Art 3.27 en Art 3.28 Besluit Wnb – Administratie, merktekens en plaatsen van in- en uitvoer

Artikel 3.27

  1. Degene die een levend gefokt dier of een levende gekweekte plant onder zich heeft, houdt een administratie bij met betrekking tot dat dier of die plant, indien het dier of de plant behoort tot:
    1. de soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn;
    2. de soorten, genoemd in bijlage A bij verordening n 338/97, met uitzondering van de in bijlage VIII bij verordening nr. 865/2006 genoemde diersoorten en de hybriden daarvan;
    3. de diersoorten, genoemd in bijlage B bij verordening nr. 338/97, met uitzondering van:
      1. gefokte vogels, die van een gesloten pootring zijn voorzien, en
      2. de soorten, genoemd in bijlage 2 bij dit besluit, of
    4. de kunstmatig gekweekte hybriden van niet van een annotatie voorziene soorten genoemd in bijlage A bij verordening n 338/97, voor zover voor die soorten een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 17 van verordening nr. 865/2006 is afgegeven.
  2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de administratie, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op:
    1. de gegevens die worden geadministreerd;
    2. de wijze waarop de administratie wordt bijgehouden, en c. de bewaartermijn van de administratie
  3. Degene die een administratie als bedoeld in het eerste lid bijhoudt, verschaft desgevraagd inzage in die administratie aan in en op grond van artikel 7.1 van de wet aangewezen ambtenaren.

Artikel 3.28

  1. Een ieder die een vogel van een soort als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn of genoemd in bijlage A bij verordening n 338/97 fokt, voorziet de vogel van een gesloten pootring.
  2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van vogels van de soorten, genoemd in bijlage X bij verordening n 865/2006.
  3. De gesloten pootringen, bedoeld in het eerste lid, worden uitgereikt door Onze Minister.
  4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de pootringen.

Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op:

  1. de kenmerken van de pootringen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden naar vogelsoort, en
  2. de wijze waarop de gesloten pootringen dienen te worden aangevraagd

5. In afwijking van het derde lid, kunnen bij ministeriële regeling rechtspersoonlijkheid bezittende organisaties worden aangewezen die belast zijn met                    de taak om pootringen uit te geven.

  1. Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het vijfde lid, kan worden bepaald dat:
    1. de aangewezen organisaties een administratie bijhouden op een bij de ministeriële regeling te bepalen wijze, en
    2. de aangewezen organisaties informatie verstrekken aan Onze Minister op een bij de ministeriële regeling te bepalen wi
Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk