebruikt, omdat X in Nederland een eigen jachtlocatie bezat waarvan de kosten door X zelf werden gedragen.

De Rechtbank vond het niet aannemelijk dat X daarnaast ook het jachtpachtrecht uitsluitend voor de bevrediging van zijn persoonlijke behoeften had aangeschaft. De inspecteur had het bedrag van € 8.761 volgens de Rechtbank ten onrechte belast als inkomen uit a.b. Op het hoger beroep van de inspecteur heeft Hof Den Bosch deze uitspraak bevestigd. Hoewel het Hof zich niet schaarde achter de overweging van de Rechtbank dat het geschoten wild in het eigen restaurant van één van de vennootschappen werd verkocht, vond het Hof het toch aannemelijk dat de ondernemingen van X profijt hadden gehad van de buitenlandse jachtactiviteiten.

Het Hof geloofde de verklaring van X dat het bedrijf was uitgegroeid mede door de door X geëntameerde jacht- en jachtgerelateerde activiteiten in het buitenland.

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk