25% minder ganzen in Friesland geteld.

Het verschil is opvallend, stelt Romke Kleefstra van Sovon Vogelonderzoek Nederland. ‘Het is een stuk rustiger in het veld en tellingen bevestigen dat’, constateert de coördinator tellingen in Noord-Nederland.

In heel Nederland daalde de ganzenpopulatie in december 2017 in vergelijking met andere decembermaanden. ‘Friesland is de provincie met het grootste aantal winterganzen. In de provincie verblijft een kwart tot een derde van de Nederlandse winterganzen. Wanneer hier het aantal ganzen daalt, dan merk je dat op landelijk niveau.’

Stabiel

De afgelopen vijftien jaren was het aantal winterganzen redelijk stabiel. Dat er nu 120.000 minder ganzen naar Friesland zijn gekomen, heeft volgens Kleefstra verschillende oorzaken. Vooral de milde winter in landen rond de Oostzee, Denemarken en Polen speelt hierbij een rol, verwacht hij. ‘De ganzen blijven daarom dichter bij hun broedgebied. Dat is gunstig voor de vogels’

Een andere verklaring is mogelijk de goede kwaliteit van het gras in Oost-Europa, waardoor de ganzen niet de behoefte hebben verder te trekken, stelt Kleefstra.

Het aantal brandganzen lag in december 2016 nog op 370.000, dat aantal daalde in december 2017 naar 220.000. Het aantal rietganzen dat vooral in Zuidwest-Friesland verblijft, ging van 60.000 naar een kleine 5.000. De kolgans nam de afgelopen twintig jaar al af vanwege de slechte broedsuccessen.

Opmerkelijk

LTO Noord regio Noord-bestuurder Peet Sterkenburgh vindt de cijfers opmerkelijk. ‘Ik hoor het ook van boeren in het veld dat ze minder ganzen zien.’

Of het kleinere aantal ganzen leidt tot minder schade, daarop wil Sterkenburgh nog niet vooruitlopen. ‘Dat zien we pas in het voorjaar. We moeten ons niet rijk rekenen. Deze daling is incidenteel. En wanneer in Polen en Jutland nog een stevige winter krijgen, trekken de ganzen alsnog naar Nederland.’

De LTO Noord-regiobestuurder ziet nog een mogelijke verklaring van het dalend aantal ganzen. ‘In delen van Duitsland hebben ganzen meer ruimte gekregen, ze mogen daar minder bejaagd worden. Het heeft echter wel tijd nodig, voordat ze dat door hebben.’

Bron: Nieuwe Oogst

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.