Reactie van de NOJG op uw voorlichtingsavond in Wirdum op 22 April, besluitenlijst FBE Friesland

Geachte heer Wouters,

In overleg met onze collega’s van de KJV en onze boerenpartnerorganisatie NMV, gehoord hebbende onze achterban en diverse ANV’s om natuurterreinen in Fryslan, stuur ik u hierbij onze formele reactie op uw voornemens en  besluiten.

  • Algemeen Protocol schade bestrijding.

Uit uw besluiten blijkt dat u afziet van het nastreven van vestiging van een Algemeen Protocol Schade Bestrijding met daarin nadere voorwaarden voor uitvoering van de verordening schade bestrijding dieren Fryslan 2014. Wij zijn blij met deze ontwikkeling die aangeeft dat uw FBE, de ontvangen inbreng vanuit de WBE’s en de daarvan lid zijnde agrariërs en hun jagers serieus heeft genomen. Uw FBE  heeft een duidelijk signaal ontvangen, dat bij zowel Jagersverenigingen als de WBE’s voor het afspreken van welke verdere bindende formele belemmering dan ook ten opzichte van de nu toegestane schade bestrijding rondom natuurgebieden en slaapplaatsen, geen draagvlak is.

Wij NOJG,  zijn van mening dat de Provinciale opdracht aan de FBE om dit protocol middels een bestuurlijke afhandeling in de FBE, met de Wbe ’s en jagersverenigingen, om draagvlak van hen te verkrijgen, u hiermee de verenigingen van jagers die jachthouderschap van hun grondgebruikers pachten, in een verkeerde positie brengt.

Ten opzichte van juist die grondgebruikers, die van onze professionele hulp bij schadebestrijding en faunabeheer afhankelijk zijn op hun terreinen naast natuurgebieden, van waar de zomerganzen overlast komt,  kunnen wij ons niet vinden in het via een dergelijk protocol bindend vastleggen van zoneringen en aanpassingen van jachttijden, die in de verordening niet zijn aangegeven, juist omdat daar tot op heden geen wettelijke basis voor aanwezig  is of op enigerlei wijze is aangetoond.

  • Slaapplaatsen en maatwerk bij schade bestrijding:

De wens , dat tussen jagersverenigingen en natuurbeheerders afspraken moeten worden gemaakt over een moratorium op verjaging en afschot binnen 500 meter van slaapplaatsen van ganzen en waterwild, zoals in de verordening is gesteld,  heeft geen enkele kracht van wet, omdat die juridische onderbouwing ervoor niet bestaat of niet gegeven is.

Uw (FBE) gedachte om in de verordening te laten vastleggen om rond de slaapplaatsen in de winter een uur later aan te vangen met schadebestrijding en een uur eerder daarmee op te houden is  voor ons niet acceptabel , gezien het feit dat uw FBE wederom een verslechtering van de mogelijkheden voor schadebestrijding eenzijdig wil opleggen aan boeren en jagers,  terwijl er voor die noodzaak geen enkele onderbouwing is en het wettelijk kader voor aantasting tot het recht op schadebestrijding, wat uw provincie al decennia heeft vergunt, volledig ontbreekt.

Dit is een voorgenomen inbreuk op het recht van de grondgebruiker en het bestaand gebruik en wij adviseren eerst de IHD van betreffende natuurgebieden te raadplegen, waarbij deze situatie nog nimmer tot deze discussie heeft geleid, en zeker niet actueel is ten opzichte van de nog steeds toenemende zomerganzen schade en toenemende aantallen migrerende ganzen die daar rust en opvang, maar geen voedsel geboden wordt.

Wij zijn bovendien van mening, dat dergelijke besluiten niet zo maar in een niet voor bezwaar en beroep openstaande procedure moeten worden genomen en dat het volharden van dergelijke dwang toepassing vanuit de FBE en daarin vertegenwoordigde belangen groepen, uitsluitend gevestigd is op ideële gronden,  en dit alleen maar tot een verdere verscherping van de verhoudingen tussen boeren en TBO’s zal zorgen.

De FBE heeft de taak om coördineren en initiërend op te treden in het Faunabeheer, en de provincie op beleidsgebied te adviseren, ook namens de door ons  vertegenwoordigde jagers en boeren,  en wij constateren dat onze professionele inbreng stelselmatig wordt genegeerd in uw interne discussie binnen de FBE, en dat aan onze technisch onderbouwde argumenten en verwijzingen naar de wettelijke kaders en dat onze wensen en belangen bij het bepalen van uw beleidsrichting tot dusver geen of weinig aandacht wordt gegeven.

  • De genoemde oplossingsrichting om via maatwerk bijvoorbeeld op schootsafstand van de grens van natuurterrein lokaal terughoudendheid af te spreken voor wat betreft afschot op bij zonsopgang nog  opstijgende ganzen is zeker  interessant.

Het geeft voor ons aan dat de FBE onze bereidheid ter harte genomen heeft om in een goede buurverhouding oplossingen te bereiken in wederzijds, GELIJKWAARDIG  overleg op lokaal natuurterrein niveau, dan door bij elk incident zoals eind oktober 2014 is gebeurt, tot escalerende maatregelen over te willen gaan .

Wij als NOJG willen graag naast onze WBE’s,  dat gesprek via deelname van onze lokale bestuurders en onze grondgebruikers waar wij jagen, ondersteunen. Wij hopen zo mee te kunnen werken aan een duurzame oplossing die, door het nu bestaand overwicht vanuit strategieën van de natuurbeschermingsorganisaties, niet ontaard in een precedentwerking op de bestemming van omringende boerenbedrijven, hun eigendomsrecht of onnodige algemene belemmering van voorheen afdoende vastgelegd beleid voor schadebestrijding middels afschot en faunabeheer ingrepen  in de verordening schade bestrijding Fryslan 2014 en de wet.

  • Natura 2000 en maatwerk bij schade bestrijding.

Wij verwijzen naar onze invalshoek ten aanzien van ambities voor instellen van zonering gericht op het ontzien van overnachtende ganzen op slaapplaatsen . Het is gezien de telkens toenemende ganzen populaties binnen die gebieden, tot ver boven hun DRAAGKRACHT conform de Habitatrichtlijn, en de al decennia uitgeoefende jacht en het recht op schadebestrijding als bestaand gebruik op ongebonden agrarische gronden rondom natura 2000 gebieden uiterst ongeloofwaardig om nu ineens als FBE met de mededeling te komen dat er externe werking zou bestaan.

Dat is pertinent een verkeerde bewering: De MOGELIJKHEID voor het vestigen van een externe werking is gegeven in de natuurbeschermingswet 1992.  Allereerst moet de aanwijzingsbeschikking per gebied worden geconsulteerd wat er in is aangegeven welke schadelijke zaken voor de instandhoudiungsdoelstellingen BINNEN het gebied zouden kunnen voorkomen en daardoor dus bij uitstek vergunningplichtig zijn. Vervolgens is externe werking mogelijk

Indien onweerlegbaar kan worden aangetoond dat activiteiten erbuiten die doelstellingen in gevaar brengen of meetbaar aantasten, zoals ammoniak depositie en of waterpeil veranderingen. De overheid tracht bij conflictsituaties telkens autoritair optreden te vermijden omdat zij extremiteiten in het gebruik van de gegeven mogelijkheden in de natuurbeschermingswet wil voorkomen om enig maatschappelijk draagvlak voor natuurbeleid te behouden bij omringende economische activiteiten.

Wij wijzen erop dat over het algemeen de reeds decennia lang toegestane schadebestrijding en jacht rondom natuurgebieden, waarin ganzen worden opgevangen of worden gedoogd, nooit heeft geleid tot enige aantasting van de gestelde doelen. Integendeel, de ganzenpopulaties en toestroom van trekganzen groeien ondanks alle jacht en beheer acties juist door het volledig gebrek aan adequaat faunabeheer binnen Natura 2000 gebieden zo uitbundig, dat er een economische probleem stelling dreigt inzake schade aan omringende agrarische bedrijven, die de overheid niet meer kan financieren.

Ook is het zo dat in de nieuwe wet natuurbescherming van ALLE jachthouders, ook dus van de TBO’s wordt verwacht dat zij de fauna beheren en monitoren en deze resultaten vastleggen in bijvoorbeeld het FRS, zodat op grond daarvan, zij hun faunabeheer of gebrek eraan kunnen verantwoorden, net als door jagers en hun boeren, als jachthouders al decennia lang gedaan wordt en hen nu wettelijk als voorwaarde voor faunabeheer en schadebestrijding  wordt opgelegd. TBO’s zowel als Provincie en ook gemeentes zijn allen jachthouders en dienen zich conform te organiseren en te gedragen om hun beleid te rechtvaardigen.

Wij vinden het in het licht van bovenstaande realiteit onverstandig als de TBO’s voort gaan op de weg om door oneigenlijk gebruik van een clausule in de Natuurbeschermingswet via de FBE , die geacht wordt alle belangen te dienen en te wegen, hun doelen ten aanzien van rust voor op te vangen ganzen te bereiken, door het eenzijdig opleggen van dwang.

Wij zijn het daarom ook niet eens met het besteden van geld door de FBE, om dit streven te financieren en suggereren dat de TBO’s hun eigen verantwoordelijkheid nemen en hun beleid en uitvoering zelf financieren uit, daarvoor aan hen ruimhartig verstrekte subsidies en inkomsten.

Wij zijn het niet eens met uw voorstel FBE fondsen voor een duidelijk eenzijdige belangen behartiging te gebruiken, in plaats die toe te passen in een breder draagvlak voor uw beleid en besluiten zoals een GAK.

Hetgeen gezegd is over de sympathie voor uw invalshoek om te faciliteren dat er als  tussen de buren (boeren, jagers en TBO’s) tot oplossingen wordt gekomen, steunen wij ook op dit gebied en op dit onderwerp. Daarvoor dienen de TBO’s zich wel op gelijkwaardige wijze te verstaan met omringende grondgebruikers en zelf ook hun verantwoordelijkheid te nemen en te financieren, dat waar nodig fauna beheermaatregelen getroffen moeten worden. Wij vinden het ongepast enerzijds te willen verdienen aan het reewildbeheer (alg. belang) of verpachting van jachtrechten en anderszijds de uitoefening ervan in omringende gebied te willen belemmeren op eigen regie van motivatie.

Om te garanderen dat de discussie ook evenwichtig verloopt en de lokale mensen niet door de organisaties worden overlopen, zullen wij ook hier graag lokaal meehelpen, die overleggen op een wederzijds productieve wijze te laten verlopen.

  • Onderling vervanging jagers, collectieve verjaging acties:

Reeds eerder hebben wij aangegeven dat ook deze vereisten een nieuw ingebracht novum zijn, die niet uit praktijkproblemen voortkomt maar uit de ambitie dat jagers voor de FBE of voor de provincie of voor andere belanghebbenden zouden moeten werken en aan hen verantwoording moeten afleggen.  Dit is een misverstand. Jagers werken voor hun grondgebruikers, die hen inzet voor faunabeheer en schadebestrijding zoals ook straks in de nieuwe wet Natuurbescherming wordt vastgelegd. Natuurlijk moeten deze zich daarbij aan de wet houden zoals het hoort.

Er is de mogelijkheid om een grote aantal jagers een grondgebruikers verklaring te geven, naast het gepacht recht op de jacht op jachtwild soorten. Meestal zijn er wel 3 tot 4 anderen daardoor gemachtigd op boerenland schadebestrijding te plegen. Wij wachten op die grondgebruikers verklaringen van de aangrenzende gronden van de natuurorganisaties, dat verkrijgen hiervan, de positie te commentariëren op de inzet en desgewenst andere jagers voor schadebestrijding en afschot van ganzen aan te trekken.

Die rol vervullen wij graag en deskundig voor hen, maar dan wel voor een grondgebruiker, die ons ook de jacht gunt en die ruimte maakt voor schadebestrijding en beheer, zoals dat ook in de habitatrichtlijn en de biodiversiteitsdoelen wordt nagestreefd. Dit Gebaseerd op DRAAGVLAK van de betreffende doelstellingen van de grondgebruiker, waarbij wij ons ook uitstekend in de beheer doelen en denkwereld van onze buur TBO’s kunnen verplaatsen. Wij hopen dat in lokaal overleg te kunnen aantonen.

  • Tenslotte willen wij u samen met onze zuster organisatie NMV en de KJV zelf nogmaals verzoeken een GAK op te richten.

Dit levert u een bredere basis uit de boeren en jagerswereld en lokale natuurverenigingen en TBO‘s erin vertegenwoordigd voor behandeling en voorbereiding van  efficiënt, praktisch haalbaar , en snel uitvoerbaar beleid en dat te financieren met het geld wat u NIET aan onderzoek naar TBO doelen besteed.

Wij vinden het een slechte situatie en inconsequent, dat in Fryslan zoveel mogelijk gestreefd wordt een G7 structuur te volgen waar volgens ons ook GAK’s automatisch deel van dienen uit te maken, en u denkt deze niet nodig te hebben wegens “complicering en vertragingen”.

Wij zijn van mening dat de afgelopen wrijvingen en wederzijdse teleurstellingen, juist het beleid afremmen in plaats van bevorderen, dit komt door het afwezig zijn van dit GAK overleg en het eenzijdig inzetten op beleid zonder breed draagvlak . Met betrekking tot het draagvlak voor uw afgelopen besluitvorming, denken wij dat dit op de huidige werkwijze, ondanks uw persoonlijke inspanningen als voorzitter, niet goed tot zijn recht komt omdat wij vanuit onze grondgebruikers op geen manier hebben teruggekregen, dat de agrarische stem in uw orgaan goed doorkomt. Wij hopen er op dat u binnen uw orgaan een heroverweging wilt doen en uw focus op zoneringen en externe werking op boerenland om natuurgebied wilt aanpassen aan de realiteit en de wet.

Graag tot nadere toelichting bereid,

Hoogachtend,

Namens het bestuur van de NOJG Fryslan/NOP,

En onze collega’s van de NMV, met wie wij samen werken,

P.M.A.van Kempen,

Fauna beheer adviseur, Ganzen.

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk