Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij wilde zwijnen nabij Barcelona

Op 26 november 2025 zijn in Bellaterra (Barcelona) twee dode wilde zwijnen aangetroffen die positief testten op Afrikaanse varkenspest (AVP). Dit is de eerste bevestigde uitbraak van AVP in Spanje sinds 1994, vastgesteld door het Centraal Veterinair Laboratorium in Algete (Madrid). De vondst vond plaats nabij de campus van de Autonome Universiteit van Barcelona, in een dichtbevolkt gebied aan de rand van de stad.

Directe maatregelen

Het crisishandboek voor AVP is geactiveerd. Maatregelen omvatten:

* Afbakening van het besmette gebied
* Actieve opsporing en vernietiging van kadavers onder toezicht
* Jachtverbod om verspreiding te voorkomen
* Beperkingen op niet-essentiële activiteiten en bezoeken aan varkenshouderijen
* Versterkte bioveiligheidsmaatregelen op bedrijven in de regio

Toezicht en meldplicht

Het ministerie van Landbouw roept de sector op tot strikte bioveiligheid en toezicht, zowel bij varkens- als wilde zwijnenhouderijen en tijdens transport. Vermoedens van besmetting moeten direct worden gemeld. Er loopt onderzoek naar de bron van de infectie.

Wilde zwijnenproblematiek in Barcelona

De wilde zwijnenpopulatie rond Barcelona groeit, vooral nabij natuurparken. De dieren zoeken voedsel in afvalcontainers, wat leidt tot overlast, confrontaties en gezondheidsrisico’s, zoals hepatitis E en nu AVP. De gemeente heeft maatregelen genomen, waaronder hekken rond afvalcontainers, boetes voor het voeren van zwijnen en publiekscampagnes tegen het voeren van stadsdieren. Door het jachtverbod wordt het beheer van de populatie bemoeilijkt.

Economische impact en achtergrond

Catalonië en Aragón zijn belangrijke regio’s voor de Spaanse varkenshouderij. Spanje is de grootste producent van varkensvlees binnen de EU. Na een langdurige strijd tegen AVP verdween het virus in 1994, maar de huidige uitbraak betreft een ander genotype. Spanje heeft recent afspraken gemaakt met China over regionalisering bij een AVP-uitbraak, maar landen buiten de EU kunnen alsnog importbeperkingen instellen.




Boeren mogen volgend jaar weer houtduiven verjagen in Noord-Holland

Agrariërs in Noord-Holland krijgen binnenkort opnieuw toestemming om houtduiven te bestrijden, zoals zij dat vóór 2023 gewend waren. Naar verwachting wordt het verjagen en, indien noodzakelijk, het afschieten van houtduiven vanaf februari volgend jaar weer toegestaan. Dit is bekendgemaakt door de provincie Noord-Holland in een persbericht.

Enkele jaren geleden verviel, na een rechterlijke uitspraak, de vrijstelling om houtduiven buiten de reguliere winterse jachtperiode te bestrijden. Hierdoor nam de schade aan landbouwgewassen aanzienlijk toe, evenals de compensatiekosten. Zo moest de provincie vorig jaar 8,5 miljoen euro aan houtduivenschade vergoeden.

Met een nieuw beheerplan mogen houtduiven vanaf volgend jaar weer worden verjaagd zoals voorheen. Vooral telers in West-Friesland ondervinden veel hinder. Door daarnaast “in beperkte mate” exemplaren af te schieten, leren andere houtduiven volgens de provincie dat de betreffende akkers onveilig zijn, waardoor ze deze locaties mijden.

Voor het opzetten van een proef die een zorgvuldige uitvoering en goede samenwerking tussen boeren en jagers op agrarische percelen moet waarborgen, stelt Noord-Holland één miljoen euro beschikbaar.

Zodra agrariërs houtduiven weer actief tijdens het groeiseizoen kunnen bestrijden, vervalt de mogelijkheid om financiële schade aan gewassen te verhalen. Dit kan ertoe bijdragen dat de jaarlijks stijgende kosten voor faunaschade worden teruggedrongen. Dit jaar verwacht Noord-Holland ruim 42 miljoen euro aan faunaschade, terwijl voor 2026 een bedrag van 70 miljoen euro wordt voorzien.

Schade door ganzen

Een groot deel van de schade aan landbouwgewassen wordt veroorzaakt door ganzen. De provincie streeft ernaar de omvangrijke populatie overzomerende ganzen de komende jaren terug te brengen tot een stabiel, laag niveau. Dit gebeurt onder meer door het inzetten van afrasteringsnetten en knalapparaten; indien deze maatregelen onvoldoende effect hebben, wordt het afschot uitgebreid. Boeren die schade ondervinden door ganzen behouden het recht op schadevergoeding.




Meest gestelde vragen en antwoorden over jagen bij Vogelgriep

Vraag: Mag ik jagen als er vogelgriep is?

Antwoord: Ja, jagen is toegestaan. Dat mag overal in Nederland, ook in gebieden waar beperkingen gelden vanwege vogelgriep. De regels hierover staan in een Kamerbrief van januari 2023 en gelden nog steeds.

Vraag: Mag ik een geschoten (wild) dier meenemen?

Antwoord: Ja, dat mag. Maar let op: als je in een beperkingsgebied een vogel hebt geschoten, dan mag je die niet meenemen.

Vraag: Mag ik vogels meenemen die ik in een beperkingsgebied heb geschoten?

Antwoord: Nee, dat mag niet. Vogels die je in een beperkingsgebied hebt geschoten, moet je aanbieden voor vernietiging via Rendac. Dit gaat via de gemeente. Je mag deze vogels dus niet zelf meenemen.
Deze regel geldt alleen in beperkingsgebieden. Zo’n gebied blijft 30 dagen van kracht. Tijdens die periode mag faunabeheer wel doorgaan, maar de geschoten vogels moeten worden afgevoerd.
Wil je weten waar in Nederland beperkingsgebieden zijn? Kijk dan op: GeoWeb

Vraag: Waarom mag ik geen vogels meenemen uit een beperkingsgebied?

Antwoord: Dat komt door Europese regels voor dierengezondheid (AHR: Animal Health Regulation). Nederland mag deze regels niet zelf aanpassen.
De regel is er om te voorkomen dat mogelijk besmette dode vogels worden verplaatst. In een gebied met vogelgriep is de kans namelijk groter dat wilde vogels ziek zijn. Daarom moeten kadavers daar blijven om verdere verspreiding van het vogelgriepvirus te voorkomen en op een veilige manier worden afgevoerd.

Vraag: Hoe bescherm ik mezelf als jager tegen vogelgriep?

Antwoord: Als jager is het belangrijk om voorzichtig te zijn met dode vogels. Vogelgriep kan besmettelijk zijn. Volg daarom altijd de richtlijnen, zie: Leidraad omgang met wilde dieren met vogelgriep | Rapport | Rijksoverheid.nl)
Let op het volgende:

  • Draag altijd handschoenen als je dode vogels aanraakt.
  • Gebruik een goed afgesloten zak om de vogel te vervoeren (zie paragraaf 5.2 van de leidraad).
  • Slacht, pluk of maak geen vogel schoon thuis. Dit vormt een risico op besmetting. Het virus kan dan via de lucht of via het vlees en de organen worden verspreid.
  • Wees extra voorzichtig met wilde eenden. Veel van hen zijn besmet zonder dat ze ziek lijken. Dit geldt voor heel Nederland.
  • Besmet vlees is pas veilig als je het goed verhit. Zorg ook voor goede hygiëne: was je handen goed en maak messen, snijplanken en andere spullen goed schoon.

Heb je binnen 10 dagen na contact met dode of zieke vogels of zoogdieren griepklachten? Neem dan contact op met je huisarts en zeg dat je met (mogelijk) besmette dieren in contact bent geweest. De huisarts kan dit melden bij de GGD als er een vermoeden is van vogelgriep.




Aanvullend NVWA‑antwoord vogelgriep en geschoten wild in 10‑km zone

Inleiding en doel van de toelichting

Naar aanleiding van recente uitbraken van vogelgriep (aviaire influenza, AI) in verschillende regio’s in Nederland en de instelling van een 10‑km beperkingszone, geeft de NOJG hier een nadere toelichting op het beleid van de NVWA. Dit betreft de gevolgen voor jacht, afschot en gebruik van geschoten ganzen, eenden en vossen. De toelichting biedt praktische handvatten aanvullend op de formele maatregelen van de Rijksoverheid en NVWA.

Status 10‑km beperkingszone en jacht

Rondom een besmet pluimveebedrijf wordt een beperkingszone van 10 km ingesteld, bestaande uit een 3‑km beschermingszone en een 3–10 km bewakingszone. Binnen deze zone geldt een vervoersverbod voor pluimvee, eieren, mest en aanverwante producten afkomstig van bedrijven met vogels, ter voorkoming van verspreiding van het virus.

De overheid kan binnen deze zone een (gedeeltelijk) jachtverbod instellen. Dit gebeurt niet standaard; jacht op ganzen, eenden en andere vogelsoorten, evenals op vossen, blijft mogelijk tenzij een specifiek verbod wordt afgekondigd. Jagers dienen voor actuele informatie regelmatig de Dierziekteviewer van RVO en berichtgeving van Rijksoverheid en de NOJG en de Jagersvereniging te raadplegen.

Jagen

Ook in tijden van vogelgriep mag overal in Nederland worden gejaagd en gelden de gebruikelijke afspraken over de uitvoering van faunabeheer en jacht. In een straal van 10 kilometer rond een besmet pluimveebedrijf gelden beperkingen voor vervoer van dode vogels voor 30 dagen. Geschoten vogels in zo’n beperkingsgebied mogen op basis van Europese regels niet meegenomen worden, deze moeten afgevoerd worden naar Rendac. Op de website Rijksoverheid.nl/vogelgriep vind je actuele informatie over uitbraken en voor welke gebieden dit vervoersverbod geldt.
Het is heel belangrijk dat ook jagers en kooikers zich beschermen wanneer zij levende of dode vogels aanraken. Richtlijnen hiervoor staan in de Leidraad wilde vogels (zie: Leidraad omgang met wilde dieren met vogelgriep | Rapport | Rijksoverheid.nl). Tenminste handschoenen aan en een goed afgesloten zak voor vervoer zoals omschreven staat onder 5.2. Opruimen van enkele dode vogels (particulieren).

Rol van wilde vogels en vossen bij verspreiding

De NVWA stelt dat vogelgriep jaarrond circuleert onder wilde vogels, waarbij met name watervogels (ganzen, eenden, zwanen) een belangrijke rol spelen in de transmissie. Het H5N1‑virus kan voorkomen bij ogenschijnlijk gezonde wilde eenden en andere grondel eenden. Roofdieren en aaseters, waaronder vossen, kunnen het virus oplopen door het eten van besmette vogels.

Geschoten wilde watervogels uit gebieden met een actuele uitbraak, en vossen die veel aas eten, kunnen deel uitmaken van de infectieketen. Het gebruik van dergelijk wild vraagt om terughoudendheid, vooral bij menselijke consumptie en intensief gebruik bij trainingen of proeven, gezien het risico op verspreiding.

Gebruik en afvoer van geschoten ganzen en eenden

De NVWA richt formele vervoersverboden primair op gehouden vogels en hun producten. Tegelijk waarschuwt ze dat dode wilde (water)vogels met AI‑virus een risico vormen voor verdere verspreiding richting pluimvee en hobbyvogels. Om deze reden wordt, in lijn met het beleid rond jachthondenproeven, geadviseerd in de 10‑km zone geen wild te gebruiken uit recente uitbraakgebieden en geschoten wild altijd zorgvuldig en professioneel af te voeren.(Bijvoorbeeld RENTAL)

Aanvullend advies NOJG binnen de 10‑km zone

  • Beoordeel geschoten watervogels direct ter plekke op ziekteverschijnselen, afwijkend gedrag of opvallende sterfte in het gebied.
  • Geschoten kadavers ook zonder afwijkingen mogen niet worden meegenomen uit het gebied en mogen niet in de voedselketen terechtkomen; deze dienen als risicohoudend dierlijk materiaal te worden afgevoerd.
  • Kadavers mogen niet in het veld worden achtergelaten, maar moeten via een destructiebedrijf of andere professionele route worden afgevoerd om direct contact met pluimveehouderijen, hobbypluimvee en gehouden vogels te vermijden.
  • Deze aanpak sluit aan bij het voorlichtingsbeleid van de NVWA: door kadavers gecontroleerd af te voeren, wordt het risico op mechanische verspreiding via voertuigen, materiaal, honden of menselijk verkeer verkleind.

Vossen in de 10‑km zone

Voor vossen gelden geen specifieke AI‑vervoersverboden. Wel signaleren de NVWA en diergezondheidsorganisaties dat roofdieren, waaronder vossen, via besmette vogels of aas het H5N1‑virus kunnen oplopen. Jacht op vossen kan doorgaan, mits er geen specifieke gebiedsmaatregelen gelden, maar extra aandacht voor hygiëne en terughoudendheid is geboden.

Gebruik vossenkadavers niet voor demonstraties, trainingen of andere activiteiten waarbij veel contact met mensen of honden is, maar voer ook deze kadavers via een professionele route af.

Bij vossen met opvallende zenuwverschijnselen, verlammingsbeelden of ander afwijkend gedrag dient in overleg met dierenarts of bevoegde instanties te worden beoordeeld of inzending voor onderzoek of melding aan het Landelijk meldpunt dierziekten noodzakelijk is.

Hygiëne en de risico vogelgriep bij jagen en verwerken van wilde vogelsmeldingen en praktische afspraken

Sinds de start van het vogelgriepseizoen in oktober is er een sterke stijging in Nederland van H5N1-vogelgriep. Er zijn meerdere uitbraken geweest bij commerciële pluimveehouderijen en hobbyhouders. Onderzoekers van onder andere het Erasmus MC vinden sinds oktober ook vaker vogelgriep bij levende wilde eenden. Rond de 25% van de onderzochte wilde eenden blijkt vogelgriep te hebben. Vaak hebben deze dieren geen zichtbare verschijnselen

Mensen die bij (vrijwilligers)werk of activiteiten in het veld nauw contact hebben met wilde vogels doen er goed aan alert te zijn op vogelgriep en maatregelen te nemen om hun gezondheid te beschermen. Het gaat onder ander om het gebruiken van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en preventief de griepprik halen. Ook is het advies om contact op te nemen met de huisarts als zijn binnen tien dagen na het contact met de vogels griepachtige klachten krijgen. Hierbij moet worden aangegeven dat er contact is geweest met (mogelijk) besmette vogels. Als de huisarts besluit dat er sprake is van een verdenking van vogelgriep, dan wordt dit bij de lokale GGD gemeld.

Hygiëne maatregelen bij de jacht

  • Materieel zoals wildrekken, voertuigen, laarzen en jachttassen na gebruik reinigen en waar mogelijk desinfecteren, vooral vóór bezoek aan erven met pluimvee of andere gehouden vogels.
  • Direct contact tussen jachthonden en dode wilde vogels beperken; honden na inzet grondig schoonmaken, met name na werkzaamheden in natte of kadaverbelaste gebieden.
  • Dode wilde vogels die buiten de jachtsituatie worden aangetroffen (meerdere dieren of opvallende sterfte) melden via de door de NVWA aangeboden kanalen en de meldwijzer, zodat monitoring en onderzoek naar het vogelgriepvirus mogelijk blijven.

Jachthonden, slachte- en eten gevogelte

  • Ook (jacht)honden kunnen besmet raken wanneer zij in contact komen met een besmette vogel. Er zijn in Nederland nog geen meldingen geweest over honden die ziek zijn geworden maar bij een onderzoek van de Universiteit Utrecht werden afweerstoffen tegen vogelgriep aangetoond bij (jacht)honden. Wees hier alert op, vermijd contact en let op eventuele verschijnselen van ziekte (koorts, benauwdheid, een loopneus of oogontsteking) bij een hond die in contact is geweest met mogelijk besmette vogels.
  • Het slachten, plukken en schoonmaken van een met virus besmette vogel in een niet-professionele setting (thuis), wordt als een reëel risico gezien, en daarom echt afgeraden. Hierbij kan het virus zich via de lucht (bv via de veren) en vanuit het vlees en de organen naar de omgeving verspreiden.
  • Dit betreft alle soorten wilde vogels, en momenteel in het bijzonder de eenden, omdat we weten dat een groot deel van de wilde eenden besmet is, zonder dat zij symptomen hebben. Het gaat om vogels in heel Nederland.
  • Eten van gevogelte
    Tot nu toe is er geen bewijs dat mensen vogelgriep krijgen door het eten van besmet gevogelte. Wel is het altijd goed om de adviezen voedselinfecties te voorkomen op te volgen. Denk bijvoorbeeld aan keukenhygiëne (goed handen wassen, schoonmaken van snijplanken en andere gebruikte materialen) en het goed verhitten van vlees.

Slotopmerkingen

De NOJG verzoekt alle leden deze aanvullende aanwijzingen strikt te volgen zolang de beperkingszone geldt. Bij wijziging van het NVWA‑beleid of opheffing van de zone is deze informatie niet meer van toepassing.

Bron: RIVM, Min LVVN, Min VWS




Recordhoogte faunaschade in 2026 door houtduiven en ganzen in Noord-Holland verwacht

Explosieve kostenstijging tegemoetkomingen faunaschade

De provincie Noord-Holland ziet zich geconfronteerd met een forse toename van de kosten voor tegemoetkomingen in faunaschade. Vooral schade veroorzaakt door ganzen en houtduiven leidt tot een aanzienlijke stijging van de uitgaven. Om deze ontwikkeling het hoofd te bieden, reserveert de provincie extra financiële middelen en overweegt zij aanvullende maatregelen om de schade te beperken.

Financieel beeld en ontwikkeling

• Voor 2026 verwacht Noord-Holland circa 70 miljoen euro nodig te hebben voor het vergoeden van faunaschade, wat ongeveer 25 miljoen euro meer is dan eerder werd geraamd.
• In het lopende jaar wordt uitgegaan van ruim 42 miljoen euro aan schadevergoedingen, een sterke stijging ten opzichte van ongeveer 29 miljoen euro in het jaar daarvoor.
• Landelijk ramen de provincies de uitgaven voor tegemoetkomingen in faunaschade volgend jaar op ongeveer 118 miljoen euro, waarmee de omvang van het probleem niet alleen op provinciaal, maar ook op nationaal niveau duidelijk wordt.

Oorzaken: soorten en meldgedrag

De schade in Noord-Holland ontstaat vooral aan landbouwgewassen door ganzen en houtduiven, die op grote schaal foerageren op graslanden en akkerbouwgewassen. Volgens de provincie zijn er geen harde aanwijzingen dat de populaties grauwe ganzen en houtduiven significant zijn toegenomen. De stijgende kosten lijken vooral het gevolg van een groter aantal aanvragen van agrariërs voor een tegemoetkoming. Met name in de groenteteelt is het aantal schademeldingen fors gestegen, met meer dan de helft, maar ook bij grasland is een duidelijke toename zichtbaar.

Beleid en maatregelen

Gedeputeerde Rommel benadrukt dat de beschikbare begrotingsruimte voor schadevergoedingen direct samenhangt met de noodzaak tot nieuw faunabeheerbeleid. Zij omschrijft de huidige situatie als “verschrikkelijk” voor Noord-Holland. De provincie zet daarom in op een mix van maatregelen: het plaatsen van afrasteringsnetten als preventieve maatregel, actieve verjaging en – indien noodzakelijk – een toename van het afschot van met name ganzen om de druk op landbouwpercelen te verlichten. Tevens zijn er provinciale budgetten gereserveerd voor projecten die gericht zijn op een structurele verkleining van de ganzenpopulatie, om zo verdere schade en kostenstijgingen te voorkomen.

Juridisch en beleidsmatig kader

De uitgaven betreffen tegemoetkomingen aan agrariërs voor schade veroorzaakt door beschermde diersoorten. Dit vloeit voort uit het landelijke systeem waarbij provincies verantwoordelijk zijn voor het beheer en de vergoeding van faunaschade. De explosieve stijging van de kosten voedt een discussie in Provinciale Staten over de balans tussen soortenbescherming, het belang van de landbouw en de vraag in hoeverre publieke middelen besteed mogen of moeten worden aan schadecompensatie.

Bronnen:

Noord-Holland vreest 70 miljoen euro faunaschade in 2026
Provincies verwachten weer forse toename faunaschade .




Stropers op heterdaad betrapt in Nuenen Noord-Brabant

Op 21 november 2025 heeft de politie drie stropers op heterdaad betrapt in het buitengebied van Nuenen. Het betrof een 19-jarige man uit Nuenen, een 19-jarige man uit Frankrijk en een 22-jarige man uit Nuenen, die later in het onderzoek in beeld kwam. Zij worden verdacht van stroperij op hazen met behulp van honden. De stropers namen een hond en wapens mee en lieten de hond los om hazen op te jagen. Deze jachtmethode is buitengewoon wreed, waarbij de opgejaagde dieren uitgeput raken en geen enkele kans hebben. Stroperij is niet alleen wreed, maar ook in strijd met de wet.

(Wild)stroperij: een groeiend en structureel probleem.

(Wild)stroperij vormt een structureel en toenemend probleem binnen kwetsbare natuurgebieden. Dit fenomeen is een aandachtspunt voor politie, buitengewoon opsporingsambtenaren (groene BOA’s) en burgers. In het buitengebied worden ’s nachts met speciaal getrainde honden en in sommige gevallen vuurwapens, beschermde diersoorten zoals hazen en reeën illegaal bejaagd. Stropers maken hierbij gebruik van voertuigen en krachtige lichtbronnen om dieren op te sporen, waarna zij met jachtmethoden worden gevangen of gedood. De inzet van getrainde honden is gericht op het vangen van prooien, wat regelmatig gepaard gaat met aanzienlijk dierenleed. Stroperij wordt als ernstig strafbaar feit gekwalificeerd en kan leiden tot hoge geldboetes of gevangenisstraffen.

De impact van stroperij op de natuur.

Stroperij verstoort daarnaast het natuurlijke evenwicht van wildpopulaties, ondanks de inzet van diverse organisaties die zich inzetten voor het behoud van deze populaties.

Samenwerking voor handhaving

De milieuagenten van de politie Maas en Leijgraaf en Dommelstroom, lokale gemeentelijke BOA’s en SSiB (Samen Sterk in Brabant) werken nauw samen om stroperij tegen te gaan. Gezamenlijke observatieacties, vaak ’s nachts uitgevoerd, resulteerden in zichtbare successen. In Nuenen leidde deze aanpak tot de aanhouding van verdachten.

Inbeslagname en onderzoek

Bij de staande houding troffen agenten een lange hond en een dode haas aan in het voertuig van de verdachten; beide werden in beslag genomen, evenals het voertuig zelf. Tijdens het onderzoek werden foto’s en video’s aangetroffen die wijzen op herhaalde stroopactiviteiten, waaronder beelden van wapengebruik en poseren met gestroopt wild. Een derde verdachte werd eveneens geïdentificeerd. Het Functioneel Parket behandelt de zaak verder.

Meldpunt stroperij

POLITIE

De politie is het eerste aanspreekpunt voor meldingen over stroperij, drugsdumpingen en ander milieugerelateerd crimineel gedrag. Voor tips of meldingen: bel 0900-8844 of anoniem via Meld Misdaad Anoniem op 0800-7000.

SAMEN STERK IN BRABANT (SSiB)

SSiB zet zich dagelijks in voor een veilig en schoon buitengebied met focus op afvaldumpingen, wildcrossen en stroperij. Het team ondersteunt netwerkpartners via handhavingsacties, surveillance en kennisdeling. Meld opvallende situaties in het buitengebied bij de MilieuKlachtenCentrale op 073 681 28 21. Meer informatie over SSiB vindt u hier.

Bron: https://www.politie.nl/nieuws/2025/november/21/09-politie-betrapt-stropers-op-heterdaad-in-nuenen.html




Landelijk Informatiepunt Wolven geopend

Nieuwsbericht | 20-11-2025

Vanaf donderdag 20 november is het Landelijk Informatiepunt Wolven geopend. Iedereen kan hier terecht met vragen en zorgen over wolven in Nederland. Het informatiepunt biedt actuele en feitelijke informatie. Het Landelijk Informatiepunt Wolven is opgericht door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de gezamenlijke provincies, verenigd in het Interprovinciaal Overleg. Het is onderdeel van de Landelijke Aanpak Wolven. De uitvoering is in handen van BIJ12.

Het informatiepunt gebruikt wetenschappelijke onderzoeken, erkende bronnen en actuele gegevens uit het landelijke Wolvenmeldpunt. Veelgestelde vragen en nieuwe inzichten worden regelmatig toegevoegd aan de website. Het Landelijk Informatiepunt Wolven is bereikbaar via de website www.landelijkinformatiepuntwolven.nl en telefoonnummer 0800-1212.

In Nederland leven wolven. Veel mensen hebben daar vragen of zorgen over.

Bijvoorbeeld:

Het Landelijk Informatiepunt Wolven geeft betrouwbare en begrijpelijke informatie over wolven.

  • Hoe en waar leven wolven?
  • Kan ik nog met mijn kind, hond of paard naar het bos?
  • Hoe bescherm ik mijn dieren?

Het Landelijk Informatiepunt Wolven is er voor iedereen met vragen of zorgen over wolven. Bel naar telefoonnummer 0800-1212 of vul het contactformulier in. Wij zijn bereikbaar op werkdagen van 9.00-12.00 uur en van 13.00-17.00 uur.

Wolven(spoor) melden?

Heb je een wolf, wolvenspoor of wolvendrol gezien? Geef dit door aan het landelijke Wolvenmeldpunt van BIJ12. Je melding helpt om wolven in Nederland in kaart te brengen. Een team van getrainde vrijwilligers en experts beoordeelt elke melding zorgvuldig.

Schade aan vee?

Is je vee vermoedelijk verwond of gedood door een wolf? Neem dan direct contact op met BIJ12

bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 20/11/2025




Nieuw landelijk actieplan Afrikaanse varkenspest

Om de structurele dreiging van Afrikaanse varkenspest te minimaliseren, hebben overheden, natuurorganisaties en de Productenorganisatie Varkenshouderij een nieuw actieplan opgesteld. Dit plan, geldig tot medio 2028, richt zich op preventie en snelle bestrijding bij een mogelijke uitbraak.

Het actieplan in de provincie Limburg bouwt voort op de ‘Roadmap’ uit 2020 en is aangepast aan de recente ontwikkelingen in Europa. Extra aandacht gaat uit naar risicolocaties zoals parkeerplaatsen, recreatieparken en evenementen. Lokale overleggen zorgen voor effectief beheer van wilde zwijnen en investeren in de opleiding van jonge jagers. Dode wilde zwijnen worden direct beoordeeld door gekwalificeerde personen. Subsidies ondersteunen de aanschaf van middelen, trainingen en overleg. Partners houden draaiboeken en oefeningen actueel en noodvergunningen zijn beschikbaar voor snelle interventie indien nodig.

Het nieuwe landelijk actieplan

Beschrijft een gezamenlijk plan (2025–2028) van het Rijk, vier provincies, TBO’s en de varkenssector om insleep en verspreiding van Afrikaanse varkenspest (AVP) via wilde zwijnen te voorkomen en om bestuurlijk, juridisch en operationeel voorbereid te zijn op een uitbraak in Nederland.

Doel en reikwijdte

Het plan bouwt voort op de Roadmap Preventie AVP (2020) en neemt resterende en nieuwe acties op, specifiek gericht op wilde zwijnen; preventie bij gehouden varkens loopt in een parallel traject. Doel is risico’s op introductie te reduceren, rekening houdend met de ecologische rol van het wilde zwijn, én knelpunten bij bestrijding vooraf weg te nemen zodat bij een uitbraak snel en gecoördineerd kan worden opgetreden.

Governance en rolverdeling

Er komt een stuurgroep (LVVN, provincies GLD/LIM/NB/OV, POV en TBO’s) die jaarlijks bijeenkomt en een werkgroep die viermaal per jaar vergadert en de acties inhoudelijk uitwerkt en uitvoert. Provincies trekken de preventielijn (faunabeheer en populatiesturing), terwijl LVVN verantwoordelijk is voor dierziektebestrijding en de voorbereidingen daarop; financieringsvraagstukken worden betrokken bij de evaluatie van het gedecentraliseerde natuurbudget en het Natuurpact.

Hoofdacties preventie

Kern van de preventie is risicogericht, gebiedsspecifiek beleid op locaties met grootste kans op insleep (recreatie, infrastructuur, grensgebieden), inclusief reductie/voorkomen van populaties, afrasteringen, monitoring en lokale communicatie.Verder voorziet het plan in onderzoek naar niet-dodelijke middelen, optimalisering en eventueel minder vrijblijvende toepassing van beheermethoden (incl. juridische basis voor “verplicht beheer”), versterking van kennis en opleiding van jagers en het verbeteren van de georganiseerde inname en afvoer van slachtafval van wilde zwijnen.

Hoofdacties bestrijdingsvoorbereiding

Voor de “warme fase” worden compartimenten en besmette zones vooraf in kaart gebracht, inclusief mogelijke rastertracés en bijbehorende vergunning- en toestemmingsvereisten.Daarnaast worden afspraken voorbereid over inzet van lokaal personeel/vrijwilligers en alternatieve middelen (honden, drones) voor kadavers op te sporen, wordt een eradicatieplan voor AVP in wilde zwijnen geactualiseerd en is er expliciete afstemming met veiligheidsregio’s over maatschappelijke en orde/veiligheidsgevolgen van een uitbraak.

Jaarlijkse terugkomdag en provinciale bijlage

Er wordt jaarlijks een “terugkomdag” georganiseerd waarin alle betrokken partijen voortgang, knelpunten en goede voorbeelden rond preventie en beheer uitwisselen.In een bijlage staat per provincie (GLD, LIM, NB, OV) een overzicht van reeds uitgevoerde acties sinds de Roadmap, zoals 0‑standgebieden, lokale overleg- en interventieteams, verruimde inzet van middelen, compartimenteringsonderzoek en het plaatsen van rasters en waarschuwingsborden.

Bronnen
[1] 102223972-Plan-van-aanpak-preventie-en-bestrijdingsvoorbereiding-Afrikaanse-varkenspest-.pdf




De jacht is springlevend en is onderdeel van onze relatie met de natuur

bron: Omroep Gelderland

Hoe jacht en natuur samen het landschap vormen

Zonder de invloed van de jacht zou de Veluwe er vandaag de dag heel anders uitzien. Hoewel veel mensen de begrippen ‘jacht’ en ‘natuur’ als tegenpolen beschouwen, blijken ze in werkelijkheid nauw met elkaar verweven. Dit wordt gesteld door Eugenie van Heijgen, onderzoeker aan Wageningen Universiteit, in haar proefschrift over de relatie tussen mens en natuur.

De verwevenheid van mens en natuur

Volgens Van Heijgen worden discussies rondom de jacht vaak gekleurd door negatieve associaties, bijvoorbeeld met ‘plezierjacht’, en het idee dat jagen niet thuishoort in natuurgebieden. “De natuur zoals wij die in Nederland kennen – denk aan de Veluwe en de dieren die er leven – is voor een belangrijk deel gevormd door jachtactiviteiten, zowel in het verleden als nu,” legt Van Heijgen uit.

Het ontstaan van het ‘jachtlandschap’

Het is geen verrassing dat menselijk handelen invloed heeft op het landschap, maar Van Heijgens onderzoek laat zien hoe diep die invloed werkelijk reikt. Ze introduceert de term ‘jachtlandschap’ om gebieden als de Veluwe te beschrijven. “Het is alsof je een speciale bril opzet om naar de natuur te kijken,” licht ze toe. Veel dieren die wij typisch Veluws vinden, zijn dat niet per definitie altijd geweest. Zo zijn wilde zwijnen bijvoorbeeld pas in het begin van de twintigste eeuw op de Veluwe teruggebracht. Op verzoek van prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina, werden zwijnen uit Tsjechië en Mecklenburg gehaald en uitgezet in Kroondomein Het Loo, om het Duitse jachtvoorbeeld te volgen.

Ook de huidige edelherten op de Veluwe komen oorspronkelijk uit verschillende delen van Europa. In de negentiende eeuw was de lokale populatie minder indrukwekkend qua formaat. Daarom brachten grootgrondbezitters begin twintigste eeuw edelherten uit andere regio’s naar de Veluwe, in de hoop gezondere dieren met imposante geweien te krijgen. “De edelherten die je nu ziet zijn dus eigenlijk een mix van lokale en geïntroduceerde dieren,” aldus Van Heijgen. Ook hier was de jacht de drijvende kracht achter deze introducties.

De invloed van dieren op het landschap

Rijke landeigenaren beheerden vroeger actief de populaties van herten en zwijnen, en ook tegenwoordig worden de aantallen nauwgezet bijgehouden. Jagers tellen de dieren en bepalen op basis daarvan hoeveel er jaarlijks mogen worden geschoten. De dieren zelf oefenen op hun beurt weer invloed uit op het landschap: zwijnen wroeten in de bodem, wat ruimte schept voor pioniersplanten, maar het jonge loofhout krijgt daardoor minder kans om te groeien. “Dat heeft zowel voordelen als nadelen,” zegt Van Heijgen. “De dynamiek tussen dier en landschap is constant in beweging.”

Jachttraditie en beeldvorming

De eeuwenoude jachttraditie heeft niet alleen het gebied gevormd, maar ook onze blik op de dieren. De fazant is daar een sprekend voorbeeld van. Deze vogelsoort werd ooit geïntroduceerd voor de jacht, maar wordt tegenwoordig door veel natuurbeschermers als ‘exoot’ bestempeld, en daardoor als minder waardevol. Volgens Van Heijgen hangt dit samen met de associatie met de jacht: de fazant wordt gezien als een typisch jachtdier en daardoor minder interessant gevonden.

Een blijvende verbinding

Samengevat zijn de jacht en de natuur van de Veluwe onlosmakelijk met elkaar verbonden. Van Heijgen concludeert: “Mensen voelen zich tegenwoordig minder verbonden met de natuur, wat een bedreiging vormt voor zowel onszelf als andere levensvormen. Jacht kan juist bijdragen aan die verbinding, al blijft het een complexe praktijk met scherpe kanten. Hoe dan ook, de jacht is springlevend en verdient het om serieus genomen te worden als onderdeel van onze relatie met de natuur.”




Vogelgriep – de actuele vogelgriepsituatie en de nieuwe risicobeoordeling van de Deskundigengroep Dierziekten.

Actuele situatie

Op dit moment is sinds de laatste TUO-mail van 16 oktober op negen locaties met pluimvee hoogpathogene vogelgriep (HPAI) vastgesteld. Dit waren zowel locaties van commerciële pluimveebedrijven met kippen en fazanten, als locaties van hobbyhouders. Dit is een groot aantal in korte tijd. Ook in de wilde vogels is een toename in HPAI te zien, met name in eendachtigen. Dit is gebleken uit zowel de levendewildevogelmonitoring van het Erasmus MC (EMC), als de dodewildevogelmonitoring van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) en Dutch Wild Health Center (DWHC). Deze besmettingen bij wilde vogels, vooral eenden, komen verspreid over Nederland voor.
Ook in de rest van Europa is een toename van het aantal uitbraken met HPAI zowel bij gehouden als bij wilde vogels. In de afgelopen weken zijn er tientallen uitbraken geweest in onder andere België, Duitsland, Frankrijk, Polen, en het Verenigd Koninkrijk.

Risicobeoordeling Deskundigengroep Dierziekten

Voor ons waren de ontwikkelingen aanleiding om de Deskundigengroep Dierziekten opnieuw om een risicobeoordeling te vragen. Afgelopen 10 november zijn de deskundigen bijeengeweest voor een nieuwe risicobeoordeling. Zij hebben het risico verhoogd van ‘matig’ naar ‘zeer hoog’ met een lage mate van onzekerheid. De deskundigen hebben het risico verhoogd vanwege de hoge prevalentie van HPAI die bij de wildevogelmonitoring en het toegenomen aantal infecties bij gehouden pluimvee. Bij de levendewildevogelmonitoring van het EMC is nog niet eerder in de afgelopen jaren zo’n hoge prevalentie van het HPAI-virus gevonden bij eenden. Het definitieve verslag wordt meegestuurd met de Kamerbrief.

Wees alert

Gezien de vogelgriepsituatie, met in korte tijd een groot aantal uitbraken, roepen we iedereen dringend op alles te doen wat in ieders vermogen ligt om besmettingen te voorkomen. Daarbij zijn de bioveiligheids- en hygiënemaatregelen het allerbelangrijkste wapen. Daarnaast, door verdenkingen direct te melden bij de NVWA kan een eventuele besmetting zo snel mogelijk worden bestreden. Tevens willen we u vragen om uw achterban nogmaals te attenderen op de landelijke maatregelen en het goed toepassen van de afschermplicht voor hobbyhouders en speciale vogelsoorten (fazanten en loopvogels).
Voor iedereen die in contact komt met wilde vogels geldt dat men erop bedacht moet zijn dat wilde vogels besmet kunnen zijn, met name wilde eenden. Bij het hanteren van wilde vogels of kadavers is het daarom belangrijk dat de veiligheids- en persoonlijke beschermingsmaatregelen in acht worden genomen zoals beschreven in de Leidraad omgang met wilde dieren met vogelgriep.

Tot slot

Meer informatie over de geldende maatregelen is hier te vinden. Bij een verdenking: neem direct contact op met uw dierenarts of meld het bij de NVWA via 045 – 5453188. Vragen aan LVVN? Mail naar diergezondheid@minlnv.nl.
We realiseer ons dat het voortdurend waakzaam zijn en het toepassen van preventieve maatregelen veel vraagt van pluimvee- en hobbyhouders. We willen daarom onze dank en waardering uitspreken voor iedereen die zich hiervoor inzet.