Verlenging van uw Jagersaansprakelijkheidsverzekering 2027




Vacature: Vrijwilliger Valwildteam FBE Flevoland

Over de functie

Als piketteur vervul je een unieke en maatschappelijk belangrijke rol. Je draait circa 7 weken per jaar piketdienst (24 uur per dag). Ter plekke stel je de gedupeerde gerust, verwijder je het dier van de weg/uit de berm, verlost het eventueel vakkundig uit zijn lijden of doet een nazoek. Tenslotte volgt de registratie in een app.

Wat vragen wij van jou?

  • Je woont in of dicht bij Oostelijk of Zuidelijk Flevoland en kunt binnen 30 minuten ter plaatse zijn;
  • Je hebt ca. 5 jaar aantoonbare ervaring in het faunabeheer;
  • Je bent daadkrachtig, stressbestendig en empathisch.;
  • Je bent integer en conformeert je aan de richtlijnen van de FBE.

Wat bieden wij jou?

  • Een ruime vrijwilligersvergoeding per afgehandelde melding en voor je MW4-verlof;
  • Professionele materialen om je werk veilig en goed uit te kunnen voeren;
  • Een jaarlijks teamuitje naar de schietbioscoop.

Meer informatie en reageren

Heb je interesse in deze bijzondere vrijwilligersfunctie? Stuur dan z.s.m. je motivatie inclusief twee referenties van jagers naar info@fbeflevoland.nl. Voor meer informatie: 0320-70 50 00 of kijk op onze website onder ‘Valwildteam’.




Hazenjacht in Groningen, Utrecht en Limburg blijft voorlopig gesloten

De jacht op hazen in Groningen, Utrecht en Limburg blijft voorlopig gesloten. Minister Jaimi van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ziet op dit moment geen aanleiding om de jacht in deze drie provincies opnieuw open te stellen. Het besluit maakt deel uit van een bredere herziening van het Nederlandse jacht- en faunabeleid.

Binnen die herziening wordt niet alleen gekeken naar de mogelijkheden voor de jacht op hazen, maar ook naar de bredere manier waarop in Nederland met wildsoorten wordt omgegaan. Daarbij spelen de rol van provincies, grondgebruikers, terreinbeheerders en jagers een belangrijke rol. De discussie gaat onder meer over de vraag hoe populaties het beste kunnen worden gemonitord en wanneer ingrijpen noodzakelijk of wenselijk is.

Jagers pleiten opnieuw voor heropening

De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer hebben op 23 september opnieuw bij minister Van Essen aangedrongen op een heropening van de hazenjacht in Groningen, Utrecht en Limburg.

Volgens beide organisaties geven recente gegevens een ander beeld van de ontwikkeling van de hazenpopulatie dan de informatie waarop de eerdere sluiting van de jacht is gebaseerd. De organisaties vinden daarom dat opnieuw naar de beschikbare cijfers en telgegevens moet worden gekeken.

Een belangrijk onderdeel van hun argumentatie is het onderzoek naar de wildvoorjaarstellingen van de verschillende wildbeheereenheden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft deze gegevens onderzocht en het gebruikte telprotocol gevalideerd. De resultaten zijn vervolgens vergeleken met gegevens uit het Meetnet Dagactieve Zoogdieren.

Volgens de Jagersvereniging laten de trends uit beide meetmethoden, wanneer er sprake is van voldoende teldekking en een representatieve meetlocatie, doorgaans een vergelijkbare ontwikkeling zien. De vereniging ziet hierin aanleiding om de waarde van de tellingen door wildbeheereenheden opnieuw te beoordelen.

‘Jagers tellen al jarenlang wat er in hun velden leeft. Die informatie kan niet langer terzijde worden geschoven.’

Laurens Hoedemaker, directeur van de Jagersvereniging en dierenarts, noemt het onderzoek van belang voor de discussie over de betrouwbaarheid van de tellingen.

Volgens de Jagersvereniging is daarmee een belangrijk bezwaar tegen het gebruik van de tellingen van wildbeheereenheden weggenomen. De organisatie stelt dat deze gegevens een waardevolle aanvulling kunnen vormen op andere manieren waarop de ontwikkeling van de hazenstand wordt gevolgd.

Naast de discussie over de tellingen wijst de Jagersvereniging op een andere ontwikkeling die volgens de organisatie moet worden meegenomen in het beleid: de verspreiding van hazenmyxomatose.

Sinds 2024 wordt in Nederland een nieuwe variant van het myxomatosevirus aangetroffen bij Europese hazen. Het gaat om het zogenoemde ha-MYXV-virus. De ziekte kan ernstig verlopen. Besmette dieren kunnen onder meer last krijgen van gezwollen oogleden, zwellingen aan de kop en verschillende huidafwijkingen.

Volgens de door de Jagersvereniging aangeleverde informatie heeft het virus de afgelopen twee jaar op meerdere plaatsen in Nederland geleid tot sterfte onder hazen. Vanwege de ontwikkeling rond de ziekte heeft het Dutch Wildlife Health Centre de haas in 2026 aangewezen als speerpuntsoort voor onderzoek.

De Jagersvereniging vindt dat deze ontwikkeling aanleiding geeft om de hazenpopulatie intensief te blijven volgen. Hoedemaker benadrukt dat het volgens hem niet vanzelfsprekend is dat het volledig achterwege laten van beheer de beste bescherming voor de soort oplevert.

‘Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar niets doen is niet automatisch het beste voor de haas. Wanneer aantallen lokaal sterk oplopen, kan een besmettelijke ziekte enorme gevolgen hebben.’

Myxomatose kan onder meer worden verspreid door bijtende insecten, zoals vlooien en muggen. Ook direct contact tussen dieren kan een rol spelen bij de verspreiding van het virus. Hierdoor kan een ziekte zich binnen een lokale populatie relatief snel verspreiden.

De Jagersvereniging stelt daarom dat het belangrijk is om de omvang en ontwikkeling van hazenpopulaties goed te blijven monitoren. Wanneer zich lokaal grote concentraties hazen bevinden en tegelijkertijd een besmettelijke ziekte voorkomt, zou volgens de organisatie moeten kunnen worden bekeken of aanvullend beheer noodzakelijk is.

Daarmee raakt de discussie over de hazenjacht aan een bredere vraag binnen het Nederlandse natuur- en faunabeleid: welke rol moet actief populatiebeheer spelen bij de bescherming en instandhouding van wildsoorten?

De minister kiest er vooralsnog voor om de bestaande sluiting in Groningen, Utrecht en Limburg te handhaven. Een definitief besluit over de toekomst van de hazenjacht wordt meegenomen in de bredere herziening van het Nederlandse stelsel voor jacht en faunabeheer.

Daarmee blijft de jacht op hazen in de drie provincies voorlopig gesloten. De uitkomsten van de bredere beleidsherziening zullen moeten uitwijzen of daar in de toekomst verandering in komt.




Achter de jacht: de eerste Nederlandse journalistieke podcast over de jacht, faunabeheer en de relatie tussen mens en natuur

Achter de jacht brengt feiten, persoonlijke verhalen en verschillende perspectieven samen. Nieuwsgierigheid staat voorop, ook als onderwerpen gevoelig liggen of de meningen uiteenlopen. Voor kenners én voor iedereen die geïnteresseerd is in natuur, jacht, faunabeheer en de maatschappelijke thema’s die daarmee samenhangen.Achter de Jacht is live: nieuwe podcast over jacht en faunabeheer
Vanaf nu is Achter de Jacht online! Een nieuwe journalistieke podcast voor een bredere kijk op jacht, faunabeheer en de relatie tussen mens en natuur.


 
De podcast brengt feiten, persoonlijke verhalen en verschillende perspectieven samen. Nieuwsgierigheid staat voorop, ook als onderwerpen gevoelig liggen of de meningen uiteenlopen. Achter de Jacht zoekt verdieping en nuance. De podcast is er voor kenners én voor mensen die geïnteresseerd zijn in natuur, jacht, faunabeheer en de maatschappelijke thema’s die daarmee samenhangen.
De eerste vier afleveringen zijn mede mogelijk gemaakt door sponsoring van de NOJG.

Dit hoor je in de eerste afleveringen
Wat is het nut en de noodzaak van de jacht? Is er plek voor de wolf in een drukbevolkt Nederland? Zijn ganzen nou echt zo schadelijk? En verdwijnt het bos als je de natuur haar gang laat gaan?
Over dit soort vragen gaat Achter de Jacht. In de eerste vier afleveringen spreken we met Jakob Leidekker van Het Nationale Park De Hoge Veluwe, NOJG-voorzitter René Leegte, directeur Lodewijk Klosse en Executive Chef Peter Paul van den Breemen van restaurant De Echoput en Patty Laan, directeur van Faunabeheereenheid Noord-Holland. 
Van natuurbeheer en jachtpraktijk tot wild op het bord en de afwegingen achter faunabeheer: iedere gast brengt een andere invalshoek mee.

Jagerslatijn en de luisteraarsvraag
In de rubriek Jagerslatijn legt Pauline de Bok, schrijver die jaagt, iedere aflevering een term uit de jachtwereld uit. Daarnaast behandelen we in iedere aflevering een luisteraarsvraag. Heb je zelf een vraag over jacht, faunabeheer of natuur?
Stuur hem dan via een DM op Instagram naar @achterdejacht.

Luister mee
Benieuwd? Zoek Achter de Jacht in je favoriete podcastapp. Wil je geen aflevering missen? Abonneer je dan op de podcast.

Help Achter de Jacht verder
Na deze eerste vier afleveringen willen we natuurlijk graag verder. Daarom zoekt Achter de Jacht sponsors voor nieuwe afleveringen. Wil je met jouw bedrijf of organisatie één of meerdere afleveringen sponsoren? Of ken je iemand voor wie dat interessant kan zijn? Stuur ons een e-mail via achterdejacht@overspraak.media.
Luister naarAchter de Jacht
Spotify | Apple Podcasts
Instagram: @achterdejacht

Presentatie door Annemiek Brumsteede.

In de eerste aflevering van Achter de jacht, van 24 september, spreken we met Jakob Leidekker van Het Nationale Park De Hoge Veluwe over natuurbeheer en de keuzes die daarbij komen kijken. We praten over wildstand, bosontwikkeling, jacht, de wolf en over hoeveel ruimte de natuur zelf kan krijgen om zich te ontwikkelen. Daarbij blijkt ook dat wat we natuur noemen sterk afhangt van ons eigen perspectief. Welk landschap willen we behouden en wat vraagt dat van het beheer?

logo podcast Achter de jacht - sep26

Nieuwe afleveringen van Achter de jacht verschijnen wekelijks en je vindt ze via de bekende podcastplatforms:

Afleveringen:




Een oproep van de boerinnen in Nederland.




Vogelgriep en de griepprik

Welke maatregelen gelden voor mensen die voor hun werk in contact komen met dieren met vogelgriep?

De overheid adviseert 2 dingen: draag beschermingsmiddelen zoals handschoenen en haal een griepprik.

Handschoenen, mondkapjes en andere beschermingsmiddelen

De overheid adviseert medewerkers van dierenambulances en wildopvangcentra om beschermingsmiddelen te dragen als zij in contact komen met wilde, besmette dieren. Dit zijn bijvoorbeeld handschoenen, mondkapjes en schorten.

Griepprik voor mensen die veel in contact komen met mogelijk besmette dieren

De overheid adviseert ook een griepprik voor mensen die voor hun (vrijwiligers)werk veel in contact komen met besmette dieren. Dit is de ‘normale’ griepprik die beschermt tegen griep bij mensen, en dus niet een prik die beschermt tegen de vogelgriep.

Deze griepprik verkleint de kans dat het mensengriepvirus en vogelgriepvirus mengen tot een nieuw virus. Dat kan gebeuren als iemand door beide virussen tegelijkertijd besmet is. Dit nieuwe virus kan gevaarlijk zijn voor mensen. Dit risico op mengen geldt niet alleen voor de vogelgriep, maar ook voor de varkensgriep.

Mensen die veel in contact zijn met vogels en varkens kunnen vanaf eind 2026 een gratis griepprik krijgen. Het gaat om:

  • Pluimveehouders en hun personeel
  • Varkenshouders en hun personeel
  • Transporteurs van vogels en varkens
  • Vertegenwoordigers van voerfabrikanten
  • Medewerkers van slachterijen
  • Dierenartsen en hun personeel
  • Jagers die provincies helpen met het beheersen van de aantallen vogels
  • Medewerkers en vrijwilligers van:

    • dierenambulances
    • kinderboerderijen
    • dierenopvangorganisaties

  • Terrein- en groenbeheerders, zoals medewerkers van parken of bossen
  • Vogelonderzoekers en vrijwilligers

Nu moeten deze mensen of hun werkgevers de griepprik nog betalen. Tenzij ze al een jaarlijkse uitnodiging ontvangen vanwege hun gezondheid of omdat ze ouder dan 60 jaar zijn. Vanaf het najaar van 2026 kunnen ze bij de huisarts om een griepprik vragen, met als reden dat zij door hun werk met dieren meer risico lopen op een gevaarlijk griepvirus. De huisartsen geven de griepprik dan tijdens de jaarlijkse vaccinatieronde in het najaar, voor de start van het griepseizoen. 

Bovenstaande informatie is ook te vinden op: https://www.rijksoverheid.nl/vraag-en-antwoord/vogelgriep/welke-maatregelen-medewerkers-met-contacten-wilde-dieren-met-vogelgriep

Hopend u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Bezuidenhoutseweg 73 | 2994 AC | Den Haag

Postbus 20401 | 2500 EK | Den Haag

www.minlnv.nl

www.rijksoverheid.nl




Brabant laat wilde zwijnen toe, maar trekt duidelijke grenzen

DEN BOSCH – Wilde zwijnen horen voortaan bij het Brabantse landschap, maar niet overal. De provincie Noord-Brabant laat het beleid varen waarbij de dieren in principe uit de provincie moesten worden geweerd. In plaats daarvan komt er een scherper gereguleerd beheer. Zwijnen krijgen ruimte in bos- en natuurgebieden, terwijl hun aanwezigheid in landbouwgebieden en de bebouwde kom zoveel mogelijk moet worden voorkomen.

Met de nieuwe koers wil het provinciebestuur een einde maken aan een beleid dat volgens de provincie in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar bleek. Wilde zwijnen zijn de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker in Brabant aanwezig en het volledig weren van de dieren bleek niet effectief. Daarom kiest de provincie nu voor een aanpak waarbij hun aanwezigheid wordt geaccepteerd, maar de risico’s actief worden beheerst.

Schade voorkomen

De belangrijkste doelstelling is het beperken van schade, overlast en verkeersonveiligheid. Wilde zwijnen kunnen landbouwgewassen beschadigen en vormen een risico wanneer zij wegen oversteken. Vooral wanneer dieren zich buiten natuurgebieden begeven, wil de provincie sneller kunnen ingrijpen.

Daarvoor worden de afspraken tussen provincie, jachthouders en grondeigenaren aangescherpt. Ook moet de samenwerking met gemeenten, de agrarische sector en de Faunabeheereenheid Noord-Brabant (FBE) beter worden georganiseerd.

Het beheer wordt bovendien afhankelijk van de locatie. In bos- en natuurgebieden, waar de risico’s voor landbouw en verkeer kleiner zijn, wordt gekozen voor een extensievere aanpak. Daar wordt meer ruimte gelaten voor de aanwezigheid van wilde zwijnen.

Boeren kunnen subsidie krijgen

Ook preventie krijgt een belangrijke plaats in het nieuwe beleid. Boeren die maatregelen nemen om te voorkomen dat wilde zwijnen landbouwgewassen beschadigen, kunnen daarvoor subsidie ontvangen.

De provincie wil daarmee voorkomen dat er pas wordt gehandeld nadat schade is ontstaan. Door landbouwbedrijven te ondersteunen bij preventieve maatregelen moet de kans op schade worden verkleind.

Daarnaast wil Brabant het melden van zwijnen eenvoudiger maken. Er wordt gewerkt aan een mobiele applicatie waarmee inwoners en betrokken partijen laagdrempelig meldingen kunnen doorgeven. De provincie verwacht daardoor sneller zicht te krijgen op de verspreiding en eventuele problemen.

Interventieteam bij oplopende risico’s

Wanneer de situatie daarom vraagt, kan het beheer worden opgeschaald. Hiervoor wordt een escalatieladder ingevoerd. Bij toenemende schade, overlast of risico’s kunnen zwaardere maatregelen worden ingezet.

In het uiterste geval kan een interventieteam in actie komen. De FBE krijgt daarbij een nadrukkelijke coördinerende taak en wordt versterkt om die rol goed te kunnen uitvoeren.

De provincie wil zo voorkomen dat problemen blijven voortduren voordat er wordt ingegrepen. Tegelijkertijd moet de escalatieladder ervoor zorgen dat maatregelen aansluiten bij de ernst van de situatie.

Voorbereid op Afrikaanse varkenspest

Naast de dagelijkse beheersing van de zwijnenpopulatie bereidt Noord-Brabant zich voor op een mogelijke uitbraak van Afrikaanse varkenspest (AVP). Voor deze dierziekte komt een afzonderlijke crisisaanpak.

Een uitbraak kan grote gevolgen hebben voor zowel wilde zwijnen als de varkenshouderij. Met een vooraf uitgewerkte aanpak wil de provincie ervoor zorgen dat duidelijk is welke partijen verantwoordelijk zijn en welke maatregelen bij een crisis kunnen worden genomen.

Meer ruimte voor natuur

Hoewel het nieuwe beleid nadrukkelijk gericht is op het beperken van risico’s, wil de provincie het wilde zwijn niet uitsluitend als probleemsoort benaderen. Het dier heeft volgens het provinciebestuur ook ecologische waarde en kan bijdragen aan de natuurbeleving.

Daarom wordt gekozen voor een onderscheid tussen gebieden waar de aanwezigheid van zwijnen relatief weinig risico oplevert en gebieden waar de gevolgen groter kunnen zijn.

De boodschap van de provincie is daarmee helder: het wilde zwijn mag in Brabant blijven, maar krijgt geen vrij spel.

Nauwkeuriger volgen

De provincie gaat de ontwikkeling van de zwijnenpopulatie bovendien beter monitoren dan voorheen. Door de aanwezigheid en verspreiding van de dieren nauwkeuriger in kaart te brengen, moet sneller duidelijk worden waar risico’s ontstaan.

De nieuwe aanpak is volgens het provinciebestuur nadrukkelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Provincie, FBE, boeren, gemeenten, grondeigenaren en andere betrokken partijen moeten samen zorgen voor een werkbaar evenwicht tussen natuur en de belangen van landbouw, verkeer en leefomgeving.

Om de nieuwe koers officieel vast te leggen, stellen Gedeputeerde Staten gewijzigde beleidsregels vast. Ook worden de provinciale randvoorwaarden geïmplementeerd en de benodigde financiële middelen beschikbaar gesteld.

Daarmee maakt Brabant een duidelijke beleidsomslag: van ‘geen wilde zwijnen’ naar ‘wilde zwijnen, maar onder duidelijke voorwaarden’.




Animal Rights maakt opnieuw bezwaar tegen afschot reeën in Drenthe

Animal Rights heeft opnieuw bezwaar gemaakt tegen de vergunning van de provincie Drenthe om reeën af te schieten. Volgens de dierenrechtenorganisatie is onvoldoende aangetoond dat afschot nodig is om het aantal aanrijdingen met reeën terug te dringen.

De provincie wil ingrijpen omdat er jaarlijks honderden aanrijdingen met reeën plaatsvinden. Vorig jaar werden in Drenthe 1.265 ongelukken geregistreerd, ongeveer 450 meer dan het jaar ervoor. Gedeputeerde Henk Emmens stelt dat maatregelen nodig zijn voor de verkeersveiligheid.

Animal Rights betwijfelt echter of het aantal aanrijdingen samenhangt met de omvang van de reeënpopulatie. Volgens de organisatie spelen vooral het gedrag van weggebruikers en de verkeerssituatie een rol. Ook vindt Animal Rights dat eerst meer niet-dodelijke maatregelen moeten worden ingezet, zoals wildpassages, lagere snelheden en betere waarschuwingsborden.

Eerder dit jaar kreeg Animal Rights samen met Fauna4Life al gelijk van de rechtbank. De provincie had toen onvoldoende onderbouwd waarom afschot noodzakelijk was. Inmiddels heeft de provincie een nieuwe vergunning afgegeven, waartegen Animal Rights opnieuw bezwaar heeft ingediend.

De provincie moet het bezwaar nu beoordelen. Als Animal Rights zich niet kan vinden in de uitkomst, kan de organisatie opnieuw naar de rechter stappen.




Collectieve Ganzendag WBE’s Noord-Holland op 26 september 2026

Beste WBE-leden,

Deze dag is georganiseerd om gezamenlijk uitvoering te geven aan het ganzenbeheer en zo tot een optimaal afschot te komen. Eerdere collectieve dagen hebben aangetoond dat deze aanpak zeer effectief is.

Iedereen jaagt in zijn eigen veld. De starttijd is 06.29 uur, één uur vóór zonsopkomst.

Wij vragen u om een mede-uitvoerder en/of schadebestrijder mee te nemen, zodat we gezamenlijk een zo groot mogelijke inzet kunnen realiseren.

Denk er daarnaast aan dat iedere deelnemer zijn eigen afschot- en verjaagacties registreert. Dit geeft een realistisch beeld van de inzet van alle jagers. Wanneer één persoon het volledige tableau registreert, ontstaat een vertekend beeld in de cijfers. Juist deze cijfers zijn van groot belang. Op dit moment is er namelijk sprake van onderregistratie.

Wij hopen op een actieve bijdrage van iedereen, zodat we van deze collectieve ganzendag een succes kunnen maken.

Heeft u vragen? Neem dan contact op met uw WBE.

Met vriendelijke groet,

WBE Werkgroep Ganzenbeheer

Bob Pieters (06 5756 3601)
Jan Neimeyer (06 3850 7832)




Kabinet houdt koers in wolvenbeleid ondanks zorgen over natuur en veiligheid

Het kabinet erkent dat het slecht gaat met de Nederlandse natuur en biodiversiteit. Toch verandert het de koers van het wolvenbeleid niet wezenlijk. Volgens staatssecretaris Erkens spelen wolven een belangrijke rol in het ecosysteem, maar wegen de veiligheid van inwoners en de bescherming van gehouden dieren zwaar mee.

De uitvoering blijft vooral een taak van de provincies. Zij gaan over vergunningen, toezicht en handhaving. Het Rijk ondersteunt met informatie via het Landelijk Informatiepunt Wolven en helpt bij de oprichting van een Landelijk Deskundigenteam Wolven. Dat team moet naar verwachting voor het einde van het jaar klaar zijn.

Een gevoelig onderdeel is de vooraf verleende vergunning om in uitzonderlijke gevallen snel te kunnen ingrijpen. Dat kan bijvoorbeeld spelen als een wolf een mens heeft verwond. Het kabinet erkent dat deze aanpak juridische risico’s kent, maar zegt die te beperken met extra waarborgen, zoals advies van een wolvendeskundige en een informatieplicht richting het bevoegd gezag.

Uit de antwoorden blijkt verder dat de meeste gemelde schade aan landbouwdieren plaatsvond bij onvoldoende of ontbrekende bescherming. Het kabinet werkt aan een beleidsregel om de zorgplicht van dierhouders duidelijker te maken. Of schadevergoeding wordt gekoppeld aan preventiemaatregelen, blijft echter een keuze van de provincies.

Zowel het aantal meldingen van schade door wolven als het bedrag dat aan schadevergoeding werd uitgekeerd is in het afgelopen jaar sterk toegenomen. Het aantal meldingen van schade nam met ruim 39% toe en het uitgekeerde bedrag na schade steeg met ruim 67%. Dat meldt staatssecretaris Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan de Tweede Kamer in een reactie op vragen van de Partij voor de Dieren.

Op basis van de beschikbare gegevens van BIJ12 over schademeldingen in het kader van aanvallen op landbouwdieren door wolven blijkt dat in een aanzienlijk deel van de gevallen sprake was van beschermingsmaatregelen die niet in overeenstemming waren met de provinciale adviesnormen. In 2025 werden er in totaal 1.121 schademeldingen na aanvallen van vee door wolven gedaan bij BIJ12. Bij 1.040 gevallen werd vastgesteld dat het vee onvoldoende werd beschermd. In totaal keerde BIJ12 voor 1,55 miljoen euro uit aan veehouders die schade leden door een aanval van een wolf op hun vee.

bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 31/08/2026