Artikel 3.28 WNB (jachtakte)

  1. De jachtakte wordt verleend door de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
  2. De jachtakte wordt uitsluitend verleend indien de aanvrager:
    1. met gunstig gevolg een jachtexamen heeft afgelegd dat is erkend door Onze Minister, of dat is erkend door de bevoegde autoriteit van een andere staat en door Onze Minister als gelijkwaardig aan door hem erkende jachtexamens is aangemerkt;
    2. de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt;
    3. jachthouder is van een jachtveld dat voldoet aan de regels gesteld krachtens artikel 3.26, eerste lid, onderdeel b, en lid is van de wildbeheer- eenheid waarbinnen zijn jachtveld is gelegen, of toestemming heeft van een dergelijke jachthouder tot uitoefening van de jacht in diens jachtveld, en
    4. een geldig bewijs van de verzekering, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel c, heeft overgelegd.
  3. De jachtakte wordt geweigerd indien:
    1. er grond is om aan te nemen dat de aanvrager van de bevoegdheid een geweer en munitie voorhanden te hebben, van de bevoegdheid om de jacht uit te oefenen, of van de hem toekomende bevoegdheden in het kader van beheer en schadebestrijding als bedoeld in paragraaf 3.4 misbruik zal maken, of zodanig gebruik zal maken dat hij een gevaar voor zichzelf, de openbare orde of de veiligheid kan gaan vormen;
    2. er grond is om aan te nemen dat de aanvrager nalatig zal zijn te doen wat een goed jager betaamt bij de uitoefening van de jacht;
    3. aan de aanvrager de bevoegdheid om de jacht uit te oefenen is ontzegd bij een rechterlijke uitspraak die voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, en de tijd waarvoor die bevoegdheid is ontzegd nog niet is verstreken, of
    4. de aanvrager in de twee jaar voorafgaande aan het verzoek tot het verkrijgen van een jachtakte wegens één der bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten, dan wel wegens een feit dat strafbaar is gesteld bij de Wet op de dierenbescherming dan wel de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, voor zover het gedragingen als bedoeld hoofdstuk III van die wet betreft, is veroordeeld of indien tegen hem deswege een strafbeschikking is uitgevaardigd.
  4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld waaraan het jachtexamen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, moet voldoen om door Onze Minister te worden erkend.
  5. In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, kan degene die geen woonplaats in Nederland heeft een jachtakte verkrijgen die geldig is gedurende zes opeenvolgende in de vergunning vermelde dagen.
  6. Een jachtakte als bedoeld in het vijfde lid:
    1. wordt uitsluitend verleend indien de aanvrager genoegzaam aantoont dat hij gerechtigd is de jacht uit te oefenen in het land waarin hij zijn woon- of verblijfplaats heeft, en is uitsluitend van toepassing indien de houder zich bevindt in gezelschap van een in Nederland woonachtige houder van een geldige jachtakte.
  7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de aanvraag, duur, geldigheid en intrekking van de jachtakte. Bij ministeriële regeling wordt het model van de jachtakte vastgesteld.
Print Friendly

Reageren is niet mogelijk