Provinciale bevoegdheden v.w.b. faunabeheer en faunaschade in wet Natuurbescherming

Wildschade door dassen

Decentralisatie:

  • Flora- en faunawet (2002): provincie bevoegd voor goedkeuring faunabeheerplannen, ontheffing verlening en vrijstellingen, aanwijzingen faunabeheer
  • Evaluatie natuurwetgeving (2008): breng ook de taken van het Faunafonds onder bij de provincies
  • Natuurakkoord (2011) en Natuurpact (2013): provincies breed bevoegd voor natuur, uitvoeringsmiddelen in het provinciefonds
  • Wet natuurbescherming (2016): decentralisatie bij wet geregeld

Wetgevingsproces:

  • Voorstel Wet natuurbescherming aangenomen in de Tweede Kamer, met veel aandacht voor jacht
  • Eerste Kamer: behandeling voorzien voor de jaarwisseling 2016
  • Algemene maatregel van bestuur en Ministeriële regeling in voorbereiding en besproken met stakeholders officiële inspraak november 2016.
  • Provincies bereiden provinciale natuurvisie en verordeningen voor realisatie voor 1 maart 2017
  • Inwerkingtreding waarschijnlijk op 1 juli 2017
  • Ontheffingen en Faunabeheerplannen die onder de FFw zijn goedgekeurd blijven van kracht.(overgangsregeling art 9.7 Wet natuurbescherming)
  • Opnemen jacht en uitvoering landelijke vrijstellingen in het nieuwe Faunabeheerplan en nieuwe statuten Fbe en vertegenwoordiging maatschappelijke organisaties hierin en dus nieuw bestuur Fbe en de goedkeuring hiervan dienen zo snel mogelijk gerealiseerd te worden (1 juli 2016), zodat schadebestrijding, beheer en de jacht mogelijk blijft in 2016.

Versterken samenhang

  • De provincie stelt regels in haar verordeningen aan de gehele keten in samenhang: faunabeheer en tegemoetkomingen bij schade, beheer en schadebestrijding van exoten en verwilderde diersoorten.
  • Toestemming beheer en schadebestrijding en jacht toestaan in de Natura-2000 gebieden opnemen in beheerplannen van deze gebieden of ontheffing voor NB-wet vergunning hiervoor mogelijk maken.
  • In het wetsvoorstel:
    • verplicht lidmaatschap jachthouder van de wildbeheereenheid (art 3.14 lid 1 Wnb) en
    • verplichte verstrekking van gegevens door jachthouders aan faunabeheereenheden (art 3.13 lid 1 Wnb)
    • faunabeheerplan is kader stellend voor alle faunabeheer, inclusief jacht, beheer en schadebestrijding d.m.v. de landelijke vrijstellingen (art 3.12 Wnb)
    • verplichting faunabeheereenheden om gegevens openbaar te maken (art 3.13 lid 2 WnB)
  • Daarnaast: verplichte verbreding van het bestuur van de faunabeheereenheid met vertegenwoordiging van maatschappelijke organisaties die het doel behartigen van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren in de regio(art 3.12 lid 2 Wnb – eisen aan bestuur Fbe)

Faunabeheereenheden

  • vereiste goedkeuring Faunabeheerplan(nen) door GS, goedkeuring hiervan is vatbaar voor beroep en bezwaar.
  • Nieuwe statuten Fbe’s , waarin verplichting faunabeheereenheid is opgenomen om eerst de Wildbeheereenheden te horen voor vaststellen van het Faunabeheerplan (art 3.12 lid 6 Wnb)
  • Het wetsvoorstel eist dat Provinciale Staten regels stellen ten aanzien van de vertegenwoordiging van maatschappelijke organisaties die het doel behartigen van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren in de regio (art 3.12 lid 2 Wnb – eisen aan bestuur Fbe)

Wildbeheereenheden:

  • De rechtsvorm van een wildbeheereenheid dient nu een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging te zijn (art 3.14 lid 1 Wnb)
  • Taak wildbeheereenheid is nu vastgelegd in Wet natuurbescherming; de uitvoering van het door de faunabeheereenheid vastgestelde faunabeheerplan en om te bevorderen dat een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren, bestrijding van schadeveroorzakende dieren en jacht worden uitgevoerd in samenwerking met en ten dienste van grondgebruikers of terreinbeheerders.
  • Provinciale Staten moeten regels stellen over de omvang van het werkgebied
  • Verplicht lidmaatschap Wbe van jachthouder met jachtakte (art 3.14 lid 1 Wnb) geeft het bestuur van de wildbeheereenheid een grote verantwoordelijkheid: bij weigering lidmaatschap geen jachtakte jachthouder!
  • Ook grondgebruikers en terreinbeheerders kunnen lid worden van de vereniging Wbe.(art 3.14 lid 1 Wnb)
  • Provincie dient regels te stellen voor de uitzonderingen op het verplichte lidmaatschap van de Wbe en volgens NOJG ook de regels waaraan het lid moet voldoen van een Wbe, zodat een lid niet zomaar geweigerd kan worden, uitgangspunt is immers de jachtrechten op basis van eigendom of huur en het lidmaatschap Wbe is om de samenwerking te bevorderen voor het gehele werkgebied van de Wbe.
  • De wildbeheereenheid is het platform voor lokaal overleg over de jacht, beheer en schadepreventie en–bestrijding.
  • Wildbeheereenheden dienen gehoord en inspraak te hebben voor het vaststellen van het faunabeheerplan door de faunabeheereenheid. (art 3.12 lid 6 Wnb)
  • Alle natuurbeheerders dienen als jachthouder lid van de wildbeheereenheid te zijn en de zelfde verplichtingen opgelegd te krijgen , gebiedsdekkend jacht, beheer en schadebestrijding is en moet het uitgangspunt zijn, nu ook alle jachthouders met het geweer zich dienen aan te sluiten. Ook de gegevens verzameling die hiervoor nodig is, naar aantallen en soort en de afschot rapportage zoals verlang in art 3.13 Wnb Dit is echter aan de provincie om dit te bepalen in haar natuurvisie en omgevingsverordening. (art 3.14 lid 2 Wnb)

Faunabeheerplannen:

  • De faunabeheereenheden  zijn verplicht om faunabeheerplannen vast te stellen, waarin verplicht wordt dat populatiebeheer, schade- en overlastbestrijding en de jacht op de wildsoorten conform het faunabeheerplan wordt uitgevoerd. Huidige regels gaan met name over het bepalen van een wenselijke stand van diersoorten aan de hand van trendtellingen en schadehistorie: planmatig beheer.
  • Wildbeheereenheden dienen gehoord en inspraak te hebben voor het vaststellen van het faunabeheerplan.
  • Het faunabeheerplan moet passende en effectieve middelen bevatten voor een goede uitvoering van jacht en ter voorkoming en bestrijden van schade op basis de landelijke vrijstellingen en de provinciale ontheffingen en aanwijzingen.

Vrijstellingen:

  • De minister van EZ bepaalt de vrijstelling van de landelijk vrijgestelde diersoorten zoals aangegeven in art 3.15  en 3.16 Wnb en in art 3.1 besluit Wnb
  • Provincie dient zoveel mogelijk gebruik te maken van haar omgevingsverordeningen om zodoende een robuuste wetgeving mogelijk te maken, deze zijn niet ontvankelijk voor beroep en bezwaar, waardoor haar Natuurvisie en de uitvoering hiervan niet gewijzigd c.q. gefrustreerd wordt
  • In de huidige situatie wordt beperkt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om provinciale vrijstellingen te verlenen. (geen vergoeding bij schade)
  • de Wet natuurbescherming gaat uit van vrijstelling bij schadebestrijding en ook van een grotere inzet hiervan op basis van de omgevingsverordening, goedkeuring door GS, gemakkelijker uitvoering (lastenverlichting) geen beroep en bezwaar mogelijk
  • Middelen, methoden en installaties voor het vangen en doden van dieren, dienen effectief en selectief te zijn , hierin een onderscheid te maken in middelen die vangen en doden en die ondersteunend zijn en waarbij ook moderne middelen zoals elektronische als mechanische middelen worden toegestaan bij de uitvoering. zie art 3.9 Besluit Wnb
  • Ontheffing bij populatiebeheer, dus voor het beperken van de omvang van de populaties.
  • Overlast is nieuw belang om in te grijpen in stand, door gemeenten een vrijstelling door de Minister EZ of de provincie te verlenen binnen de bebouwde kom voor overlast situaties van steenmarters, meeuwen etc.), die behoorlijk wat schade aanrichten (art 3.16 Wnb)

Faunaschade in 2017:

  • De beleidstaken van het Faunafonds zijn gedecentraliseerd en overgedragen aan de provincies namens hen uitgevoerd door (BIJ12, unit faunafonds), met behandelbedrag en gelijke regels in heel NL.
  • Provincie dient eigen afweging te maken bij schade vergoedingen en dient er volgens ons ook voor zorg te dragen dat er een duidelijk beeld is van de werkelijke schade, dus zoveel mogelijk alles melden ook de schade aan de flora en fauna, door de grondgebruikers en Wbe’s
  • Faunaschaderegistratie systeem dient gebruiksvriendelijk te zijn zodat dit gemakkelijk gebruikt kan worden door iedereen, evt. een centraal meldpunt.
  • Ondersteuning van de Wbe’s in gebruik preventieve middelen?
  • Algemene uitgangspunten voor tegemoetkoming van schade dient alleen het eigen risico per bedrijf van € 250,- per jaar te zijn
    • € 300,– administratiekosten en behandelkosten voor de schadetaxatie, worden per provincie zelfstandig bepaald.
    • ,
    • de uitvoerende taken van de Unit Faunafonds van BIJ12 blijven intact. De unit Faunafonds blijft voor agrariërs het aanspreekpunt voor tegemoetkomingen,
    • er komt een Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade. Deze heeft tot taak gevraagd en ongevraagd te:
      • adviseren aan de provincies over het voorkomen en bestrijden van faunaschade en het toe te passen instrumentarium daarbij,
      • adviseren over onderzoeksresultaten om faunaschade te voorkomen en te bestrijden,
      • faciliteren in het kader van haar adviestaak van het maatschappelijke debat,
    • er blijft budget beschikbaar voor onderzoek naar voorkomen en bestrijden van schade,
    • er komt een jaarlijks symposium voor onder andere faunabeheereenheden en provincies.

    Heeft u vragen? Neem dan tijdig contact op met het Faunafonds via het algemene telefoonnummer van BIJ12: 085 – 486 22 22 of infofaunafonds@bij12.nl.

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk