Provinciale Staten Limburg hebben op 10 februari de Natuurvisie vastgesteld.

Op 10 februari werd in de Provinciale Staten van Limburg de ‘Natuurvisie’ vastgesteld zoals in de Wet natuurbescherming wordt verlangd van de provincies. Hierin worden de uitgangspunten voor het natuurbeleid en dus ook het beleid voor wat betreft de jacht, beheer en schadebestrijding in de provincie voor de komende jaren vastgesteld. De NOJG Regio Limburg heeft hier ook in overleg met de KNJV regio Limburg haar zienswijze hierover ingebracht. Zoals ook in de Wet natuurbescherming is aangegeven zijn de wildbeheereenheden zijn ook in de Natuurvisie van de provincie Limburg  een belangrijke partij voor het beheer van de faunasoorten conform het goedgekeurde Faunabeheerplan van de Faunabeheereenheid Limburg en in het beperken en evt.voorkomen van schade in hun werkgebieden.

De navolgende besluiten op de ingediende amendementen zijn in hierbij vastgesteld;

Provinciale Staten van Limburg;

gezien het voorstel van Gedeputeerde Staten van Limburg van 20 september 2016 inzake de vaststelling van de Natuurvisie Limburg 2016, met bijbehorende voorstellen tot wijziging en de ingediende zienswijzen, gelet op amendement 2 Plusquin en Brugman inzake maatschappelijke organisaties in bestuur faunabeheereenheid en amendement 4 gewijzigd Van Dommelen-Tegels c.s. inzake Patrijs,

besluiten:

  1. in te stemmen met de bestuurlijke standpunten ten aanzien van de ingediende zienswijzen, zoals geformuleerd in de Nota van zienswijzen;
  2. de patrijs toe te voegen aan de prioritaire lijst in bijlage 1 van de Natuurvisie zodat de patrijs nu en in de toekomst de bescherming krijgt die deze akkervogel nodig heeft;
  3. in de subparagraaf “De faunabeheerenheid” op pagina 61 in de zin “Er dienen twee vertegenwoordigers van deze organisaties in het bestuur zitting te hebben” het woord “twee” te vervangen door “drie”;
  4. de Natuurvisie Limburg 2016 vast te stellen met inachtneming van de voorgestelde wijzigingen in de Nota van zienswijzen;
  5. de beleidsnota: Natuurbeleid Natuurlijk Eenvoudig in te trekken.

Aldus vastgesteld door Provinciale Staten van Limburg in hun vergadering van 10 februari 2017.

  • Het voorkomen en vergoeden van wild- en faunaschade onder de verantwoordelijkheid van de provincie valt.
  • Effectief beheer hinder kan ondervinden van migrerende in het wild levende diersoorten die van aangrenzende terreinen afkomen.
  • Het beheer van de fauna alleen effectief kan plaatsvinden als er afstemming tussen grondeigenaren en hun aangrenzende buren plaatsvindt, zodat onnodige schade wordt voorkomen.
    • Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke grondeigenaren die beheersubsidie voor het natuurbeheer van hun gronden aan de provincie vragen, worden via de voorwaarden in de subsidiebeschikking verplicht hun faunabeheer af te stemmen met de aanliggende grondeigenaren op het niveau van de wildbeheereenheden.
  • De WBE’s lokaal de aangewezen organisaties zijn om deze afstemming te coördineren en te organiseren over het faunabeheer en de uitvoering van het faunabeheerplan v.w.b jacht, populatiebeheer en schadebestrijding hoofdstuk 3 van de Omgevingsverordening Natuur van de provincie geeft hierover het navolgende aan;

Paragraaf 3.5 Wildbeheereenheden Hoofdstuk 3 Omgevingsverordening Natuur.

Artikel 3.5.1 Eisen en begrenzing werkgebied

1. De zorg van een wildbeheereenheid strekt zich uit over een oppervlakte van ten minste 5000 hectare binnen de provincie Limburg; dit gebied is aaneengesloten.

2. Wildbeheereenheden die niet kunnen voldoen aan de in het eerste lid genoemde eisen gaan met betrekking tot de uitvoering van de wettelijke taken van de wildbeheereenheid een samenwerkingsovereenkomst aan met een naburige wildbeheereenheid, zodanig dat ze gezamenlijk voldoen aan deze eisen.

3. Het gebied waarover zich de zorg van een wildbeheereenheid uitstrekt, strekt zich niet uit tot het gebied waarover zich de zorg van een andere wildbeheereenheid uitstrekt. De wildbeheereenheid publiceert de begrenzing van het werkgebied op het internet, eventueel door tussenkomst van de faunabeheereenheid.

Artikel 3.5.2 Tijdelijke ontheffing eisen werkgebied

Gedeputeerde Staten kunnen – als overgangsmaatregel – ontheffing verlenen van de eisen in artikel 3.5.1, eerste lid.

Artikel 3.5.3 Gegevensverzameling

De wildbeheereenheid neemt, in het kader van het faunabeheerplan, deel aan trendtellingen van diersoorten, afschotregistratie en de registratie van dood gevonden dieren, voor het gehele gebied waarover zich de zorg van de wildbeheereenheid uitstrekt.

Artikel 3.5.4 Verplichte aansluiting jachthouders met een jachtakte

1. Jachthouders met een jachtakte van een jachtveld dat met het geweer bejaagbaar is, gelegen in het gebied waarover zich de zorg van een wildbeheereenheid uitstrekt, dienen lid te zijn van deze wildbeheereenheid.

2. Wildbeheereenheden bieden ook toegang tot het lidmaatschap aan grondgebruikers, terreinbeheerders, jachtaktehouders die geen jachthouder zijn en jachthouders zonder jachtakte.

3. Tot de grondgebruikers en beheerders, bedoeld in het tweede lid, worden in ieder geval gerekend:

  1. Stichting het Limburgs Landschap,
  2. Staatsbosbeheer,
  3. Vereniging Natuurmonumenten,
  4. Ark Natuurontwikkeling,
  5. de waterschappen en
  6. de gemeenten, voor zover deze belangen hebben binnen het werkgebied van de wildbeheereenheid.

4. De wildbeheereenheid voert ten minste eenmaal per jaar overleg met beheerders en grondgebruikers in het werkgebied, op initiatief van de wildbeheereenheid, waarbij het faunabeheer wordt afgestemd.

5. Van het overleg, bedoeld in het vierde lid, wordt een verslag gezonden aan de faunabeheereenheid.

Artikel 3.5.5 Beëindiging lidmaatschap WBE

Het lidmaatschap van een wildbeheereenheid kan door het bestuur van de wildbeheereenheid worden opgezegd of geweigerd wanneer het lid bij de uitoefening van de jacht niet handelt conform het faunabeheerplan, dit ter beoordeling van het bestuur van de wildbeheereenheid, gehoord het bestuur van de faunabeheereenheid.

Artikel 3.5.6 Geschillenregeling

De wildbeheereenheden stellen een gezamenlijke geschillenregeling in. Deze geschillenregeling voorziet in ieder geval in de behandeling van geschillen die voortkomen uit bestuursbesluiten zoals bedoeld in artikel 3.5.5 en de behandeling van geschillen welke voortvloeien uit het proces tot vorming van samenwerkingsverbanden zoals bedoeld in artikel.

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk