Zonder schadevergoeding kunnen we stoppen

bron: ‘Zonder schadevergoeding kunnen we stoppen’

Melkveehouder Johan Brandsma vreest dat ganzenproblematiek op den duur als ondernemersrisico wordt bestempeld.

Hoelang hebt u al met ganzen te maken?

“We zitten hier al twintig jaar in een ganzengedooggebied. ’s Winters wordt ons grasland kaalgevreten. We zijn al niet meer anders gewend. In ons gebied gaat het hoofdzakelijk om brandganzen. De overwintering duurt langer dan voorheen. Vroeger vertrokken de ganzen in de eerste week van april. De laatste jaren gaan ze pas halverwege mei naar Rusland. Ze gaan hier moddervet weg en vliegen in één keer naar hun broedgebied.” Daarom willen de boeren organisaties dat de extra opvang en fourageergebieden in het voorjaar drastisch worden ingeperkt. Dat bespaart geld wat de overheden willen, en kan omdat de poolwinters ook eerder ophouden, de brandganzen kunnen daar dus eerder terecht. Er wordt gedacht aan een einde van het Fourageerbeleid voor alle soorten Arctische trekganzen per eind februari, met een gedoogregeling voor de brandganzen tot 1 maart. Daarna moeten dezen eveneens , net als de Kol -en Grauwe ganzen eerder al, door gericht afschot bij schade bestrijding en fourageren op grasland worden aangezet tot vertrek. Een verder voordeel van deze veranderde behandeling en opvang is dat de blijvers, die hand over hand toenemen, worden ontmoedigd. Blijvers leveren in de zomer ook schade op en fauna vervalsing  omdat zij Arctische trekganzen zijn en geen inheemse soort. Bovendien concurreren deze blijvers met wel inheemse soorten (Anser anser) om het nu al schaars voedsel aanbod binnen de Natura 2000 gebieden. (Waar ze zijn uitgezet en beschermd binnen het draagvlak van die gebieden,  omdat grauwe ganzen inheems zijn).

Naam: Johan Brandsma (53). Plaats: Anjum (Friesland). Bedrijf: 90 melkkoeien op 67 hectare. Het bedrijf van Brandsma ligt midden in een foerageergebied. Ganzen mogen er niet verjaagd en geschoten worden. Foto: Mark Pasveer

Welke invloed hebben ganzen op uw bedrijfsvoering?

“Het beste gras is voor de brandganzen. Ze vreten het gras kort af. We missen de volledige eerste grassnede. Rond 10 juni kunnen we vaak pas voor de eerste keer maaien. Na 15 september maaien we bij voorkeur niet meer. Het gras moet niet te kort de winter in gaan. Op te kort gemaaide percelen zorgen ganzen voor nog grotere schade. Ze tasten de structuur aan en zorgen dat de grond verslempt. De laatste decennia hebben we regelmatig in grond geïnvesteerd om genoeg ruwvoer te winnen. Maar als boer koop je geen grond om extra ganzen op te kunnen vangen.”Daarom zijn de boeren organisaties van mening dat ook al doen zij mee aan de fourageergebieden in het kader van de interationale verdragen daarover, zij te allen tijde het recht moeten hebben en houden om ganzen zelf , bijvoorbeeld met laser, zonder afschot van hun zode te verjagen ook in fourageergebied, als de situatie van het behoud ervan kritisch wordt. De maatschappelijke kosten van de schade die anders via de fourageergebieden moet worden opgebracht is bij de huidige overpopulaties eenvoudig te groot, en niemand kan van een ondernemer verwachten dat ie zijn bedrijfsmiddel lijdzaam laat verwoesten en onnodige grotere schade laat ontstaan als er toch geen fourage meer voorhanden is.

Hoe groot is de schade?

“We missen gemiddeld 2.000 kilo droge stof per hectare. Het totale schadebedrag is ongeveer € 30.000, afhankelijk van de precieze kVem-prijs. Het gaat om een vergoeding. Het is geen schadeloosstelling. Het schadebedrag staat niet gelijk aan de opbrengst van de eerste snede. Voor het beschikbaar stellen van foerageergebied beuren we een vergoeding van € 50 per hectare.”

Hoe ziet u de toekomst?

“De provincie wil minder geld uitgeven aan de ganzen. Maar dan moet er ook iets aan de populatie worden gedaan. Dit zeggen was de afgelopen jaren door een veto van de TBO’s niet mogelijk maar is de enige manier de huidige negatieve spiraal te stoppen. Wel zijn boerenvan mening dat dit doel ook gediend wordt door andere middelen dan puur afschot alleen, Van de brandganzen is wetenschappelijk aangetoond dat zij indien minder opgevet aan het eind van de winter, ook minder eieren leggen en minder broedsucces hebben. Door een robuust fourageerbeleid maar met dagronde verontrusting en onbelemmerd afschot bij schade bestrijding , dus geen jagertje pesten , kan die kombinatie buiten de fourageergebieden als actief beheer worden gezien waarbij niet alleen het aantal gedode ganzen helpt maar ook de minder onnatuurlijke opvetting die daardoor ontstaat. Historisch is het “natuurlijk”dat trekganzen niet elke winter zo worden opgevet als nu door de overprotectie het geval is. Zelfs natuurorganisaties erkennen dat het huidig grasland een grote factor is in de hogere reproductie………..Zonder schadevergoeding kunnen we wel stoppen. We moeten ervoor waken dat ganzenschade wordt bestempeld als bedrijfsrisico. De NMV is met LTO van mening dat een robuust fourageerbeleid MET gegarandeerde schade vergoeding voor deelnemers, de gewenste verplichtingen van de overheden om aan opvang te doen met de aantallen die afgesproken zijn volgens verdragen moet afdekken. Het is niet acceptabel als overheden beleidsconsequenties financieel afwentelen op ondernemers die om de rustgebieden geen enkele optie hebben om de schade op een enigszins dekkende wijze te voorkomen. Oktoberschade wordt al niet meer vergoed. Dat is al een vorm van bezuiniging. Om invloed uit te oefenen, hebben we ooit een ganzenvereniging opgericht. Maar soms heb je het idee dat er niet naar je wordt geluisterd. De huidige situatie is een gevolg van het beleid. We zagen het aankomen en hebben ervoor gewaarschuwd.”

De zon gaat onder bij Anjum. Duizenden brandganzen trekken uit het foerageergebied en brengen de nacht door op het water van het Lauwersmeer. Foto: Mark Pasveer

Wat is nodig om de problematiek aan te pakken?

“We kunnen de kool en de geit niet langer sparen. Gezien de steeds toenemende schadecijfers in tonnen droge stof  en de doorgaande overpopulatie  door de doorgeschoten beshermingsmaatregelen  zal de politiek onder leiding van de verantwoordelijke gedeputeerde nu de knoop moeten doorhakken, langer uitstel is onverantwoordelijk en kan tot steeds drakonischer maatregelen leiden, nu is een goede combinatie van opvangen en verontrusting erbuiten met effecten op de populatie toenames en schade nog binnen handbereik en zijn er voor alle partijen nog overeenkomsten te vinden in het winterganzen beleid. Collectieve aanpak is nodig om het aantal ganzen te verminderen. Verjagen is zinloos. Ganzen verweiden zichzelf. Volgens de KringloopWijzer halen we nu niet genoeg ruwvoer van ons land. De ganzenschade wordt niet als afvoerpost gezien. Ook dat is een punt van aandacht.”

Met vriendelijke groet,

Jacob Porsius

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk