Nieuw Boek Gerard Mast – Eendenkooien in Fryslân 1450 – 2015

Begin 2021 (ik vermoed februari) verschijnt het boek van Gerard Mast, “Eendenkooien in Fryslân 1450 – 2015”.

Een nieuw uniek en gelimiteerd boekwerk: Eendenkooien in Fryslȃn 1450 – 2015, auteur Gerard Mast. Tweedelig boekwerk (in luxe cassette) over de geschiedenis, geografie, terminologie, economie en sociale aspecten van eendenkooi & kooibedrijf.

Namens de Kooikersvereniging en Eendenkooi Stichting willen wij u attent maken op een door ons uitgebracht uniek en gelimiteerd boekwerk; Eendenkooien in Fryslȃn 1450 – 2015, auteur Gerard Mast. Dit bijzondere boekwerk is slechts in een beperkte oplage beschikbaar, vandaar dat wij u als gewaardeerde relatie en uw achterban willen informeren.

Voor meer informatie en verkrijgbaar via: https://www.kooikersvereniging.nl/PUBLICATIES/BOEK-EENDENKOOIEN-IN-FRYSLAN

Vanwege uw gemak hebben wij alle informatie gevat in een opgemaakt bericht. Met gepaste trots verzoeken wij u om dit kenbaar te maken aan uw achterban en gaan er vanuit uit dat u dit op een voor u passende wijze een vervolg zult geven. U begrijpt dat wij groot ideëel belang hebben bij voortvarende verkoop en omzet.
Onze vraag aan u is dan ook om op uw website en uw tijdschrift bekendheid te geven aan het boek.
Daartoe voegen we een document bij, dat (als basis) daarvoor is te gebruiken.
Wellicht is ook een interview met Gerard Mast aantrekkelijk/passend.

Mocht u op andere wijze willen bijdragen aan de bekendheid en verkoop van het boek, laat het ons dan alstublieft weten. Interview auteur? Opnemen in leden mailing!

Alvast dank

Met vriendelijke groeten,

Désiré Karelse

06 2416 3416

Berichtgeving relaties Kooikersvereniging Eendenkooi Stichting uniek boekwerk dec 2020

 




Utrechtse boeren dringen aan op verkleinen ganzenpopulaties.

CLM Onderzoek en Advies heeft op verzoek van het projectteam Ganzenbeheer Utrecht via een enquête onderzoek gedaan naar de inspanningen die boeren in de provincie Utrecht nemen, om ganzen van hun percelen te verjagen, ter voorkoming van schade. De meerderheid van de respondenten neemt maatregelen tegen ganzen, maar is ontevreden over de effectiviteit daarvan. Men zou graag vaker grootschalig ingrijpen zien om de populatie ganzen te verkleinen.

De deelnemers aan de enquête stellen vast dat de schade door ganzen de afgelopen jaren is toegenomen, vooral bij de eerste snede van grasland. De meeste ganzen zijn in de winter aanwezig, maar ook in de zomer worden ze op de percelen gezien. De respondenten zien tot 25% opbrengstverlies. In nieuw ingezaaid grasland geeft de helft van de respondenten aan dat het opbrengstverlies groter is dan 25%.

De schade wordt veroorzaakt door ganzen wordt lang niet altijd gemeld. Boeren zijn niet geheel tevreden over de kosten, procedure en manier van taxatie van de schademelding. Driekwart van de respondenten neemt maatregelen tegen ganzen. Dat gebeurt via vlaggen en linten, lasers en met de inzet van honden. Het grootste deel van de gebruikers is ontevreden over de effectiviteit van de maatregelen.

Gemiddeld besteedt men 55 uur aan het actief uitvoeren van een maatregel en geeft men tot 500 euro aan materiaal uit. Boeren zouden graag zien dat ‘aan de voorkant’ wordt ingegrepen. Zij erkennen dat ganzen in het Nederlandse ecosysteem horen, maar vinden dat het systeem nu uit balans is. Men zou graag vaker grootschalig ingrijpen zien om de populatie te verkleinen.

Meer informatie is te vinden in het rapport Ganzenschade in Utrecht: verjagingsinspanning in beeld van CLM onderzoek en Advies

bron: CLM Onderzoek en Advies, 04/01/2021




Onderzoek naar konijnenpopulatie op de Waddeneilanden

Het gaat niet goed met de konijnenpopulaties in de duinen op de Friese Waddeneilanden. Daarom gaat een groep ecologen in opdracht van de provincie Friesland een onderzoek doen. Daarbij sluiten zij aan bij al lopend onderzoek in de duinen van Noord- en Zuid-Holland. De eerste resultaten van het onderzoek worden in mei verwacht.

 
Konijnen zijn er een belangrijk onderdeel zijn van het ecosysteem in de duinen van de Waddeneilanden: ze zorgen door te grazen en te graven voor stuivende duinen. Daardoor kan typische duinbegroeiing groeien. Daar komen weer kenmerkende insecten op af. Ook gebruiken vogels als tapuit en berg-eend de holen van konijnen in de duinen om te nestelen.
 
Een belangrijke oorzaak van de afname van het aantal konijnen is de hardnekkige opeenvolging van virusziektes. Een tweede oorzaak zou kunnen zijn dat de voedselkwaliteit afneemt. Nog een oorzaak voor de afname kan predatie zijn, hoewel dat op de eilanden veel minder een beperkende factor lijkt dan aan de vaste wal. De onderzoekers kijken in de eerste plaats hoe weerbaar de duinkonijnen zijn tegen bepaalde virussen. Ten tweede wordt gekeken naar de genetische variatie onder de dieren.
 
Om de omstandigheden voor de konijnen wat te verbeteren, kan er gezorgd worden voor meer gemaaid of begraasd gebied, of voor meer dekking in het gebied voor de holen.

 
bron: Friesch Dagblad, 05/01/2021



Meer aanrijdingen met wild in Noord-Brabant.

Doodgereden reebok

Geplaatst: 28/12/2020 


Voor het derde jaar op rij steeg het aantal wildaanrijdingen waarbij dieren om het leven kwamen toegenomen in de provincie Noord-Brabant. Dat blijkt uit cijfers afkomstig van de Stichting Afhandeling & Monitoring Fauna-aanrijdingen. Dit jaar zijn er iets meer dan 1300 dieren in het verkeer omgekomen. Daarbij gaat het om 930 reeën.

De Stichting Afhandeling & Monitoring Fauna-aanrijdingen registreert alle aanrijdingen onder dieren in Brabant. In 2017 waren er 1421 wildaanrijdingen, een jaar later 1166 en vorig jaar 1285. Het aantal aanrijdingen met reeën neemt toe dit jaar. Er zijn minder aanrijdingen met wilde zwijnen en dassen nam af.

Er is volgens de stichting geen eenduidige verklaring te geven voor de toename in het aantal aanrijdingen dit jaar. Er is minder verkeer als gevolg van de coronamaatregelen, maar doordat er meer mensen de natuur intrekken is er ook wat meer onrust. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat vooral de omvang van de wildpopulatie bepalend is. Naarmate er meer dieren leven in een beperkt gebied zal er meer migratie plaatsvinden met als gevolg meer aanrijdingen.

bron: Omroep Brabant, 28/12/2020




Afschot herten gaat door, motie PvdD afgewezen door Provinciale Staten Noord-Holland

Damherten AWD

HAARLEM – De Provinciale Staten gaan het afschieten van de herten in de Waterleidingduinen en het Nationaal Park Zuid-Kennemerland niet stil leggen voor een second opinion. Een motie van de Partij voor de Dieren die hiertoe opriep is niet aangenomen. “Stilleggen is geen oplossing, want dat vergroot het probleem”, verwoordde Michel Klein van de ChristenUnie zijn afwijzing. 

Gesteund door de SP, de PVV, de Onafhankelijke Statenfractie Noord-Holland, vindt de PvdD dat er, naast de Faunabeheereenheid, extra deskundig advies gevraagd moet worden over alternatieven zoals sterilisatie. Er zou een RedTeam van wetenschappers en dierenwelzijnsorganisaties moeten worden gevormd. 

Gedeputeerde Esther Rommel wil het ingezette beleid van afschot van herten voortzetten, omdat het streefgetal van het aantal dieren nog niet is bereikt. Volgens de berekening van de PvdD betekent dat dat er tot 2026 jaarlijks nog eens 470 herten afgeschoten gaan worden. 

Proef in Zeeland 

Rommel benadrukte dat het ‘beheer’ van het aantal herten nodig is ‘zodat andere planten en dieren kunnen leven.’ Dat is volgens haar naar de Europese norm nu niet haalbaar. Wel zegt ze toe te kijken naar hoe proeven met sterilisatie in Zeeland verlopen. 

Dierenwelzijnsorganisaties hebben er, volgens de gedeputeerde, zelf voor gekozen om niet in de Faunabeheereenheid zitting te nemen en bestrijdt dat hier nu alleen maar de jacht in is vertegenwoordigd. 

De provinciale politieke partijen die tegen de motie van de Partij voor de Dieren stemden, zijn blij met de toezeggingen. Menig partij is overstelpt met mails en brieven van tegenstanders van de afschot van herten, maar wijken niet af van het beheerbeleid. 




Adviescommissie ‘Preventie wolvenschade’ in Noord-Brabant.

Geplaatst: 10/12/2020 

De provincie Noord-Brabant heeft een adviescommissie ‘Preventie wolvenschade’ ingesteld. Deze commissie bestaat uit vertegenwoordigers vanuit landbouw, schapenhouders, natuurorganisaties, faunabeheer en gemeenten en wordt voorgezeten door Pieter van Geel. De adviescommissie wordt ingesteld voor een jaar en zal de provincie adviseren over preventieve maatregelen, de financiering hiervan en de beste manier van samenwerking.

De adviescommissie zal zich enerzijds bezighouden met gevestigde wolven, dat zijn wolven die langer dan 6 maanden in een gebied aanwezig zijn. Daarbij wordt ze ondersteund door partijen uit het gebied waar een gevestigde wolf leeft, in dit geval De Groote Heide.

Anderzijds wil de commissie zich ook voorbereiden op zwervende wolven, dat zijn vaak jonge wolven op zoek naar geschikt leefgebied. Op deze wolven is het lastiger voorbereiden, ze leggen vaak grote afstanden af en duiken daarbij onverwachts op in een gebied. Meestal is dat tijdelijk en trekken ze weer verder.

Eind november dook er een wolf op in het gebied tussen Oss en Den Bosch. Waar deze zich nu bevindt is onbekend. Resultaten van DNA-analyse zullen meer duidelijkheid geven over de afkomst van deze wolf.

bron: Provincie Noord-Brabant, 10/12/2020




Faunabeheerplan Limburg 2020-2026 goedgekeurd

bron: Provincie Limburg

dd: 08 december 2020

Dit jaar liep het vigerende faunabeheerplan Faunabeheereenheid (Fbe) Limburg af. Zij heeft het vigerende faunabeheerplan geëvalueerd en heeft op grond van de evaluatie en geactualiseerde informatie over dierpopulaties en schade aan wettelijke belangen een nieuw faunabeheerplan voor de periode 2020-2026 opgesteld. Over de inhoud van dit plan is in het bestuur van de Fbe Limburg draagvlak bij alle fracties: jacht, landbouw, natuurbeheerders, dierenbescherming en particuliere  grondbezitters.

Toetsing Faunabeheerplan 2020-2026

Het door u ingediende plan is door provincie Limburg getoetst aan de uitgangspunten in artikel 3.12 van de Wet natuurbescherming. Ze stellen vast dat het plan voldoet aan de wettelijke vereisten en ook past binnen de door Provinciale Staten gestelde kaders in paragraaf  3.6, hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 20141 Het plan kan daarom dienen als onderbouwing voor aanvragen voor ontheffingen ex artikel 3.17 van de Wet natuurbescherming of opdracht ex artikel 3.18 van de Wet natuurbescherming. Zij stellen vast dat de Fbe Limburg  een evenwichtig  faunabeheerplan heeft opgesteld waarin een duurzaam beheer van de in Limburg voorkomende diersoorten wordt nagestreefd, zodanig dat de schade aan wettelijke belangen kan worden beperkt en de duurzame  staat van instandhouding van de soorten voldoende wordt gewaarborgd.

Bij de goedkeuring  hebben zij een aantal aandachtspunten meegegeven;

  • Afschotvrij natuurgebied – ‘een natuurgebied dat in beginsel afschotvrij  is voor alle diersoorten -uitgezonderd het wild zwijn- en waarbij in het geval dat er bij één of enkele andere diersoorten zeer ongewenst ontwikkelingen  zijn, aanvullend afschot kan plaatsvinden

    De provincie verzoekt de Fbe Limburg, als opsteller van het faunabeheerplan niet enkel deel neemt aan een stuurgroep maar dat haar organisatie als trekker van het project zal functioneren  waarbij hun expertise, netwerk en door de provincie ter beschikking  gestelde middelen worden inzet, onder meer voor de werving van een projectcoördinator voor de uitvoering.

  • Preventie  Afrikaanse varkenspest – Met de komst van Afrikaanse  varkenspest  in België in september  2018 wordt ook in Nederland de dreiging van dit virus gevoeld. Inmiddels  lijkt de situatie in België onder controle maar is recent het virus verspreid  tot over de oostelijke grens van Duitsland.

    De Roadmap  preventie introductie Afrikaanse Varkenspest is op 4 maart j.l. definitief afgerond en op 27 mei j.l. aangeboden aan minister Schouten. De Roadmap  bevat 16 aanbevelingen verdeeld over drie thema’s.  

    De aanbevelingen hebben betrekking  op preventieve maatregelen;

    • onder andere op het gebied van hygiënemaatregelen bij gehouden varkens, en

    • het reduceren van aantallen wilde zwijnen buiten de drie aangewezen leefgebieden in Gelderland en Limburg.  

    • Andere acties en aanbevelingen gaan over scholing van houders, informeren van doelgroepen en het beperken van risico’s ten gevolge  van menselijk handelen.

    • Ook zal onderzoek worden uitgevoerd om een betere methode te ontwikkelen om aantallen wilde zwijnen vast te kunnen stellen. Sommige acties zijn al in gang gezet en andere moeten nog starten. Per actie is bepaald wie het voortouw neemt bij de verdere uitwerking.

De rol van de Faunabeheereenheid wordt steeds groter en zij is één van de partijen die nodig is om uitvoering te kunnen geven aan de in de Roadmap opgenomen  aanbevelingen. Zo zijn er aanbevelingen die zien op de evaluatie van middelen, maar ook het stimuleren van een gebiedsgerichte  aanpak. In het verleden is reeds gesproken over de inrichting van een ondersteuningsteam, maar hier zijn nog geen concrete acties uit voortgekomen.  Mede in het licht van de uitvoering van de aanbevelingen opgenomen in de Roadmap verzoeken zij de Fbe Limburg om op korte termijn met een plan van aanpak te komen voor de verdere inrichting hiervan.

  •  Exoten beheerplan

Het is niet wettelijk verplicht om een faunabeheerplan vast te stellen voor het beheer van exoten en onbeschermde en verwilderde dieren, in tegenstelling tot beschermde  inheemse  diersoorten.  Op verzoek van de provincie Limburg heeft de Fbe Limburg de exoten wel opgenomen in het faunabeheerplan omdat het beheer op een vergelijkbare manier kan worden georganiseerd als het beheer van inheemse  beschermde faunasoorten. Voor exoten en onbeschermde en verwilderde dieren is een faunabeheerplan gewenst wanneer bij de aanpak een gecoördineerde inzet van jachtaktehouders of andere uitvoerders, zoals muskus- en beverratbestrijders, wenselijk is. Het doel is door vroegtijdig ingrijpen per saldo zo min mogelijk dieren te hoeven doden. Hiermee is een gedegen onderbouwing  beschikbaar  voor de eventuele inzet van middelen voor schade- en overlastbestrijding en faunabeheer  van uitheemse faunasoorten en onbeschermde en verwilderde dieren in Limburg.

  • Bever

Het vigerende faunabeheerplan Bever 2017-2020  wordt in het voorliggende faunabeheerplan vervangen door een nieuw hoofdstuk. De huidige lijn, een schade-gestuurde aanpak, wordt hierin voortgezet. Wel is de kaart met kansrijke  gebieden in beperkte mate aangepast. Een aantal kanalen waar veel graafschade ontstaat is afgevoerd als kansrijk gebied en een aantal beektrajecten  is toegevoegd  als kansrijk, waarmee de een populatie van minimaal 500 bevers in stand blijft. Ook is opgenomen  om het mogelijk te maken om zieke, zwakke of gewonde bevers die lijden te mogen doden met het geweer door deskundigen. De provincie verzoekt echter aan de Fbe Limburg om in 2021 in afstemming met betrokken partijen de in het faunabeheerplan opgenomen aanpak te evalueren en indien nodig herzien om te komen tot een meer effectieve aanpak. Dit, gelet op de sterk gestegen kosten voor het beverbeheer  door, onder meer, het Waterschap Limburg.




Vacature voorzitter bestuur Faunabeheereenheid Gelderland


Vanwege het aanstaande vertrek van de huidige voorzitter per 1 maart 2021 is de Stichting Faunabeheereenheid Gelderland op zoek naar een nieuwe onafhankelijk voorzitter (m/v).

Stichting Faunabeheereenheid Gelderland

De Stichting Faunabeheereenheid Gelderland is een private stichting die volgens de wettelijke regels van de Wet natuurbescherming is georganiseerd. De taak van de Faunabeheereenheid is conform wettelijke en provinciale kaders het faunabeheer in de provincie Gelderland vorm te geven. De Faunabeheereenheid bestaat uit vertegenwoordigers vanuit de landbouw, jacht, natuurorganisaties, particulier grondbezit, maatschappelijke organisatie, Rijksvastgoed en Vereniging Nederlandse Gemeenten.

De Faunabeheereenheid zoekt een communicatief sterke, onafhankelijk bestuurder die in staat is om belangen bij elkaar te brengen en tot besluitvorming te komen. Een groot regionaal netwerk en inzicht in het werkveld natuur, landbouw, jacht en politiek is hierbij essentieel.

De FBE is daarom op zoek naar een nieuwe voorzitter die

  • Beschikt over een ruime bestuurlijke ervaring
  • Bij alle discussies onafhankelijk moet kunnen opereren
  • Goed kan luisteren en bruggen kan slaan tussen verschillende belangen en bestuursgeledingen
  • Kan omgaan met ingewikkelde besluitvormingsprocessen
  • Inzicht en voeling heeft met het werkveld (natuur, landbouw, jacht en politiek)
  • Beschikt over een sterk communicatief vermogen, vooral ook in intermenselijke relaties
  • De organisatie ook procesmatig kan steunen, sturen en motiveren
  • Warme interesse heeft in hetgeen zich afspeelt rond de in het wild levende dieren in de provincie Gelderland
  • De nodige tijd vrij kan en wil maken om de rol als voorzitter van de FBE goed te kunnen vervullen

Hij / zij is ongeveer 20 keer per jaar een dagdeel (ochtend, middag of avond) beschikbaar.

Procedure

De sollicitatie procedure is in handen van een door het FBE Bestuur ingestelde vertrouwenscommissie.
Meer informatie over de FBE kunt u vinden op www.faunabeheereenheid.nl/gelderland en is ook te verkrijgen bij de secretaris de heer E. Koffeman (06 48 75 76 30).

Uw sollicitatie kunt u, voor 10 januari 2021, richten aan de secretaris ekoffeman@faunabeheereenheid.nl




Populatie wilde zwijnen op de Veluwe bedraagt circa 5.000 dieren




Steenmarters haalden minder weidevogelnesten leeg in Friesland

Steenmarter met eibron: Provincie Friesland

Geplaatst: 09/12/2020 

Om weidevogels te beschermen zijn dit voorjaar in 8 Friese weidevogelgebieden steenmarters gevangen en gedood. Het gaat om 90 steenmarters. Ongeveer evenveel mannetjes als vrouwtjes. Dit zorgde ervoor dat steenmarters minder weidevogelnesten leeghaalden. Het effect op het broedsucces van de maatregel lijkt echter niet zo groot.

In 2020 zijn steenmarters gevangen in de gebieden Soarremoarrepolder, Zwagermieden, Veenhoop, Workumerwaard & Workumerommelanden, Fjûrlannen, Ontginning, Janssenstichting en Skrok & Skrins. In alle gebieden – met uitzondering van de Veenhoop – werden fors minder weidevogelnesten door steenmarters leeggehaald.

Het broedsucces bleef echter in 5 proefgebieden achter. Dit komt voornamelijk doordat de nesten werden leeggehaald door andere dieren, zoals wezels, bunzings en hermelijnen. Daar zijn er vorig jaar extra veel van grootgebracht door de muizenpiek en de zachte winter. De verwachting is dat dit aantal volgend jaar afneemt, omdat er in 2020 veel minder muizen waren. De proef met het vangen van steenmarters wordt in 2021 uitgebreid naar nog 6 locaties.

In totaal werden er in 16 gebieden 1300 nesten met wildcamera’s gevolgd door de collectieven, natuurbeheerders en vogelwachten. Het aantal nesten wat is uitgebroed verschilde sterk per gebied. Van de nesten die leeggehaald werden verschilde het sterk door welk dier dit werd gedaan. Over het algemeen werden de meeste nesten leeggehaald door de vos en steenmarter.

Daarnaast zijn 7 steenmarters in 4 gebieden in Friesland en Groningen voorzien van een GPS-zender. Daarmee wordt het leefgebied in kaart gebracht. Het lijkt erop dat steenmarters water niet vaak zwemmend oversteken. Onderzocht wordt of een andere inrichting van het landschap ook bij kan dragen aan het verminderen van het leeghalen van weidevogelnesten door steenmarters. Het monitoren en het zenderen van steenmarters krijgt daarom in 2021 een vervolg.




Veel predatie in Groningse weidevogelgebieden

bron: Provincie Groningen,

Geplaatst: 09/12/2020

Weidevogels hebben grote moeite om te overleven in de provincie Groningen. Er zijn maar weinig eieren die worden uitgebroed en weinig kuikens die overleven. Dat zorgt ervoor dat de kans klein is om in Groningen een gezonde weidevogelpopulatie in stand te houden. Dat blijkt uit onderzoek dat in 2019 en 2020 is uitgevoerd in opdracht van Collectief Groningen West en Het Groninger Landschap. De voornaamste boosdoener is de steenmarter.

In 2019 is gestart met onderzoek naar roofdieren in de weidevogelgebieden van Het Groninger Landschap en Collectief Groningen West. Het onderzoek werd uitgevoerd in de gebieden Koningslaagte, Winsumermeeden en Paddepoel.

Voor het onderzoek zijn camera’s geplaatst bij 120 nesten. Er werden 52 gruttokuikens voorzien van een zender en daarnaast is er dna-materiaal verzameld van resten die roofdieren achterlieten. Ook werden 4 steenmarters en rondzwervende katten gevangen en voorzien van een zendertje. Daarnaast zijn er stukken land afgerasterd met stroomdraden.

Het blijkt dat de aanwezigheid van roofdieren van grote invloed is op het broedsucces van weidevogels. Van alle roofdieren zorgde de steenmarter het meest voor het leegroven van nesten.

Meer informatie is te vinden in het rapport Nestsucces en kuikenoverlevering van weidevogels in het Reitdiep en de Winsumermeeden in 2020 en in het rapport Terreingebruik steenmarters in weidevogelgebieden in Fryslân en Groningen – 2020.




Ganzenschade in Friesland met 10% toegenomen

BrandganzenGanzen hebben in Friesland in de afgelopen winter 10% meer schade aan grasland aangericht ten opzichte van de twee voorgaande winters. De schade voor boeren komt uit op ruim 10 miljoen euro. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van BIJ12-Faunazaken. Hiermee wordt niet voldaan aan het provinciale doel schade door ganzen jaarlijks met 5 tot 10% te verminderen. De provincie heeft echter besloten het eigen risico van boeren voor de schade niet te verhogen.

Voor het eerst sinds de nieuwe ganzenaanpak in 2017 in Friesland in werking trad is het doel om schade door ganzen jaarlijks met 5 tot 10% te verminderen niet gehaald. Afgelopen winter waren er minder ganzen in Friesland dan in voorgaande jaren. Ook het aantal hectares met grasschade is met 2% procent gedaald. Toch is er 10% meer schade aan grasland aangericht door ganzen dan voorgaande twee winters.

Naast dat de schade aan grasland met 10% gestegen is, is ook de prijs per kilo droge stof gras met 0,02 euro verhoogd. Alleen door de hogere grasprijs is de schadevergoeding die de provincie uitkeert al ongeveer 1 miljoen euro hoger dan vorig jaar.

Boeren met land buiten foerageergebieden zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het voorkomen en bestrijden van schade. Voor de schade die ganzen aanbrengen aan grasland ontvangt een boer schadevergoeding. Wanneer de grasschade door ganzen ieder jaar met 5 tot 10% daalt blijft de schadevergoeding buiten foerageergebieden 80%. Gebeurt dat niet, dan kunnen Gedeputeerde Staten besluiten het eigen risico voor de schade buiten foerageergebieden het jaar daarop te verhogen van 20% naar 50%.

bron: Provincie Friesland, 01/12/2020



CDA Noord-Holland: ‘Groei faunaschade schrikbarend’

Bron: Nieuwe Oogst

De prognoses voor de faunaschade in Noord-Holland lopen voor 2020 op tot ruim 9,6 miljoen euro. De grootste schade betreft het voorjaarsgras. Die schade is al vastgesteld op ruim 6,3 miljoen. Dit betekent een stijging bijna 2 miljoen euro, oftewel 44,9 procent ten opzichte van vorig jaar.

 

De cijfers zijn openbaar gemaakt naar aanleiding van Statenvragen van CDA’er Willemien Koning. De politica heeft zich deze collegeperiode geregeld kritisch uitgelaten over het huidige natuurbeheer en de gevolgen voor de faunaschade. ‘Die groei is schrikbarend.’

De statistieken laten volgens Koning ook zien dat de verhoging van het eigen risico van 5 naar 20 procent voor extra preventie een verkeerd signaal is. ‘Agrarisch ondernemers hoeven niet te worden geprikkeld om schade te voorkomen. Punt is dat er simpelweg onvoldoende ruimte is voor ganzenbestrijding, waardoor de populatie alsmaar blijft groeien.’

Matig groeiseizoen

In reactie op de vragen stelt de provincie dat een deel van de hogere schade ook is toe te rekenen aan het matige groeiseizoen. Daardoor hebben ondernemers veel meer moeten herinzaaien. Door de droogte pakten de grasoogsten veel lager uit. Dit zorgt voor hogere ruwvoerprijzen en dus ook meer kostenderving voor de gedupeerde ondernemers.

Faunabestuurder Albert Hooijer van LTO Noord noemt die laatste verklaring kenmerkend voor het huidige provinciebestuur. ‘Dat loopt weg voor zijn verantwoordelijkheid. Dit college zou eens goed in de spiegel moeten kijken. De grootste oorzaak voor deze negatieve tendens is het huidige natuurbeheer. Dat zorgt ervoor dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om de ganzenpopulatie terug te dringen naar een aanvaardbaar niveau.’

Fundamentele koerswijziging

Hooijer stelt dat een fundamentele koerswijziging nodig is om het tij te keren. ‘Want hoe lang is dit maatschappelijk nog te verantwoorden? En hoe lang mag een groot deel van die rekening nog bij de sector worden neergelegd?’

Opvallend is dat de drie Randstadprovincies een hogere toename van de getaxeerde faunaschade laten zien dan het landelijk gemiddelde, merkt de provincie op in haar reactie op de Statenvragen. In samenwerking met de uitvoeringsorganisatie BIJ12 worden de oorzaken daarvan onderzocht. De resultaten van die analyse worden aan het eind van het jaar verwacht.

Ook blijkt uit de provinciale reactie dat er 79 schademeldingen zijn voor andere gewassen dan gras. Volgens de prognoses zou het in totaal gaan om minimaal 665.000 euro aan schade.




Update Vogelgriep 21-11-2020 – Vogelgriep vastgesteld bij pluimveebedrijf in Witmarsum

In Witmarsum (Friesland) is bij een bedrijf met vleeskuikens vogelgriep (H5) vastgesteld. Het gaat waarschijnlijk om een hoogpathogene variant van de vogelgriep. In een straal van 1 kilometer rond het bedrijf liggen geen andere pluimveebedrijven. Om verspreiding van het virus te voorkomen, wordt het bedrijf geruimd. In totaal gaat het om circa 90.000 dieren. De ruiming wordt uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

In het gebied van 3 kilometer rond het besmette bedrijf in Witmarsum liggen 3 andere pluimveebedrijven. Deze bedrijven worden bemonsterd en onderzocht op vogelgriep.

Vervoersverbod

In de 10 kilometerzone rondom dit bedrijf liggen daarnaast nog 10 andere pluimveebedrijven. Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft per direct een vervoersverbod voor pluimveebedrijven afgekondigd in deze zone van 10 kilometer rond het bedrijf in Witmarsum. Een vervoersverbod heeft betrekking op pluimvee, eieren, pluimveemest en gebruikt strooisel, maar ook op andere dieren en dierlijke producten afkomstig van bedrijven met commercieel gehouden gevogelte.

Maatregelen

Landelijke maatregelen, zoals de ophokplicht voor commercieel gehouden pluimvee, zijn nog altijd van kracht. Ook dierentuinen, kinderboerderijen en eigenaren van hobbyvogels zijn verplicht hun pluimvee en watervogels af te schermen zodat deze dieren niet in contact komen met wilde watervogels en hun uitwerpselen. Dit kan bijvoorbeeld door de dieren in een volière te houden of in een ren onder te brengen. De dierentuinen en kinderboerderijen kunnen wel bezocht worden. Het bestaande hygiëneprotocol voor bezoekers om commerciële pluimveebedrijven te bezoeken is eerder al uitgebreid. Dit betekent onder andere dat bezoekers alleen nog de stal of erf mogen betreden na het nemen van strenge hygiënemaatregelen. Ook is er een verbod ingesteld op het tentoonstellen van sierpluimvee en watervogels.

 

In verband daarmee is een beschermingszone vastgesteld met een straal van ca 10 km. Dit betreft delen van de WBE’s Tusken Waad en Stêd, De Marne, De Alde Slachte, De Lytse Súdwesthoeke en De Marren. Binnen dit gebied is de jacht op eenden verboden en is het ook verboden om te jagen in gebieden waar dat watervogels kan verstoren. Wees alert op alle dode vogels in het gebied maar ook daarbuiten en meld dit aan de NVWA.

Zie ook artikel 19 Regeling:

Artikel 19 Verbod jagen en doden van wild 


1. In afwijking van artikel 3.20, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is het verboden te jagen op eenden of te jagen in gebieden waar dat watervogels kan verstoren. 

2. Het is verboden in het wild levende dieren te vangen of te doden, voor zover dat watervogels betreft of watervogels kan verstoren, zo nodig onder opschorting van bestaande vrijstellingen of ontheffingen als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste of tweede lid, 3.8, eerste of tweede lid, 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste of tweede lid, 3.15, tweede of vierde lid, 3.16, tweede of vierde lid, 3.17, eerste lid, opdrachten als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, of de toepassing van de artikelen 3.26, eerste lid, onderdeel d, onder 4, of 3.30, eerste lid, onderdeel b, onder 4, van de Wet natuurbescherming. 

3. In afwijking van het eerste en tweede lid is het jagen, vangen en doden van dieren toegestaan, indien dat gebeurt: 

a. ter bescherming van de veiligheid van het luchtverkeer; 

b. ter bestrijding van muskusratten; 

c. ter voorkoming van schade door konijnen op industrieterreinen; of 

d. in het kader van wetenschappelijk onderzoek. 

Informatie hierover kunt u vinden op de website van de FBE: https://friesland.faunabeheereenheid.com/

Documenten




Dierenambulance slaat alarm wegens mogelijke vogelgriep: ‘Ganzen vallen uit de lucht’

Bron:Dierenambulance slaat alarm wegens mogelijke vogelgriep: ‘Ganzen vallen uit de lucht’ – AT5 

Dierenambulance De Ronde Venen/Amstelland heeft diverse meldingen binnengekregen van ganzen en andere wilde vogels die ziek zijn aangetroffen. De symptomen lijken op die van de vogelgriep.

‘Afgelopen zaterdag vielen er kort na elkaar vijf ganzen uit de lucht’, vertelt een woordvoerder van de dierenambulance. Ze vielen verspreid over de regio, waaronder Amstelveen, Vinkeveen en Mijdrecht. ‘Een plofte neer op een hockeyveld.’

Bijna alle aangetroffen vogels bleken een trillende nek te hebben. ‘Dat lijkt het ziektebeeld te zijn, een soort parkinson in de nek.’ De zieke vogels zijn met spoed getest. ‘Van een gans kreeg ik gisteren de uitslag binnen en het dier is inderdaad positief getest op vogelgriep.’

Vogelopvang

De angst bestaat dat de vogelgriep toeslaat bij vogelopvang De Toevlucht in Zuidoost. ‘Daarom zullen we hulpbehoevende vogels die de symptomen van de vogelgriep hebben, uit voorzorg euthanaseren en niet overbrengen naar zo’n grote vogelopvang.’

Wie zieke wilde vogels ziet, wordt verzocht om direct de dierenambulance te bellen en de dieren niet aan te raken. Het kan gaan om eenden, ganzen, zwanen, roofvogels, kauwen, kraaien en meeuwen. De dieren worden met extra voorzorgsmaatregelen opgehaald.

Op diverse andere plekken in het land is de vogelgriep inmiddels geconstateerd.