LTO Noord Oost: Gelderland heeft ganzencoördinator nodig

Bron: Nieuwe Oogst

Grauwe ganzen wakendLTO Noord werkt samen met andere partijen aan de komst van een ganzencoördinator voor Gelderland. Deze moet ervoor zorgen dat de ganzenoverlast voor grondgebruikers de komende jaren gaat afnemen.

Het idee voor een dergelijke ‘regelneef’ is afgekeken van de inzet van de grofwildcoördinator die al jaren wordt gebruikt door de Faunabeheereenheid (FBE) Gelderland. Deze coördinator analyseert de afschotcijfers, houdt intensief contact met wildbeheereenheden (WBE’s) en vormt zo een belangrijke schakel tussen de FBE en de jachthouder.

Onlangs werden in het Ganzenafstemmingskader (GAK) de eerste stappen gezet om ook rond de ganzen, de belangrijkste veroorzaker van faunaschade in Gelderland, een coördinatierol op te gaan zetten. Het GAK adviseert de FBE Gelderland over alles wat ganzen aangaat en is samengesteld uit grondgebruikers, jagers en terreinbeherende organisaties (TBO’s).

Het tij keren

‘Het GAK ziet dat de schades en overlast veroorzaakt door ganzen nog steeds sterk oplopen en dat het verlagen van de standen een taaie uitdaging vormt. Door net als bij het grofwild een bevlogen coördinator aan te stellen die WBE’s helpt met hun uitvoerende taak, hoopt de FBE Gelderland het tij te kunnen keren’, zegt Hans van Beuzekom, die als regiobestuurder LTO Noord Oost fauna in zijn portefeuille heeft. Hij is voorzitter van het GAK en lid van de FBE Gelderland.

‘Zaken als afschotplannen maken en de samenwerking met TBO’s bevorderen om hun terreinen toegankelijk te maken voor bijvoorbeeld nestbehandeling, zou een dergelijke coördinator op zich kunnen nemen’, aldus Van Beuzekom. ‘Denk ook aan het zorgen voor veranderingen in ontheffingen en het benaderen van gemeentes om ze te wijzen op hun verantwoordelijkheid als het gaat om wildbeheer. Het gaat om veel stappen die nadrukkelijker kunnen worden genomen.’

Dit alles moet ertoe gaan leiden dat de enorme ganzenoverlast die veel grondgebruikers ervaren de komende jaren gaat afnemen. ‘We moeten dit samen oplossen en dat is niet eenvoudig. Een ganzencoördinator is voor mij een belangrijke stap in de goede richting’, stelt Van Beuzekom.




Faunabeheerplan Friesland wil 2 regio’s voor damherten beheer

Damherten

Bron: Friesch Dagblad

De Friese Faunabeheereenheid (FBE) legt deze week de laatste hand aan het beheerplan voor de damherten, waar in sommige  streken al tijden met smart op wordt gewacht. Met name in het gebied rond Katlijk, Mildam en Oude- en Nieuwehorne zorgen de groepen damherten op de doorgaande wegen voor gevaarlijke situaties. Zeker nu het ’s ochtends steeds donkerder wordt.

 
,,Deze week gaat het beheerplan naar de bestuursleden van de FBE, en op 1 november wordt het aan Gedeputeerde Staten aangeboden”, zegt Robbert de Vries, secretaris van het samenwerkingsverband van onder meer boeren, jagers en terreinbeheerders. Hij verwacht dat het daarna snel kan gaan met het inzetten van de gewenste maatregelen.

De precieze inhoud wordt pas volgende week bekendgemaakt, maar de kern is om de uitdijende en zich over de provincie verspreidende populatie damherten zowel in aantal als in leefgebied te reduceren.

Twee leefgebieden

Op dit moment leven drie à vier grotere populaties in Fryslân. Een groep van ruim vijftig damherten in de Kollumerwaard wordt voorlopig met rust gelaten. Over het beheer daarvan wordt nog met de provincie Groningen overlegd.

“Door twee leefgebieden aan te wijzen waar levensvatbare populaties kunnen bestaan, hoeft het damhert niet helemaal uit Fryslân te verdwijnen”

Een tweede groep, van een kleine vijftig dieren, houdt zich op tussen Dokkum en Rinsumageast. De groep is als levensvatbare populatie wat te klein, en tegelijk is hun aanwezigheid in het gebied daar te onveilig. In het nieuwe beheerplan zal daar dus een ‘nulstand’ tot stand moeten komen, wat betekent dat de provincie daar uiteindelijk geen damherten meer wil zien. Ook zwervende damherten zullen afgeschoten mogen worden.

Levensvatbaar en op de goede plek

De grootste populatie strekt zich vanuit het gebied Oranjewoud/Katlijk uit tot aan Appelscha, en telt circa 180 exemplaren. Het beheerplan zal voor deze groep afbakenen waar ze nog wel en niet meer mogen komen. ,,Op die manier probeer je schade te voorkomen”, zegt De Vries. Door twee leefgebieden aan te wijzen waar levensvatbare populaties kunnen bestaan, hoeft het damhert niet helemaal uit Fryslân te verdwijnen.

,,Het heeft ook voordelen, mensen vinden het leuk, zo’n dier, maar we hebben in Zeeland en het Hollandse duingebied gezien wat er gebeurt als je een populatie niet in aantal en leefgebied beperkt.”

Vrees voor aanrijdingen

Vanuit de dorpen is in de afgelopen maanden herhaaldelijk gevraagd om ingrijpen, omdat men steeds meer gevaarlijke incidenten en aanrijdingen ervaart. Zo stuurde Pleatslik Belang Alde- en Nijehoarne eerder deze maand nog een brief naar de provincie met dat verzoek. Volgens voorzitter Bonne Schokker is de oproep simpel. ,,Doch der nó wat oan, want it is net fertroud.”

Dat het beheerplan er ondanks die verzoeken pas na ruim een jaar komt, heeft volgens De Vries alles te maken met draagvlak. ,,Het plan moet uiteindelijk uitvoerbaar zijn, maar ook juridisch houdbaar.” Doordat nu vooraf veel is afgestemd, is de hoop dat het plan, eenmaal vastgesteld, voor rust en helderheid zorgt.




Zuid-Holland wil toestemming afschot duizenden smienten per jaar

bron: www.agraaf.nl

Grazende smienten op grasland
De provincie Zuid-Holland en de Faunabeheereenheid Zuid-Holland zijn naar de Raad van State gestapt om jaarlijks 6.500 smienten te mogen afschieten. De fluiteenden met hun karakteristieke roodbruine kop vreten en schijten teveel in onze grasrijke gebieden, vinden de provincie en de jagers. Boeren dienden schadeclaims in.
 
Wereldwijd leven er ongeveer anderhalf miljoen smienten. In de winter komt éénderde deel daarvan naar het waddengebied. In Nederland zijn er dan zo’n 600.000 smienten te vinden langs de kust, in het rivierengebied en in Friesland. In de loop van september komen de eerste aan. De eerste tijd eten de smienten op kwelders. Later in het jaar is meer energierijk eten nodig om te overleven en gaan ze landbouwgewassen eten, 300 gram per vogel per dag. Bij vorst houden smienten het niet lang uit: de vetlaag kan voor drie dagen uitkomst bieden, daarna moeten ze naar warmere plaatsen trekken.

Vanaf 2017 mocht er niet meer gejaagd worden op de smienten. Zo’n 600.000 exemplaren zakken elk jaar van Noord-Scandinavië naar het zuiden af om in Nederland de winter door te brengen. De bestuursrechter in Den Haag zette een streep door het Faunabeheerplan Smient Zuid-Holland. Dat gebeurde op aandringen van Vogelbescherming, Natuur en Milieu en elf lokale organisaties waaronder de KNNV Voorne en Hoeksewaards Landschap.

Hoger beroep

De rechtbank was het eens met de organisaties. Die hadden betoogd dat Zuid-Holland geen zekerheid kon geven hoe het afschot zou gaan uitpakken voor de smienten stand. De eendensoort is beschermd. Volgens Europese regels mag de staat van instandhouding van de vogelsoort niet verslechteren. De provincie had daar geen bewijs van op tafel gelegd, oordeelde de rechtbank.

Dinsdag gingen Zuid-Holland en de Faunabeheereenheid bij de Raad van State (hoogste bestuursrechter) in hoger beroep.

Woordvoerders zeiden dat het afschieten of verjagen van 6.500 smienten geen bedreiging is van de populatie. Het is minder dan één procent waardoor wordt voldaan aan het zogenaamde 1%-criterium. Intussen stijgt de schade voor de landbouw, stelt de provincie. ‘’Vanaf 2015 tot en met 2018 laat de schade aan grasland een stijgende lijn zien van 24.000 euro per jaar naar 93.000 euro’’.

Dit gaat om uitgekeerde schadevergoedingen. De werkelijke schade zou vier keer hoger liggen omdat maar een gedeelte van de schade aan de boeren wordt vergoed. Volgens Natuur en Milieu kan in de winter geen schade aan grasland optreden omdat het gras in de wintermaanden niet groeit. Volgens de Faunabeheereenheid wordt de populatie smienten in Nederland te groot als er niets gebeurt. Uitspraak van de Raad van State naar verwachting over twaalf weken.

 




Nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland

image

Nieuwe omgevingsverordening Noord-Holland beschermt 32 bijzondere landschappen 

De Provinciale Staten van Noord-Holland hebben de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Nieuw is dat 32 landschappen zijn aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’. Dit zijn landschappen waarop we extra zuinig zijn vanwege hun bijzondere eigenschappen en waarde voor mens en dier.
 
Gedeputeerde ruimtelijke ordening, Cees Loggen: “Noord-Hollanders willen graag woonruimte, maar ook dat onze mooie groene leefomgeving behouden blijft. Hierin de balans vinden is onze opdracht als provincie. We hebben dit vertaald naar regels in de omgevingsverordening. Wat nieuw is, is dat we grotere aaneengesloten landschappen op een eenduidige manier beschermen. Dit is in de plaats gekomen van het beschermen van allerlei gebieden met veel verschillende regels. 
 
De landschappen die we nu met de omgevingsverordening beschermen zijn – naast onze natuurgebieden – de meest bijzondere landschappen van Noord-Holland. Landschappen waar we trots op zijn. Deze landschappen overstijgen vaak de gemeentegrenzen en zijn onvervangbaar. Door ze te beschermen kunnen Noord-Hollanders en bezoekers van de landschappen blijven genieten en blijft Noord-Holland een aantrekkelijke plek om te wonen.”
 
Kwaliteit behouden
Per landschap is aangegeven welke ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden aanwezig zijn. Dit noemen we de ‘kernkwaliteiten’ van het landschap. Voorbeelden hiervan zijn het leefgebied voor weidevogels, waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere opbouw van de ondergrond. Zie als voorbeeld de omschreven kernkwaliteiten voor Alkmaardermeer en omgeving (zie bijgevoegde PDF).
 
Plannen maken
Om te zorgen dat Noord-Holland een mooie provincie blijft om te wonen, werken en je vrije tijd door te brengen, is in de omgevingsverordening vastgelegd dat de kernkwaliteiten van de 32 bijzondere landschappen niet aangetast mogen worden.  
 
Het is aan gemeenten, woningcoöperaties of andere initiatiefnemers om plannen te maken die passen binnen deze regels. De provincie geeft dan aan (bijvoorbeeld via een zienswijze) of plannen voldoen aan de omgevingsverordening. Om ontwikkelingen die zijn toegestaan goed in te passen in het landschap, is een leidraad toegevoegd aan de omgevingsverordening.
 
Omgevingsverordening
In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen. De 21 nu geldende provinciale verordeningen zijn samengevoegd tot 1 verordening. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. Bij de omgevingsverordening zit een digitale kaart waarbij de regels direct in beeld komen op een specifieke locatie. De nieuwe verordening gaat half november 2020 in.
Bijlage 1 Wijzigingen eindconcept Omgevingsverordening NH2020.pdf
 
Kernlandschap-Alkmaardermeer en omgeving.pdf
2.01 MB



Veel meer wild aangereden: ‘Schrikbarend aantal’ in Drenthe

Bron: RTV Drenthe

Veel meer wild aangereden: ‘Schrikbarend aantal’

Er worden steeds meer wilde dieren aangereden. Drenthe is hierop geen uitzondering. Er waren dit jaar bijna 650 aanrijdingen in Drenthe. “Dat is schrikbarend. Echt een drama”, zegt coördinator Nanno Siegers van Faunabeheereenheid Drenthe.

Siegers kijkt naar de kaart met ree-aanrijdingen van dit jaar. “De ellende, het lijden en de schade die erachter schuilgaat is heel duidelijk. Het totaal van de meldingen overstijgt in het derde kwartaal al ruimschoots de 600 stuks, namelijk 648.”

Veel reeën in de provincie

“En dit is nog maar het derde kwartaal. Als je dat doortrekt naar het einde van het jaar schrik je je dood”, vervolgt Siegers. “Aan de ene kant heeft dat te maken met de hoge dichtheid van reeën in de provincie. Daardoor ontstaan de problemen. Als er veel toeristische activiteit is, zoals loslopende honden, worden reeën direct uit hun leefgebied verdrukt waardoor ze sneller onder de auto komen.”

Daarnaast worden de afschotaantallen vaak niet gehaald. Vorig jaar werd 80% van het voorgenomen aantal reeën afgeschoten. “Het is belangrijk dat voortaan de voornemens wel gehaald worden. Als je de druk van die aantallen wegneemt betekent het dat je minder verkeersslachtoffers gaat krijgen. Wij zien liever dat reeën, als ze dan toch doodgaan, door een goed geplaatst schot gedood worden. Het brengt gewoon te veel ellende met zich mee als ze onder de auto komen.”

“Het is in Drenthe extra lastig” –Piet van Dijk, voorzitter Faunabeheereenheid Drenthe

Landelijk nam het aantal wildaanrijdingen met 70% toe van 6000 aanrijdingen in 2014 naar 10.000 in 2019. Piet van Dijk, voorzitter van de Faunabeheereenheid Drenthe stelt dat die aantallen ook verklaard worden door beter inzicht. Door een goede samenwerking met ProRail, overheden en een nieuwe coördinatie hebben de faunabeheerders beter inzicht in de aantallen gekregen.

“En betere cijfers betekent automatisch hogere aantallen”, stelt Van Dijk. “Met preventieve maatregelen proberen we de dieren bij de wegen weg te houden, maar dat is in Drenthe extra lastig door de vele wegen in onze provincie; het dichte wegennet.”

Wat kan er gedaan worden?

In Drenthe werden afgelopen jaar 10.000 reeën geteld. De provincie houdt er rekening mee dat ongeveer 6% van die reeën wordt aangereden. In Drenthe zijn dat dus zo’n 600 aanrijdingen per jaar. Vorig jaar lag het aantal aanrijdingen op 792.

“We zullen in gesprek moeten met provincie om te kijken wat we daarmee moeten doen. Als men bij de 600 wil blijven zullen we meer afschot moeten plegen. Of gaan we meer aanrijdingen accepteren? Dat moet de politiek in kader van het nieuwe faunabeleid beslissen.”

Wintertijd

Een jaarlijks terugkerend pijnpunt bij de wildaanrijdingen is de overgang naar de zomer- of wintertijd, zoals komend weekend. De klok gaat dan een uurtje achteruit. Van Dijk wil iedereen daarom oproepen om komende week op te passen.

“Als de klok achteruitgaat, gaan de mensen ook een uurtje later de weg op. De file verplaatst zich op dat moment. Het is gek, maar dieren raken daarvan in de war omdat de verkeersdrukte verschuift. We willen de mensen daarvoor wel gaan waarschuwen. Met de overgang naar de wintertijd is dat een probleem voor de avondspits.”

Fauna Beheer Eenheid Drenthe roept iedereen op om eventuele aanrijdingen wel te melden. Nog teveel mensen kiezen ervoor om na een aanrijding door de rijden waardoor het dier onnodig lang lijdt.

Voor aanrijdingen met een ree kan in Drenthe gebeld worden met 0619240555.

Voor andere dieren met 0900-8844 (politie).




NOJG – Grote zorgen om de Afrikaanse Varkenspest

Brieven hoofd NOJG

Haaksbergen 13 okt. 2020

 

Persbericht

 

“GROTE ZORGEN OM VARKENSPEST”

NOJG wil 100% controle op geschoten varkens.

 

Een maand na het uitbreken van de Afrikaanse varkenspest in Duitsland, worden de geschoten wilde zwijnen op de Veluwe nog steeds niet structureel gecontroleerd op deze ziekte. Het is echter van het grootste belang dat dit nu zo snel mogelijk gaat gebeuren.

Als deze Afrikaanse varkenspest in de Nederlandse veestapel terechtkomt, dan zijn de gevolgen voor de agrarische sector gigantisch.

De Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer (NOJG) heeft mevr. Schouten, onze minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, gevraagd om per direct alle geschoten wilde zwijnen in Nederland te laten onderzoeken op het voorkomen van de Afrikaanse varkenspest.

De NOJG heeft de minister aangeboden, dat haar leden zullen helpen bij het nemen van de noodzakelijke monsters.

Zie voor meer informatie de brief NOJG aan LNV:Brief NOJG 2020-10-11 AVP min. Schouten




Update 12-10-2020 – Afrikaanse varkenspest Duitsland

Afrikaaanse Varkens Pest DuitslandHet Friedrich Loeffler Instituut (FLI) bevestigde op maandag (12 oktober) nog tien gevallen van Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen in Brandenburg. In totaal zijn er nu 53 bevestigde gevallen van AVP.

 

Vanaf 12 oktober 2020: in totaal nog tien AVP-zaken in het eerste kerngebied

Het federale ministerie van Voedsel en Landbouw (BMEL) maakte vandaag bekend dat de dierziekte is ontdekt bij tien andere wilde zwijnen in Brandenburg . Dit betekent dat er in Duitsland in totaal 65 bevestigde verdachte gevallen zijn. Afrikaanse varkenspest ( AVP ) werd in de monsters gedetecteerd door het nationale referentielaboratorium – het Friedrich Loeffler Instituut (FLI).

De tien wilde zwijnen werden gevonden in het eerste kerngebied – acht wilde zwijnen bevonden zich in het district Oder-Spree en nog twee wilde zwijnen waren in het gebied Spree-Neisse. 

In het weekend vond een grootschalige zoektocht plaats in het tweede kerngebied in Märkisch-Oderland. Meer dan 300 helpers waren betrokken bij de zoektocht op het Oder-eiland Küstrin, die dode en mogelijk zieke wilde zwijnen opspoorde . Momenteel wordt er over een actie gesproken. 

De Duitse gedomesticeerde varkensstapels zijn nog steeds AVP-vrij. 

Vanaf 10 oktober: talloze dode wilde zwijnen ontdekt op Oderinsel

Onderzoeken naar dode wilde zwijnen die een AVP besmetting hebben zijn momenteel niet mogelijk om de autoriteiten van de wijk op de hoogte te stellen. Na het uitbreken van de Afrikaanse varkenspest (AVP) in het district Märkisch-Oderland, begon zaterdagochtend een grootschalige zoektocht naar dode wilde zwijnen in het kerngebied aan de Poolse grens.

300 helpers op zoek naar zieke en dode wilde zwijnen

“We zoeken sinds vanmorgen met ongeveer 300 helpers op het land, op het water en vanuit de lucht”, aldus Thomas Behrendt, de woordvoerder van het district. Een groep van 20 tot 30 dode en zieke dieren werd ontdekt op het Oder-eiland bij Küstrin-Kietz. Deze zijn te zien op beelden van een dronecamera, zei Behrendt ‘s middags.

“De helft van de dieren is dood en de andere helft is duidelijk ziek”, zei hij. Het wilde zwijn zou nu met dronevluchten worden waargenomen. “Het zou te gevaarlijk zijn om in te grijpen omdat zieke dieren erg agressief zijn”. Bovendien wordt het Oderinsel beschouwd als besmet met munitie en kan het niet worden betreden.

Tijdens de zoektocht op zaterdag werden echter meer karkassen van wilde zwijnen gevonden. Deze worden momenteel onderzocht.

Zaterdag werden op een eiland in de Oder bij Küstrin-Kiez in Märkisch-Oderland tot 30 zieke en gedeeltelijk dode wilde zwijnen ontdekt.

Vanaf 9 oktober 2020: nog twee AVP-zaken in twee provincies

Volgens de huidige informatie van het federale ministerie van Landbouw en Voedsel (BMEL) is het vermoeden van Afrikaanse varkenspest (AVP) bij twee wilde zwijnen in Brandenburg bevestigd. Het National Reference Laboratory – Friedrich Loeffler Institute (FLI) – bevestigde de vermoedelijke gevallen in de monsters. 

Een van de wilde zwijnen werd gevonden in het eerste kerngebied van de wijk Oder-Spree, het tweede wilde zwijn in de wijk Spree-Neisse. 

Bovendien is de Duitse gedomesticeerde varkenspopulatie vrij van Afrikaanse varkenspest. 

Vanaf 8 oktober 2020: nog drie AVP-zaken in het kerngebied

Geen zucht van verlichting in Brandenburg. Het Friedrich Loefller Instituut bevestigt nog drie AVP-gevallen. Er zijn twee locaties in het eerste kerngebied. De andere locatie ligt in de wijk Märkisch Oderland – en dus binnen het tweede kerngebied.

Vanaf 7 oktober 2020: een ander geval in Brandenburg bevestigd

Het federale ministerie van Voedsel en Landbouw (BMEL) informeerde over een ander bevestigd vermoedelijk geval van Afrikaanse varkenspest (AVP) bij een wild zwijn in Brandenburg. Vandaag werd de dierziekte in het monster gedetecteerd door het National Reference Laboratory Friedrich-Loeffler-Institut (FLI).

Het besmette zwijn werd aangetroffen in het eerste kerngebied. De Duitse varkensstapels zijn nog steeds AVP-vrij.

Vanaf 3 oktober 2020: nog drie gevallen bevestigd in Brandenburg

Het federale ministerie van Voedsel en Landbouw (BMEL) deelt mee dat het officiële vermoeden van Afrikaanse varkenspest (AVP) is bevestigd bij drie andere wilde zwijnen in Brandenburg. Het nationale referentielaboratorium – het Friedrich Loeffler Instituut (FLI) – ontdekte de dierziekte in de overeenkomstige monsters.
 
De locaties zijn binnen het eerste kerngebied.
 
De varkensstapel in Duitsland is nog steeds vrij van Afrikaanse varkenspest. De epidemie is onschadelijk voor mensen!

Vanaf 2 oktober 2020: nog zes gevallen bevestigd in Brandenburg

Het federale ministerie van Voedsel en Landbouw (BMEL) deelt mee dat het Friedrich Loeffler Instituut (FLI) Afrikaanse varkenspest (AVP) heeft bevestigd in zes andere gevallen in de kernzone in het district Spree-Neisse. 

In Duitsland is de varkensstapel nog vrij van Afrikaanse varkenspest. In totaal zijn nu 46 gevallen bevestigd.




Ontheffing bestrijden vos in de na zonsondergang en voor zonsopkomst door provincie Groningen ingetrokken

Jagers in Groningen mogen niet langer ’s nachts op vossen schieten, ter bescherming van de weidevogels. De provincie Groningen, die Faunabeheereenheid Groningen in maart van dit jaar ontheffing verleende voor het verbod op het doden van vossen, heeft deze ontheffing ingetrokken op basis van de Beroep en Bezwaarcommissie provincie Groningen. De commissie vond het besluit voor de ontheffing onvoldoende gemotiveerd. Ze was bovendien van mening dat niet aannemelijk was gemaakt dat het ‘s nachts doden van vossen nodig is voor de instandhouding van de weidevogelpopulatie.  Volgens hen is op geen enkele manier is aannemelijk gemaakt dat het doden van vossen in het holst van de nacht zal leiden tot een verbetering van het broedsucces van de weidevogels.

De provincie Groningen gaf Faunabeheereenheid Groningen de ontheffing (tot 2024) voor het gebruik van extra middelen als kunstlicht en de jacht tussen zonsondergang en zonsopkomst. Dit besluit heeft ze na advies van een onafhankelijke interne commissie ingetrokken

 

 




Wilde zwijnen in Drenthe nu vastgelegd op een warmtebeeld video – bekijk de beelden.

Melkveehouder Helfriech Tiemens snapt er niets van. Bij hem in de buurt wonen drie jagers, van wie twee gespecialiseerd in groot wild. Maar geen van allen mag op de wilde zwijnen jagen, die huishouden in zijn mais.

Bron: Dagblad van het Noorden

De provincie Drenthe hanteert de nulstand voor wilde zwijnen, maar het exclusieve recht deze dieren te schieten is voorbehouden aan zes speciale boa’s. Die mannen kunnen dat nooit aan. Hier aan het Vorrelveen lopen vijf zwijnen, maar in heel Drenthe zijn het er veel meer. Ga maar eens kijken in het Drentse Friese Wold en bij Kamp Westerbork. In Overijssel is de jacht op deze dieren overgedragen aan de plaatselijke jagers. Dat is een veel effectievere aanpak.’’

‘Plaatselijke jagers kennen het gebied en zijn in de buurt’

Tiemens vervolgt: ,,Plaatselijke jagers kennen het gebied en zijn veel vaker in het veld dan de provinciale boa’s. En op het juiste moment. Om een kans te maken, moet je in de schemer komen. Niet overdag tijdens kantooruren. Hier in de straat wonen drie jagers. Twee van hen hebben gedurende twee jaar cursus gedaan in Schaarsbergen en zijn gespecialiseerd in grof wild. Ze wonen hier tussen de zwijnen, maar mogen ze niet schieten.’’

Om het verschil in afstand te laten zien, pakt Tiemens zijn telefoon. ,,Kijk, deze beelden zijn gemaakt door iemand uit de buurt. In de schemer op amper honderd meter afstand.’’ Op de beelden zijn duidelijk vijf zwijnen te zien, de eerste inmiddels veelbesproken rotte op Drentse bodem. ,,Als mensen uit de buurt ze wél in het vizier kunnen krijgen en de provinciale boa’s niet, dan is wel duidelijk wat een effectieve aanpak van de nulstand is.’’

‘Ik denk dat ik de lekkerste mais heb’

De rotte van vijf zwijnen zit in een maisveld van 25 hectare aan het Vorrelveen, gelegen tussen Beilen en Hoogersmilde. Het zijn drie naast elkaar gelegen percelen van drie verschillende boeren, van wie Tiemens er één is. ,,Opvallend is wel dat de zwijnen alleen in mijn perceel zitten. Ik denk dat ik de lekkerste mais heb.’’

Op dronebeelden, die hij van zijn maisveld liet maken, zijn van bovenaf duidelijk open plekken in het gewas te zien. Lopend tussen de manshoge stengels laat de boer zien hoe de situatie op de grond is. ,,Ze vreten niet alleen de kolven op en aan, maar walsen ook de planten plat. Die gaan rotten, maar komen straks wel in het voer. Maishakselaars pakken bijna alles op, ook de planten die plat op de grond liggen.’’

Het levert hem naar eigen zeggen niet alleen schade aan zijn gewas op, maar de dieren kunnen ook zijn mineralenboekhouding in de war schoppen. ,,Ik produceer melk volgens het Planetproof-label. De bemesting van het land luistert heel nauw. Minder planten betekent dat er minder mineralen worden opgenomen. Op den duur gaat dat steeds meer knellen en heel veel geld kosten.’’

Wat maken die ‘paar planten’ op zo’n groot perceel nou uit, zullen veel mensen zeggen. ,,Bagatelliseren, heet dat. Doen alsof het probleem er niet of nauwelijks is. De werkelijkheid is helaas anders’’, verzucht Tiemens.

‘Uren achter de computer leidt tot cardiologisch falen…’

Maar voor wildschade zijn toch vergoedingsregelingen? ,,Klopt, maar je moet dat allemaal zelf uitzoeken. Ik ben alleen en melk 200 koeien. Hier heb ik geen tijd voor. Ik heb het wel geprobeerd, hoor. Kwam uiteindelijk bij BIJ12 uit (de organisatie die faunaschade namens de provincies regelt, red.), maar belde een paar minuten na het middaguur en toen konden ze mij niet meer helpen. Het loket was gesloten. Als ik uren achter de computer en aan de telefoon moet zitten om uit te vogelen wat ik wel en niet moet doen, leidt dat tot cardiologisch falen. Dat moest maar niet. Ik ben boer en wil boeren. Hier zit ik niet op te wachten. Daarom heb ik het overgedragen aan de boekhouder. Dus de eerste rekening heb ik al te pakken.’’

Tiemens is niet tegen wild. Integendeel, vindt reeën, konijnen en hazen op zijn land zelfs mooi. Maar zwijnen zijn volgens hem een ander verhaal. ,,Hoe ver willen we in Drenthe gaan met die dieren? Afrikaanse varkenspest ligt op de loer en op de Veluwe woelen ze fietspaden om. Als je een nulstand hanteert, moet iedereen eraan meewerken. Natuurbeheerders hebben er een handje van de aanwezigheid van de dieren niet te melden, terwijl ze wel daartoe verplicht zijn. Zo krijg je nooit een effectieve aanpak.’’

En aan de zwijnen in zijn land krijgen de boa’s nog een zware dobber, weet Tiemens. ,,Naar ik heb begrepen wachten ze met afschieten tot de mais wordt geoogst. Maar ik heb sterk de indruk dat de dieren recentelijk zijn verkast naar een ander perceel iets verderop.’’

Reactie NOJG

De NOJG is van mening dat het bestrijden van de wilde zwijnen in Drenthe overgelaten moet worden aan de Wbe’s en haar jachthouders. Zij zijn immers de directe lijn met de grondgebruikers en kennen hun jachtgebieden veel beter en kunnen ook veel sneller en langduriger de wilde zwijnen bestrijden, zoals dit ook gebeurt in de provincies Gelderland, Limburg en Noord-Brabant.

Ook dienen de Wbe’s voldoende middelen of subsidie te krijgen om de benodigde moderne middelen te kunnen aanschaffen voor het effectief kunnen bestrijden van de wilde zwijnen, zoals warmtebeeldkijkers en spotters.




Mens grote risicofactor op insleep Afrikaanse varkenspest

In Duitsland heerst Afrikaans varkenspest onder wilde zwijnen. Nederland wacht de ontwikkelingen niet af. De sector wil een scherper toezicht op transport en de populatie wilde zwijnen verkleinen. Een hygiënescan moet de kans op insleep van de virusziekte verkleinen.

Het mogen van het Twentse Losser naar Neuzelle in de Duitse deelstaat Brandenburg 600 lange autokilometers zijn, de onrust onder Nederlandse varkenshouders over de vondst van dode wilde zwijnen besmet met Afrikaanse varkenspest is er niet minder om. In Brandenburg staat de teller op ruim twintig besmette kadavers.

Even over de grens in Polen heerst al jaren Afrikaanse varkenspest, zowel op varkensbedrijven als onder wilde zwijnen. Dit jaar is in Polen al meer dan drieduizend keer melding gemaakt van varkenspest onder wilde zwijnen. Daarnaast werd het virus gevonden op 55 varkensbedrijven met in totaal 44.500 dieren.

Economische impact

Beleidsadviseur Henk Boelrijk van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) noemt de Duitse uitbraak ‘niet onverwacht’. Het was een kwestie van tijd dat het virus de grens met Duitsland zou oversteken. De uitbraken doen zich weliswaar onder wilde zwijnen voor, maar de impact op de Duitse varkenshouderij is groot. China blokkeerde direct de invoer van varkensvlees uit alle Duitse deelstaten.

Controleer de status van transportwagens die op je bedrijf komen

Roadmap preventie introductie Afrikaans varkenspest

China is voor Duitsland een belangrijke afzetmarkt: in 2019 werd voor 777 miljoen euro aan Duits varkensvlees naar China verscheept, goed voor ruim 17 procent van de totale Duitse varkensvleesexport. Ter vergelijking: Nederland exporteerde in 2019 voor 377 miljoen euro aan varkensvlees naar China, goed voor 14 procent van de totale varkensvleesexport.

Roadmap

Ondertussen wacht de sector in Nederland niet lijdzaam af. In mei verscheen de Roadmap preventie introductie Afrikaans varkenspest met aanbevelingen die de kans op introductie van het virus hier moeten verkleinen.

De roadmap komt niet alleen uit de koker van de POV en het ministerie van LNV, ook Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, LandschappenNL en provincies schreven mee.

Impact op Nederlandse markt zien te beperken

Voorzitter Linda Janssen van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) hoopt dat de gevolgen voor Nederlandse varkenshouders van de uitbraak van Afrikaanse varkenspest in Duitsland beperkt blijven. ‘Het is zaak de uitbraak te smoren in de deelstaat Brandenburg, zodat China uiteindelijk weer varkensvlees wil afnemen uit andere delen van Duitsland.’ Nu geldt de Chinese importstop voor heel Duitsland en dat merken Nederlandse zeugenhouders ook. Duitsland is een belangrijke afnemer van Nederlandse biggen, maar die export ligt nu voor een deel stil. Volgens Janssen neemt Duitsland ferme maatregelen. ‘Het gebied met besmette wilde zwijnen is afgezet. Daarbinnen worden de dieren afgeschoten.’ De POV-voorzitter is blij met de afspraken die in de Roadmap preventie introductie Afrikaans varkenspest zijn gemaakt over het beheer van wilde zwijnen. ‘Van gebied tot gebied wordt gekeken met welke aantallen de populatie verminderd moeten worden. Dat dat snel moet, mag duidelijk zijn.’ Het ministerie van LNV, provincies, terreinbeheerders en de sector kunnen elkaar nu aanspreken op die afspraken. ‘Dat is een stap vooruit.’ Varkenshouders moeten alert blijven op het voorkomen van insleep van ziekten.

Twee routes

Het virus kan in theorie via twee routes Nederland bereiken. Via wilde zwijnen of via transportwagens die terugkeren uit bijvoorbeeld Brandenburg of Polen. ‘Controleer de status van transportwagens die op je bedrijf komen’, luidt daarom het dringende advies van de POV. ‘Vraag om wagens die niet in het buitenland komen. Maak daarover met je transporteur structurele afspraken.’

De POV wil net als Denemarken toewerken naar een scheiding van transportmiddelen voor binnenland en buitenland. Op die andere route, via wilde zwijnen, hebben varkenshouders veel minder grip. De roadmap acht de kans dat de ziekte in Nederland onder wilde zwijnen opduikt, ‘niet zo groot’. Tegelijkertijd constateert men: hoe minder wilde zwijnen, hoe lager de risico’s.

Drie natuurgebieden

In Nederland mogen wilde zwijnen zich officieel in drie natuurgebieden ophouden: Meinweg, Meerlebroek en Veluwe. Daarbuiten geldt een nulstand. Voor varkenshouders is die term helder: ieder wild zwijn moet er worden afgeschoten. De praktijk is helaas anders, stelt Jeannette van de Ven, portefeuillehouder fauna bij ZLTO.

‘Een aantal provincies ziet nulstand als de soort niet in stand hoeven houden. Anders gezegd: nul mag, maar moet niet. Dat is iets anders dan consequent afschieten.’ De afgelopen jaren groeide het aantal wilde zwijnen buiten de drie aangewezen gebieden fors. Mede vanwege de milde winters met een groot voedselaanbod tot gevolg.

De angst dat het virus heel Duitsland doorkruist door van wild zwijn naar wild zwijn te springen en op die manier Nederland weet te bereiken, lijkt niet reëel. ‘Het grootste risico voor verspreiding over grote afstand is menselijk handelen’, schrijft de roadmap.

Etensresten

Dan gaat het bijvoorbeeld om een vrachtwagenchauffeur uit Polen die op een parkeerplaats in Limburg achteloos zijn boterhammen weggooit, belegd met besmette Poolse vleeswaren. Daar komen vervolgens wilde zwijnen op af. Zo is de uitbraak onder wilde zwijnen in de Belgische Ardennen in 2018 waarschijnlijk een gevolg van het achterlaten van etensresten na een militaire oefening.

Een uitbraak die na massaal afschot van wilde zwijnen uiteindelijk gesmoord lijkt. In de Nederlandse land- en tuinbouw werken veel tijdelijke arbeidskrachten uit Roemenië en Bulgarije. Landen die te maken met Afrikaanse varkenspest. Ook dat is een potentiële besmettingsroute.

Verplichte hygiënescan varkenshouderij opkomst

Het is een instrument dat de pluimveesector al enkele jaren kent: een verplichte hygiënescan. Het ministerie van LNV en de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) onderzoeken de haalbaarheid van zo’n scan voor de varkenshouderij. Deze zou voor het einde van het jaar beschikbaar moeten zijn. De scan maakt duidelijk hoe een bedrijf het doet op het gebied van bedrijfshygiëne. Denk aan onderdelen als ongediertebestrijding en kwaliteit van erfafscheiding. Vervolgens neemt de varkenshouder de resultaten door met een dierenarts: hoe presteert het bedrijf ten opzichte van anderen en waar zijn verbeteringen mogelijk? De scan moet het risico dat Afrikaanse varkenspest binnenglipt, verkleinen. Als het aan de schrijvers van de Roadmap preventie introductie Afrikaans varkenspest ligt, gaat de scan extra aandacht schenken aan bedrijven waar varkens over een buitenuitloop beschikken. Denk aan bedrijven met scharrel- of biologische varkens, houders van hobbydieren en kinderboerderijen. Hier is het risico op introductie groter door contact met passanten en wilde zwijnen. In de pluimveehouderij is de scan verplicht, nadat de sector in 2003 te maken kreeg met vogelgriep.




Geef faunabeheereenheden meer ruimte in discussie over faunabeheer

 

Geplaatst: 29/09/2020 

Bewaar als favoriet

Provinciale bestuurders moeten faunabeheereenheden meer ruimte geven in de politieke en maatschappelijke discussie over jacht, faunabeheer, faunaschade en dierenwelzijn. Dat zegt de Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade in een adviesrapport dat zij aanbieden aan de Bestuurlijke Adviescommissie Vitaal Platteland.

In Nederland kennen we verschillende beschermde diersoorten die in conflict (kunnen) komen met de mens. Denk aan dieren die gewassen van boeren opeten of overstekend wild dat een gevaar vormt voor de verkeersveiligheid. Daarom is in 2002 wettelijk geregeld dat iedere provincie beschikt over een Faunabeheereenheid (FBE) Deze onafhankelijke FBE’s stellen voor de provincie faunabeheerplannen op, op basis waarvan grondgebruikers dieren mogen verjagen, doden of verstoren om zo de schade of overlast terug te dringen.

In de loop der jaren zijn verschillende opvattingen ontstaan over de rol en taken van de FBE. Ook is er verschil in het bestuurlijk en ambtelijk functioneren binnen de FBE’s. Dit draagt niet bij aan een eenduidig en effectief faunabeheer. Daarom heeft de Bestuurlijke Adviescommissie Vitaal Platteland van het Interprovinciaal Overleg (IPO) de Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade gevraagd een advies uit te brengen over de functie van de FBE’s.

Op basis van een enquête onder alle FBE’s en een rondgang langs de provincies en FBE-besturen, concludeert de Adviesraad dat technische en juridische aspecten een belangrijke plaats innemen. Provinciale bestuurders benutten de FBE’s echter onvoldoende in de permanente politieke en maatschappelijke discussie over faunabeheer. De Adviesraad vindt dat provincies beter gebruik moeten maken van de faunabeheereenheden én dat ze er samen meer van moeten maken. Met de faunabeheereenheden onderling, maar ook met de achterliggende partijen, zoals landbouworganisaties, natuurbeheerders, dierenbeschermingsorganisaties en jagers. De Adviesraad stelt verder voor dat provincies en FBE’s opnieuw met elkaar in gesprek gaan over rollen, taken en verantwoordelijkheden. Ook het werkgeverschap van FBE’s en de functie en agenda van het landelijk overleg van de Faunabeheereenheden moeten aan de orde komen. Daarnaast moet de kwaliteit van faunabeheerplannen en borging op de agenda staan.

Het advies

bron: BIJ12, 28/09/2020



Duizenden ganzen zorgen voor overlast bij Veluwse boeren: ‘Geen vogel die hier thuis hoort’

Een paar ganzen in een weiland is een leuk gezicht, maar een paar duizend… daar zijn de melkveehouders op de Veluwe niet blij mee. Ieder jaar komen er meer vogels bij en dit gaat ten koste van de grond. De ganzen eten het gras en poepen vervolgens overal. De boeren willen dat dit wordt aangepakt.

“De gans is geen vogel die hier thuis hoort. Een paar ganzen zijn leuk, maar een paar duizend niet”, vertelt boer Jaap Vlijm aan Hart van Nederland. Sinds 1977 heeft hij een veehoudersbedrijf, maar niet eerder zag hij zoveel ganzen bij elkaar komen. Zijn grond wordt door de vogels geruïneerd.

Al horen ze volgens Vlijm hier niet thuis, ze voelen zich wel erg thuis op zijn land in het Gelderse Nunspeet. Normaal komen ze in de winter, maar na jaren is het gebied voor de dieren zo begroeid dat ze het hele jaar door kunnen blijven en beschermd broeden. De vogels eten zijn gras op en laten vooral veel poep achter. Dit gaat ten koste van de koeien die op het land staan. De schade is inmiddels opgelopen tot 20.000 euro.

Eieren schudden

De oplossing? Het ‘schudden’ van de ganzeneieren, waardoor ze zich minder snel voortplanten. De eieren in het nest worden dan geschud waardoor ze niet uitkomen. Een ei wordt in het nest gelaten, waardoor het dier toch kan blijven broeden. Dit beleid wordt gevoerd in Gelderland. Maar de ganzen komen vanaf het Veluwemeer, in de provincie Flevoland, waar een ander beleid wordt gevoerd. De eieren mogen daar niet worden geschud, maar de ganzen mogen wel worden afgeschoten.

Eenduidig beleid

Dat de provincie Flevoland niet meedoet en niet hetzelfde beleid voert, vindt SGP-raadslid Gerrit Polinder maar raar: “Als dat beleid niet hetzelfde is, blijven de ganzen maar komen.”

“Als ik mijn koeien bij de buurman loslaat, heb ik ook een probleem”, zegt Vlijm. Daarbij vult de veehouder aan dat het schudden van de eieren diervriendelijker is dan het afschieten van de vogels, zoals dat in Flevoland nu gebeurt.

Polinder pleit daarom samen met de gedupeerden voor een eenduidig beleid waarmee het ganzenprobleem kan worden opgelost. “Het is niet alleen voor de agrarische sector, maar ook voor de recreatie. De ganzen poepen in het water bij het nabijgelegen strandje en hier komen veel watersporters en kleine kinderen.”




‘Blijven zoeken naar verbetering taxatieproces faunaschade’ – BIJ12

23 september 2020

Voor het taxeren van faunaschade maakt BIJ12 gebruik van twee onafhankelijke taxatiebureaus. Hoe verloopt de samenwerking en welke plannen zijn er om het proces van taxeren waar mogelijk verder te verbeteren?

Grondgebruikers kunnen bij faunaschade een tegemoetkoming aanvragen bij BIJ12. In ruim 90% van de gevallen gaat het om ganzenschade aan landbouwgras. De oorzaak en exacte omvang van de schade wordt bepaald door onafhankelijke taxatiebureaus. BIJ12 werkt hiervoor al enkele jaren samen met Wiberg Taxaties. Sinds november 2019 is hier – na een Europese aanbesteding – Van Ameyde Waarderingen als nieuw bureau bijgekomen.

Sinds november 2019 is ook het taxatieproces vernieuwd: de taxateurs gaan niet langer met pen en papier, maar met tablets het veld in. Verder is eind 2019 het indienen van een aanvraag voor een tegemoetkoming volledig geautomatiseerd in het portaal MijnFaunazaken. ‘We mogen best trots zijn op alle vernieuwingen die we in korte tijd voor elkaar hebben gekregen’, aldus de taxatiebureaus. ‘Toch blijven we zoeken naar mogelijkheden om het taxatieproces en de communicatie hierover met grondgebruikers verder te verbeteren.’

Online taxatierapport

De twee taxatiebureaus waar BIJ12 mee werkt, hebben ieder hun eigen aandachtsgebied. Van Ameyde Waarderingen taxeert vooral schade aan grasland in de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Flevoland en Noord-Holland. Ook taxeren zij maïspercelen door het hele land. Wiberg Taxaties taxeert schade aan grasland in de rest van de provincies in Midden- en Zuid-Nederland en landelijke schade aan overige gewassen, zoals fruitbomen, graan en graszaad, en schade door de wolf.

Nieuwe app

Tijdens het aanbestedingsproces heeft BIJ12 het nieuwe portaal MijnFaunazaken ontwikkeld. Voor de taxatiebureaus betekende dit een nieuwe manier van werken. ‘Onze taxatierapporten moesten we voortaan geautomatiseerd en uniform aanleveren in het nieuwe portaal’, vertelt Jan Luijendijk van Van Ameyde. ‘We hebben daarom zelf een app ontwikkeld zodat de taxateur met een tablet het veld in kan om schade vast te leggen. In eerste instantie was dit voor onze mensen een hele omschakeling, maar nu we een paar maanden verder zijn willen ze niet meer anders. Het scheelt veel papier- en rekenwerk en voorkomt eventuele fouten.’ Wim van Werven van Wiberg beaamt dit: ‘Ook wij hebben een eigen app ontwikkeld. Daardoor kunnen we nog nauwkeuriger taxeren. Dit is voor alle partijen gunstig. Natuurlijk werk je als taxateur zo accuraat mogelijk, maar het blijft schatten. Dat zegt het woord taxeren ook al. Je maakt op basis van je vakkennis en ervaring een interpretatie. Het gaat verder dan alleen de hoogte van het gras meten. Je moet ook kennis hebben over bijvoorbeeld de teelt van gras en bedrijfsvoering.‘

Goede communicatie

Volgens beide taxatiebureaus is binnen het hele proces goede communicatie met de grondgebruikers van essentieel belang. ‘De reden waarom je bij boeren over de vloer komt is niet leuk. Een boer heeft schade en zit soms met veel frustratie. Je teelt geen gras voor de ganzen. Als de uitkomst van de taxatie dan ook niet is zoals je die verwacht, kan een boer het gevoel hebben dat de taxateur hem te kort doet. Het helpt dan als je als BIJ12 en taxatiebureau goed bereikbaar bent, transparant communiceert en de boeren serieus neemt. Dat zorgt voor meer acceptatie’, aldus Wim van Werven. Moniek Brugmans, unitmanager Faunazaken bij BIJ12, beaamt dit. ‘De introductie van MijnFaunazaken is een eerste stap in de verdere professionaliseringsslag die wij als organisatie maken. Ondertussen kijken wij ook hoe de communicatie met grondgebruikers, bijvoorbeeld via de helpdesk, verder verbeterd kan worden. We realiseren ons dat het nieuwe portaal voor veel grondgebruikers flink wennen was. Maar ze zien ook wel het voordeel dat voortaan alles op één plek 24 uur per dag in te zien is.‘

Onderzoek naar verbetering taxatie grasschade

Provincies kijken ondertussen kritisch mee naar de afhandeling van faunaschade. ‘Vooral voor de noordelijke provincies is ganzenschade een grote kostenpost. Het protocol aan de hand waarvan taxateurs grasschade vaststellen is bijna 20 jaar oud. Hoewel ik denk dat het een prima methode is, kan het geen kwaad het nog eens kritisch tegen het licht te houden’, reageert Jan Luijendijk. ‘In het voorjaar van 2021 – als er nieuwe grasschade ontstaat – start daarom een onderzoek naar de effectiviteit van het protocol voor grasschade. Een klankbordgroep met deelnemers van provincies, LTO (namens grondgebruikers), NVM, de taxatiebureaus, de Commissie Onderzoek en BIJ12 begeleidt dit onderzoek.’ Ook op andere fronten wordt gekeken hoe taxaties beter en nauwkeurig kunnen. Zo vindt op dit moment in Limburg een proef plaats om met drones schade aan maisvelden in kaart te brengen. Ook technologische ontwikkelingen die de inzet van satellietbeelden mogelijk maken, worden nauwlettend gevolgd.

Faunaschade in Nederland

Uit recente cijfers van BIJ12 blijkt dat provincies in 2019 ruim 25 miljoen euro aan tegemoetkomingen in faunaschade hebben uitgekeerd. Het gaat daarbij vooral om grasschade, maar ook schade aan mais en pikschade aan fruit. En sinds de komst van de wolf handelt BIJ12 ook schade aan dode of gewonde landbouwhuisdieren – met name – schapen af.  Wanneer een grondgebruiker faunaschade heeft, kan hij een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming via MijnFaunazaken. BIJ12 beoordeelt de aanvraag en geeft daarna het taxatiebureau de opdracht om de schadepercelen te taxeren aan de hand van onze richtlijnen. De taxateur moet zowel de oorzaak als de omvang van schade vaststellen. Niet alle schade komt in aanmerking voor een tegemoetkoming. Is de grondgebruiker het niet eens met de uitkomst, dan kan hij bezwaar maken.

 

BIJ12 Faunazaken

Volg ons op Twitter en LinkedIn.




Motie voor efficiënter ganzenbeheer strandt in Provinciale Staten Noord-Holland

Een door het CDA, ChristenUnie en Forum voor Democratie ingediende motie voor meer ruimte voor beheermaatregelen om de ganzenoverlast tegen te gaan, kreeg maandag onvoldoende steun in de vergadering van Provinciale Staten van Noord-Holland.

Volgens het provinciebestuur heeft de faunabeheereenheid voldoende middelen om structureel iets aan de ganzenpopulatie te doen. Statenlid Willemien Koning (CDA) bestrijdt dat. ‘De schade wordt veel te groot.’

De overlast die ganzen veroorzaken, is een serieus probleem voor natuur en landbouwgewassen, stelt Koning. ‘Binnen de beleidskaders, zoals ze nu worden voorgesteld door de provincie, is het onmogelijk om structureel iets aan de ganzenoverlast te doen.’

Pijnpunt

Zelfs de faunabeheereenheid (FBE) heeft om verruiming van de kaders gevraagd in een brief aan Gedeputeerde Staten. ‘Het pijnpunt zit in de kaders die te weinig ruimte bieden voor goed beleid,’ vervolgt Koning. ‘De kaders van het nieuwe ganzenbeleid zijn slechts ter kennisgeving op de agenda van Provinciale Staten geplaatst.’

Op die manier hebben Provinciale Staten niet kunnen meepraten over de nieuwe kaders, terwijl dat wel een van de politieke taken is, meent Koning. ‘Daarnaast heeft de verantwoordelijk gedeputeerde Esther Rommel niet willen toezeggen dat zij ruimte wil bieden aan de FBE om met een doeltreffender faunabeheerplan te komen.’

Pure voedselverspilling

Koning vindt dat de provincie de zaak niet verder uit de hand mag laten lopen. ‘Er wordt steeds meer groente voor menselijke consumptie door ganzen verwoest door vraatschade en doordat ze met hun uitwerpselen de groente besmeuren.’

Pure voedselverspilling, vindt het CDA. ‘En de kringloop op melkveebedrijven komt in gevaar, omdat de ganzen al het gras opvreten. Ook in de natuurgebieden richten ze schade aan.




Provincie Fryslân wil meer ruimte voor jagers

De provincie Fryslân wil jagers meer invloed geven bij de bestrijding van ganzenoverlast en weidevogelpredatie.

Woensdag bespraken Provinciale Staten een startnotitie die moet leiden tot meer armslag voor de Faunabeheereenheid (FBE) Fryslân. Die bestaat uit vertegenwoordigers van boeren, grondeigenaren, jagers, terreinbeherende organisaties en agrarische natuurverenigingen.

Het college van Gedeputeerde Staten wil alleen nog de kaders vaststellen voor de ganzenaanpak en de bestrijding van predatoren van weidevogels. De FBE krijgt meer vrijheid bij de invulling ervan.

‘Oan dy knop kinne wy net draaie’

De definitieve notitie moet nog geschreven worden maar het CDA, de PvdA, de ChristenUnie, de VVD en Forum voor Democratie dienden alvast een motie in om het nieuwe beleid al volgend jaar in te laten gaan. Volgens Attje Meekma van het CDA is dat nodig om de grutto te redden. Ze erkende dat weidevogels te lijden hebben omdat hun leefgebieden onder druk staan. Maar een snelle oplossing is volgens haar nog niet in zicht. ,,Oan dy knop kinne wy net draaie.’’

Daarom kiest het CDA ervoor om aan ,,de knop fan de predaasje’’ te draaien. Meekma: ,,It CDA is net in partij dy’t rücksichtslos sjitte tastean wol.’’ Maar huiskatten, andere predatoren en soms ook ooievaars moeten volgens haar worden aangepakt.

De Partij voor de Dieren (PvdD), de SP en GroenLinks zijn tegen de plannen. Ze noemden de aanpak van predatie ,,symptoombestrijding’’. Rinie van der Zanden van de PvdD: ,,In dit huis hoor ik het CDA en de ChristenUnie vaak zeggen dat we zorgvuldig moeten omgaan met Gods schepping. Maar vervolgens zijn het juist deze partijen die voorop gaan in de jacht op predatoren zonder dat ze de werkelijke oorzaken van de ganzenoverlast en de teruggang van de weidevogels willen aanpakken.’’

‘Dat spoort niet met elkaar’

Secretaris Robbert de Vries van de FBE Fryslân stelt dat zijn organisatie de extra armslag goed kan gebruiken bij de aanpak van de ganzen-overlast. Tot nog toe krijgt de FBE in de winter vrijstellingen voor de ganzenbestrijding terwijl er in de zomer gewerkt moet worden met ontheffingen waarin allerlei verschillende voorwaarden staan. ,,Dat spoort niet met elkaar.’’

De aanpak van weidevogelpredatie zal volgens De Vries niet meteen veranderen. Landelijk is geregeld dat de vos mag worden bejaagd. ,,Die schade is daardoor onder controle.’’ Op grotere schaal steenmarters doden, is niet mogelijk. ,,Dan moet je kunnen aantonen dat predatie ook werkelijk door steenmarters plaatsvindt.’’ In acht gebieden in Friesland is dat geconstateerd waardoor de dieren daar mogen worden bejaagd. ,,Maar in andere gebieden kun je ze niet zomaar aanpakken.’’

De Vries stelt dat er door het dramatische weidevogelseizoen dit jaar veel politieke druk is om meer aan predatie te doen. ,,Maar eigenlijk heeft dat geen zin als je niet ook de leefomstandigheden in de vogelgebieden op orde brengt.’’

GroenLinks vroeg, gesteund door de PvdA, of er mogelijk binnen de FBE ook een plek gevonden kan worden voor een belangenbehartiger vanuit de natuur. Omdat de de jacht discussie oproept, is dat handiger, denken ze.