Faunabeheerders Holland en Flevoland ontwikkelen gezamenlijk ganzenbeheerplan

De faunabeheereenheden (FBE’s) van Noord-Holland, Zuid-Holland en Flevoland bundelen de krachten en gaan samen een interprovinciaal ganzenbeheerplan ontwikkelen voor de periode van 2024 tot 2030. Met de FBE Utrecht vindt collegiaal overleg plaats.

In de drie provincies is de overlast van ganzen het grootst. ‘Tot nu toe schrijft elke faunabeheereenheid (FBE) zijn eigen faunabeheerplan voor ganzen in de desbetreffende provincie. Dat pakken we deze keer anders aan. Ganzen vliegen immers gewoon over provinciegrenzen heen.

De FBE’s van Zuid-Holland, Flevoland en Noord-Holland kijken daarom over hun grenzen heen en werken samen richting één ganzenplan 24 – 2030′, zo wordt de aanleiding voor de samenwerking gemotiveerd.

Op dit moment worden de eerste teksten voor het interprovinciale ganzenbeheerplan uitgewerkt. Deze worden gepubliceerd op een speciale website www.ganzenplan.nl. Iedereen die er belang bij heeft, zoals jachtaktehouders, boswachters, grondgebruikers en natuur- en dierenbeschermingsorganisaties, kan reageren op de conceptteksten. Mocht er iets missen, is iets niet duidelijk of heeft iemand een goede tip, dan kan men dat aangeven. Daarna worden de teksten zo nodig aangepast.

bron: de Veldpost – het Landbouwnieuws




Raad van State keurt ontheffing vos provincie Zuid-Holland goed

De ontheffing die het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland in 2018 heeft verleend aan de Faunabeheereenheid voor het ook ’s nachts kunnen doden van vossen, om de weidevogels effectiever te kunnen beschermen is nu door de Raad van State goed gekeurd. Vossen komen in onze provincie onder andere in het duingebied bij Wassenaar voor. De Faunabeheereenheid wil met de ontheffing de omvang van de populatie vossen plaatselijk beperken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de RvS is het daar dus mee eens. Bij het verlening van zo’n ontheffing moet volgens de Wet natuurbescherming wel worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Zo mag er geen andere bevredigende oplossing zijn om de vossen te bestrijden en de ontheffing moet nodig zijn voor de bescherming van de weidevogels en andere vogels die op de bodem broeden.

Zie hieronder de volledige uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de RvS;

Lader Bezig met laden...
EAD logo Duurt het te lang?

Opnieuw laden Laad het document opnieuw
| Open Openen in nieuwe tab

Download




Veranderingen in de beschermingsstatus van wolven?


Europese Commissie lanceert nieuwe fase

Brussel, 5 september 2023 –  Door sommigen omschreven als een nieuwe “ Wolvenjacht ”, nodigt de Europese Commissie (EC) nu lokale gemeenschappen, wetenschappers en alle geïnteresseerde partijen uit om actuele gegevens over wolvenpopulaties en hun impact in te dienen als aanvulling op een verzoek dat al in april 2023 aan de lidstaten is gedaan. De
 
ontwikkelingen van deze week zijn een reactie op twee resoluties van het Europees Parlement waarin wordt opgeroepen tot een procedure om de bijlagen van de Habitatrichtlijn (op grond van artikel 19) voor grote carnivoren te wijzigen (zie link & link ). EP-leden – velen van hen maken deel uit van de intergroep “Biodiversiteit, Jacht, Platteland” van het Europees Parlement – ​​hebben hard gewerkt om deze resoluties te verwezenlijken.

Op basis van deze updates over de technische en wetenschappelijke vooruitgang zal de EC, waar nodig, een voorstel overwegen om de beschermingsstatus te wijzigen, het wettelijke kader bij te werken en verdere flexibiliteit in te voeren in overeenstemming met de Habitatrichtlijn.

De volledige implementatie van artikel 19 is iets waar FACE en andere plattelandsgroepen al lang op aandringen – zie de gezamenlijke  verklaring . Een ander belangrijk verzoek uit de recente #SignForHunting-campagne van FACE is het verkrijgen van “ nauwkeurige beoordelingen van grote carnivorenpopulaties op basis van geschikte criteria ”.

Dus wat gaat de EC doen met al deze nieuwe wetenschappelijke gegevens verzameld door lokale gemeenschappen, wetenschappers en andere partijen. Vanuit ons perspectief zijn er twee verschillende wegen die de EC zou kunnen inslaan:

  • Erken de positieve trends die wetenschappelijk zijn vastgesteld en ga verder met een procedure om de bijlagen te wijzigen.

OF

  • Zaken zoals gewoonlijk. Ga door met het beoordelen van de staat van instandhouding van wolven met behulp van ongepaste biogeografische eenheden ( link ), die de indruk wekken van een verslechterende status in plaats van een toestand met een voortdurende bevolkingsgroei en -uitbreiding. Tot nu toe heeft deze aanpak geleid tot meer bescherming en conflicten op nationaal niveau.

Afgezien van de status van de gezonde Europese wolvenpopulatie, die in veel delen van Europa duidelijk een sociale draagkracht aan het bereiken is, blijft het kernprobleem een ​​praktisch en juridisch probleem. Bijlage IV (strikte bescherming) creëert een bijna onmogelijke situatie: de richtlijnen van de EG zijn onduidelijk, de nationale rechtbanken zijn zeer voorzichtig en de EG blijft actief in het vervolgen van wettelijke overtredingen (bijv.  link ), en dit alles frustreert plattelandsgemeenschappen.

Volgens FACE-voorzitter  Torbjörn Larsson :

Vanuit ons perspectief is het moeilijk om de verklaring van Commissievoorzitter  Von der Leyen “Ik dring er bij lokale en nationale autoriteiten op aan om waar nodig actie te ondernemen” te koppelen aan dezelfde Commissie, die zo bereid is maatregelen te nemen of dreigen met juridische stappen als dergelijke stappen op nationaal niveau worden ondernomen. Om vooruit te komen moet er duidelijk worden erkend dat het goed gaat met de wolf, en moet artikel 19 van de Habitatrichtlijn worden geïmplementeerd.”

  • Om een ​​gedetailleerder beeld te krijgen van hoe het met de wolf gaat en de afwijkingen in de huidige beoordelingscriteria:




DJV – ACTIEF BEHEER VAN DE WOLF MOGELIJK IS IN OVEREENSTEMMING MET HET EUROPESE RECHT

55 dode schapen – dit is de verontrustende balans van de wolvenaanval in het Duitse district Stade op 26 augustus. Bij een van de ernstigste aanvallen op landbouwhuisdieren in Duitsland werden 18 dieren onmiddellijk gedood ondanks kuddebeschermingsmaatregelen, 37 moesten door dierenartsen worden geëuthanaseerd vanwege ernstig letsel. De Duitse Media hebben landelijk gemeld dat DJV-president Helmut Dammann-Tamke een frequente geïnterviewde was.

Huidige cijfers van het Federaal Documentatie- en Adviescentrum voor de Wolf (DBBW) tonen een nieuw maximum van meer dan 4.000 gewonde en gedode boerderijdieren voor 2022 in Duitsland – waaronder schapen en geiten, maar ook runderen, paarden in de landbouw.

Er is daarom dringend behoefte aan actie van de kant van de Duitse federale regering. Daarnaast is de constitutionele advocaat in Jena, professor Dr. Michael Brenner bevestigt, dat er een gepubliceerd deskundig advies is dat ACTIEF BEHEER VAN DE WOLF MOGELIJK IS IN OVEREENSTEMMING MET HET EUROPESE RECHT. In totaal verwelkomen 7 verenigingen, waaronder de DJV, deze verduidelijking.

Ze roepen daarom de Duitse regering op om op dit punt eindelijk het regeerakkoord uit te voeren, dat nu bijna 2 jaar oud is. Er staat: “We zullen het aantal wolven dat in Duitsland woont realistisch in kaart brengen door de monitoringnormen te herzien en de deelstaten in staat te stellen regionaal gedifferentieerd Faunabeheer te kunnen uitvoeren in overeenstemming met de Europese wetgeving.” De verenigingen roepen de Duitse regering ook op, om de langdurige staat van instandhouding van de wolf in Duitsland aan de Europese Unie te melden.

De acceptatie van de wolf in de getroffen gebieden neemt dramatisch af. De leden van de verenigingen verwachten daarom begin september snel actie van de Duitse regering en de speciale Minister-president conferentie. Meer informatie is te vinden in ons huidige persbericht.

 

Bron: het DJV-kantoor




Roeken veroorzaken meeste faunaschade in Drenthe?

De grauwe gans, kolgans en brandgans waren vorig jaar samen verantwoordelijk voor zo’n 36 miljoen euro aan faunaschade in ons land, waarmee ze verantwoordelijk zijn voor meer dan driekwart van de totale kosten (44 miljoen euro). In tien van de twaalf provincies voeren ganzen dan ook de lijst aan met dieren die de meeste schades veroorzaken, maar niet in Drenthe. Daar staat de roek bovenaan.
“Ganzen veroorzaken de meeste schade in water- en grasrijke gebieden, met name in kustprovincies. In de water- en grasrijke provincies Friesland en Noord-Holland is de schade daarom het grootst, onder meer omdat dit de laatste stop voor ganzen is voordat ze de overtocht maken naar broedgebieden. In Drenthe zijn minder graslanden, dus ook minder ganzen, dat maakt dat de schadepost van roeken groter is dan in andere provincies”, legt Christian Jansen van BIJ12 uit.
Maïs als favoriet
In Drenthe veroorzaken roeken vooral veel schade aan snij- en korrelmais en in mindere mate ook aan zomergraan, uien en voederbieten, Of roeken ook meer in onze provincie voorkomen dan in andere provincies, durft Jansen niet te zeggen. “Dat komt omdat per provincie nogal verschilt welke gewassen er aanwezig zijn en in welke mate.” BIJ12 becijferde eerder dat zo’n 80 procent van de roeken broedt in Gelderland, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Friesland. Nederland telt zo’n 55.000 broedparen.
Tot 2021 werd mais als bescherming tegen vraatzuchtige vogels behandeld met het bestrijdingsmiddel Mesurol, maar dat is uit milieuoverwegingen niet meer toegestaan. Sinds Mesurol niet weer wordt gebruikt is de schade die vooral roeken toebrengen aan mais in heel Nederland aanzienlijk toegenomen. “Roeken staan erom bekend dat ze bij net ingezaaid mais graag het uitgekiemde plantje eruit eten”, weet Jansen.
Leeggeplunderde akker
De gevolgen daarvan weet Stan Boelens uit Loon maar al te goed. Even buiten het dorp heeft hij een akker, waar hij twee jaar geleden mais had ingezaaid. Toen een loonwerker in opdracht van hem wat onkruid zou wegspuiten tussen de jonge maisplantjes, maar zich afvroeg wat hij weg moest spuiten omdat er alleen maar onkruid stond, gingen bij Boelens alle alarmbellen af. “Toen zag ik hoe de maisakker leeggeplunderd was. Niet normaal, helemaal foetsie. Dat heb ik nog nooit meegemaakt.”
Ook boer Dick Geerts uit Loon weet welke schade roeken kunnen aanrichten. Zo was hij in een mum van tijd zijn suikerbietenplantjes kwijt. “Je gelooft je ogen niet. Ze komen in een hele zwerm aanzetten. Binnen een halve dag vreten ze zomaar een heel stuk van je akker kapot. Want ze komen hier niet met vijfhonderd, maar met duizend.”
Agrariërs krijgen van gemeenten en BIJ12 extra informatie over de manier waarop roeken mogen worden verjaagd. De provincie wil op haart beurt beter aan agrariërs uitleggen hoe ze schade die roeken veroorzaken vergoed kunnen krijgen.



Vragen Rechtbank tijdens bodemprocedure tegen verbod jacht op haas en konijn

Tijdens de zitting op maandag 21 augustus jl. van de bodemprocedure tegen de Staat kregen alle partijen de kans hun argumenten uiteen te zetten voor of tegen het verbod op de jacht op het konijn en de inperking van de jacht op het haas. Na het sterke pleidooi van ons advocatenteam hebben we uitvoerig de argumenten namens de Staat kunnen weerleggen. Daarnaast had de rechtbank een drietal vragen, waarmee zij de vinger precies op de zere plek wist te leggen.

 Wat ging vooraf?

In 2021 gaf de minister voor Natuur & Stikstof de opdracht om de staat van instandhouding van haas en konijn te toetsen aan de hand van de Habitatrichtlijn-methode. De conclusie van dit onderzoek was dat – ondanks dat er honderdduizenden hazen en miljoenen konijnen in Nederland zijn – het haas en het konijn in zeer ongunstige staat van instandhouding verkeerden. De minister greep dit onderzoek aan om de jacht op het konijn in heel Nederland en de jacht op het haas in drie provincies niet te openen. Daartoe besloot ze in 2022 en is ze voornemens dat ook in 2023 te doen. Deze Habitatrichtlijn-methode is nooit eerder gebruikt om de staat van instandhouding van algemene soorten als de haas en konijnen te bepalen en is volstrekt ongeschikt daarvoor volgens meerdere experts. Mag deze Habitatrichtlijn-methode überhaupt worden gebruikt om de staat van instandhouding van algemeen voorkomende soorten te toetsen? En is de staat van instandhouding werkelijk in het geding volgens de criteria van de Wet natuurbescherming? Deze vragen stonden centraal tijdens de zitting afgelopen maandag, getuige ook de vragen van de rechtbank:

Vraag 1. Is de wetenschap het erover eens dat de habitatrichtlijn geschikt is om de staat van instandhouding van hazen en konijnen te toetsen?

De rechtbank vroeg partijen of er wetenschappelijke consensus is over het gebruik van de Habitatrichtlijnmethode voor het haas en het konijn en of de methode elders is toegepast op de haas en het konijn. Nee, zo moest ook de Staat toegeven tijdens de zitting. Onze advocaten en de ecoloog van de Jagersvereniging, hebben toegelicht dat de Habitatrichtlijn-methode een ongeschikte methode voor hazen en konijnen is omdat deze uitsluitend van toepassing is op zogenaamde Habitatrichtlijn-soorten (bedreigde soorten). Nergens in Europa wordt de Habitatrichtlijnmethode zoals toegepast door de onderzoekers überhaupt gebruikt voor soorten die niet onder de Habitatrichtlijn vallen. Verklaringen van onze experts prof. dr. Gortazar en prof. dr. Hackländer bewijzen bovendien dat er geen consensus over bestaat. Zij zijn de absolute wereldtop op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar hazen en konijnen en verklaren klip en klaar dat de Habitatrichtlijnmethode ongeschikt is voor deze soorten. De Staat had deze methode dus niet mogen gebruiken en had andere methoden moeten laten onderzoeken.

 Vraag 2. Zijn er alternatieve methoden voor het toetsen van de staat van instandhouding van hazen en konijnen?

Er zijn legio geschikte methodes om de staat van instandhouding van algemene soorten te bepalen, waaronder of er genoeg voortplantende individuen zijn. Dit is wat de minister in het verleden altijd heeft gedaan voordat hij de Habitatrichtlijnmethode van stal haalde. De wetgever toetste overigens ook in 2016-2017 of de staat van instandhouding van hazen en konijnen gunstig is en gebruikte daarbij uitdrukkelijk niet de Habitatrichtlijnmethode. De Groene Status van Soorten-methode van de International Union for Conservation of Nature (de IUCN) is bovendien ook geschikt voor hazen en konijnen. Deze methode is ontwikkeld door een gerenommeerd internationaal instituut in samenwerking met meer dan 200 wetenschappers van over de hele wereld. De Groene Status van Soorten-methode is bovendien op alle soorten van toepassing, en dus ook op hazen en konijnen. Maar waarom is deze methode dan niet gebruikt? Omdat het niet meet wat we willen weten, zo luidde de reactie van de zijde van de Staat, zonder daarvoor enige onderbouwing te geven. In tegendeel, zo verklaarde de ecoloog van de Jagersvereniging op basis van een uitvoerig rapport die wij hebben ingebracht als processtuk. De Groene Status van Soorten-methode sluit juist goed aan bij de criteria voor het toetsen van een gunstige staat van instandhouding volgens de Wet natuurbescherming: namelijk dat “uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven”.  En wat blijkt, de Groene Status van Soorten methode wijst uit dat de staat van instandhouding van het haas en het konijn allerminst in het geding is, zo concludeert ook expert prof. dr. Gortázar in zijn verklaringen die zijn ingebracht in de procedure.

Vraag 3. Hebben de Jagersverenigingen wel een belang in de bodemprocedure?

De derde vraag van de rechters ging over de ontvankelijkheid van de Jagersverenigingen. Hebben wij wel een zogenaamd belang in dit proces? Fauna-4-life en Animal rights, de twee stichtingen die zich voegden aan de zijde van de Staat, probeerden dit aan te vechten. Wij konden zelf dit soort formele argumenten gebruiken tegen de stichtingen, maar hebben ervoor gekozen dit niet te doen omdat wij menen sterk te staan in het inhoudelijke juridische debat. Het verbaast ons dat de stichtingen voor een dergelijke formalistische processtrategie kiezen. Natuurlijk hebben we wel een belang, we zijn immers de belangenbehartigers van het jagen als maatschappelijk instituut. Deze vraag werd dan ook deskundig en positief beantwoord door onze advocaten. Niet dat het uitmaakt, de rechter zal hoe dan ook een uitspraak doen. Al was het maar omdat de ontvankelijkheid van de individuele jagers aan onze zijde niet is aangevochten.

Op woensdag 11 oktober a.s. zal de rechtbank Den Haag een uitspraak doen in deze procedure en weten we hoe de rechters erover denken. We wachten de uitspraak met spanning maar ook met vertrouwen af.

 




Rechtbank Den Haag behandelt Bodemprocedure over Sluiting Jacht op Konijn en Haas

Gisterochtend, 21 augustus 2023, vond in de rechtbank van Den Haag de langverwachte zitting plaats in de bodemprocedure tegen de ministeriële regeling om de jacht op konijnen in heel Nederland en hazen in de provincies Utrecht, Limburg en Groningen te sluiten. Deze sluiting wil de minister voor Natuur en Stikstof ook het komende jachtseizoen handhaven. Een bomvolle rechtszaal bood plaats aan vertegenwoordigers van de Jagersvereniging, FPG en de NOJG, die gezamenlijk het besluit van de minister aanvechten.

 

Namens het bestuur van de NOJG waren aanwezig voorzitter Rene Leegte, secretaris Roderik Benoist en bestuurslid Maurice Stassen.

De aanleiding voor de start van de bodemprocedure was de uitspraak van de voorzieningenrechter in oktober 2022. Hierin oordeelde de voorzieningenrechter dat de complexiteit en omvang van de zaak niet geschikt waren voor een kort geding. Met als gevolg dat de ministeriële regeling werd voortgezet en de jacht op haas en konijn niet werd geopend.

Gedurende de zitting hebben de Jagersvereniging, FPG en de NOJG uitgebreide en wetenschappelijk onderbouwde informatie gepresenteerd om de beslissing om de jacht te sluiten, evenals de gronden waarop dit besluit is gebaseerd, aan te vechten. Het uiteindelijke doel van de procedure is het verkrijgen van een definitief oordeel over de beoordelingsmethode die moet worden toegepast bij het vaststellen van de staat van instandhouding van deze diersoorten en of die al dan niet in het geding is.

Tom Barkhuysen, de advocaat van de jagersverenigingen de FPG vertelt: “wij hebben als team vandaag de gelegenheid gekregen een sterk en hopelijk overtuigend verhaal aan de rechtbank te presenteren. De voorzitter van de rechtbank heeft ook kritische vragen aan de procespartijen gesteld en wij zijn van mening dat wij die doeltreffend hebben beantwoord.”

Rene Leegte, voorzitter van de NOJG zag een gedegen en onderbouwd verweer namens de Jagersverenigingen. “Het was duidelijk dat er geen argument onbesproken werd gelaten om de rechter te overtuigen van het ongelijk van de Staat.”

Maurice Stassen, bestuurslid juridische zaken: “het was duidelijk terug te zien dat de Jagersverenigingen en de FPG de zaken goed hadden voorbereid met onze advocaten, zodat de rechters een omvangrijk pakket goed onderbouwde argumenten kreeg.”

Theo ten Haaf, voorzitter van de Jagersvereniging, was ook aanwezig. Met tevredenheid kijkt hij terug op de inhoudelijke presentatie tijdens de zitting. ”Evelien Jongepier, onze teamleider Ecologie, heeft aan de drie rechters met behulp van een feitelijke, heldere en inhoudelijke uitleg duidelijk gemaakt waarom de minister haar beslissing baseert op onjuist gebruikte methoden voor het vaststellen van de staat van instandhouding voor haas en konijn.”

Directeur van de Jagersvereniging, Willem Schimmelpenninck van der Oije, was ook aanwezig bij de zitting. “Het was een lange zit waarin de voorzitter van de rechtbank alle partijen die aanwezig waren, de gelegenheid gaf hun verhaal te presenteren maar daar ook kritische vragen aan vastkoppelde. Daarnaast merkt Willem op dat: “samen met onze advocaten, onze collega’s van de FPG, de NOJG en niet te vergeten onze voorzitter van de Raad van Advies (red. Tom van Engers) vormen we een goed team. Dat heeft zich vertaald in een sterke presentatie vandaag.” Daaraan voegt hij toe: “ Met spanning maar ook met veel vertrouwen kijken we uit naar 11 oktober a.s. wanneer de rechtbank naar verwachting met een vonnis zal komen.”

Het vonnis wordt inderdaad op 11 oktober verwacht. Dat zal schriftelijk gebeuren, zodra we dat ontvangen hebben zullen we dat met u delen.




Uitspraak bezwarencommissie over steenmarterontheffing volledig in voordeel Provincie

De provinciale Commissie voor bezwaar- en beroepsschriften van Fryslân is op 13 juli met een advies gekomen over de ontheffing die de Provincie had afgegeven voor het vangen en doden van steenmarters in een aantal weidevogelkerngebieden. De commissie heeft alle bezwaren en de verdediging van de provincie bestudeerd en is tot de conclusie gekomen dat de ontheffing niet aangepast hoeft te worden. Op alle bezwaarpunten werd de provincie in het gelijk gesteld!

Dit betekent dat er vanaf 1 december van dit jaar weer gevangen mag worden tot een maximum van 429. Volop werk aan de winkel dus voor al die vrijwilligers die de vangkooien beheren. Wordt het gebied succesvol steenmartervrij gemaakt dan levert dat meer kans op voor weidevogels om kuikens vliegvlug te krijgen. En daar doen we het allemaal voor!

Over de bezwaren tegen de ontheffing, de verdediging van de Provincie en de uitspraak van de voorzieningenrechter heeft Ultsje Hosper een overzichtelijke tekst gemaakt. 




Graanboeren zien in heel Nederland de oogst in het water vallen

1 augustus 2023

Tarweveld plat geregend en getrapt door veel ganzen, kraaien en houtduiven

 
 
Hele percelen graan die plat liggen, graankorrels die alweer kiemen in de aar. Het is een slecht jaar voor de graanoogst en dat merken akkerbouwers.
“De kwaliteit over de hele linie valt tegen”, zegt Dirk Jan Beuling, akkerbouwer in 1e Exloërmond en bestuurder bij landbouworganisatie LTO. “Tot gisteren is het hier vier weken lang elke dag nat geweest. Misschien niet altijd grote buien, maar toch. Daardoor hebben we last van schot. Dat betekent dat de graankorrels in de aar zijn gaan kiemen. Daardoor is de kwaliteit uit het product verdwenen en is het niet meer bruikbaar voor brouwen van bier of het bakken van brood.”
Beuling heeft nog hoop dat het brouwgerst en de tarwe nog te gebruiken is als veevoer. “Misschien is dit nog mogelijk met enkele aanpassingen. Maar graan is moeilijk om te bewaren. Gelukkig is de korrel wel vrij droog, dat valt nog mee.”

Oogst in het water gevallen

Verder naar het zuiden, rondom Erica, heeft Wim Akkerman 70 hectare aan wintertarwe staan. Samen met familieleden zit hij in een maatschap. Naast graan verbouwen zij ook aardappels en suikerbieten en hebben zij een pluimveehouderij. “Wij hebben een kringloopbedrijf. Dat betekent dat we de mest gebruiken voor het bemesten van onze akkers en de wintertarwe het voer voor onze kippen is. Maar die oogst is letterlijk in het water gevallen.”
Het is een raar jaar wat betreft het weer. Vanaf april kenden we een erg natte periode. Die werd gevolgd door een lange periode van veel zon en hitte. Daarna volgde de storm Poly en volgde een maand aan regen. Allemaal ingrediënten die slecht zijn voor het graan.
“Door de regen konden we pas laat de mest op het land verspreiden”, blikt Akkerman terug. “Tijdens de periode van droogte hebben we ons graan veel meer moeten besproeien dan tijdens voorgaande jaren. Toen kwam die storm en ging het graan platliggen, gevolgd door de regen. Dat zorgde ervoor dat het ging ontkiemen in de aar.”

Duiven, kraaien, kauwtjes en ganzen

Een extra tegenvaller voor Akkerman is de schade die houtduiven, kraaien, kauwtjes en ganzen aanrichten. “Als het graan plat ligt, komen er eerder vogels bij. Vanuit het Bargerveen hebben honderden ganzen ervan gegeten. Die faunaschade lijkt de laatste jaren steeds verder toe te nemen. Ik heb het idee dat er steeds meer ganzen bij komen.”
Het zorgt ervoor dat de kwaliteit van het graan matig is. “We moeten afwachten of het wel goed genoeg is om als voer te gebruiken. Ik heb nu tien tot vijftien procent geoogst en de slechtste stukken moeten er nog af.”

‘Niet miepen’

Een tegenvallend jaar voor een gewas, het is inherent aan het bestaan van een akkerbouwer. Beuling wil er niet over ‘miepen’. “Vorig jaar hadden we bijvoorbeeld een topopbrengst wat betreft graan.”
Ook Akkerman zegt dat misoogsten van alle tijden zijn. Desondanks zijn de gevolgen wel voelbaar, zeker voor zijn bedrijf en vele andere akkerbouwers in Nederland. “Dat betekent dat ze waarschijnlijk meer voer moeten aankopen en daardoor zullen de voerkosten van bijvoorbeeld het pluimvee ook weer stijgen.



Nieuwsbrief DWHC augustus 2023


Lader Bezig met laden...
EAD logo Duurt het te lang?

Opnieuw laden Laad het document opnieuw
| Open Openen in nieuwe tab




Rechter laat ontheffing voor beheer van reeën in Zuid-Holland in stand

bron: Rechtbank Den Haag, 27/07/2023

Doodgereden reebokIn een uitspraak van 19 mei oordeelde de rechtbank Den Haag dat de ontheffing voor het beheren van reeën in de provincie Zuid-Holland terecht is verleend, om de verkeersveiligheid te vergroten en om schade aan landbouwgewassen te voorkomen. Het besluit was bij de rechter aangevochten door een groep natuurorganisaties. De uitspraak van de rechter is donderdag 27 juli gepubliceerd.

De rechtbank oordeelt dat het provinciebestuur van Zuid-Holland mag streven naar een maximale populatieomvang, aangezien er een significant positieve relatie blijkt tussen het aantal getelde reeën en het aantal geregistreerde aanrijdingen. Aan de hand van enkele getaxeerde schadegevallen in gebieden waarin nog niet werd beheerd, mocht bovendien worden uitgegaan van concrete dreiging voor schade aan landbouwgewassen.

Goede dataverzameling WBE’s van essentieel belang

Bij de uitvoering van de ontheffing moet zoveel mogelijk worden gehandeld overeenkomstig het Faunabeheerplan en het werkplan van de betreffende WBE. De FBE benadrukte aan de hand van deze positieve uitspraak het belang van een goede dataverzameling en onderbouwing, door de Zuid-hollandse WBE’s hebben geleverd voor de onderbouwing van het Faunabeheerplan en de daarop verleende ontheffingen.

Meer informatie is te vinden in de uitspraak van de rechtbank Den Haag.

 

 



Goudjakhals steeds meer waargenomen in Noord-Nederland

De goudjakhals is in Nederland net als in Duitsland in opkomst. Het dier is al gesignaleerd in Drenthe, Groningen en Friesland. Natuurbeheerders weten door DNA-onderzoek dat er een goudjakhals zit. In de overige oostelijke deel van Nederland gaan ze er vanuit dat het slechts een kwestie van tijd is voor de goudjakhals ook daar opduikt.

De organisatie Wolven in Nederland ziet alleen in Limburg al circa 300 mogelijke territoria voor roedels.

In tegenstelling tot een wolf heeft een goudjakhals niet veel ruimte nodig. Als er genoeg eten is, kan dat zelfs al een vierkante kilometer zijn. De dieren eten kleine zoogdieren, maar ook fruit, aas en afval. Een goudjakhals ziet eruit als een wolf en leeft ook in roedels, maar qua gedrag en habitat lijkt het dier meer op een vos. Het is een opportunist, die zich prima redt in talloze omgevingen.

Goudjakhals (Canis aureus)

De goudjakhals is een middelgrote hond die zowel in paren als in roedels leeft. Vanuit het oorspronkelijke vestigingsgebied op de Balkan verspreidt het zich steeds meer naar West-Europa er zijn al individuele dieren geregistreerd in Duitsland. Samen met terugkeerders zoals de wolf en de exoot zoals de wasbeerhond, is de goudjakhals een andere nieuwkomer die van nature nieuwe gebieden koloniseert.

Goudjakhals Canis aureus
Goudjakhals Canis aureus (Bron: Goudjakhals Project Oostenrijk/Leopoldsberger/DJV)

Markering

  • Qua uiterlijk en lichaamsgrootte houdt deze hondachtige het midden tussen een vos en een wolf: schouderhoogte 50 cm, lichaamslengte 70-90 cm, lont 20-30 cm, lichaamsgewicht tot 15 kg
  • Bijzonderheid: de ballen van de middeltenen groeien samen in een hoefijzervorm
                               
  • Pelskleur meestal roestbruin tot goudrood; Door de langere, donkergekleurde vachtharen vanaf de achterkant van het hoofd over de rug tot aan de punt van de lont, is er een aparte “zadelmarkering”. Bruin gezichtsmasker en witte markeringen op de onderrand van de snuit en op de nek   
  • Hij kan worden verward met een wolf, maar: de kop van de goudjakhals is smal en langwerpig, de kop van de wolf lijkt driehoekig door de kortere en bredere snuit
poot gouden jakhals
Poot Gouden Jakhals (Bron: Hatlauf/DJV)
Verspreiding en positie in het zoölogische systeem
  • De Afrikaanse goudjakhals (Canis anthus) is nauwer verwant aan de wolf (Canis lupus) dan de Euraziatische goudjakhals (Canis aureus), wiens verspreidingsgebied zich uitstrekt van Azië tot India, het Arabische schiereiland, het Nabije en Midden-Oosten en de Balkan. Ook in West- en Noord-Europese landen, waaronder Duitsland, worden sinds enkele jaren individuele dieren waargenomen. Blijkbaar vindt er momenteel een natuurlijk expansieproces plaats in de goudjakhalspopulaties. 
  • Locaties van de eerste waarnemingen laten zien dat revieren, wetlands en laaglandlandschappen fungeerden als trekroutes voor deze wilde hondensoort.
Leefgebied
  • Zeer flexibel in habitatkeuze en vertoont nauwelijks voorkeuren; houtvrije open landschappen worden echter vermeden.
  • Habitatstructuren die beschutting bieden (bossen, rietvelden) zijn belangrijk als opgroeiplaats en als dagverblijf.
  • Landelijke nederzettingen worden ook bezocht vanwege hun voedselvoorziening (afval, huisdieren), zolang er maar een dagopvang in de buurt is. 
Voedsel
  • Generalist wiens dieet wordt gevormd door habitat en seizoen
  • Breed scala aan voedsel: insecten, knaagdieren, amfibieën, vogels, middelgrote zoogdieren (bijv. Konijnen, reekalfjes, lammeren, schapen), fruit, knollen, maïs; naast actieve jacht ook verzamelaars van aas en afval 
  • Foerageren vindt ’s nachts en in de schemering alleen of in kleine groepen plaats
Sensorische prestaties en vocalisatie
  • Vocalisaties vergelijkbaar met hond (grommen, blaffen) en wolf (huilen); Goudjakhalzen hebben een hogere toon bij het huilen, snellere reeksen van gehuil dan de wolf, en de toonhoogte valt aan het einde weg; net als bij de wolf dient het huilen om de roedel bij elkaar te houden
  • Het goede reukvermogen en gehoor van de goudjakhals, evenals zijn snelheid, stellen hem in staat om succesvolle nachtelijke uitstapjes te maken
Reproductie
  • Goudjakhalzen zijn na één jaar geslachtsrijp en blijven hun hele leven als paar bij elkaar
  • Paartijd (=Ranz): half januari tot half februari
  • Na een draagtijd van ongeveer 60 dagen worden 1-5 jongen geboren
  • Verblijfplaatsen:oude vossen- en dassenholen, struikgewas in het riet of struiken
  • Jonge dieren blijven bij hun ouders tot de lente van het volgende jaar; Roedelvorming vooral waargenomen in Zuidoost-Europa: ouders, puppy’s en jonge dieren van voorgaande jaren     
Levensstijl en levensverwachting
  • Leeft in paren of roedels en bezet gebieden waarin kerngebieden van 2-3 km² worden verdedigd
  • Levensverwachting in het wild ongeveer 8 jaar
  • Wolven doden goudjakhalzen, wat resulteert in migratie of uitsterven van paren / roedels jakhalzen 
Gevolgen voor soortenbescherming
  • De goudjakhals staat in alle EU-lidstaten vermeld in bijlage V van de Habitatrichtlijn, wat de verplichting inhoudt om een ​​”gunstige staat van instandhouding” te behouden en monitoring uit te voeren. In Duitsland wordt het bewijs van de goudjakhals ook geregistreerd via monitoring van grote carnivoren in de deelstaten.
  • Met betrekking tot de bescherming van bedreigde diersoorten, zoals op de grond nestelende vogels, zou de vestiging van de goudjakhals vooral voor de weide- en akkervogels problematisch kunnen zijn, aangezien dit het toch al brede scala aan roofdieren (vossen, marters en exoten zoals wasbeerhonden, wasberen) uitbreidt.  
     
Bronnen:
  • Demeter, A.; Spassov, N. (1993): Canis aureus   – jakhals, gouden jakhals. In: Handboek van Zoogdieren van Europa. Deel 5 Roofzuchtige zoogdieren – Carnivora, deel. Stubbe, M. 6 Krapp, F. (red.) Aula Verlag Wiesbaden.
  • J.Hatlauf (2016): De goudjakhals (canis aureus) in Duitsland en Europa (18,19) in WILD jaarverslag gepubliceerd door de Duitse jachtvereniging.
  • S. Schwarz (2013): Goudjakhalzen in Europa – een voorbeeld van de dynamiek van de natuur. FaunaFocus 5, dieren in het wild Zwitserland.
     
Links
  • Er wordt onderzoek gedaan naar de goudjakhals in Europa en er wordt bewijsmateriaal verzameld: www.goldschakal.eu

 




Unieke samenwerking WBE Land van Horne en onderzoeksinstituten

Horn – 24 juni 2024

Jaarlijks organiseert WBE Land van Horne een kraaiendag. Hierbij staat het terugdringen van de kraaienpopulatie voorop, naast het uitoefenen van de lopende ontheffingen op vliegend soorten. Dit jaar is de samenwerking gezocht met een consortium van diverse onderzoeksinstituten die het geschoten wild nadere analyseren op voorkomende ziekten en besmettingen.

Klein gedeelte van het tableau sommigen al ingepakt voor nader onderzoek

Sinds vele jaren voert WBE Land van Horne een actief beleid uit om het schadelijk wild, waarvoor afschotmogelijkheden zijn, te reduceren ten voordele van de soorten die onder druk staan. Vrijwel alle jachtvelden van deze WBE doen mee aan dit initiatief. Jaarlijks worden grote aantallen schadelijk wild geschoten, dat zich uiteindelijk terugvertaalt in een mooie toename van de weidevogelstand, de hazenstand en niet in de laatste plaats de patrijzenstand.

Aangezien het beleid is dat elk afgeschoten stuk wild een bestemming moet krijgen, is dit jaar de samenwerking gezocht met de DHWC (Dutch Wildlife Health Centre).  Het Dutch Wildlife Health Centre (DHWC) is een organisatie in Nederland die zich richt op het bewaken van de gezondheid van in het wild levende dieren. Het doel van DHWC is het verzamelen, analyseren en delen van kennis over de gezondheid en ziekten van wilde dieren.

Onderzoekers aan de slag met het geschoten tableau

De DHWC werkt samen met verschillende partners, waaronder universiteiten, onderzoeksinstituten, natuurbeschermingsorganisaties en overheidsinstanties. Voor de samenwerking met WBE Land van Horne werkte de DHWC samen met de universiteiten van Utrecht, Rotterdam en Wageningen. Tevens was de Provincie Limburg erbij betrokken.

Onderzoekers aan de slag met het geschoten tableau foto 2

Van al het geschoten wild werden de uiterlijke kenmerken vastgelegd. Tevens werden bloedmonsters en overige (weefsel)monsters genomen om later in het laboratorium te analyseren op acht verschillende vogelziektes en invloeden van mogelijke verontreinigingen.

WBE voorzitter Vincent Deenen is trots op deze samenwerking: “Als jagers zetten we ons in voor het versterken van de biodiversiteit. Daar hoort nader onderzoek ook bij om zo veel mogelijk te weten te komen. De unieke samenwerking op onze kraaiendag samen met de verschillende onderzoeksinstituten is hier een mooi voorbeeld van.” Onderzoeker Henk van der Jeugd van het Nederlands Instituut voor Ecologie vult aan: “het is voor ons een hele mooie gelegenheid om zo veel dieren op één moment te kunnen analyseren op vele aspecten. Dit wordt gebruikt voor belangrijk onderzoek, waar uiteindelijk de natuur haar voordeel mee kan doen.” Al met al een mooie win-win situatie voor de jagers van WBE Land van Horne en de onderzoekers.

Voor nadere informatie kan contact worden opgenomen met:

WBE Land van Horne

Vincent Deenen (voorzitter)

wbe.lvh@ziggo.nl

 


WBE Land van Horne is een Wild Beheer Eenheid uit Midden Limburg. Het werkgebied omvat 10.000 ha. De wildbeheereenheid is een vereniging van jachthouders met een jachtakte en anderen dat tot doel heeft te bevorderen dat een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren, bestrijding van schadeveroorzakende dieren en jacht worden uitgevoerd mede in samenwerking met en ten dienste van grondgebruikers en/of terreinbeheerders en mede ter uitvoering van het door de faunabeheereenheid vastgestelde faunabeheerplan.




Bevers die schade aanrichten in Noord-Bcbrabant, mogen vanaf nu gedood worden

Het gaat zo goed met de bevers in de provincie Noord-Brabant, dat ze als laatste maatregel gedood mogen worden als ze schade aanrichten aan bijvoorbeeld dijken. De provincie heeft de Faunabeheereenheid daar donderdag vrijstelling voor gegeven. Die is nodig omdat de bever een beschermde diersoort is.

De Faunabeheereenheid kreeg eerder al toestemming om bevers te verplaatsen en hun burchten te slopen. Die maatregelen moeten nog steeds eerst worden genomen. Gaan de grote knaagdieren daarna niet weg, dan mogen zij gedood worden door de eenheid.

Populatie groeit

De reden voor dit besluit is dat de provincie al jaren ziet dat de beverpopulatie flink groeit. “Dat is goed voor de natuur en biodiversiteit, maar inmiddels gaat het zo goed met de beverpopulatie in Brabant dat de diersoort niet meer als bedreigd wordt beschouwd”, aldus de provincie.

Daarbij benadrukt de provincie wel dat het doden van de dieren een laatste maatregel is die alleen onder strikte voorwaarden wordt uitgevoerd. “Een grondeigenaar moet eerst alternatieve maatregelen toepassen zoals verjagen, vangen en verplaatsen of beschermende rasters plaatsen.”

Maatregelen

Deze maatregelen worden door de hele provincie al jaren genomen. Zo moet gaas en hekwerk bij een woonzorgcentrum in Boxmeer voorkomen dat een brug doorzakt. Een fietser zakte daar eerder door een wandelpad waar een burcht onder lag.

Waterschappen zijn bij dijken druk bezig om overlast van gravende bevers tegen te gaan. Zo mag Waterschap Aa en de Maas de dieren die graven in de dijken van de Maas bij Oss vangen en verplaatsen. Het waterschap heeft bij de Empelsedijk in Den Bosch stukken antigraafgaas met platen geplaatst.

Bevers werden in 1988 weer uitgezet in Nederland en de populatie blijft sindsdien groeien. Ze maken burchten die tot twee meter hoog en tien meter breed kunnen zijn. Dat kan gevaar opleveren voor de veiligheid van (spoor)wegen en waterkeringen omdat er loze ruimtes onder de grond ontstaan.

LEES OOK:

Bevers zorgen al 5 jaar voor problemen: ‘Beest is belangrijker dan de mens’

Bever knaagt Brabantse bescherming voor het water weg

Gravende bevers stuiten op een muur van gaas in de dijk

 




Proef met Drone ganzen van grasland verjagen in Utrecht werkt goed.

In de provincie Utrecht is onderzocht of het mogelijk is om op 1.000 hectare grasland ganzen te verjagen met een drone. De praktijkproef in opdracht van de provincie Utrecht werd uitgevoerd door CLM onderzoek en Advies en Drowgoo in de polders van Spengen en Portengen. Daarbij is gewerkt met een door Drowgoo ontwikkelde methode om ganzen te verjagen. Gedurende tweeënhalve maand zijn ganzen verjaagd. Er waren minder ganzen aanwezig, ze bleven langer weg en er was minder gewasschade dan het jaar daarvoor. 

Ganzen zijn in de provincie Utrecht de grootste diersoortengroep die schade aan landbouwgewassen veroorzaakt. Ondanks de huidige inspanningen neemt de schade nog altijd toe, daarom is de provincie op zoek naar nieuwe methoden om ganzen gebiedsgericht effectiever te verjagen. Na goede ervaringen met de inzet van drones op kleine schaal in Noord-Holland wilde de provincie Utrecht het systeem op grotere schaal uitproberen.

Het systeem van Drowgoo maakt gebruik van sensoren die in de weilanden geplaatst worden om signalen op te vangen. Een algoritme filtert het ganzengeluid eruit en geeft een melding. Op basis van dat ganzengeluid is er gedurende de proefperiode gericht actie ondernomen. Zodra een bepaalde sensor veel geluid en dus ganzen detecteerde, werden deze ganzen door de piloten opgezocht en de polder uit gejaagd met de drone.

Om een beter beeld van het effect te krijgen is naast de polder waar ganzen met de drone zijn verjaagd ook een referentiepolder aangewezen waar niet is gevlogen met de drone. Beide gebieden zijn vergeleken op de aanwezigheid van ganzen. Het bleek dat de drone op lokale schaal werkt. Na een dronevlucht bleven de ganzen steeds langer weg uit het gebied en na verloop van tijd waren er minder en kortere vluchten nodig om de ganzen te verjagen. Ook is er in de zomermaanden in de vliegpolder minder gewasschade gemeld dan in de referentiepolder. Bij het verjagen van ganzen is wel sprake van verplaatsing en gaan ganzen op zoek naar gras.

Uit de proef bleek dat de inzet van een drone om ganzen te verjagen op lokale schaal goed werkt, maar dat er wel een paar verbeterpunten zijn. Het verkorten van de tijd tussen melding en start van de vlucht is een belangrijke. Ook de afstemming tussen drone-vliegers en boeren die zelf al ganzen verjagen kan beter. Op dit moment is het nog onbekend of de provincie vervolg zal geven aan deze praktijkproef.

Meer informatie is te vinden in het rapport ‘Gebiedsgerichte ganzenaanpak – Praktijkproef voor het verjagen van ganzen van grasland met een drone‘.

 

bron: CLM Onderzoek en Advies, 04/07/2023



Schadebestrijding landelijk vrijgestelde diersoorten in Fryslân gewijzigd dit i.v.m. niet goed gekeurd Faunabeheerplan

Momenteel kan in Fryslân geen schadebestrijding met afschot worden uitgevoerd op Canadese gans, houtduif, kauw, konijn en roek. Schadebestrijding op vos en zwarte kraai is alleen mogelijk ter bestrijding van weidevogelpredatie.

Bij schade kan tegemoetkoming worden aangevraagd bij BIJ12 via Mijnfaunazaken. Daarvoor worden wel legeskosten van €300 per aanvraag in rekening gebracht.

Advies NOJG voor alle provincies:

Meldt nu altijd alle schade ook van de landelijk vrijgestelde diersoorten, dit omdat er voor de landelijk vrijgestelde diersoorten geen schadeverleden is geregistreerd, daar deze niet wordt vergoed door de provincies en BIJ12, daar er een landelijke vrijstelling is/was en zodoende niet voor vergoeding in aanmerking komt/kwam.


Een toelichting vindt u op de website van de FBE onder ‘Nieuws’ en hieronder in dit bericht.

De FBE doet daarom ook een dringend beroep om alle voorkomende schade te melden in het SchadeRegistratieSysteem. (Dit bericht is eerder verzonden op 28 juni maar heeft niet alle geadresseerden bereikt.) FBE Fryslân


Schadebestrijding vrijgestelde soorten

Gewijzigde procedure voor verlenen van vrijstelling

Landelijke vrijstelling werd tot voor kort verleend op basis van een Ministerieel besluit. De Raad van State heeft echter op 19 mei 2023 uitspraak gedaan dat de onderbouwing voor deze vrijstelling aan dezelfde voorwaarden dient te voldoen als elke andere vrijstelling, ontheffing of opdracht. Dat houdt onder meer in dat voldoende aannemelijk gemaakt moet worden dat er sprake is van belangrijke schade indien geen vrijstelling wordt verleend. Omdat deze eis tot voor kort niet werd gesteld, ontbreken momenteel de gegevens hiervoor.

Het Faunabeheerplan Vrijgestelde soorten 2023-2028, dat in concept gereed was, kon daarom niet worden vastgesteld en niet ter goedkeuring aan GS worden aangeboden.

Welke soorten mogen niet meer worden bejaagd

Dit betekent dat momenteel geen schadebestrijding mogelijk is op Canadese gans, houtduif, kauw, konijn en roek. Schadebestrijding op vos en zwarte kraai is nog wel mogelijk op basis van het eerder goedgekeurde Faunabeheerplan Predatie 2022-2026. Dit betekent dat óók geen schadebestrijding op zwarte kraai mag plaatsvinden ter bestrijding van andersoortige belangen dan weidevogelpredatie. Hier is sprake van een ‘grijs gebied’ omdat er niet altijd duidelijk onderscheid gemaakt kan worden tussen dreigende schade aan bijvoorbeeld een landbouwbelang en het kort houden van de lokale kraaienpopulatie ter bescherming van weidevogels.

Melden van schade

Om opnieuw gebruik te kunnen maken van een vrijstelling zijn dringend gegevens nodig over de omvang van de schade zoals die dreigt te ontstaan wanneer geen schadebestrijding door middel van afschot mogelijk is. Het is daarom van groot belang dat deze (al dan niet dreigende) schade wordt gemeld in het Schade Registratie Systeem. Let wel: het gaat om de schademelding en niet om de ontheffingaanvraag! Ondanks herhaalde oproep gebeurt dit weinig! Sinds 1 april zijn 4 schademeldingen gedaan voor Canadese gans, 3 voor houtduif, 1 voor kauw, 0 voor konijn, 12 voor roek en 5 voor zwarte kraai (anders dan predatie).

Aanvraag tegemoetkoming

Vanwege de beperkingen in de mogelijkheden van schadebestrijding heeft de Provincie de mogelijkheid om tegemoetkoming in schade aan te vragen ook open gesteld voor vrijgestelde soorten. Daarvoor moet wel leges worden betaald van €300 per aanvraag. Dit betekent dat de aanvraag om tegemoetkoming financieel aantrekkelijk is vanaf een verwachte getaxeerde schade van circa €600. Meer nog dan de schademeldingen in SRS, zijn aanvragen van tegemoetkoming en de daaruit voortvloeiende taxaties van groot belang om gebruik van vrijstelling te herstellen.

Andere provincies

Het probleem met de vrijstelling speelt ook in andere provincies. In Fryslân is het echter urgenter omdat geen gebruik gemaakt kan worden van een nog lopend faunabeheerplan. Er is daarom geen reparatietijd waarvan in veel andere provincies wel gebruik gemaakt kan worden.

Samenvattend:
  • Geen schadebestrijding mogelijk op Canadese gans, houtduif, kauw, konijn en roek
  • Schadebestrijding op vos en zwarte kraai alleen ter bestrijding van weidevogelpredatie
  • Aanvraag voor tegemoetkoming in schade is opengesteld maar waarvoor wel € 300,- in rekening gebracht worden
  • Oproep op deze tegemoetkoming wel zo veel mogelijk aan te vragen, zodra dit financieel aantrekkelijk is (bij verwachte getaxeerde schade van meer dan circa € 600,- per aanvraag)
  • Oproep om ten minste een melding te doen van (dreigende) schade in SRS