De wijziging van de Omgevingsregeling bekend gesteld in de Staatscourant van 27 oktober 2026

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur — 20 oktober 2026

1. Waar gaat deze regeling over?

De minister wijzigt de Omgevingsregeling op een aantal punten. De wijzigingen gaan onder andere over:

– welke jachtexamens worden erkend;
– welke buitenlandse jachtexamens als gelijkwaardig worden beschouwd;
– wanneer grondgebruikers bepaalde schadelijke vogelsoorten zonder omgevingsvergunning mogen bestrijden;
– enkele technische aanpassingen in de regelgeving.

De regeling verwijst naar verschillende Nederlandse en buitenlandse wetten en besluiten. Hieronder leg ik uit wat de aangeleverde tekst in de praktijk betekent.

2. Welke examens worden erkend? (Artikel 3.34)

Voor bepaalde activiteiten met jachtwapens, jachtvogels en eendenkooien moet iemand een passend examen hebben afgelegd.

De volgende examens worden erkend:

– Jagen met een geweer: het jachtexamen dat wordt afgenomen door de Stichting Jachtexamens of de Stichting Examens Groene Sector.
– Jagen met roofvogels (valkerij): het examen voor het gebruik van jachtvogels, afgenomen door de Stichting Jachtexamens.
– Het gebruik van eendenkooien: het examen voor het gebruik van eendenkooien, afgenomen door de Stichting Jachtexamens.

Wat betekent dit?

De regeling maakt duidelijk welke examens officieel worden geaccepteerd voor de genoemde activiteiten. Voor het jachtexamen met een geweer worden twee examenorganisaties genoemd. Voor de andere twee activiteiten wordt de Stichting Jachtexamens genoemd.


3. Welke buitenlandse jachtexamens worden als gelijkwaardig erkend? (Artikel 3.35)

Een persoon die in het buitenland een jachtexamen heeft afgelegd, hoeft niet automatisch opnieuw het Nederlandse jachtexamen te doen. Bepaalde buitenlandse examens worden namelijk als gelijkwaardig aangewezen.

In de aangeleverde tekst gaat het om examens uit België, Luxemburg en Duitsland.

België

De regeling noemt verschillende jachtexamens die zijn afgelegd volgens Belgische regels. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen examens uit de volgende gewesten:

– Vlaanderen: onder andere examens op grond van de Belgische jachtwetgeving en de Vlaamse regels voor de organisatie van het jachtexamen.
– Wallonië: examens op grond van de Belgische jachtwetgeving en de Waalse regels voor de organisatie van het jachtexamen.
– Brussels Hoofdstedelijk Gewest: examens die zijn afgelegd volgens de regels voor het organiseren van het jachtexamen in Brussel.

Ook bepaalde oudere Belgische examens worden genoemd. Voor sommige examens geldt dat het examen vanaf 1 april 1984 of vanaf juli 1977 moet zijn afgelegd. Welke datum geldt, hangt af van de betreffende examenregeling.

Luxemburg

Ook het Luxemburgse jachtexamen kan als gelijkwaardig worden erkend wanneer het is afgelegd volgens de genoemde Luxemburgse regelgeving.

De regeling verwijst naar de regels uit 1991 en 2015 over de voorwaarden voor het verkrijgen van een eerste jachtvergunning.

Duitsland

Ook het Duitse jachtexamen kan als gelijkwaardig worden erkend wanneer het is afgelegd volgens de Duitse federale jachtwet, de Bundesjagdgesetz.

Wat betekent gelijkwaardigheid?

Als een examen onder de aangewezen buitenlandse regelingen valt, kan het in Nederland als gelijkwaardig worden beschouwd aan het Nederlandse examen.

De regeling maakt daarbij ook duidelijk dat onderscheid wordt gemaakt tussen theorie en praktijk:

– Het buitenlandse theoretische examen kan gelijkwaardig zijn aan het Nederlandse theoretische examen.
– Het buitenlandse praktijkexamen kan gelijkwaardig zijn aan het Nederlandse praktijkexamen.

Dit geldt wanneer het buitenlandse examen uit een theoretisch en een praktisch gedeelte bestaat en onder de genoemde bepalingen valt.

Let op: niet ieder buitenlands jachtdiploma wordt automatisch erkend. Het examen moet voldoen aan de voorwaarden van de regeling.


4. Wanneer mogen bepaalde schadelijke vogels zonder omgevingsvergunning worden bestreden? (Artikel 4.18)

In Nederland geldt in principe een verbod op het zonder de vereiste omgevingsvergunning opzettelijk doden of vangen van beschermde wilde vogels. Ook het opzettelijk beschadigen of vernielen van nesten en rustplaatsen en het beschadigen of meenemen van eieren kan verboden zijn.

Voor vier vogelsoorten maakt de regeling een uitzondering. Grondgebruikers mogen deze vogels onder bepaalde voorwaarden bestrijden zonder daarvoor een omgevingsvergunning aan te vragen.

Welke vogelsoorten vallen hieronder?

1. Canadese gans

Wetenschappelijke naam: Branta canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii

Deze soort valt onder de uitzondering wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan.

2. Houtduif

Wetenschappelijke naam: Columba palumbus

De houtduif mag onder de voorwaarden van de regeling worden bestreden om bepaalde schade te voorkomen.

3. Kauw

Wetenschappelijke naam: Corvus monedula

Ook voor de kauw geldt de uitzondering wanneer aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan.

4. Zwarte kraai

Wetenschappelijke naam: Corvus corone corone

De zwarte kraai valt eveneens onder deze uitzondering.

Aan welke voorwaarden moet de grondgebruiker voldoen?

De uitzondering geldt alleen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan.

Voorwaarde 1: de grondgebruiker gebruikt de grond of het gebouw zelf.

De bestrijding moet plaatsvinden op grond die de grondgebruiker gebruikt, of in of bij gebouwen die hij gebruikt.

Voorwaarde 2: de bestrijding is bedoeld om schade te voorkomen.

Het doel moet zijn om schade te voorkomen die in het lopende jaar of het daaropvolgende jaar dreigt te ontstaan.

De schade kan ontstaan op de gebruikte grond, in of bij de gebruikte gebouwen, of in de directe omgeving daarvan.

Voorwaarde 3: het moet gaan om een bepaalde vorm van schade.

De regeling noemt twee categorieën:

– Belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, de visserij of wateren.
– Schade aan planten of dieren (flora en fauna).

Voorwaarde 4: ook aan de aanvullende regels moet worden voldaan.

De grondgebruiker moet daarnaast voldoen aan artikel 4.19 van de Omgevingsregeling.

Artikel 4.19. (middelen en methoden die zijn toegestaan voor bestrijden soorten vogelrichtlijn)

1 Als middelen als bedoeld in artikel 11.44, vierde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving die zijn toegestaan voor het bestrijden van de Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii), de houtduif (Columba palumbus), de kauw (Corvus monedula) en de zwarte kraai (Corvus corone corone) worden aangewezen:

a. geweren;

b. honden, met uitzondering van lange honden; en

c. aantoonbaar gefokte haviken (Accipiter gentilis), slechtvalken (Falco peregrinus) en woestijnbuizerds.

2 Als methoden als bedoeld in artikel 11.44, vierde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving die mogen worden gebruikt voor het bestrijden van vogels van de soorten, bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen:

a. het vangen of doden met gebruikmaking van niet-levende lokvogels;

b. het vangen of doden met gebruikmaking van een middel waarmee lokgeluiden kunnen worden gemaakt; en

c. het vangen of doden met gebruikmaking van lokvoer, dat niet vergiftigd of verdovend is.

3 De aangewezen middelen worden niet gebruikt op zondagen, de nieuwjaarsdag, de tweede paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede pinksterdag en de beide kerstdagen.

Wat betekent dit in de praktijk?

De regeling geeft geen algemene toestemming om op de genoemde vogels te schieten.

De uitzondering is beperkt tot bepaalde vogelsoorten, bepaalde situaties en bepaalde vormen van schade. Ook moet de bestrijding voldoen aan de overige wettelijke voorwaarden.

Een grondgebruiker kan dus niet alleen op basis van het feit dat een vogel op de lijst staat, besluiten dat bestrijding zonder vergunning altijd is toegestaan.

De Belangrijkste punten in één overzicht

Onderwerp Omschrijving
Erkende examens De regeling noemt welke examens voor jachtactiviteiten officieel worden erkend.
Buitenlandse jachtexamens Bepaalde examens uit België, Luxemburg en Duitsland kunnen als gelijkwaardig gelden.
Theorie en praktijk Beide onderdelen kunnen afzonderlijk als gelijkwaardig worden aangewezen.
Bestrijding van vogels Voor vier genoemde vogelsoorten bestaat onder voorwaarden een uitzondering op de vergunningplicht.
Voorkomen van schade De bestrijding moet gericht zijn op het voorkomen van de in de regeling genoemde schade
Aanvullende voorwaarden De middelen en methoden die zijn toegestaan voor bestrijden soorten vogelrichtlijn Art 4.19 Regeling



Geef de Podcast Achter de jacht een vervolg




De ontwikkelingen ten aanzien van vogelgriep en newcastle disease in Nederland en Europa,

Vogelgriep

In Nederland zijn op dit moment geen besmettingen met hoogpathogene vogelgriep (HPAI) vastgesteld bij gehouden vogels. De laatste uitbraak was in juli dit jaar. In verschillende Europese landen zijn enkele uitbraken gemeld bij gehouden vogels (België, Duitsland, Frankrijk, Bulgarije en het Verenigd Koninkrijk). Dit laat zien dat vogelgriepvirus nog steeds aanwezig is in Nederland en andere landen. Zowel in Nederland als in andere Europese landen worden dode wilde vogels met HPAI gevonden. Het gaat in ons land slechts om een gering aantal dieren en het landelijk beeld wordt als rustig omschreven door het Landelijk platform wilde dieren met vogelgriep. Op dit moment ziet LVVN nog geen aanleiding om extra maatregelen te nemen, maar we houden de situatie nauwlettend in de gaten.

In Nederland worden het hele jaar verdenkingen van een besmetting bij gehouden vogels gemeld, dit geeft aan dat pluimveehouders en dierenartsen alert zijn. Dit is van grote waarde. Door het direct melden van verdenkingen kan een eventuele besmetting zo snel mogelijk worden bestreden. Naast alertheid zijn er enkele andere aspecten die we onder de aandacht willen brengen.

Bioveiligheid en hygiënemaatregelen zijn en blijven de belangrijke maatregelen in het voorkómen van een vogelgriepuitbraak. Het is van het grootste belang dat pluimveehouders en houders van andere vogels er zo veel mogelijk aan doen om een besmetting te voorkómen. Het beperken van risicocontacten, het strikt toepassen van het hygiëneprotocol voor bezoekers, hygiënesluizen en het reinigen en desinfecteren van voertuigen en materialen zijn essentiële maatregelen om besmetting en verdere verspreiding zo veel mogelijk te voorkómen. Die bioveiligheidsmaatregelen zijn niet alleen van toepassing op bedrijven, maar gelden evenzeer voor toeleverende bedrijven, laadploegen of vervoerders van producten van pluimvee vanaf de bedrijven. Op deze manier voorkomen we eventuele toekomstige uitbraken in ons land zoveel als mogelijk. Daarom ons verzoek om de hygiënemaatregelen zo goed mogelijk te blijven toepassen.

Het melden en opruimen van dode wilde vogels is van belang, onder andere voor de bioveiligheid. Vindt u een dode vogel? Meld dit dan via de Vogelgriep app of bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC), en ruim de dode vogel op. Bij het hanteren van wilde vogels of kadavers is het van belang dat de veiligheids- en persoonlijke beschermingsmaatregelen in acht worden genomen. Deze maatregelen en informatie over het opruimen van dode vogels zijn omschreven in de Leidraad omgang met wilde dieren met vogelgriep. We verzoeken agrariërs met graslanden ook om alert te zijn op het melden van dode wilde vogels.

Een gratis seizoensgriepvaccinatie is beschikbaar bij uw huisarts, wanneer u voor (vrijwilligers)werk in aanraking kunt komen met dieren die mogelijk met HPAI-virus besmet zijn. Doordat recentelijk de doelgroep voor de gratis seizoensgriepvaccinatie uitgebreid is, is deze nu beschikbaar voor iedereen die veel in contact komt met mogelijk besmette dieren. Dit is de reguliere griepprik, die beschermt tegen griep bij mensen, en helpt dus niet tegen vogelgriep. Het helpt wél te voorkómen dat dit gewone griepvirus met vogel- (en varkens)griepvirus genetisch materiaal uitwisselt wat zou kunnen leiden tot een nieuwe variant die ernstiger kan zijn voor mensen. Meer informatie hierover is te vinden via Vogelgriep/maatregelen medewerkers met contact met wilde dieren met vogelgriep | Rijksoverheid.nl

Newcastle disease (ND)

De afgelopen maanden is ook de situatie met ND veelvuldig in het nieuws geweest. In Polen en Hongarije zijn de afgelopen maanden nieuwe ND-uitbraken gemeld. Het is goed om te beseffen dat ook deze ziekte aanwezig is in Europa. Bij een besmetting gelden dezelfde maatregelen als bij een besmetting met vogelgriep. Dit benadrukt het belang van goede bioveiligheid en tijdig en goed vaccineren. Vaccins zijn beschikbaar en uw dierenarts kan hierin adviseren.

Tot slot
Graag vragen we uw aandacht voor beide ziekten en verzoeken u alert te zijn op verdenkingen, het juist toepassen van bioveiligheidsmaatregelen en dode wilde dieren te melden. Hiermee hopen we dat uitbraken zoveel mogelijk buiten de deur kunnen worden gehouden. We realiseren ons dat deze constante waakzaamheid en alertheid om vroegtijdig verdenkingen te melden veel vraagt van alle pluimveehouders en betrokkenen. We spreken onze dank uit voor eenieder die zich hiervoor inzet.

Directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Bezuidenhoutseweg 73 | 2994 AC | Den Haag

Postbus 20401 | 2500 EK | Den Haag




Pas op voor wildaanrijding door overgang van zomer- naar wintertijd na 25 oktober

  1. Verandering in Activiteit van Wild

  • Veel dieren, zoals herten en wilde zwijnen, zijn in de schemering en vroege ochtend het meest actief. Tijdens de wintertijd verschuift het spitsuur met meer verkeer naar deze momenten van verhoogde activiteit van het wild, wat de kans op ongevallen vergroot.

  1. Effect op Bestuurders

  • De plotselinge verandering in daglicht kan voor bestuurders even wennen zijn. Mensen die normaal in het licht naar huis rijden, doen dit nu in het donker. Dit kan de reactiesnelheid beïnvloeden, vooral omdat veel mensen minder goed zien in het donker.
  • Daarnaast zijn mensen rond deze tijd vaak moe door de aanpassing aan het nieuwe ritme, wat de alertheid tijdens het rijden vermindert en het risico op ongelukken vergroot.

  1. Statistieken en Onderzoek

  • Onderzoeken in landen als Duitsland en Nederland laten zien dat er in de weken na de overgang naar de wintertijd vaak een piek is in verkeersongelukken met wild. Dit wordt toegeschreven aan zowel de veranderingen in de activiteitspatronen van dieren als aan de aanpassing van mensen aan het nieuwe ritme.

  1. Preventieve Maatregelen

  • In sommige gebieden worden waarschuwingsborden geplaatst of snelheidsbeperkingen ingesteld om bestuurders bewust te maken van de verhoogde kans op aanrijdingen met wild. Ook kan beter wegverlichting op risicovolle plekken helpen om de zichtbaarheid te verbeteren.
  • Door alert te blijven en de snelheid aan te passen aan de veranderende omstandigheden kan men bijdragen aan het verminderen van de kans op ongelukken met wild tijdens de overgang naar wintertijd

Tips om Veiliger te Rijden na de Overgang naar Wintertijd

  • Rij Voorzichtig in Schemering en Donker: Vooral op landwegen of gebieden met bosrijk landschap waar veel wild voorkomt, is het verstandig om extra waakzaam te zijn.
  • Pas de Snelheid aan: Een lagere snelheid biedt meer reactietijd als er plotseling een dier de weg oversteekt.
  • Gebruik Grootlicht (waar mogelijk): Hiermee vergroot je je zichtbereik, wat handig kan zijn op donkere wegen, mits er geen tegenliggers zijn.

Conclusie

De overgang naar de wintertijd is een periode van verhoogd risico op aanrijdingen met wild. Bestuurders wordt geadviseerd om zich bewust te zijn van dit risico en voorzichtig te rijden, vooral in gebieden waar veel wild voorkomt.

Zie voor meer informatie “hoe te handelen na een wildaanrijding”




Wild belevingsdiner bij erfgoed Bossem, zondag 8 november




15 oktober – De opening van het jachtseizoen in Nederland: traditie, natuur en verantwoordelijkheid

Wanneer de herfst zijn intrede doet, de ochtenden mistig zijn en de bladeren langzaam verkleuren, breekt voor veel jagers in Nederland een bijzondere periode aan: het jachtseizoen. Het is een tijd waarin traditie, natuurbeheer en het buitenleven samenkomen. Maar de opening van het jachtseizoen roept ook vragen op over dierenwelzijn, biodiversiteit en de manier waarop we als samenleving met onze natuur omgaan.
Een nieuw jachtseizoen begint

Voor veel jagers is de start van het jachtseizoen een jaarlijks terugkerend moment waarnaar wordt uitgekeken. De uitrusting wordt gecontroleerd, het jachtveld wordt verkend en de natuur wordt met extra aandacht gevolgd. De herfst vormt daarbij een karakteristiek decor: uitgestrekte akkers, vochtige weilanden, bosranden en houtwallen die langzaam veranderen onder invloed van het seizoen.

Toch is de opening van het jachtseizoen niet simpelweg een vaste datum waarop overal in Nederland de jacht begint. De mogelijkheden om te jagen verschillen per diersoort en zijn gebonden aan wettelijke regels, vastgestelde perioden en voorwaarden. Bovendien zijn sommige soorten beschermd en mogen deze niet zomaar worden bejaagd.

Traditie met een lange geschiedenis

De jacht kent in Nederland een lange geschiedenis. Vroeger was zij voor veel mensen vooral een manier om voedsel te verkrijgen. Later kreeg de jacht ook een recreatief en cultureel karakter. Vandaag de dag is zij onderwerp van een bredere maatschappelijke discussie, waarin verschillende opvattingen over natuur en dieren samenkomen.

Voor jagers draait het niet alleen om het bejagen van wild. Ook kennis van diergedrag, het herkennen van sporen, het observeren van populaties en het respectvol omgaan met de omgeving spelen een belangrijke rol. Wie in het veld actief is, krijgt immers van dichtbij te maken met de veranderingen die de seizoenen met zich meebrengen.

Wat betekent de opening voor de natuur?

De relatie tussen jacht en natuurbeheer is complex. Voorstanders benadrukken onder meer het belang van verantwoord wildbeheer en het beperken van bepaalde vormen van schade.

Een gezonde natuur vraagt om een zorgvuldige afweging van belangen. Populaties ontwikkelen zich onder invloed van voedselbeschikbaarheid, leefgebieden, ziekten, predatie en menselijke activiteiten. Daarom is het belangrijk dat beslissingen over het beheer van wilde dieren gebaseerd zijn op actuele kennis, ecologische omstandigheden en de geldende wetgeving.

De opening van het jachtseizoen is daarmee ook een moment om stil te staan bij de vraag hoe Nederland zijn natuur wil beschermen en beheren, nu en in de toekomst.

Niet iedere wildsoort mag het hele jaar door worden bejaagd. De Nederlandse wetgeving bepaalt voor welke soorten de reguliere jacht is toegestaan en binnen welke perioden dat mag. Ook gelden voorwaarden voor de jager, het gebruik van jachtmiddelen en de locatie waar de jacht plaatsvindt.

Daarnaast moet onderscheid worden gemaakt tussen reguliere jacht, schadebestrijding en populatiebeheer. Dit zijn verschillende juridische categorieën, met eigen regels en voorwaarden. Dat een diersoort ergens overlast veroorzaakt, betekent dus niet automatisch dat er op die soort mag worden gejaagd.

Wie aan het begin van het seizoen het veld in gaat, moet daarom niet alleen de kalender kennen, maar ook op de hoogte zijn van de actuele regelgeving en eventuele provinciale beperkingen.

Respect voor wild en medegebruikers van het buitengebied

Het Nederlandse landschap wordt door veel verschillende mensen gebruikt. Wandelaars, fietsers, boeren, natuurliefhebbers en jagers delen regelmatig dezelfde gebieden. Zeker in de herfst, wanneer meer mensen eropuit trekken, zijn duidelijke afspraken en wederzijds respect belangrijk.

Verantwoord handelen betekent dat veiligheid altijd vooropstaat, dat wettelijke voorschriften strikt worden nageleefd en dat rekening wordt gehouden met andere gebruikers van het landschap. Ook het voorkomen van onnodig dierenleed en het zorgvuldig omgaan met geschoten wild behoren tot de verantwoordelijkheden die bij de jacht komen kijken.

Voor bezoekers van natuurgebieden geldt dat zij lokale aanwijzingen en eventuele tijdelijke afsluitingen moeten respecteren.

Een seizoen dat uitnodigt tot nadenken

De opening van het jachtseizoen is meer dan een jaarlijks moment op de kalender. Het is een gebeurtenis waarin eeuwenoude tradities, hedendaags natuurbeheer en veranderende maatschappelijke opvattingen elkaar ontmoeten.

Voor de een staat de jacht symbool voor verbondenheid met het buitenleven en kennis van de natuur. Voor de ander is het juist een aanleiding om op te komen voor de bescherming van wilde dieren en hun leefomgeving. Beide perspectieven maken duidelijk hoe sterk mensen zich betrokken voelen bij het Nederlandse landschap.

Uiteindelijk blijft één uitgangspunt essentieel: de natuur is waardevol en verdient een zorgvuldige behandeling. Of men nu voorstander of tegenstander van de jacht is, respect voor dieren, aandacht voor biodiversiteit en naleving van de wet horen centraal te staan.

Met de komst van het jachtseizoen begint dus niet alleen een nieuwe periode voor jagers, maar ook een moment om opnieuw na te denken over onze verantwoordelijkheid voor het Nederlandse landschap en alles wat daarin leeft.




Verlenging van uw Jagersaansprakelijkheidsverzekering 2027




Vacature: Vrijwilliger Valwildteam FBE Flevoland

Over de functie

Als piketteur vervul je een unieke en maatschappelijk belangrijke rol. Je draait circa 7 weken per jaar piketdienst (24 uur per dag). Ter plekke stel je de gedupeerde gerust, verwijder je het dier van de weg/uit de berm, verlost het eventueel vakkundig uit zijn lijden of doet een nazoek. Tenslotte volgt de registratie in een app.

Wat vragen wij van jou?

  • Je woont in of dicht bij Oostelijk of Zuidelijk Flevoland en kunt binnen 30 minuten ter plaatse zijn;
  • Je hebt ca. 5 jaar aantoonbare ervaring in het faunabeheer;
  • Je bent daadkrachtig, stressbestendig en empathisch.;
  • Je bent integer en conformeert je aan de richtlijnen van de FBE.

Wat bieden wij jou?

  • Een ruime vrijwilligersvergoeding per afgehandelde melding en voor je MW4-verlof;
  • Professionele materialen om je werk veilig en goed uit te kunnen voeren;
  • Een jaarlijks teamuitje naar de schietbioscoop.

Meer informatie en reageren

Heb je interesse in deze bijzondere vrijwilligersfunctie? Stuur dan z.s.m. je motivatie inclusief twee referenties van jagers naar info@fbeflevoland.nl. Voor meer informatie: 0320-70 50 00 of kijk op onze website onder ‘Valwildteam’.




Hazenjacht in Groningen, Utrecht en Limburg blijft voorlopig gesloten

De jacht op hazen in Groningen, Utrecht en Limburg blijft voorlopig gesloten. Minister Jaimi van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ziet op dit moment geen aanleiding om de jacht in deze drie provincies opnieuw open te stellen. Het besluit maakt deel uit van een bredere herziening van het Nederlandse jacht- en faunabeleid.

Binnen die herziening wordt niet alleen gekeken naar de mogelijkheden voor de jacht op hazen, maar ook naar de bredere manier waarop in Nederland met wildsoorten wordt omgegaan. Daarbij spelen de rol van provincies, grondgebruikers, terreinbeheerders en jagers een belangrijke rol. De discussie gaat onder meer over de vraag hoe populaties het beste kunnen worden gemonitord en wanneer ingrijpen noodzakelijk of wenselijk is.

Jagers pleiten opnieuw voor heropening

De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer hebben op 23 september opnieuw bij minister Van Essen aangedrongen op een heropening van de hazenjacht in Groningen, Utrecht en Limburg.

Volgens beide organisaties geven recente gegevens een ander beeld van de ontwikkeling van de hazenpopulatie dan de informatie waarop de eerdere sluiting van de jacht is gebaseerd. De organisaties vinden daarom dat opnieuw naar de beschikbare cijfers en telgegevens moet worden gekeken.

Een belangrijk onderdeel van hun argumentatie is het onderzoek naar de wildvoorjaarstellingen van de verschillende wildbeheereenheden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft deze gegevens onderzocht en het gebruikte telprotocol gevalideerd. De resultaten zijn vervolgens vergeleken met gegevens uit het Meetnet Dagactieve Zoogdieren.

Volgens de Jagersvereniging laten de trends uit beide meetmethoden, wanneer er sprake is van voldoende teldekking en een representatieve meetlocatie, doorgaans een vergelijkbare ontwikkeling zien. De vereniging ziet hierin aanleiding om de waarde van de tellingen door wildbeheereenheden opnieuw te beoordelen.

‘Jagers tellen al jarenlang wat er in hun velden leeft. Die informatie kan niet langer terzijde worden geschoven.’

Laurens Hoedemaker, directeur van de Jagersvereniging en dierenarts, noemt het onderzoek van belang voor de discussie over de betrouwbaarheid van de tellingen.

Volgens de Jagersvereniging is daarmee een belangrijk bezwaar tegen het gebruik van de tellingen van wildbeheereenheden weggenomen. De organisatie stelt dat deze gegevens een waardevolle aanvulling kunnen vormen op andere manieren waarop de ontwikkeling van de hazenstand wordt gevolgd.

Naast de discussie over de tellingen wijst de Jagersvereniging op een andere ontwikkeling die volgens de organisatie moet worden meegenomen in het beleid: de verspreiding van hazenmyxomatose.

Sinds 2024 wordt in Nederland een nieuwe variant van het myxomatosevirus aangetroffen bij Europese hazen. Het gaat om het zogenoemde ha-MYXV-virus. De ziekte kan ernstig verlopen. Besmette dieren kunnen onder meer last krijgen van gezwollen oogleden, zwellingen aan de kop en verschillende huidafwijkingen.

Volgens de door de Jagersvereniging aangeleverde informatie heeft het virus de afgelopen twee jaar op meerdere plaatsen in Nederland geleid tot sterfte onder hazen. Vanwege de ontwikkeling rond de ziekte heeft het Dutch Wildlife Health Centre de haas in 2026 aangewezen als speerpuntsoort voor onderzoek.

De Jagersvereniging vindt dat deze ontwikkeling aanleiding geeft om de hazenpopulatie intensief te blijven volgen. Hoedemaker benadrukt dat het volgens hem niet vanzelfsprekend is dat het volledig achterwege laten van beheer de beste bescherming voor de soort oplevert.

‘Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar niets doen is niet automatisch het beste voor de haas. Wanneer aantallen lokaal sterk oplopen, kan een besmettelijke ziekte enorme gevolgen hebben.’

Myxomatose kan onder meer worden verspreid door bijtende insecten, zoals vlooien en muggen. Ook direct contact tussen dieren kan een rol spelen bij de verspreiding van het virus. Hierdoor kan een ziekte zich binnen een lokale populatie relatief snel verspreiden.

De Jagersvereniging stelt daarom dat het belangrijk is om de omvang en ontwikkeling van hazenpopulaties goed te blijven monitoren. Wanneer zich lokaal grote concentraties hazen bevinden en tegelijkertijd een besmettelijke ziekte voorkomt, zou volgens de organisatie moeten kunnen worden bekeken of aanvullend beheer noodzakelijk is.

Daarmee raakt de discussie over de hazenjacht aan een bredere vraag binnen het Nederlandse natuur- en faunabeleid: welke rol moet actief populatiebeheer spelen bij de bescherming en instandhouding van wildsoorten?

De minister kiest er vooralsnog voor om de bestaande sluiting in Groningen, Utrecht en Limburg te handhaven. Een definitief besluit over de toekomst van de hazenjacht wordt meegenomen in de bredere herziening van het Nederlandse stelsel voor jacht en faunabeheer.

Daarmee blijft de jacht op hazen in de drie provincies voorlopig gesloten. De uitkomsten van de bredere beleidsherziening zullen moeten uitwijzen of daar in de toekomst verandering in komt.




Achter de jacht: de eerste Nederlandse journalistieke podcast over de jacht, faunabeheer en de relatie tussen mens en natuur

Achter de jacht brengt feiten, persoonlijke verhalen en verschillende perspectieven samen. Nieuwsgierigheid staat voorop, ook als onderwerpen gevoelig liggen of de meningen uiteenlopen. Voor kenners én voor iedereen die geïnteresseerd is in natuur, jacht, faunabeheer en de maatschappelijke thema’s die daarmee samenhangen.Achter de Jacht is live: nieuwe podcast over jacht en faunabeheer
Vanaf nu is Achter de Jacht online! Een nieuwe journalistieke podcast voor een bredere kijk op jacht, faunabeheer en de relatie tussen mens en natuur.


 
De podcast brengt feiten, persoonlijke verhalen en verschillende perspectieven samen. Nieuwsgierigheid staat voorop, ook als onderwerpen gevoelig liggen of de meningen uiteenlopen. Achter de Jacht zoekt verdieping en nuance. De podcast is er voor kenners én voor mensen die geïnteresseerd zijn in natuur, jacht, faunabeheer en de maatschappelijke thema’s die daarmee samenhangen.
De eerste vier afleveringen zijn mede mogelijk gemaakt door sponsoring van de NOJG.

Dit hoor je in de eerste afleveringen
Wat is het nut en de noodzaak van de jacht? Is er plek voor de wolf in een drukbevolkt Nederland? Zijn ganzen nou echt zo schadelijk? En verdwijnt het bos als je de natuur haar gang laat gaan?
Over dit soort vragen gaat Achter de Jacht. In de eerste vier afleveringen spreken we met Jakob Leidekker van Het Nationale Park De Hoge Veluwe, NOJG-voorzitter René Leegte, directeur Lodewijk Klosse en Executive Chef Peter Paul van den Breemen van restaurant De Echoput en Patty Laan, directeur van Faunabeheereenheid Noord-Holland. 
Van natuurbeheer en jachtpraktijk tot wild op het bord en de afwegingen achter faunabeheer: iedere gast brengt een andere invalshoek mee.

Jagerslatijn en de luisteraarsvraag
In de rubriek Jagerslatijn legt Pauline de Bok, schrijver die jaagt, iedere aflevering een term uit de jachtwereld uit. Daarnaast behandelen we in iedere aflevering een luisteraarsvraag. Heb je zelf een vraag over jacht, faunabeheer of natuur?
Stuur hem dan via een DM op Instagram naar @achterdejacht.

Luister mee
Benieuwd? Zoek Achter de Jacht in je favoriete podcastapp. Wil je geen aflevering missen? Abonneer je dan op de podcast.

Help Achter de Jacht verder
Na deze eerste vier afleveringen willen we natuurlijk graag verder. Daarom zoekt Achter de Jacht sponsors voor nieuwe afleveringen. Wil je met jouw bedrijf of organisatie één of meerdere afleveringen sponsoren? Of ken je iemand voor wie dat interessant kan zijn? Stuur ons een e-mail via achterdejacht@overspraak.media.
Luister naarAchter de Jacht
Spotify | Apple Podcasts
Instagram: @achterdejacht

Presentatie door Annemiek Brumsteede.

In de eerste aflevering van Achter de jacht, van 24 september, spreken we met Jakob Leidekker van Het Nationale Park De Hoge Veluwe over natuurbeheer en de keuzes die daarbij komen kijken. We praten over wildstand, bosontwikkeling, jacht, de wolf en over hoeveel ruimte de natuur zelf kan krijgen om zich te ontwikkelen. Daarbij blijkt ook dat wat we natuur noemen sterk afhangt van ons eigen perspectief. Welk landschap willen we behouden en wat vraagt dat van het beheer?

logo podcast Achter de jacht - sep26

Nieuwe afleveringen van Achter de jacht verschijnen wekelijks en je vindt ze via de bekende podcastplatforms:

Afleveringen: