Plaatsen van rasters voor beschermen weidevogels is effectief maar vraagt veel arbeid

Rasters om vossen te weren uit weidevogelgebieden lijken te werken. Aan het begin van het voorjaar werd in ten minste vier weidevogelreservaten in Fryslân een raster met stroomdraad geplaatst om de op broedsels beluste vossen te keren. In de Sweagermieden, de Heanmar, de Warkumerwaard en Skrins. Nu het broedseizoen er bijna op zit is de conclusie dat in geen van deze gebieden een vos kans heeft gezien de nesten te plunderen. In die zin is het experiment geslaagd. Over de vraag of dit middel structureel kan worden ingezet verschillen de meningen echter. Het plaatsen en onderhouden van het raster is erg arbeidsintensief.

 

Om bescherming aan jonge weidevogels te bieden moet de basis goed zijn, met een waterpeil dat hoog genoeg is en een vegetatie van kruidenrijk gras. En er mag pas laat worden gemaaid. Daarnaast is een goede samenwerking tussen natuurorganisaties, jagers en boeren van belang. In gebieden waar vorig jaar geen enkele jonge weidevogel groot werd, lukte dat dit jaar wel met inzet van de rasters.

Hoe het werkelijk staat met het aantal uitgevlogen jongen, is niet duidelijk. Onderzoekers van Rijksuniversiteit Groningen zijn nog niet klaar met hun inventarisaties. Los daarvan lijkt tijd en geld een struikelblok voor het ieder jaar weer plaatsen van een raster. Het onderhoud blijkt intensief en het valt tegen er continu stroom op te houden. En het raster moet ook weer worden weggehaald.

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk