Tweede Nationale surveillance reeën 2016-2017 DWHC

16 november 2016

Het nationale onderzoek naar ziekteverwekkers in reeënbloed wordt in 2016-2017 herhaald. In 2009-2010 was de eerste nationale surveillance onder reeën, waarbij het DWHC reeënbloed verzamelde. Het doel van een surveillance is het signaleren van ziekteverwekkers die belangrijk zijn uit oogpunt van beleid en een relatie hebben met ziekten bij gehouden dieren en de mens. De bloedmonsters worden in eerste instantie onderzocht op een op dat moment relevante ziekte. Later wordt het materiaal ook gebruikt voor onderzoek naar andere ziekteverwekkers.

1e surveilance

In 2009-2010, ten tijde van een uitbraak van blauwtong bij landbouwhuisdieren, is de surveillance opgezet om te kijken of het door knutten overdraagbare epizootic hemorrhagic disease virus (EHDV) in Nederland aanwezig was. EHDV is een aan blauwtong verwante virusziekte, waarvan uit Amerika bekend is, dat dit bij hertachtigen massale sterfte veroorzaakt. Op basis van het bloedonderzoek werd dit virus niet aangetoond onder reeën in Nederland (zie link naar project DWHC website). Het reeënbloed is daarna gebruikt om te testen op de aanwezigheid van antilichamen tegen teken-encefalitisvirus (zie bericht teken-encefalitis virus in Nederland aangetroffen).

Aanleiding 2e surveillance

Aanleiding en hoofddoel van de tweede nationale surveillance, is inzicht krijgen in de huidige verspreiding van teken-encefalitis (FSME/TBE) in Nederland. De aanwezigheid van afweerstoffen tegen dit virus in reeënbloed, geven namelijk een goede indicatie waar het virus aanwezig zou kunnen zijn. Zo kon aan de hand van afweerstoffen in het reeënbloed van 2009-2010, gericht gezocht worden naar teken (overbrenger van de ziekte) op de Sallandse Heuvelrug en kon het RIVM het virus ook daadwerkelijk aantonen. Omdat de bloedmonsters al zeven jaar oud zijn, rijst de vraag hoe de actuele situatie nu in Nederland is. Reden om nu te starten met het herhalen van de surveillance.

Uitvoering

Het DWHC zal in nauwe samenwerking met faunabeheereenheden, wildbeheereenheden en jagers bloedmonsters verzamelen afkomstig van reeën die in het kader van beheer worden geschoten in het seizoen 2016-2017.

2e tussenbericht nationale surveillance reeën 2017

De 1e periode van het verzamelen van bloedmonsters bij geschoten geiten en kalveren is afgelopen. De pakketten met blauwe enveloppen voor de bokkenperiode worden eerdaags naar de contactpersonen verstuurd, die de enveloppen weer verder verspreiden onder jagers binnen de WBE.

 

Vanwege de gekozen methodiek voor het bepalen van het aantal monsters per WBE, geldt ook voor de bokkenperiode dat niet van alle WBE’s bloedmonsters worden gevraagd. Iedere ingelote WBE ontvangt eerdaags de pakketjes, de niet ingelote WBE’s ontvangen een brief.

1e periode

In de 1e periode van 1 januari tot en met 31 maart heeft DWHC in totaal 420 bloedmonsters ontvangen. Uit de provincies met beheer-afschot is 60% van de uitgezette bloedmonsters binnengekomen. In de provincies Noord-Holland en Zeeland vindt geen afschot in het kader van beheer plaats. In deze twee provincies is gevraagd monsters te nemen van dieren die uit hun lijden zijn verlost of ‘vers’ dood zijn gevonden.

Onderzoek van het bloed

De bloedmonsters worden nu door het RIVM onderzocht. Eerst wordt het serum getest met een ‘algemene’ test, een ELISA-test, om te kijken naar afweerstoffen tegen een flavivirus. De familie van de flavivirussen is een grote familie waartoe onder andere het teken- encefalitisvirus en het Usutu-virus behoren. Het Usutu-virus werd in 2016 voor het eerst in Nederland vastgesteld en veroorzaakte toen massale sterfte onder de merels. Om meer zicht te krijgen op de kans dat het om afweerstoffen tegen het teken-encefalitisvirus gaat, moet een zogenaamde virus neutralisatie test (VNT) gedaan worden.

Van de met de ELISA-test onderzochte sera, testten er tot op heden ca. 3% positief. Bij een klein deel van de reeën is dus aanwijzing voor de aanwezigheid van afweerstoffen tegen één van de flavivirussen. Het percentage is ongeveer evenveel als zeven jaar geleden. Pas als de VNT is uitgevoerd, kunnen de resultaten geïnterpreteerd gaan worden. Omdat de VNT een kostbare test is en in het buitenland wordt uitgevoerd, worden de monsters eerst opgespaard voordat deze worden opgestuurd.

Alle informatie over het project, inclusief de documenten, is te vinden op:

https://www.dwhc.nl/reeenproject-2016-2017/

Voor vragen kunt u contact opnemen met Nine Bakker. Vanwege het werk in het laboratorium, kan dit het beste per e-mail: t.r.bakker@uu.nl

Download hier 1e tussenbericht nationale surveillance reeën feb 2017

Formulieren

Download hier de Instructie bloedafname reeën versie 2

Download hier het  Invulformulier afschot reeënproject_bokken

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk