Vos niet enige gevaar voor weidevogels

Wie heeft het gedaan, de boer of de vos? Het emotioneel zwaar beladen debat over de teloorgang van de weidevogels lijkt te draaien om die simpele vraag. Maar de werkelijkheid is ingewikkelder. Toch groeit het draagvlak voor maatregelen tegen predatie.

De stellingen lijken al jaren muurvast te staan: natuurbeschermers wijzen naar de landbouw als oorzaak nummer 1 van de achteruitgang van de weidevogels. Dat er ook eieren en jongen in de magen van roofdieren verdwijnen, wordt niet ontkend, maar zeker niet erkend als belangrijke oorzaak.

Predatie te lang een taboe geweest

“Predatie is te lang een taboe geweest”, klonk het vrijdag 7 april op het congres van BoerenNatuur in Velp. De spreker vertolkt het wantrouwen onder boeren tegen de natuurbeschermers die, zo is de beschuldiging, te lang de vos de hand boven het hoofd hebben gehouden.

Andere ontwikkelingen zouden belangrijker zijn: ontwatering, intensivering van graslandgebruik, vervroeging van maaidata plus het verdwijnen van leefgebied voor weidevogels door aanleg van woonwijken en wegen. Ook de achteruitgang van de diversiteit (kruiden) van plantensoorten in grasland draagt eraan bij. Jonge vogels zijn afhankelijk van insecten, en daarvan zijn er meer in kruidenrijk grasland dan in een egaal groene, hoogproductieve grasmat.

Die oorzaken staan nog steeds bovenaan, maar langzaam komt er ook erkenning voor wat boeren en vogelwachters tot hun ergernis in de praktijk zien: roofdieren.

Vos profiteert van veranderingen

De verliezen door predatie nemen toe, blijkt uit presentatie van Wolf Teunissen van Sovon Vogelonderzoek. Dat heeft verschillende oorzaken. Een ervan is de terugkeer van vos. Het dier heeft geprofiteerd van de bestrijding van hondsdolheid en uiteraard van bescherming, en komt nu voor in gebieden waar hij eind vorig eeuw niet of niet meer leefde. De vos profiteert, net als andere predatoren ook van veranderingen in het landschap. Het wordt toegankelijker doordat percelen groter zijn gemaakt, sloten zijn gedempt en nieuwe wegen zijn aangelegd. Ook buizerd en ooievaar hebben een comeback gemaakt.

Kans op overleving in kruidenrijk grasland groter

Onderzoek van Roos Kentie, in het team van Theunis Piersma van de RU Groningen, wijst uit dat de gevaren vanuit de veranderende landbouw en de predatoren elkaar versterken. Ze ontdekte dat het broedsucces van weidevogels in intensief grasland en kruidenrijk grasland amper van elkaar verschilt. Maar de kans op overleving van de jongen is veel groter in extensief, kruidenrijk grasland dan in percelen met gangbaar, modern beheer.

Een van de oorzaken is predatie. Rovers kunnen beter uit de voeten in grote, vlakke percelen. Jonge vogels hebben daar niet alleen minder schuilplaatsen, maar ook minder voedsel. Ze zijn daardoor minder sterk, maar moeten wel grotere afstanden afleggen en grotere risico’s nemen om voedsel te vinden.

Andere roofdieren eten ook weidevogels

Een vos kan in zijn eentje veel schade aanrichten in een gebied. Onderzoek met zenders heeft duidelijk gemaakt hoe dit roofdier zich beweegt door een polder. Zo’n beest afmaken of tegenhouden zou veel schade kunnen voorkomen. Daar staat tegenover dat het territorium van een dode vos snel door een soortgenoot wordt overgenomen. Ook leeft de vos van meer dan alleen grutto’s, hij vreet ook predatoren, vertelt Teunissen. Hermelijnen bijvoorbeeld.

De vos is ook bij lange na niet de enige die weidevogels eet. Uit onderzoek met camera’s bij nesten en gezenderde jongen blijkt dat vele dieren meesmullen. Daarbij worden eieren vaker geroofd door zoogdieren (vos, hermelijn en zelfs egels) en kuikens vaker door vogels (zoals buizerd, kraai, reiger en meeuw).

De vos komt steeds meer in beeld als veroorzaker van het teruglopen van de weidevogelstand. Maar ook andere dieren als hermelijnen en roofvogels blijken hieraan bij te dragen. 

Bij een onderzoek met camera’s bij nesten in zes gebieden was in de helft van de gevallen de vos de belangrijkste rover. Maar een duidelijke ‘taakverdeling’ is er niet. Predatoren zijn opportunisten. In een hermelijnennest werden de pootjes en zenders van zeven gezenderde gruttokuikens gevonden. De verliezen variëren bovendien sterk per jaar en per gebied.

Afrastering en muizenstroken

Nu predatie erkenning krijgt als factor van betekenis rijst de vraag: wat is er mogelijk? Sovon start hier een onderzoek naar. Teunissen noemt enkele mogelijkheden. Een drastische, kostbare, maar mogelijk effectieve manier is het afrasteren van een gebied. In Friesland is onlangs een deel van een polder afgegaasd.

Rovers ander voedsel aanbieden kan ook, door bijvoorbeeld het aanleggen van een muizenstrook. Er is trouwens een sterke samenhang tussen de stand van muizen en de roofdierdruk. Na de muizenplaag waren de aantallen predatoren nog hoog, maar was er te weinig voedsel. In dat jaar werden er amper weidevogels volwassen.

Bomen weghalen of waterpeil verhogen

Nog een andere maatregel is het weghalen van bomen uit een gebied zodat roofvogels en kraaien minder plek hebben. Of het waterpeil hoger maken – goed voor de vogels en vervelend voor de vos.

Soms werken maatregelen tegen elkaar, aldus Teunissen. In een gebied in Engeland nam na gerichte maatregelen de stand van de kievit toe. Tot in het kader van een ander project de rode wouw, een roofvogel, werd geïntroduceerd. Er zijn keuzes nodig. Niet elk natuurdoel is tegelijk haalbaar.

Volgens de Friese weidevogelcoördinator Willem Attema is het al te laat om de schade door de vos nog te kunnen beperken. Anderen zijn optimistischer. “Een hetze tegen één soort heeft geen zin”, zei een deelnemer aan een kievitproject in Brabant.

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk