De wijziging van de Omgevingsregeling bekend gesteld in de Staatscourant van 27 oktober 2026
Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur — 20 oktober 2026
1. Waar gaat deze regeling over?
De minister wijzigt de Omgevingsregeling op een aantal punten. De wijzigingen gaan onder andere over:
– welke jachtexamens worden erkend;
– welke buitenlandse jachtexamens als gelijkwaardig worden beschouwd;
– wanneer grondgebruikers bepaalde schadelijke vogelsoorten zonder omgevingsvergunning mogen bestrijden;
– enkele technische aanpassingen in de regelgeving.
De regeling verwijst naar verschillende Nederlandse en buitenlandse wetten en besluiten. Hieronder leg ik uit wat de aangeleverde tekst in de praktijk betekent.
2. Welke examens worden erkend? (Artikel 3.34)
Voor bepaalde activiteiten met jachtwapens, jachtvogels en eendenkooien moet iemand een passend examen hebben afgelegd.
De volgende examens worden erkend:
– Jagen met een geweer: het jachtexamen dat wordt afgenomen door de Stichting Jachtexamens of de Stichting Examens Groene Sector.
– Jagen met roofvogels (valkerij): het examen voor het gebruik van jachtvogels, afgenomen door de Stichting Jachtexamens.
– Het gebruik van eendenkooien: het examen voor het gebruik van eendenkooien, afgenomen door de Stichting Jachtexamens.
Wat betekent dit?
De regeling maakt duidelijk welke examens officieel worden geaccepteerd voor de genoemde activiteiten. Voor het jachtexamen met een geweer worden twee examenorganisaties genoemd. Voor de andere twee activiteiten wordt de Stichting Jachtexamens genoemd.
3. Welke buitenlandse jachtexamens worden als gelijkwaardig erkend? (Artikel 3.35)
Een persoon die in het buitenland een jachtexamen heeft afgelegd, hoeft niet automatisch opnieuw het Nederlandse jachtexamen te doen. Bepaalde buitenlandse examens worden namelijk als gelijkwaardig aangewezen.
In de aangeleverde tekst gaat het om examens uit België, Luxemburg en Duitsland.
België
De regeling noemt verschillende jachtexamens die zijn afgelegd volgens Belgische regels. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen examens uit de volgende gewesten:
– Vlaanderen: onder andere examens op grond van de Belgische jachtwetgeving en de Vlaamse regels voor de organisatie van het jachtexamen.
– Wallonië: examens op grond van de Belgische jachtwetgeving en de Waalse regels voor de organisatie van het jachtexamen.
– Brussels Hoofdstedelijk Gewest: examens die zijn afgelegd volgens de regels voor het organiseren van het jachtexamen in Brussel.
Ook bepaalde oudere Belgische examens worden genoemd. Voor sommige examens geldt dat het examen vanaf 1 april 1984 of vanaf juli 1977 moet zijn afgelegd. Welke datum geldt, hangt af van de betreffende examenregeling.
Luxemburg
Ook het Luxemburgse jachtexamen kan als gelijkwaardig worden erkend wanneer het is afgelegd volgens de genoemde Luxemburgse regelgeving.
De regeling verwijst naar de regels uit 1991 en 2015 over de voorwaarden voor het verkrijgen van een eerste jachtvergunning.
Duitsland
Ook het Duitse jachtexamen kan als gelijkwaardig worden erkend wanneer het is afgelegd volgens de Duitse federale jachtwet, de Bundesjagdgesetz.
Wat betekent gelijkwaardigheid?
Als een examen onder de aangewezen buitenlandse regelingen valt, kan het in Nederland als gelijkwaardig worden beschouwd aan het Nederlandse examen.
De regeling maakt daarbij ook duidelijk dat onderscheid wordt gemaakt tussen theorie en praktijk:
– Het buitenlandse theoretische examen kan gelijkwaardig zijn aan het Nederlandse theoretische examen.
– Het buitenlandse praktijkexamen kan gelijkwaardig zijn aan het Nederlandse praktijkexamen.
Dit geldt wanneer het buitenlandse examen uit een theoretisch en een praktisch gedeelte bestaat en onder de genoemde bepalingen valt.
Let op: niet ieder buitenlands jachtdiploma wordt automatisch erkend. Het examen moet voldoen aan de voorwaarden van de regeling.
4. Wanneer mogen bepaalde schadelijke vogels zonder omgevingsvergunning worden bestreden? (Artikel 4.18)
In Nederland geldt in principe een verbod op het zonder de vereiste omgevingsvergunning opzettelijk doden of vangen van beschermde wilde vogels. Ook het opzettelijk beschadigen of vernielen van nesten en rustplaatsen en het beschadigen of meenemen van eieren kan verboden zijn.
Voor vier vogelsoorten maakt de regeling een uitzondering. Grondgebruikers mogen deze vogels onder bepaalde voorwaarden bestrijden zonder daarvoor een omgevingsvergunning aan te vragen.
Welke vogelsoorten vallen hieronder?
1. Canadese gans
Wetenschappelijke naam: Branta canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii
Deze soort valt onder de uitzondering wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan.
2. Houtduif
Wetenschappelijke naam: Columba palumbus
De houtduif mag onder de voorwaarden van de regeling worden bestreden om bepaalde schade te voorkomen.
3. Kauw
Wetenschappelijke naam: Corvus monedula
Ook voor de kauw geldt de uitzondering wanneer aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan.
4. Zwarte kraai
Wetenschappelijke naam: Corvus corone corone
De zwarte kraai valt eveneens onder deze uitzondering.
Aan welke voorwaarden moet de grondgebruiker voldoen?
De uitzondering geldt alleen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan.
Voorwaarde 1: de grondgebruiker gebruikt de grond of het gebouw zelf.
De bestrijding moet plaatsvinden op grond die de grondgebruiker gebruikt, of in of bij gebouwen die hij gebruikt.
Voorwaarde 2: de bestrijding is bedoeld om schade te voorkomen.
Het doel moet zijn om schade te voorkomen die in het lopende jaar of het daaropvolgende jaar dreigt te ontstaan.
De schade kan ontstaan op de gebruikte grond, in of bij de gebruikte gebouwen, of in de directe omgeving daarvan.
Voorwaarde 3: het moet gaan om een bepaalde vorm van schade.
De regeling noemt twee categorieën:
– Belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, de visserij of wateren.
– Schade aan planten of dieren (flora en fauna).
Voorwaarde 4: ook aan de aanvullende regels moet worden voldaan.
De grondgebruiker moet daarnaast voldoen aan artikel 4.19 van de Omgevingsregeling.
Artikel 4.19. (middelen en methoden die zijn toegestaan voor bestrijden soorten vogelrichtlijn)
1 Als middelen als bedoeld in artikel 11.44, vierde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving die zijn toegestaan voor het bestrijden van de Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii), de houtduif (Columba palumbus), de kauw (Corvus monedula) en de zwarte kraai (Corvus corone corone) worden aangewezen:
a. geweren;
b. honden, met uitzondering van lange honden; en
c. aantoonbaar gefokte haviken (Accipiter gentilis), slechtvalken (Falco peregrinus) en woestijnbuizerds.
2 Als methoden als bedoeld in artikel 11.44, vierde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving die mogen worden gebruikt voor het bestrijden van vogels van de soorten, bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen:
a. het vangen of doden met gebruikmaking van niet-levende lokvogels;
b. het vangen of doden met gebruikmaking van een middel waarmee lokgeluiden kunnen worden gemaakt; en
c. het vangen of doden met gebruikmaking van lokvoer, dat niet vergiftigd of verdovend is.
3 De aangewezen middelen worden niet gebruikt op zondagen, de nieuwjaarsdag, de tweede paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede pinksterdag en de beide kerstdagen.
Wat betekent dit in de praktijk?
De regeling geeft geen algemene toestemming om op de genoemde vogels te schieten.
De uitzondering is beperkt tot bepaalde vogelsoorten, bepaalde situaties en bepaalde vormen van schade. Ook moet de bestrijding voldoen aan de overige wettelijke voorwaarden.
Een grondgebruiker kan dus niet alleen op basis van het feit dat een vogel op de lijst staat, besluiten dat bestrijding zonder vergunning altijd is toegestaan.
De Belangrijkste punten in één overzicht
| Onderwerp | Omschrijving |
|---|---|
| Erkende examens | De regeling noemt welke examens voor jachtactiviteiten officieel worden erkend. |
| Buitenlandse jachtexamens | Bepaalde examens uit België, Luxemburg en Duitsland kunnen als gelijkwaardig gelden. |
| Theorie en praktijk | Beide onderdelen kunnen afzonderlijk als gelijkwaardig worden aangewezen. |
| Bestrijding van vogels | Voor vier genoemde vogelsoorten bestaat onder voorwaarden een uitzondering op de vergunningplicht. |
| Voorkomen van schade | De bestrijding moet gericht zijn op het voorkomen van de in de regeling genoemde schade |
| Aanvullende voorwaarden | De middelen en methoden die zijn toegestaan voor bestrijden soorten vogelrichtlijn Art 4.19 Regeling |







