Aanvullend NVWA‑antwoord vogelgriep en geschoten wild in 10‑km zone

Risico vogelgriep bij jagen en verwerken van wilde vogels

Naar aanleiding van recente uitbraken van vogelgriep (aviaire influenza, AI) in verschillende regio’s in Nederland en de instelling van een 10‑km beperkingszone, geeft de NOJG hier een nadere toelichting op het beleid van de NVWA. Dit betreft de gevolgen voor jacht, afschot en gebruik van geschoten ganzen, eenden en vossen. De toelichting biedt praktische handvatten aanvullend op de formele maatregelen van de Rijksoverheid en NVWA.

Status 10‑km beperkingszone en jacht

Rondom een besmet pluimveebedrijf wordt een beperkingszone van 10 km ingesteld, bestaande uit een 3‑km beschermingszone en een 3–10 km bewakingszone. Binnen deze zone geldt een vervoersverbod voor pluimvee, eieren, mest en aanverwante producten afkomstig van bedrijven met vogels, ter voorkoming van verspreiding van het virus.

De overheid kan binnen deze zone een (gedeeltelijk) jachtverbod instellen. Dit gebeurt niet standaard; jacht op ganzen, eenden en andere vogelsoorten, evenals op vossen, blijft mogelijk tenzij een specifiek verbod wordt afgekondigd. Jagers dienen voor actuele informatie regelmatig de Dierziekteviewer van RVO en berichtgeving van Rijksoverheid en de NOJG en de Jagersvereniging te raadplegen.

Jagen

Ook in tijden van vogelgriep mag overal in Nederland worden gejaagd en gelden de gebruikelijke afspraken over de uitvoering van faunabeheer en jacht. In een straal van 10 kilometer rond een besmet pluimveebedrijf gelden beperkingen voor vervoer van dode vogels voor 30 dagen. Geschoten vogels in zo’n beperkingsgebied mogen op basis van Europese regels niet meegenomen worden, deze moeten afgevoerd worden naar Rendac. Op de website Rijksoverheid.nl/vogelgriep vind je actuele informatie over uitbraken en voor welke gebieden dit vervoersverbod geldt.

Het is heel belangrijk dat ook jagers en kooikers zich beschermen wanneer zij levende of dode vogels aanraken. Richtlijnen hiervoor staan in de Leidraad wilde vogels (zie: Leidraad omgang met wilde dieren met vogelgriep | Rapport | Rijksoverheid.nl). Tenminste handschoenen aan en een goed afgesloten zak voor vervoer zoals omschreven staat onder 5.2. Opruimen van enkele dode vogels (particulieren).

Rol van wilde vogels en vossen bij verspreiding

De NVWA stelt dat vogelgriep jaarrond circuleert onder wilde vogels, waarbij met name watervogels (ganzen, eenden, zwanen) een belangrijke rol spelen in de transmissie. Het H5N1‑virus kan voorkomen bij ogenschijnlijk gezonde wilde eenden en andere grondel eenden. Roofdieren en aaseters, waaronder vossen, kunnen het virus oplopen door het eten van besmette vogels.

Geschoten wilde watervogels uit gebieden met een actuele uitbraak, en vossen die veel aas eten, kunnen deel uitmaken van de infectieketen. Het gebruik van dergelijk wild vraagt om terughoudendheid, vooral bij menselijke consumptie en intensief gebruik bij trainingen of proeven, gezien het risico op verspreiding.

Gebruik en afvoer van geschoten ganzen en eenden

De NVWA richt formele vervoersverboden primair op gehouden vogels en hun producten. Tegelijk waarschuwt ze dat dode wilde (water)vogels met AI‑virus een risico vormen voor verdere verspreiding richting pluimvee en hobbyvogels. Om deze reden wordt, in lijn met het beleid rond jachthondenproeven, geadviseerd in de 10‑km zone geen wild te gebruiken uit recente uitbraakgebieden en geschoten wild altijd zorgvuldig en professioneel af te voeren.(Bijvoorbeeld RENTAL)

Aanvullend advies NOJG binnen de 10‑km zone

  • Beoordeel geschoten watervogels direct ter plekke op ziekteverschijnselen, afwijkend gedrag of opvallende sterfte in het gebied.
  • Geschoten kadavers ook zonder afwijkingen mogen niet worden meegenomen uit het gebied en mogen niet in de voedselketen terechtkomen; deze dienen als risicohoudend dierlijk materiaal te worden afgevoerd.
  • Kadavers mogen niet in het veld worden achtergelaten, maar moeten via een destructiebedrijf of andere professionele route worden afgevoerd om direct contact met pluimveehouderijen, hobbypluimvee en gehouden vogels te vermijden.
  • Deze aanpak sluit aan bij het voorlichtingsbeleid van de NVWA: door kadavers gecontroleerd af te voeren, wordt het risico op mechanische verspreiding via voertuigen, materiaal, honden of menselijk verkeer verkleind.

Vossen in de 10‑km zone

Voor vossen gelden geen specifieke AI‑vervoersverboden. Wel signaleren de NVWA en diergezondheidsorganisaties dat roofdieren, waaronder vossen, via besmette vogels of aas het H5N1‑virus kunnen oplopen. Jacht op vossen kan doorgaan, mits er geen specifieke gebiedsmaatregelen gelden, maar extra aandacht voor hygiëne en terughoudendheid is geboden.

Gebruik vossenkadavers niet voor demonstraties, trainingen of andere activiteiten waarbij veel contact met mensen of honden is, maar voer ook deze kadavers via een professionele route af.

Bij vossen met opvallende zenuwverschijnselen, verlammingsbeelden of ander afwijkend gedrag dient in overleg met dierenarts of bevoegde instanties te worden beoordeeld of inzending voor onderzoek of melding aan het Landelijk meldpunt dierziekten noodzakelijk is.

Hygiëne en de risico vogelgriep bij jagen en verwerken van wilde vogelsmeldingen en praktische afspraken

Sinds de start van het vogelgriepseizoen in oktober is er een sterke stijging in Nederland van H5N1-vogelgriep. Er zijn meerdere uitbraken geweest bij commerciële pluimveehouderijen en hobbyhouders. Onderzoekers van onder andere het Erasmus MC vinden sinds oktober ook vaker vogelgriep bij levende wilde eenden. Rond de 25% van de onderzochte wilde eenden blijkt vogelgriep te hebben. Vaak hebben deze dieren geen zichtbare verschijnselen

Mensen die bij (vrijwilligers)werk of activiteiten in het veld nauw contact hebben met wilde vogels doen er goed aan alert te zijn op vogelgriep en maatregelen te nemen om hun gezondheid te beschermen. Het gaat onder ander om het gebruiken van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en preventief de griepprik halen. Ook is het advies om contact op te nemen met de huisarts als zijn binnen tien dagen na het contact met de vogels griepachtige klachten krijgen. Hierbij moet worden aangegeven dat er contact is geweest met (mogelijk) besmette vogels. Als de huisarts besluit dat er sprake is van een verdenking van vogelgriep, dan wordt dit bij de lokale GGD gemeld.

Hygiëne maatregelen bij de jacht

  • Materieel zoals wildrekken, voertuigen, laarzen en jachttassen na gebruik reinigen en waar mogelijk desinfecteren, vooral vóór bezoek aan erven met pluimvee of andere gehouden vogels.
  • Direct contact tussen jachthonden en dode wilde vogels beperken; honden na inzet grondig schoonmaken, met name na werkzaamheden in natte of kadaverbelaste gebieden.
  • Dode wilde vogels die buiten de jachtsituatie worden aangetroffen (meerdere dieren of opvallende sterfte) melden via de door de NVWA aangeboden kanalen en de meldwijzer, zodat monitoring en onderzoek naar het vogelgriepvirus mogelijk blijven.

Jachthonden, slachten- en eten gevogelte

Ook (jacht)honden kunnen besmet raken wanneer zij in contact komen met een besmette vogel. Er zijn in Nederland nog geen meldingen geweest over honden die ziek zijn geworden maar bij een onderzoek van de Universiteit Utrecht werden afweerstoffen tegen vogelgriep aangetoond bij (jacht)honden. Wees hier alert op, vermijd contact en let op eventuele verschijnselen van ziekte (koorts, benauwdheid, een loopneus of oogontsteking) bij een hond die in contact is geweest met mogelijk besmette vogels.

Het slachten, plukken en schoonmaken van een met virus besmette vogel in een niet-professionele setting (thuis), wordt als een reëel risico gezien, en daarom echt afgeraden. Hierbij kan het virus zich via de lucht (bv via de veren) en vanuit het vlees en de organen naar de omgeving verspreiden.

Dit betreft alle soorten wilde vogels, en momenteel in het bijzonder de eenden, omdat we weten dat een groot deel van de wilde eenden besmet is, zonder dat zij symptomen hebben. Het gaat om vogels in heel Nederland.

Eten van gevogelte

Tot nu toe is er geen bewijs dat mensen vogelgriep krijgen door het eten van besmet gevogelte. Wel is het altijd goed om de adviezen voedselinfecties te voorkomen op te volgen. Denk bijvoorbeeld aan keukenhygiëne (goed handen wassen, schoonmaken van snijplanken en andere gebruikte materialen) en het goed verhitten van vlees.

Slotopmerkingen

De NOJG verzoekt alle leden deze aanvullende aanwijzingen strikt te volgen zolang de beperkingszone geldt. Bij wijziging van het NVWA‑beleid of opheffing van de zone is deze informatie niet meer van toepassing.

Bron: RIVM, Min LVVN, Min VWS