Wat betekent de uitspraak van 26 februari 2026 van het Europese Hof voor het faunabeheer in Nederland?

Dat uitgangspunt kan ruimte bieden voor een meer evenwichtige benadering van faunabeheer. In Nederland wordt de discussie over beheer en schadebestrijding echter nog vaak gevoerd vanuit het uitgangspunt dat iedere mogelijke verslechtering of verstoring moet worden uitgesloten. De uitspraak van het Hof lijkt voor dat uitgangspunt minder ruimte te laten.

Van één dier naar de populatie

Een belangrijk onderdeel van de uitspraak is dat de bescherming van vogels niet uitsluitend moet worden beoordeeld aan de hand van afzonderlijke exemplaren. Het Hof benadrukt dat het verbod op verstoring betrekking heeft op verstoringen die van wezenlijke invloed zijn op het niveau van de populaties.

Dat onderscheid is van grote betekenis voor het Nederlandse faunabeheer. In de praktijk kan een besluit over beheer of een activiteit soms worden bepaald door de aanwezigheid van één of enkele vogels. Wanneer daardoor bijvoorbeeld werkzaamheden, evenementen of beheermaatregelen worden stilgelegd, kan dat leiden tot disproportionele gevolgen.

De uitspraak geeft aanleiding om opnieuw te bekijken of dergelijke besluiten voldoende rekening houden met de omvang en ontwikkeling van de betreffende populatie. Een individueel dier kan bescherming verdienen, maar dat betekent niet automatisch dat iedere menselijke activiteit in de omgeving moet worden uitgesloten.

Meer ruimte voor beheer en schadebestrijding?

Voor het faunabeheer is vooral van belang dat het Europese Hof ruimte ziet om bij de beoordeling ook rekening te houden met maatregelen die elders de habitat van een soort verbeteren.

Dat kan relevant zijn bij soorten waarvan de populatie zich over meerdere gebieden verspreidt. Wanneer een soort op de ene locatie minder voorkomt, hoeft dat niet zonder meer te betekenen dat iedere activiteit die daar invloed op heeft verboden moet worden. Van belang is ook wat er op populatieniveau gebeurt en welke maatregelen elders worden genomen.

Voor Nederland betekent dit dat het huidige systeem van faunabeheer mogelijk opnieuw tegen het licht moet worden gehouden. Daarbij gaat het onder meer om:

  • beheer van populaties die lokaal voor overlast of schade zorgen;
  • bescherming van landbouwgewassen en veehouderij;
  • beperking van schade aan natuurgebieden;
  • beheer van soorten die lokaal sterk in aantal zijn toegenomen;
  • maatregelen tegen verstoring en schade;
  • en de beoordeling van activiteiten in en rond Natura 2000-gebieden.

Een natuurbeleid dat uitsluitend kijkt naar het voorkomen van iedere mogelijke lokale verstoring kan immers tot een andere uitkomst leiden dan beleid dat het functioneren van populaties en ecosystemen als geheel beoordeelt.

Ook economische en maatschappelijke belangen tellen mee

De Europese vogelrichtlijn heeft niet alleen een ecologische doelstelling. In de uitleg van het Hof wordt ook gewezen op economische en recreatieve eisen.

Dat is relevant voor Nederland, waar faunabeheer direct raakt aan landbouw, natuurbeheer, infrastructuur, recreatie en de leefomgeving van burgers. Het uitgangspunt zou daarom niet moeten zijn dat economische activiteiten automatisch ondergeschikt zijn zodra een beschermde soort aanwezig is.

De vraag zou moeten zijn of een activiteit daadwerkelijk een wezenlijke negatieve invloed heeft op de instandhouding van de betreffende populatie en, zo ja, of die invloed met gerichte maatregelen kan worden voorkomen of beperkt.

Dat vraagt om een meer proportionele beoordeling.

Gevolgen voor provincies en faunabeheereenheden

De uitspraak kan ook gevolgen hebben voor de juridische onderbouwing van provinciale faunabeheerplannen en ontheffingen.

Bij besluiten over populatiebeheer zou nadrukkelijker kunnen worden gekeken naar de totale populatie, de ontwikkeling daarvan en de effecten van beheer op langere termijn. Een lokale aanwezigheid van een soort hoeft dan niet automatisch bepalend te zijn voor het gehele beheerbesluit.

Voor faunabeheereenheden en terreinbeheerders kan dit betekenen dat zij hun onderbouwing meer moeten richten op populatieniveau en op de daadwerkelijke ecologische effecten van een maatregel. Tegelijkertijd blijft een zorgvuldige wetenschappelijke onderbouwing noodzakelijk: de uitspraak betekent niet dat iedere vorm van beheer zonder meer is toegestaan.

Geen vrijbrief voor onbeperkt afschot

De uitspraak moet daarom ook niet worden gelezen als een vrijbrief voor onbeperkt ingrijpen in vogelpopulaties of andere beschermde fauna.

De Europese beschermingsregels blijven bestaan. Het verschil zit vooral in de manier waarop de effecten moeten worden beoordeeld. Niet ieder risico is automatisch een verboden risico en niet iedere verstoring van een individueel dier heeft noodzakelijkerwijs gevolgen voor de populatie.

Voor het Nederlandse faunabeheer ligt hier een belangrijke opdracht: onderscheid maken tussen maatregelen die daadwerkelijk noodzakelijk zijn om populaties en ecosystemen te beschermen en maatregelen die vooral voortkomen uit een streven om ieder denkbaar risico uit te sluiten.

Tijd voor herziening van het Nederlandse beleid

De uitspraak van het Europese Hof geeft Nederland aanleiding om het huidige faunabeleid opnieuw te beoordelen.

Daarbij zouden bestaande beleidsregels, vergunningverlening en juridische adviezen moeten worden getoetst aan de nieuwe Europese uitleg. Het heeft weinig zin om nationaal vast te houden aan strengere uitgangspunten wanneer die niet langer noodzakelijk zijn vanuit het Europese recht.

Voor het faunabeheer zou de kernvraag daarom moeten verschuiven van:

“Kunnen we iedere verstoring van ieder individueel dier uitsluiten?”

naar:

“Heeft deze maatregel daadwerkelijk een wezenlijke invloed op de instandhouding van de populatie, en is ingrijpen proportioneel en ecologisch noodzakelijk?”

Dat is geen keuze voor minder natuur. Het is een keuze voor natuurbeleid dat meer rekening houdt met populaties, ecosystemen en de werkelijkheid buiten de grenzen van één natuurgebied.

De uitspraak van het Europese Hof biedt Nederland daarmee mogelijk meer ruimte voor effectief en proportioneel faunabeheer. Het is nu aan het Rijk, de provincies en de uitvoeringspraktijk om die ruimte ook daadwerkelijk te benutten.




Gezamenlijke Ganzenmorgen WBE’s Noord-Holland zaterdag 5 september 2026

Deze dag is georganiseerd om gezamenlijk uitvoering te geven aan het ganzenbeheer en zo tot een optimaal afschot te komen. Eerdere collectieve dagen hebben aangetoond dat deze aanpak zeer effectief is.

Iedereen jaagt in zijn eigen veld. De starttijd is 05.54 uur, één uur vóór zonsopkomst.

Wij vragen u om een mede-uitvoerder en/of schadebestrijder mee te nemen, zodat we gezamenlijk een zo groot mogelijke inzet kunnen realiseren.

Denk er daarnaast aan dat iedere deelnemer zijn eigen afschot- en verjaagacties registreert. Dit geeft een realistisch beeld van de inzet van alle jagers. Wanneer één persoon het volledige tableau registreert, ontstaat een vertekend beeld in de cijfers. Juist deze cijfers zijn van groot belang. Op dit moment is er namelijk sprake van onderregistratie.

Wij hopen op een actieve bijdrage van iedereen, zodat we van deze collectieve ganzendag een succes kunnen maken.

Heeft u vragen? Neem dan contact op met uw WBE.

Met vriendelijke groet,

WBE Werkgroep Ganzenbeheer

Bob Pieters (06 5756 3601)
Jan Neimeyer (06 3850 7832)




Vacature bestuurslid (met jachtachtergrond) – Faunabeheereenheid (FBE) Utrecht

Over de FBE

De FBE Utrecht staat midden in het speelveld van natuur, landbouw en samenleving. Hier komen beleid en praktijk samen.
De inbreng vanuit de jachtpraktijk is daarbij onmisbaar: U weet wat er buiten speelt, wat werkt – en wat niet.

Juist daarom zoeken wij een bestuurslid dat deze praktijkkennis kan vertalen naar het bestuurlijke niveau.

Wat gaat u doen?

Als bestuurslid brengt u het perspectief van de jacht en het veld actief in. U helpt om beleid en uitvoering beter op elkaar te laten aansluiten en draagt bij aan draagvlak in de praktijk.

U:

  • Denkt mee over de koers en prioriteiten van de FBE
  • Brengt signalen en ervaringen uit het veld in
  • Helpt bij het verbinden van WBE’s, jagers en andere stakeholders
  • Bent sparringpartner voor directeur en organisatie
  • Draagt bij aan zorgvuldige en evenwichtige besluitvorming

Wie zoeken wij?

Wij zoeken iemand die:

  • Actief is in de jacht en/of sterk verbonden is met een WBE
  • Praktische kennis heeft van faunabeheer in het veld
  • Begrijpt hoe het werkt in de praktijk én dit kan vertalen naar bestuurlijke keuzes
  • Respectvol omgaat met verschillende belangen en standpunten
  • Duidelijk communiceert en ook durft te benoemen wat beter kan

Wat maakt deze rol bijzonder?

U zit op het snijvlak van praktijk en beleid.

Uw inbreng helpt om:

  • Besluiten beter uitvoerbaar te maken
  • Draagvlak in het veld te vergroten
  • De afstand tussen bestuur en praktijk te verkleinen

Wat mag u verwachten?

  • Een rol met zichtbare impact op het faunabeheer in uw provincie
  • Samenwerking met betrokken en deskundige mensen
  • Ruimte om uw ervaring en visie in te brengen
  • Een passende vergoeding

Tijdsinvestering

  • 4 maal per jaar vergaderen met de WBE’s
  • Werkdruk: Ongeveer een uur per week, een dag per maand

Interesse?

Spreekt dit u aan en wilt u vanuit uw praktijkervaring bijdragen op bestuurlijk niveau?
Dan komen we graag met u in contact.

Stuur uw motivatie en CV naar: Utrecht@nojg.nl

t.a.v. Kees Oostenbrink, voorzitter NOJG Regio Utrecht

Voor een eerste, vrijblijvende kennismaking kunt u contact opnemen met

Kees Oostenbrink, voorzitter NOJG Regio Utrecht 

Telefoonnummer: 06-5438 4351




Uitnodiging Kleiduivenschietwedstrijd Regio Overijssel – zaterdag 3 oktober 2026 – `t Weideke Rietmolen

Aanvang: vanaf 13.00 uur, inschrijven tot 15.30 uur.

Denk er aan om uw jachtakte bij u te hebben, voor het inschrijven.

Kosten voor deze wedstrijd:

1e ronde:

  • Leden: € 28,00
  • Niet leden: € 30,00

2e ronde:

  • Leden: € 28,00
  • Niet leden: € 28,00

De wedstrijd wordt opgedeeld in 3 categorieën, zodat iedereen kans maakt om in de prijzen te vallen. Voor diegene die geen wapen heeft, of dit niet meebrengt: er zijn baangeweren beschikbaar.

Ook introducés zijn van harte welkom.
Bij deelname zijn: kop koffie, plak cake en gehaktbal inbegrepen.

Tevens willen we u laten weten dat Mia Gunneman, Rudi Lindeboom en Mariska Jalink na deze middag afscheid nemen van de kleiduivencommissie van NOJG Overijssel.

Wij hopen op u aller komst!

Met vriendelijke groet,

Namens de kleiduivencommissie van de NOJG regio Overijssel




Gezamenlijke Ganzenochtend WBE’s Noord-Holland

Beste WBE-leden,

Hierbij nodigen wij u uit om actief deel te nemen aan de collectieve ganzendag op 15 augustus.

Deze dag is georganiseerd om gezamenlijk uitvoering te geven aan het ganzenbeheer en zo tot een optimaal afschot te komen. Eerdere collectieve dagen hebben aangetoond dat deze aanpak zeer effectief is.

Iedereen jaagt in zijn eigen veld. De starttijd is 05.19 uur, één uur vóór zonsopkomst.

Wij vragen u om een mede-uitvoerder en/of schadebestrijder mee te nemen, zodat we gezamenlijk een zo groot mogelijke inzet kunnen realiseren.

Denk er daarnaast aan dat iedere deelnemer zijn eigen afschot- en verjaagacties registreert. Dit geeft een realistisch beeld van de inzet van alle jagers. Wanneer één persoon het volledige tableau registreert, ontstaat een vertekend beeld in de cijfers. Juist deze cijfers zijn van groot belang. Op dit moment is er namelijk sprake van onderregistratie.

Wij hopen op een actieve bijdrage van iedereen, zodat we van deze collectieve ganzendag een succes kunnen maken.

Heeft u vragen? Neem dan contact op met uw WBE.

Met vriendelijke groet,

WBE Werkgroep Ganzenbeheer

Bob Pieters (06 5756 3601)
Jan Neimeyer (06 3850 7832)




Rapport ‘Broedvogels van Nederland in 2025’ gepresenteerd

Geplaatst: 11/08/2026

Wilde Eend en Houtduif als wildsoorten– trends, oorzaken en praktische betekenis

Hiermee vatten wij de belangrijkste inzichten uit het Sovon-rapport Broedvogels in Nederland 2025 samen, met de Wilde Eend centraal en de Houtduif als vergelijking.

Kernboodschap: de Wilde Eend is nog algemeen, maar neemt al decennia af doordat te weinig kuikens overleven; de Houtduif is eveneens algemeen, maar laat een genuanceerder en plaatselijk stabieler beeld zien.

1. Wilde Eend: algemeen, maar kwetsbaar

De Nederlandse broedpopulatie van de Wilde Eend wordt geschat op 180.000–280.000 paren. Ondanks die omvang is de trend negatief: sinds begin jaren negentig is de populatie met ongeveer 25% afgenomen.

Ook recent blijft de soort achteruitgaan, met gemiddeld ongeveer −0,8% per jaar in de periode 2014–2025. De afname lijkt wel iets af te remmen.

De belangrijkste conclusie is dat het probleem waarschijnlijk niet vooral bij de eieren of nesten ligt, maar bij de overleving van kuikens na het uitkomen.

Kuikenoverleving als sleutelprobleem

In 2025 was ongeveer 34% van de onderzochte nesten succesvol. Dat ligt iets onder het gemiddelde van 37% over 2000–2025, maar duidelijk boven de lage waarden van 2018–2022.

Daarom lijkt het nestsucces op dit moment niet de belangrijkste beperkende factor. De grotere uitdaging is dat te weinig kuikens groot worden.

Kuikens hebben meer kans om te overleven langs oevers met hoge, gevarieerde oevervegetatie. Die begroeiing biedt dekking, voedsel en een rijkere insectenfauna.

Kort gezegd: een natuurlijke, deels ruige waterkant is voor jonge Wilde Eenden veel waardevoller dan een strak gemaaide sloot- of vijverrand.

2. Praktische betekenis voor tuin, sloot en landbouwgebied

Tuinen

Een vijver kan aantrekkelijk zijn voor Wilde Eenden, maar vooral wanneer een deel van de oever beschutting biedt. Dichte oeverplanten, ongemaaide stukken en rustige zones vergroten de waarde voor kuikens. Zelfs een kleine natuurlijke hoek kan daardoor ecologisch waardevol zijn.

Sloten en vaarten

In sloten en vaarten ligt een belangrijke kans: laat delen van de oever ongemaaid en zorg voor afwisseling tussen open water en begroeide randen.

Landbouwgebied

In landbouwgebied is de kwaliteit van sloten, vaarten en oeverzones direct relevant voor de Wilde Eend. Niet alleen nestbescherming, maar vooral goede omstandigheden voor kuikens na het uitkomen zijn belangrijk.

3. Houtduif: algemeen, maar met een ander verhaal

De Houtduif laat een ander patroon zien dan de Wilde Eend. De soort is zeer algemeen en goed aangepast aan menselijke omgeving, maar de ontwikkeling verschilt per leefgebied en tijdsperiode.

De geschatte broedpopulatie bedraagt ongeveer 290.000–580.000 paren. Op lange termijn is sprake van afname, maar recente gegevens wijzen op een gunstiger of stabieler beeld, afhankelijk van de context.

Betekenis voor tuinen en landschap

Voor de Houtduif zijn vooral bomen, struiken en groenstructuren belangrijk. Bomen bieden nestgelegenheid; tuinen, parken en landbouwgebied leveren voedsel en leefruimte.

4. Belangrijkste verschillen

Het verschil tussen beide soorten zit vooral in het type leefgebied dat bepalend is voor hun succes.

5. Vergelijking in één overzicht

🦆 Wilde Eend 🕊️ Houtduif
Geschatte populatie 180.000–280.000 paren 290.000–580.000 paren
Lange termijn 🔴 ± 25% afname 🔴 ± −0,9%/jaar
Recente trend 🔴 −0,8%/jaar (2014–25) 🟢 toename laatste 12 jaar
Grootste aandachtspunt Kuikenoverleving Voedsel + landbouwlandschap
Tuin Vijver + begroeide oever Bomen + groen
Sloot Hoge oevervegetatie zeer belangrijk Minder belangrijk
Landbouw Natuurlijke sloten en oevers Beschikbaar voedsel
Belangrijkste simpele maatregel Niet alles strak maaien Bomen en groen behouden

6. Conclusie

Wilde Eend: vraagt vooral om betere leefomstandigheden voor jonge vogels; de belangrijkste maatregel is het verbeteren van oeverzones, met voldoende hoge en gevarieerde vegetatie voor kuikens.

Houtduif: laat zien hoe aanpassing aan menselijke omgeving kansen kan bieden, maar ook afhankelijk blijft van landschap en voedselbeschikbaarheid, behoud van bomen, struiken en groene verbindingen is vooral belangrijk, naast voldoende voedsel in het omliggende landschap.

De kern is dat algemeen voorkomen niet automatisch betekent dat het goed gaat.

Meer informatie is te vinden in het rapport Broedvogels van Nederland in 2025.




Botulisme uitbraken en Eendenjacht Zuid-Holland

Beste NOJG-leden Zuid-Holland

De afgelopen periode hebben we te maken gehad met uitzonderlijke weersomstandigheden. Langdurige droogte in combinatie met hoge temperaturen heeft op sommige plaatsen geleid tot een kwetsbare situatie voor flora en fauna. Daarnaast worden op diverse locaties botulisme-uitbraken vastgesteld. Met name de stand van de wilde eend zou hierdoor lokaal onder druk kunnen komen te staan. 

Vanuit die verantwoordelijkheid roepen wij alle jachthouders op om de actuele omstandigheden nadrukkelijk mee te wegen bij de uitoefening van de jacht. Goed jachthouderschap betekent immers dat wordt gestreefd naar een gezonde en duurzame wildstand, waarbij beheer wordt afgestemd op wat het veld op dat moment vraagt. 

Uiteraard blijven de weidelijkheidsprincipes, zoals het afschot van woerden ter bevordering van het broedsucces, onverminderd van kracht. Iedere jachthouder maakt daarin vanzelfsprekend zijn of haar eigen afweging. Juist onder deze uitzonderlijke omstandigheden vragen wij u echter om verstandig, zorgvuldig en met oog voor het wild te handelen.

Alvast dank voor uw inzet en betrokkenheid.

Namens KNJV Zuid-Holland en NOJG Zuid-Holland




Sinds 29 juli 2026 worden grote Canadese ganzen in Fryslân beheerd op basis van een provinciale vergunning voor populatiebeheer.

Beheer van de Canadese gans in Fryslân

Sinds 29 juli 2026 worden grote Canadese ganzen in Fryslân beheerd op basis van een provinciale vergunning voor populatiebeheer. Omdat geen sprake meer is van een landelijke vrijstelling die in Fryslân kan worden toegepast, kan bij schade door Canadese ganzen een tegemoetkoming van BIJ12-Faunazaken worden aangevraagd.

Voor een tegemoetkoming gelden de gebruikelijke voorwaarden voor adequaat gebruik. Dit betekent dat de verleende vergunning aantoonbaar moet worden ingezet om schade te voorkomen of te beperken, in de praktijk minimaal twee keer per week. Deze verplichting geldt vanaf het moment van verzending van dit bericht.

Wij verzoeken grondgebruikers en uitvoerders daarom om hierover goede afspraken te maken en ervoor te zorgen dat uitgevoerde beheeracties tijdig worden geregistreerd.

Waarom kan de landelijke vrijstelling niet meer worden gebruikt?

De Canadese gans staat formeel nog steeds op de landelijke vrijstellingslijst. In Fryslân kan van deze landelijke vrijstelling echter geen gebruik meer worden gemaakt, omdat het betreffende Faunabeheerplan Algemene Soorten is verlopen.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in 2023 geoordeeld dat bij de uitvoering van een landelijke vrijstelling niet zonder meer kan worden uitgegaan van de bestaande landelijke onderbouwing (ECLI:NL:RVS:2023:1545; zie bijlage). Bij de goedkeuring van een faunabeheerplan moet worden beoordeeld of voor de betreffende soorten, op het moment van besluitvorming, aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Daarbij gaat het onder meer om de noodzaak van de maatregel, het ontbreken van andere bevredigende oplossingen en de staat van instandhouding.

De bestaande landelijke onderbouwing bleek hiervoor onvoldoende. Dit betekent in de praktijk dat na het aflopen van bestaande faunabeheerplannen niet opnieuw op basis van een nieuw faunabeheerplan uitvoering kan worden gegeven aan de landelijke vrijstelling.

Voor Fryslân geldt dit inmiddels voor de Canadese gans, houtduif en het konijn.

Provinciale vergunning voor de Canadese gans

Om beheer van de Canadese gans in Fryslân mogelijk te houden, is daarom gekozen voor een provinciale vergunning voor populatiebeheer. Deze vergunning is voorzien van een volledige provinciale onderbouwing en vormt daarmee een zelfstandige juridische grondslag voor het beheer.

Voor de vos, zwarte kraai en kauw kan in Fryslân op dit moment nog gebruik worden gemaakt van de landelijke vrijstelling op basis van het huidige Faunabeheerplan Predatiebeheer. Dit faunabeheerplan loopt eind 2026 af. Alleen het verlengen van het faunabeheerplan biedt echter geen oplossing voor de landelijke vrijstelling. Voor voortzetting van de uitvoering moet opnieuw worden voldaan aan het geldende juridische toetsingskader.

Ontwikkeling in andere provincies

De juridische ontwikkeling rond de landelijke vrijstelling speelt inmiddels in een groot deel van Nederland. In meerdere provincies is uitvoering op grond van de landelijke vrijstelling al niet meer mogelijk.

In Limburg en Zeeland lopen de betreffende faunabeheerplannen af op 31 december 2026. Voor Noord-Brabant geldt een einddatum van 30 juni 2029. Groningen, Drenthe, Flevoland, Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland kennen inmiddels eveneens geen uitvoering meer op grond van de landelijke vrijstelling.

Overijssel vormt op dit moment een bijzondere situatie. Daar is het huidige faunabeheerplan, inclusief de uitvoering van de landelijke vrijstelling, recent onherroepelijk geworden. Daardoor blijft uitvoering daar voorlopig mogelijk.

Ook in Gelderland is de landelijke vrijstelling onderwerp van juridische procedures. De rechtbank Gelderland heeft in december 2024 het Faunabeheerplan Jacht en Vrijstellingssoorten 2023–2029 uitgebreid getoetst aan het toetsingskader uit de uitspraak van de Raad van State uit 2023. Daarbij is per soort beoordeeld of de onderbouwing aan de wettelijke eisen voldoet (zie bijlage).

Aanleiding voor de stelselherziening

De uitspraak van de Raad van State uit 2023 en de juridische problematiek die daaruit voor de landelijke vrijstelling naar voren is gekomen, vormen bovendien een belangrijke aanleiding voor de huidige herziening van het stelsel.

Kort samengevat: de Canadese gans staat formeel nog steeds op de landelijke vrijstellingslijst, maar die vrijstelling kan in Fryslân niet meer als juridische grondslag voor het beheer worden gebruikt. Daarom is gekozen voor een provinciale vergunning voor populatiebeheer, met een zelfstandige provinciale onderbouwing.




Uitnodiging evenementen Jonge Jachtgenoten NOJG 2026




Nederland beheert zijn natuur, maar beheert zijn dieren niet meer

Door Piet Croughs

Nederland presenteert zich graag als een land waarin alles zorgvuldig wordt geregeld. We bouwen dijken voordat het water komt, onderhouden onze wegen voordat ze onveilig worden en plannen onze ruimtelijke inrichting tot achter de komma. Maar zodra het over wildbeheer gaat, lijkt die bestuurlijke daadkracht ineens te verdwijnen.

De cijfers spreken inmiddels voor zich. In 2025 keerden de provincies via BIJ12 ruim 92 miljoen euro uit aan tegemoetkomingen voor faunaschade. Dat bedrag ligt opnieuw op een historisch hoog niveau. Achter dat bedrag schuilt een fundamentele vraag: hoeveel schade zijn we bereid te accepteren voordat natuurbeheer weer daadwerkelijk beheer wordt?

In schadejaar 2025 behandelde BIJ12 12.631 aanvragen voor een tegemoetkoming in faunaschade. In totaal heeft BIJ12 vorig jaar ruim € 92 miljoen uitbetaald namens de provincies. Veruit het grootste deel van dit bedrag (80%) ging naar schade door watervogels, vooral aan voorjaars- en zomergras. De schade door wolven bedroeg ruim € 1,5 miljoen.

Een natuur die overal wordt gestuurd

Ironisch genoeg is Nederland misschien wel het meest intensief beheerde natuurlandschap van Europa.

Waterstanden worden kunstmatig geregeld. Heide wordt geplagd. Graslanden worden gemaaid. Bossen worden uitgedund. Recreatie wordt gestuurd met paden en rasters. Stikstofdepositie wordt gemonitord. Er zijn Natura 2000-beheerplannen, faunabeheerplannen, ecoducten, ecologische verbindingszones en uitgebreide populatietellingen.

Vrijwel ieder onderdeel van de natuur wordt actief gemanaged.

Behalve de populaties van grote en schadeveroorzakende diersoorten.

Juist daar lijkt Nederland de overtuiging te hebben ontwikkeld dat de natuur zichzelf wel regelt. Dat klinkt aantrekkelijk, maar in een land waar nauwelijks nog sprake is van echte wildernis en vrijwel ieder landschap door mensen is ingericht, bestaat een volledig natuurlijke balans eenvoudigweg niet meer.

Ganzen: het grootste probleem waar bijna niemand over spreekt

Wie het jaarlijkse schadeoverzicht van BIJ12 bekijkt, ziet onmiddellijk welke diersoort financieel veruit de grootste impact heeft: de gans.

Het gaat allang niet meer alleen om trekvogels die enkele maanden in Nederland verblijven. De afgelopen tientallen jaren zijn grote aantallen ganzen hier permanent gaan broeden. Door zachte winters, voedselrijke landbouwgebieden, veilige natuurgebieden en een vrijwel volledig gebrek aan natuurlijke vijanden groeien populaties jaar na jaar.

Vooral grauwe ganzen, Canadese ganzen, brandganzen, kolganzen en nijlganzen veroorzaken omvangrijke landbouwschade.

Boeren zien complete graslanden kaalgevreten worden. Jonge gewassen verdwijnen voordat ze zich kunnen ontwikkelen. Melkveehouders moeten extra voer aankopen omdat weilanden onvoldoende opbrengst leveren. Akkerbouwers lopen opbrengstverlies op doordat jonge gewassen worden weggevreten of vertrapt.

Daar blijft het niet bij.

Ganzen vervuilen zwemwater met grote hoeveelheden uitwerpselen, zorgen voor overbemesting van natuurgebieden, verdringen andere vogelsoorten en vormen een serieus risico voor de luchtvaart. Rond Schiphol wordt al jarenlang intensief geprobeerd om ganzen uit de omgeving te weren omdat een botsing tussen een vliegtuig en een zwerm ganzen desastreuze gevolgen kan hebben.

Ondanks tientallen jaren onderzoek, pilots en beheerplannen blijft de populatie op veel plaatsen hoog. Dat is geen biologisch probleem. Dat is een bestuurlijke keuze.

Bevers: succesverhaal wordt kostenpost

Hetzelfde patroon zien we bij de bever.

De herintroductie van de bever geldt internationaal als een natuursucces. Een soort die vrijwel verdwenen was, leeft inmiddels weer in grote delen van Nederland. Maar succes kent ook grenzen. Bevers graven gangen in dijken, ondermijnen waterkeringen, beschadigen oevers en kappen grote aantallen bomen. Alleen al de waterschappen besteden jaarlijks miljoenen euro’s aan herstelwerkzaamheden. De paradox is opvallend.

De overheid investeerde tientallen jaren in de terugkeer van de bever, maar moet nu opnieuw miljoenen uitgeven om de gevolgen van dat succes beheersbaar te houden. Ingrijpen gebeurt echter pas wanneer de veiligheid daadwerkelijk onder druk komt te staan. Dan moeten individuele dieren alsnog worden gevangen of gedood.

De das: beschermd, maar niet zonder gevolgen

Ook de das laat zien hoe moeilijk Nederland is geworden in het voeren van actief natuurbeheer.

De populatie heeft zich de afgelopen decennia sterk hersteld. Dat is ecologisch gezien positief, maar brengt ook nieuwe problemen met zich mee. Dassengangen veroorzaken verzakkingen van spoorlijnen, ondergraven dijken en zorgen lokaal voor landbouwschade. Herhaaldelijk moest het treinverkeer worden stilgelegd omdat tunnels onder het spoor instabiel werden. Toch blijft effectief beheer juridisch ingewikkeld. Iedere ingreep vereist uitgebreide onderbouwingen, vergunningen en vaak langdurige procedures.

De wolf: debat zonder einde

De wolf vormt inmiddels misschien wel het meest gepolariseerde natuurdebat van Nederland.

Voorstanders zien de terugkeer als herstel van een oorspronkelijk ecosysteem. Tegenstanders wijzen op toenemende aanvallen op landbouwhuisdieren, incidenten met mensen en de groeiende maatschappelijke onrust. Inmiddels leven tientallen wolven permanent in Nederland en worden vrijwel jaarlijks nieuwe welpen geboren. Provincies bevinden zich in een vrijwel onmogelijke positie. Enerzijds moeten zij Europese natuurwetgeving naleven. Anderzijds worden zij geconfronteerd met boeren, recreanten en inwoners die steeds vaker vragen om ingrijpen. Het gevolg is een systeem waarin vrijwel iedere vergunning juridisch wordt aangevochten. Daardoor verschuift de feitelijke besluitvorming steeds vaker van provinciebesturen naar de rechtbank.

Een overheid die steeds achter de feiten aanloopt

  • Niet alleen bij inheemse soorten ontbreekt een duidelijke beheervisie.
  • Ook bij invasieve exoten loopt Nederland structureel achter de feiten aan.
  • De Aziatische hoornaar breidt zich snel uit.
  • De tijgermug vestigt zich op steeds meer locaties.
  • De nijlgans is op veel plaatsen al niet meer weg te denken.
  • Steeds opnieuw luiden wetenschappers jaren vooraf de noodklok, waarna politieke besluitvorming, juridische procedures en maatschappelijke discussies ervoor zorgen dat daadwerkelijke maatregelen pas worden genomen wanneer de soort zich al stevig heeft gevestigd.
  • Preventie blijkt keer op keer goedkoper dan bestrijding.

Wat ontbreekt aan het Nederlandse natuurbeheer?

  • Het fundamentele probleem is niet dat Nederland te veel natuur heeft.
  • Het probleem is dat Nederland onvoldoende onderscheid maakt tussen natuurontwikkeling en populatiebeheer.
  • Bescherming is jarenlang vrijwel synoniem geworden met niets doen.
  • Terwijl modern natuurbeheer juist draait om actief sturen.
  • Dat betekent niet automatisch grootschalig afschot.
  • Het betekent wel dat overheden vooraf bepalen welke populatieomvang ecologisch én maatschappelijk verantwoord is, welke schade acceptabel wordt geacht en welke maatregelen volgen zodra die grens wordt overschreden.
  • In veel andere Europese landen gebeurt dat al veel langer.
  • Daar worden populatiedoelen vastgesteld, worden jaarlijkse beheerquota gehanteerd en wordt eerder ingegrepen voordat schade escaleert.
  • Nederland blijft daarentegen vaak hangen in langdurige juridische discussies over individuele dieren, terwijl de populaties als geheel blijven groeien.

De rekening blijft oplopen

  • Het bedrag van ruim 92 miljoen euro aan schadevergoedingen vertelt uiteindelijk maar een deel van het verhaal.
  • Daar bovenop komen de kosten voor dijkherstel, spoorreparaties, verkeersmaatregelen, natuurbeheer, waterbeheer, preventieve rasters, monitoring, juridische procedures en ambtelijke capaciteit.
  • Ook de maatschappelijke kosten zijn aanzienlijk.
  • Boeren verliezen vertrouwen in het beleid.
  • Omwonenden raken verdeeld.
  • Natuurorganisaties en landbouworganisaties staan tegenover elkaar.
  • Provincies belanden steeds vaker tussen Europese regelgeving, landelijke politiek en rechterlijke uitspraken.

Van beschermen naar beheren

Nederland hoeft niet te kiezen tussen natuur en mens. Het echte vraagstuk is of we bereid zijn natuur daadwerkelijk te beheren. Bescherming zonder grenzen leidt uiteindelijk niet tot minder ingrijpen, maar juist tot zwaardere ingrepen wanneer populaties uit balans raken. De wolf, de bever, de das en vooral de gans laten allemaal hetzelfde patroon zien: jarenlang uitstel, oplopende schade, maatschappelijke polarisatie en uiteindelijk noodmaatregelen die veel ingrijpender zijn dan tijdig beheer ooit zou zijn geweest. Misschien is het daarom tijd om natuurbeheer weer letterlijk te nemen. Niet alleen beschermen wat leeft, maar ook verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen wanneer bescherming succesvol is geworden.