Animal Rights maakt opnieuw bezwaar tegen afschot reeën in Drenthe

Animal Rights heeft opnieuw bezwaar gemaakt tegen de vergunning van de provincie Drenthe om reeën af te schieten. Volgens de dierenrechtenorganisatie is onvoldoende aangetoond dat afschot nodig is om het aantal aanrijdingen met reeën terug te dringen.

De provincie wil ingrijpen omdat er jaarlijks honderden aanrijdingen met reeën plaatsvinden. Vorig jaar werden in Drenthe 1.265 ongelukken geregistreerd, ongeveer 450 meer dan het jaar ervoor. Gedeputeerde Henk Emmens stelt dat maatregelen nodig zijn voor de verkeersveiligheid.

Animal Rights betwijfelt echter of het aantal aanrijdingen samenhangt met de omvang van de reeënpopulatie. Volgens de organisatie spelen vooral het gedrag van weggebruikers en de verkeerssituatie een rol. Ook vindt Animal Rights dat eerst meer niet-dodelijke maatregelen moeten worden ingezet, zoals wildpassages, lagere snelheden en betere waarschuwingsborden.

Eerder dit jaar kreeg Animal Rights samen met Fauna4Life al gelijk van de rechtbank. De provincie had toen onvoldoende onderbouwd waarom afschot noodzakelijk was. Inmiddels heeft de provincie een nieuwe vergunning afgegeven, waartegen Animal Rights opnieuw bezwaar heeft ingediend.

De provincie moet het bezwaar nu beoordelen. Als Animal Rights zich niet kan vinden in de uitkomst, kan de organisatie opnieuw naar de rechter stappen.




Collectieve Ganzendag WBE’s Noord-Holland op 26 september 2026

Beste WBE-leden,

Deze dag is georganiseerd om gezamenlijk uitvoering te geven aan het ganzenbeheer en zo tot een optimaal afschot te komen. Eerdere collectieve dagen hebben aangetoond dat deze aanpak zeer effectief is.

Iedereen jaagt in zijn eigen veld. De starttijd is 06.29 uur, één uur vóór zonsopkomst.

Wij vragen u om een mede-uitvoerder en/of schadebestrijder mee te nemen, zodat we gezamenlijk een zo groot mogelijke inzet kunnen realiseren.

Denk er daarnaast aan dat iedere deelnemer zijn eigen afschot- en verjaagacties registreert. Dit geeft een realistisch beeld van de inzet van alle jagers. Wanneer één persoon het volledige tableau registreert, ontstaat een vertekend beeld in de cijfers. Juist deze cijfers zijn van groot belang. Op dit moment is er namelijk sprake van onderregistratie.

Wij hopen op een actieve bijdrage van iedereen, zodat we van deze collectieve ganzendag een succes kunnen maken.

Heeft u vragen? Neem dan contact op met uw WBE.

Met vriendelijke groet,

WBE Werkgroep Ganzenbeheer

Bob Pieters (06 5756 3601)
Jan Neimeyer (06 3850 7832)




Kabinet houdt koers in wolvenbeleid ondanks zorgen over natuur en veiligheid

Het kabinet erkent dat het slecht gaat met de Nederlandse natuur en biodiversiteit. Toch verandert het de koers van het wolvenbeleid niet wezenlijk. Volgens staatssecretaris Erkens spelen wolven een belangrijke rol in het ecosysteem, maar wegen de veiligheid van inwoners en de bescherming van gehouden dieren zwaar mee.

De uitvoering blijft vooral een taak van de provincies. Zij gaan over vergunningen, toezicht en handhaving. Het Rijk ondersteunt met informatie via het Landelijk Informatiepunt Wolven en helpt bij de oprichting van een Landelijk Deskundigenteam Wolven. Dat team moet naar verwachting voor het einde van het jaar klaar zijn.

Een gevoelig onderdeel is de vooraf verleende vergunning om in uitzonderlijke gevallen snel te kunnen ingrijpen. Dat kan bijvoorbeeld spelen als een wolf een mens heeft verwond. Het kabinet erkent dat deze aanpak juridische risico’s kent, maar zegt die te beperken met extra waarborgen, zoals advies van een wolvendeskundige en een informatieplicht richting het bevoegd gezag.

Uit de antwoorden blijkt verder dat de meeste gemelde schade aan landbouwdieren plaatsvond bij onvoldoende of ontbrekende bescherming. Het kabinet werkt aan een beleidsregel om de zorgplicht van dierhouders duidelijker te maken. Of schadevergoeding wordt gekoppeld aan preventiemaatregelen, blijft echter een keuze van de provincies.

Zowel het aantal meldingen van schade door wolven als het bedrag dat aan schadevergoeding werd uitgekeerd is in het afgelopen jaar sterk toegenomen. Het aantal meldingen van schade nam met ruim 39% toe en het uitgekeerde bedrag na schade steeg met ruim 67%. Dat meldt staatssecretaris Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan de Tweede Kamer in een reactie op vragen van de Partij voor de Dieren.

Op basis van de beschikbare gegevens van BIJ12 over schademeldingen in het kader van aanvallen op landbouwdieren door wolven blijkt dat in een aanzienlijk deel van de gevallen sprake was van beschermingsmaatregelen die niet in overeenstemming waren met de provinciale adviesnormen. In 2025 werden er in totaal 1.121 schademeldingen na aanvallen van vee door wolven gedaan bij BIJ12. Bij 1.040 gevallen werd vastgesteld dat het vee onvoldoende werd beschermd. In totaal keerde BIJ12 voor 1,55 miljoen euro uit aan veehouders die schade leden door een aanval van een wolf op hun vee.

bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 31/08/2026




Einde aan jarenlange groei van ganzenschade in Noord-Holland

De provincie heeft de intensieve aanpak van ganzen dit voorjaar uitgebreid van Texel naar de hele provincie. Op Texel wordt al meerdere jaren volgens deze aanpak gewerkt.

Gedeputeerde Jelle Beemsterboer: “De afgelopen jaren zagen we de ganzenschade in Noord-Holland steeds verder oplopen. Nu zien we voor het eerst een omslag: de groei is gestopt. Op Texel, waar al langer intensief beheer plaatsvindt, zien we dat deze ontwikkeling zich uiteindelijk vertaalt in een kleinere ganzenpopulatie en een duidelijke vermindering van de schade. Bij de start van het ganzenplan hebben we gezegd dat we drie jaar nodig hebben om resultaat te zien. Het intensieve beheer is in februari gestart en we zien nu de eerste voorzichtige resultaten.”

De grauwe gans veroorzaakt in Noord-Holland de meeste schade aan voorjaarsgras. De totale schade is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dat kwam vooral doordat op steeds meer percelen schade werd gemeld en vastgesteld.

In 2026 lijkt daar voorzichtig verandering in te komen. Hoewel op meer percelen schade is gemeld, is de totale schade niet verder toegenomen. Daarmee lijkt een einde te komen aan de jarenlange groei.

Texel laat effect van meerjarig beheer zien

Op Texel, waar de intensieve aanpak al meerdere jaren wordt toegepast, is de ontwikkeling inmiddels duidelijker zichtbaar. Tijdens de julitelling van 2026 is de populatie grauwe ganzen met 44 procent afgenomen ten opzichte van 2025. Ook de schade aan voorjaarsgras is in 2026 met 28 procent gedaald.

De resultaten op Texel laten zien dat een meerjarige, intensieve aanpak effect kan hebben op zowel de omvang van de ganzenpopulatie als de schade.

Op basis van de ervaringen met het meerjarige intensieve beheer op Texel is de aanpak vanaf dit voorjaar uitgebreid naar de rest van Noord-Holland. Daarbij ligt de nadruk op de grauwe gans, omdat deze soort in de provincie de meeste schade veroorzaakt.

Onderzoek van de Faunabeheereenheid Noord-Holland laat zien dat meerdere jaren van extra inzet nodig zijn om het aantal grauwe ganzen in de hele provincie daadwerkelijk te laten afnemen. De resultaten op Texel ondersteunen deze conclusie.

Daarom heeft de provincie de inzet in het voorjaar flink verhoogd. Van 1 februari tot en met 31 mei 2026 zijn in Noord-Holland 36.584 ganzen geschoten. Dat is 97 procent meer dan in dezelfde periode in 2024. Daarnaast zijn tijdens de ruiperiode 13.909 ganzen gevangen.

Provinciale Staten hebben voor het intensievere ganzenbeheer tot en met 2028 € 9 miljoen beschikbaar gesteld.

De provincie ziet de huidige cijfers als een bemoedigend eerste resultaat van de intensivering van het ganzenbeheer. De cijfers zijn nog voorlopig. BIJ12 maakt het schadebeeld aan het einde van het jaar compleet en valideert de gegevens.




Raad van State bevestigt: provincie Utrecht hoeft aandeel van vos in predatie niet exact aan te tonen

Uitspraak over een ontheffing die het college van gedeputeerde staten van Utrecht al in 2020 verleende aan Faunabeheereenheid Utrecht voor het doden van vossen in weidevogelgebieden en bij biologische kippenbedrijven in de provincie Utrecht. Stichtingen de Faunabescherming, Fauna4Life en Animal Rights waren het niet eens met deze ontheffing en kwamen daartegen in beroep bij de rechtbank Midden-Nederland.

De rechtbank oordeelde in 2022 dat het college onvoldoende had onderbouwd dat het doden van vossen noodzakelijk is om weidevogelgebieden en pluimvee te beschermen en dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan. De rechtbank droeg het college op om een nieuw besluit te nemen. Het college is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. En met succes, zo blijkt uit de uitspraak van vandaag.

Het is namelijk geen eis voor het college van gedeputeerde staten dat het 𝒂𝒂𝒏𝒕𝒐𝒐𝒏𝒕 wat “het precieze aandeel van de vos is in de predatie van weidevogels, of wat het effect van een groter afschot van vossen op de stand van deze vogels is.” Het college moet voldoende 𝒂𝒂𝒏𝒏𝒆𝒎𝒆𝒍𝒊𝒋𝒌 maken dat de ontheffing bijdraagt aan het belang van de bescherming van weidevogels. Het hoger beroep van het college is dan ook gegrond.

Na de uitspraak van de rechtbank heeft het college in 2023 een nieuw besluit genomen en de ontheffing voor het doden van vossen in stand gelaten. De bezwaren van de Faunabescherming, Fauna4Life en Animal Rights hebben ook betrekking op dit nieuwe besluit. Maar volgens de Afdeling bestuursrechtspraak hebben de stichtingen in dit geval geen belang meer bij een rechterlijke uitspraak. De ontheffing is namelijk niet meer van kracht en de Wet natuurbescherming waarop de ontheffing is gebaseerd is inmiddels ingetrokken. En ook het Faunabeheerplan 2019-2025 dat aan de ontheffing ten grondslag lag, geldt niet meer.

Het antwoord op de vraag of het in dit geval aannemelijk is dat het doden van de vos noodzakelijk is om de weidevogels te beschermen, zal niet in relevante mate van betekenis zijn voor toekomstige gevallen, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. ECLI ECLI:NL:RVS:2026:5173 Datum uitspraak 2 september 2026




Jaarlijkse Hubertusviering in de Kerk op ’t Kip in Rekken

Op zondag 25 oktober vindt de jaarlijkse Hubertusviering plaats in de Kerk op ’t Kip, aan de Rekkenseweg 42 in Rekken.

Om 10.30 uur begint de viering, waarin Mia Tankink voorgaat. Zoals ieder jaar wordt de viering muzikaal omlijst door het dames- en herenkoor uit Rekken, aangevuld met sfeervolle klanken van de jachthoornblazers.

Iedereen is van harte welkom om deze bijzondere viering bij te wonen. Ook honden zijn welkom! Traditiegetrouw worden de honden na afloop van de viering gezegend.

Na afloop is er gelegenheid om onder het genot van een kop koffie of iets te drinken nog gezellig samen te zijn.

Komt allen en beleef samen met ons deze mooie traditie!




Vacature: Penningmeester NOJG Regiobestuur Utrecht

Functieomschrijving

Als penningmeester ben je verantwoordelijk voor het financiële beheer van onze regio. Je zorgt voor een transparante administratie, bewaakt het budget en adviseert het bestuur over financiële beslissingen.

Taken en verantwoordelijkheden

  • Bijhouden van de financiële administratie
  • Opstellen van het jaarlijkse budget en de jaarrekening
  • Verzorgen van betalingen en facturatie
  • Incasseren van betalingen bij georganiseerde evenementen
  • Financieel verslag uitbrengen tijdens bestuursvergaderingen en de ALV
  • Adviseren over financiële mogelijkheden en risico’s

Wij vragen

  • Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
  • Ervaring met (basis) boekhouding of bereidheid dit te leren
  • Goede communicatieve vaardigheden
  • Affiniteit met de doelstellingen van onze vereniging
  • Beschikbaarheid voor ongeveer 2 uur per maand

Wij bieden

  • Een leuke en waardevolle vrijwilligersfunctie
  • Samenwerking met een enthousiast bestuur
  • Ruimte voor eigen inbreng en ideeën
  • Waardering en zichtbare impact op onze vereniging

Interesse?

Stuur je motivatie en eventuele ervaring zo spoedig mogelijk naar Monique Jansen, utrecht@nojg.nl

Voor vragen kun je contact opnemen met Kees Oostenbrink (Voorzitter Regiobestuur Utrecht) Telefoonnummer: 06-5438 4351




Wat betekent de uitspraak van 26 februari 2026 van het Europese Hof voor het faunabeheer in Nederland?

Dat uitgangspunt kan ruimte bieden voor een meer evenwichtige benadering van faunabeheer. In Nederland wordt de discussie over beheer en schadebestrijding echter nog vaak gevoerd vanuit het uitgangspunt dat iedere mogelijke verslechtering of verstoring moet worden uitgesloten. De uitspraak van het Hof lijkt voor dat uitgangspunt minder ruimte te laten.

Van één dier naar de populatie

Een belangrijk onderdeel van de uitspraak is dat de bescherming van vogels niet uitsluitend moet worden beoordeeld aan de hand van afzonderlijke exemplaren. Het Hof benadrukt dat het verbod op verstoring betrekking heeft op verstoringen die van wezenlijke invloed zijn op het niveau van de populaties.

Dat onderscheid is van grote betekenis voor het Nederlandse faunabeheer. In de praktijk kan een besluit over beheer of een activiteit soms worden bepaald door de aanwezigheid van één of enkele vogels. Wanneer daardoor bijvoorbeeld werkzaamheden, evenementen of beheermaatregelen worden stilgelegd, kan dat leiden tot disproportionele gevolgen.

De uitspraak geeft aanleiding om opnieuw te bekijken of dergelijke besluiten voldoende rekening houden met de omvang en ontwikkeling van de betreffende populatie. Een individueel dier kan bescherming verdienen, maar dat betekent niet automatisch dat iedere menselijke activiteit in de omgeving moet worden uitgesloten.

Meer ruimte voor beheer en schadebestrijding?

Voor het faunabeheer is vooral van belang dat het Europese Hof ruimte ziet om bij de beoordeling ook rekening te houden met maatregelen die elders de habitat van een soort verbeteren.

Dat kan relevant zijn bij soorten waarvan de populatie zich over meerdere gebieden verspreidt. Wanneer een soort op de ene locatie minder voorkomt, hoeft dat niet zonder meer te betekenen dat iedere activiteit die daar invloed op heeft verboden moet worden. Van belang is ook wat er op populatieniveau gebeurt en welke maatregelen elders worden genomen.

Voor Nederland betekent dit dat het huidige systeem van faunabeheer mogelijk opnieuw tegen het licht moet worden gehouden. Daarbij gaat het onder meer om:

  • beheer van populaties die lokaal voor overlast of schade zorgen;
  • bescherming van landbouwgewassen en veehouderij;
  • beperking van schade aan natuurgebieden;
  • beheer van soorten die lokaal sterk in aantal zijn toegenomen;
  • maatregelen tegen verstoring en schade;
  • en de beoordeling van activiteiten in en rond Natura 2000-gebieden.

Een natuurbeleid dat uitsluitend kijkt naar het voorkomen van iedere mogelijke lokale verstoring kan immers tot een andere uitkomst leiden dan beleid dat het functioneren van populaties en ecosystemen als geheel beoordeelt.

Ook economische en maatschappelijke belangen tellen mee

De Europese vogelrichtlijn heeft niet alleen een ecologische doelstelling. In de uitleg van het Hof wordt ook gewezen op economische en recreatieve eisen.

Dat is relevant voor Nederland, waar faunabeheer direct raakt aan landbouw, natuurbeheer, infrastructuur, recreatie en de leefomgeving van burgers. Het uitgangspunt zou daarom niet moeten zijn dat economische activiteiten automatisch ondergeschikt zijn zodra een beschermde soort aanwezig is.

De vraag zou moeten zijn of een activiteit daadwerkelijk een wezenlijke negatieve invloed heeft op de instandhouding van de betreffende populatie en, zo ja, of die invloed met gerichte maatregelen kan worden voorkomen of beperkt.

Dat vraagt om een meer proportionele beoordeling.

Gevolgen voor provincies en faunabeheereenheden

De uitspraak kan ook gevolgen hebben voor de juridische onderbouwing van provinciale faunabeheerplannen en ontheffingen.

Bij besluiten over populatiebeheer zou nadrukkelijker kunnen worden gekeken naar de totale populatie, de ontwikkeling daarvan en de effecten van beheer op langere termijn. Een lokale aanwezigheid van een soort hoeft dan niet automatisch bepalend te zijn voor het gehele beheerbesluit.

Voor faunabeheereenheden en terreinbeheerders kan dit betekenen dat zij hun onderbouwing meer moeten richten op populatieniveau en op de daadwerkelijke ecologische effecten van een maatregel. Tegelijkertijd blijft een zorgvuldige wetenschappelijke onderbouwing noodzakelijk: de uitspraak betekent niet dat iedere vorm van beheer zonder meer is toegestaan.

Geen vrijbrief voor onbeperkt afschot

De uitspraak moet daarom ook niet worden gelezen als een vrijbrief voor onbeperkt ingrijpen in vogelpopulaties of andere beschermde fauna.

De Europese beschermingsregels blijven bestaan. Het verschil zit vooral in de manier waarop de effecten moeten worden beoordeeld. Niet ieder risico is automatisch een verboden risico en niet iedere verstoring van een individueel dier heeft noodzakelijkerwijs gevolgen voor de populatie.

Voor het Nederlandse faunabeheer ligt hier een belangrijke opdracht: onderscheid maken tussen maatregelen die daadwerkelijk noodzakelijk zijn om populaties en ecosystemen te beschermen en maatregelen die vooral voortkomen uit een streven om ieder denkbaar risico uit te sluiten.

Tijd voor herziening van het Nederlandse beleid

De uitspraak van het Europese Hof geeft Nederland aanleiding om het huidige faunabeleid opnieuw te beoordelen.

Daarbij zouden bestaande beleidsregels, vergunningverlening en juridische adviezen moeten worden getoetst aan de nieuwe Europese uitleg. Het heeft weinig zin om nationaal vast te houden aan strengere uitgangspunten wanneer die niet langer noodzakelijk zijn vanuit het Europese recht.

Voor het faunabeheer zou de kernvraag daarom moeten verschuiven van:

“Kunnen we iedere verstoring van ieder individueel dier uitsluiten?”

naar:

“Heeft deze maatregel daadwerkelijk een wezenlijke invloed op de instandhouding van de populatie, en is ingrijpen proportioneel en ecologisch noodzakelijk?”

Dat is geen keuze voor minder natuur. Het is een keuze voor natuurbeleid dat meer rekening houdt met populaties, ecosystemen en de werkelijkheid buiten de grenzen van één natuurgebied.

De uitspraak van het Europese Hof biedt Nederland daarmee mogelijk meer ruimte voor effectief en proportioneel faunabeheer. Het is nu aan het Rijk, de provincies en de uitvoeringspraktijk om die ruimte ook daadwerkelijk te benutten.




Vacature bestuurslid (met jachtachtergrond) – Faunabeheereenheid (FBE) Utrecht

Over de FBE

De FBE Utrecht staat midden in het speelveld van natuur, landbouw en samenleving. Hier komen beleid en praktijk samen.
De inbreng vanuit de jachtpraktijk is daarbij onmisbaar: U weet wat er buiten speelt, wat werkt – en wat niet.

Juist daarom zoeken wij een bestuurslid dat deze praktijkkennis kan vertalen naar het bestuurlijke niveau.

Wat gaat u doen?

Als bestuurslid brengt u het perspectief van de jacht en het veld actief in. U helpt om beleid en uitvoering beter op elkaar te laten aansluiten en draagt bij aan draagvlak in de praktijk.

U:

  • Denkt mee over de koers en prioriteiten van de FBE
  • Brengt signalen en ervaringen uit het veld in
  • Helpt bij het verbinden van WBE’s, jagers en andere stakeholders
  • Bent sparringpartner voor directeur en organisatie
  • Draagt bij aan zorgvuldige en evenwichtige besluitvorming

Wie zoeken wij?

Wij zoeken iemand die:

  • Actief is in de jacht en/of sterk verbonden is met een WBE
  • Praktische kennis heeft van faunabeheer in het veld
  • Begrijpt hoe het werkt in de praktijk én dit kan vertalen naar bestuurlijke keuzes
  • Respectvol omgaat met verschillende belangen en standpunten
  • Duidelijk communiceert en ook durft te benoemen wat beter kan

Wat maakt deze rol bijzonder?

U zit op het snijvlak van praktijk en beleid.

Uw inbreng helpt om:

  • Besluiten beter uitvoerbaar te maken
  • Draagvlak in het veld te vergroten
  • De afstand tussen bestuur en praktijk te verkleinen

Wat mag u verwachten?

  • Een rol met zichtbare impact op het faunabeheer in uw provincie
  • Samenwerking met betrokken en deskundige mensen
  • Ruimte om uw ervaring en visie in te brengen
  • Een passende vergoeding

Tijdsinvestering

  • 4 maal per jaar vergaderen met de WBE’s
  • Werkdruk: Ongeveer een uur per week, een dag per maand

Interesse?

Spreekt dit u aan en wilt u vanuit uw praktijkervaring bijdragen op bestuurlijk niveau?
Dan komen we graag met u in contact.

Stuur uw motivatie en CV naar: Utrecht@nojg.nl

t.a.v. Kees Oostenbrink, voorzitter NOJG Regio Utrecht

Voor een eerste, vrijblijvende kennismaking kunt u contact opnemen met

Kees Oostenbrink, voorzitter NOJG Regio Utrecht 

Telefoonnummer: 06-5438 4351




Uitnodiging Kleiduivenschietwedstrijd Regio Overijssel – zaterdag 3 oktober 2026 – `t Weideke Rietmolen

Aanvang: vanaf 13.00 uur, inschrijven tot 15.30 uur.

Denk er aan om uw jachtakte bij u te hebben, voor het inschrijven.

Kosten voor deze wedstrijd:

1e ronde:

  • Leden: € 28,00
  • Niet leden: € 30,00

2e ronde:

  • Leden: € 28,00
  • Niet leden: € 28,00

De wedstrijd wordt opgedeeld in 3 categorieën, zodat iedereen kans maakt om in de prijzen te vallen. Voor diegene die geen wapen heeft, of dit niet meebrengt: er zijn baangeweren beschikbaar.

Ook introducés zijn van harte welkom.
Bij deelname zijn: kop koffie, plak cake en gehaktbal inbegrepen.

Tevens willen we u laten weten dat Mia Gunneman, Rudi Lindeboom en Mariska Jalink na deze middag afscheid nemen van de kleiduivencommissie van NOJG Overijssel.

Wij hopen op u aller komst!

Met vriendelijke groet,

Namens de kleiduivencommissie van de NOJG regio Overijssel