Conflict binnen de St. Faunabeheereenheid Friesland zet Friese jacht mogelijk op slot.

bron: LC

 

Een hoogopgelopen conflict binnen de Fbe Friesland maakt het onzeker of in Friesland volgend jaar nog ganzen en ander wild kunnen worden bestreden. ,,At we der net útkomme, sit de hiele boel op slot.”

Het gaat om de Faunabeheereenheid Fryslân, waarin boeren, jagers en terreinbeheerders plannen opstellen om diersoorten te bejagen of bestrijden. Eind vorig jaar heeft het bestuur boerenvertegenwoordiger Douwe Anema geschorst en later ontslagen.

Volgens toenmalig voorzitter Gijs Wouters gebeurde dit omdat Anema steevast ,,vakbondsgedrag” vertoonde: hij zou – gesteund door boerenorganisaties – niet bereid zijn tot compromissen. Omdat unanimiteit verplicht is zou de situatie onwerkbaar zijn geworden.

Zolang er geen vervanger is – de boeren houden vast aan Anema – kan de FBE geen faunabeheerplannen vaststellen. Als dat zo blijft, kan per 2022 de jacht op sommige soorten verboden zijn.




Natuurorganisaties zoals Faunabescherming vechten de ontheffingen provincies standaard aan

Bron: AD 

Natuurorganisaties drijven provincie Zuid-Holland in het nauw: rechters kritischer op afschieten dieren.

Het Algemeen Dagblad van 12 april heeft uitgebreid aandacht besteed aan de juridische procedures tegen ontheffingen die de Faunabescherming en andere organisaties standaard voeren tegen de provincies. Zeker nu ze vaker succes hebben lopen er landelijk steeds meer rechtszaken

Voor de diersoorten waar de provincies ontheffingen voor verlenen en worden afgegeven op basis van de goedgekeurde Faunabeheerplannen, omdat de hierin vermelde soorten schade veroorzaken aan landbouwgewassen, een gevaar vormen voor de verkeersveiligheid of zijn een bedreiging voor andere diersoorten zoals de vos voor de weidevogels en hamsters.

Echter, waar de rechter de overheden in de afgelopen jaren steeds in het gelijk stelde, steekt de rechter er nu vaker een stokje voor. Zo sneuvelde recent de ontheffing voor het bejagen van smienten. In januari dit jaar haalde de rechter een streep door de lichtbakontheffing voor vossen, het bejagen van knobbelzwanen en het afschot van damherten. De dieren zouden te veel schade aan oogsten toebrengen, gevaar veroorzaken of een bedreiging zijn voor andere dieren en de verkeersveiligheid.

Eén probleem: de rechters steken een stokje voor de jacht omdat zij steeds meer bewijzen willen hebben die moeilijk aantoonbaar zijn, maar die er wel zijn. De natuurorganisaties ruiken door deze opstelling van de rechters – figuurlijk – bloed. De provincies kruipen hierdoor steeds vaker zelf in de rol van opgejaagd wild, wat geheel onnodig is.

De provincie Zuid-Holland gaf afgelopen week toestemming om nesten van broedende mantel- en zilvermeeuwen op terreinen van bedrijven in de Rotterdamse haven te verwijderen en eieren te bewerken met plantaardige olie, zodat ze niet uitkomen. De dieren zijn volgens de provincie agressief en belagen medewerkers die onder meer noodzakelijke inspecties moeten verrichten. Bovendien zouden hun uitwerpselen installaties aantasten. 

Het bezwaarschrift is volgens woordvoerder Harm Niesen van De Faunabescherming al onderweg. ,,Meeuwen agressief? Wat een flauwekul’’, zegt hij. ,,Meestal blijven ze op meters afstand. Er zijn enkele gevallen bekend waarbij mensen zijn geraakt door de poten van meeuwen, maar daar merk je weinig van. Als je bang bent, moet je even met een stokje rondzwaaien. Dan blijven ze weg. Ze zorgen wel voor overlast, maar dat is geen reden om het broeden te verstoren. Mantel- en zilvermeeuwen zijn beschermde vogels, waarvan het aantal bovendien afneemt.’’

Lees voor meer informatie: het AD




Jagers op Terschelling en Ameland zijn het oneens met zones voor reeënafschot

Bron: Friesdagblad 10 april 2021

Wouter Hoving | Geplaatst: 10 april 2021 om 08:00

Jagers op Terschelling en Ameland zijn niet blij met de nieuwe reeënaanpak van de Faunabeheereenheid (FBE) Fryslân, die sinds 30 december van kracht is. Daarin worden zones aangewezen waar reeën geschoten mogen worden. Uit protest wordt er geen ree geschoten.

Afschot mag alleen als de verkeersveiligheid in het geding is, niet om populatiebeheer. Dat stelt de Faunabeheereenheid (FBE) in opdracht van provincie Fryslân. Daarom mogen jagers sinds dit jaar voornamelijk schieten in zones rond de wegen.

Maar dat is problematisch, vinden de wildbeheereenheden (WBE’s). Want de aangewezen ‘hotspots’ zijn vaak te druk vanwege verkeer, toeristen en bebouwing. Schieten leidt er tot onveilige situaties. ,,Eén hotspot waar we mogen schieten ligt tussen de bungalows”, zegt Robert Oud, voorzitter van de wildbeheereenheid Ameland. ,,Daar mag je met een grootkaliber-geweer niet schieten; dat moet je ook niet willen, want dat is levensgevaarlijk.”

Eén hotspot waar we mogen schieten ligt tussen de bungalows. Daar mag je met een grootkaliber-geweer niet schieten

Bovendien helpt het niet om de reeën langs de weg te schieten, zegt Oud. ,,Je hebt binnen een week weer nieuwe.” Om die reden worden op Ameland helemaal geen reeën afgeschoten, en ook niet op buureiland Terschelling, waar men tegen dezelfde problemen aanloopt.

Niets gedaan

Het steekt de WBE’s dat er niets is gedaan met de plannen die zij zelf eind vorig jaar aanleverden. Dat frustreert ook Jacob Swart, bestuurslid van Vereniging Het Ree, die dit najaar als een van de drie onafhankelijk adviseurs gebiedsplannen voor de FBE schreef. Hij ging toen met wild- en natuurbeheerders op de eilanden om tafel, en maakte een regionaal werkvoorstel voor de FBE. ,,Er is eigenlijk geen gebruik gemaakt van ons werk, terwijl wij in de veronderstelling waren dat wij een degelijk stuk werk hadden geleverd.”

Op Ameland sprak Swart bijvoorbeeld met Staatbosbeheer, It Fryske Gea en de jagers. ,,Alle partijen waren het helemaal eens. Daarom vind ik het schrijnend dat de FBE toch zijn eigen gang is gegaan. Zo krijg je geen draagvlak. De FBE moet kaders stellen en de uitvoering overlaten aan de WBE. Dát zijn de regionale experts, zij kennen het eigen gebied het beste.”

Vier zones

Reewild Hotspots TerschellingMet het werk waar de FBE sinds 30 december wel mee naar buiten kwam – een kaart waarbij heel Fryslân in vier zones is verdeeld – dáár zien veel jagers in de provincie niks in. In sommige gebieden moet eigenlijk elke ree geschoten worden, in andere plekken mag helemaal niks. De plekken waar je dan mag schieten, zijn veelal gecentreerd rond wegen en bebouwd gebied.

Als je een ree bij de weg schiet, is er in no time een andere

De ingekleurde kaart laat volgens gebiedscoördinator Swart één ding heel duidelijk zien: ,,Die is bedacht achter een bureau door mensen die geen verstand van reewildbeheer hebben. Als je een ree bij de weg schiet, is er in no time een andere. Een ree zit niet met een touw aan een paaltje in de wei. Zo’n dier loopt vijf tot vijftien kilometer per nacht. Dit is dweilen met de kraan open.” Volgens hem zijn ook veel WBE’s aan de vaste wal niet blij met het beleid, zoals in het zuidoosten van Fryslân. Volgens Swart moet gewerkt worden met gebieden waar intensief en extensief beheerd wordt, niet met gebieden waar helemaal niets of alles geschoten moet.

Niet gevoelig

In reactie laat Robbert de Vries, secretaris in het FBE-bestuur weten, ongevoelig te zijn voor een ,,boycot” door de jagers op de beide eilanden. Het uitgangspunt is en blijft het in stand houden van verkeersveiligheid, zegt hij. ,,Wat is dan de reden om op een plek waar geen enkel verband is met de verkeersveiligheid, de reeën af te schieten? Toen we de plannen bekendmaakten zagen we bij veel wildbeheereenheden scepsis, maar inmiddels zien we dat het overal voortvarend wordt opgepakt. Behalve op de eilanden, daar hebben ze zich ingegraven in schuttersputjes. Ze zeggen: ‘Wij bepalen wat op de eilanden gebeurt’.”

Volgens De Vries zijn de werkplannen door Swart en de lokale partijen in december niet goedgekeurd door de FBE, omdat deze nog ,,te veel geënt waren op de manier waarin reeafschot in het verleden plaatsvond”.

Draagkracht op eiland

Volgens Jan Bakker, voorzitter van de Terschellinger wildbeheereenheid, is er helemaal geen sprake van een boycot. ,,Dit beleid is gewoon niet werkbaar. Aan nutteloos doodschieten van reeën willen wij niet meedoen.”

Bakker vindt het veel belangrijker dat de populatie beheerd wordt. Hij schat dat er 200 tot 300 reeën op Terschelling lopen. Dat kan niet, zegt Bakker, verwijzend naar een onderzoek door ecoloog Rik Schoon van Natuurlijk! Fauna-advies (2018), waaruit bleek dat het eiland slechts draagkracht voor 102 reeën heeft (pdf). ,,Daardoor gebeuren er nu dingen die niemand leuk vindt: drie weken geleden werd er een ree aangereden in de bebouwde kom van West-Terschelling. Er verdrinken reeën in zee en ze worden dood gevonden zonder aanwijsbare oorzaak. Omdat de reepopulatie hier groter is dan de draagkracht, krijg je hier hetzelfde mechanisme als in de Oostvaardersplassen.”

Evenals op buureiland Ameland willen de Terschellinger jagers geen reeën meer schieten, in de daarvoor aangewezen zones. Het is daar te druk om veilig te schieten, en de ree laat zich overdag door die drukte niet zien, zegt Bakker.

Maar volgens De Vries, secretaris bij de Faunabeheereenheid, zijn de gebieden groot genoeg voor de jager om toch een veilige, goede plek te vinden. ,,De precieze locatie willen wij niet bepalen. Dat moet de jager uitzoeken. En als je er dan vragen over krijgt, omdat mensen zien wat je doet, dan moet je als jager ook kunnen uitleggen waar je mee bezig bent. Dat hoort erbij.”

Verkeersongelukken

Dat er iets moet gebeuren om het aantal ongelukken te verminderen, lijkt evident. Het aantal aanrijdingen met reeën in Fryslân mag niet boven 515 per jaar uitkomen (500 vasteland, tien Ameland, vijf Terschelling). In 2019 was dit aantal echter 772, in 2020 746. Op Ameland waren dit er vorig jaar dertien en het jaar ervoor 21. ,,Dat aantal zal nog iets hoger wezen, want er verdwijnt er ook wel eens een in de kofferbak of in de sloot”, voegt reecöordinator Swart toe.

Opdracht Ree is een magere en eenzijdige opdracht, wij wachten tot de ogen open gaan

De aanpak om alleen op verkeersslachtoffers te handhaven, is het gevolg van ‘Opdracht Reebeheer’ uit 2019. In die opdracht staat dat alleen zieke reeën afgeschoten mogen worden of dieren die de verkeersveiligheid in de problemen brengen. De Opdracht was echter eigenlijk als tijdelijk overbrugging bedoeld totdat het nieuwe Faunabeheerplan af zou zijn. Dat Faunaplan is inmiddels ook al af (in juni goedgekeurd), maar toch hebben de provincie en FBE samen besloten dat Opdracht Reebeheer van kracht blijft, en dat het Faunabeheerplan als onderbouwing dient. De strekking in beide stukken is volgens provincie en FBE gelijk.

Volgens Terschellinger WBE-voorzitter Bakker is dat niet het geval. Hij vindt dat het nieuwe Faunabeheerplan meer ruimte biedt voor populatiebeheer. ,,Opdracht Ree is een magere en eenzijdige opdracht. Wij wachten wel tot de ogen open gaan, noteren intussen alles en verder doen we niks.”

Jammer

Wat De Vries betreft is dat ‘niks doen’ op de eilanden jammer. De eilanden komen daardoor niet in aanmerking voor een extra ‘portie ree-afschot’ die in juli toegekend wordt aan de WBE’s waar het aantal aanrijdingen groot is. ,,Wij zijn ongevoelig voor deze boycot. We gaan pas eind dit jaar evalueren hoe we het vinden gaan. We zeggen helemaal niet dat wij met onze aanpak gelijk hebben, maar we willen evaluerend beheren.”

Wellicht zou de kaart met afschotlocaties op de eilanden wel aangepast kunnen worden, zegt De Vries. ,,Maar dan wel onderbouwd, en vanuit ervaring. En als de jagers nu niet schieten, doen ze ook geen ervaring op.”

Deskundige Swart van Vereniging Het Ree is fel op die houding. ,,Als de FBE blijft vasthouden aan dezelfde zoneringen, komen we niet verder”, vindt hij. ,,Dan moet er eerst een dodelijk slachtoffer vallen onder de automobilisten. Pas dan komen er bestuurders met knuisjes in de ogen, zo van: zo hadden we het niet bedoeld.”




Hogere jachtpremie voor doden wilde zwijnen in Brandenburg.

wilde zwijnen geschotenDe premie voor het doden van wilde zwijnen in de Duitse deelstaat Brandenburg is flink verhoogd. Doel is de met Afrikaanse varkenspest besmette gebieden (kerngebieden) en de witte gebieden rondom die kerngebieden sneller vrij te maken van wilde zwijnen.

Jagers krijgen voortaan voor een wild zwijn dat ze in het kerngebied of het witte gebied doden en inleveren, een premie van 100 euro. Dat was 50 euro voor zwijnen boven de 30 kilo en 30 euro voor lichtere zwijnen. De hogere premie moet ervoor zorgen dat jagers eerder geneigd zijn om bij te dragen aan het leegruimen van de gebieden.

Daarnaast is de jacht op ander wild in de kerngebieden en witte gebieden in Brandenburg vrijgegeven. Dat geldt althans voor de gebieden die al helemaal zijn voorzien van een dubbele vaste omheining rondom het kerngebied en de witte zone.

Twee deelstaten

In Duitsland zijn in totaal 925 besmette wilde zwijnen gevonden sinds de uitbraak van Afrikaanse varkenspest op 10 september 2020. Zeventig met Afrikaanse varkenspest besmette zwijnen zijn gevonden in de Duitse deelstaat Saksen. De overige 855 besmette zwijnen zijn gevonden in de drie kerngebieden in Brandenburg.

In Polen zijn dit jaar al 1.003 uitbraken van Afrikaanse varkenspest vastgesteld. Daarbij gaat het vaak om één dier per uitbraak, maar soms ook om meerdere besmette zwijnen bij een melding van een uitbraak. Bij gehouden varkens blijft het nog bij één uitbraak, dit jaar die op 17 maart werd vastgesteld op een bedrijf met 1.000 zeugen.

Bron: NieuweOogst.nu |Hogere jachtpremie voor doden wilde zwijnen in Brandenburg




Natuurbeheerders SBB en NM willen minder ganzen in natuurgebied de Weerribben.

Geplaatst: 06/04/2021

In het natuurgebied de Weerribben werken Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten samen met boeren en de provincie Overijssel aan het omlaag brengen van de populatie ganzen.

Dat gebeurt door eieren in te smeren met maisolie. De eieren komen dan niet uit doordat het embryo stikt. Niet alleen boeren lijden schade door de ganzen. De ganzen brengen ook schade toe aan de natuur.

Samen met onder meer provincie Overijssel, Natuurmonumenten en boeren is het plan gemaakt om nog maar één van de gemiddeld zes eieren in een ganzennest uit te laten komen.

Op zoek naar ganzennesten

Om er achter te komen waarom dit nodig is, treft RTV Oost in Nationaal Park Weerribben-Wieden Herman Brink, hoofd van Staatsbosbeheer in Overijssel. Terwijl er een drone de lucht in gaat, legt Brink uit wat ze doen. “Deze drone zoekt middels een warmtebeeldcamera naar de nesten van ganzen, hier tussen het riet. Als er eentje wordt gevonden, markeren we die op de kaart.”

We gingen op zoek naar eieren en smeerden ze in met maisolie (Dronebeelden: Brandhof Natuur & Platteland):

Voor het behandelen van de eieren zoekt een drone middels een warmtebeeldcamera naar de nesten van ganzen. Als er een nest wordt gevonden, wordt dat op een kaart gemarkeerd. Daarna gaan medewerkers van de organisaties op zoek naar de eieren om ze in te smeren met maïsolie. Door de eieren in te smeren met de maisolie, komt er geen lucht meer door de schil. Het embryo krijgt geen kans om te groeien omdat er geen lucht meer bij komt.

Overlast door ganzen

Goed zoeken is niet nodig, want het stikt van de ganzennesten in de Weerribben. “Het zijn er ongelofelijk veel”, vervolgt Brink. “En dat moet je nagaan dat een gans gemiddeld zes eieren per nest legt. De populatie wordt hier groter en groter.”

En daar zit juist de crux. De populatie moet verkleind worden, maar waarom? “Het antwoord is tweeledig. Enerzijds hebben boeren ontzettend veel last van de ganzen. Anderzijds brengen ze ook schade toe aan de natuur. Een grote populatie ganzen is een bedreiging voor de kwaliteit van de natuur. Zeldzame planten en bloemen komen mogelijk in gevaar”, legt Brink uit.

bron: RTV Oost, 03/04/2021



LTO Noord wil meer aandacht provincies voor impact van predatoren op weidevogels

Boeren willen dat het aantal weidevogels in Nederland op peil blijft. Toch neemt het aantal weidevogels de laatste jaren af. Dit komt onder andere door roofdieren. LTO Noord roept provincies op om beleid te maken zodat predatoren actief bestreden kunnen worden.

 

Eén van de dingen die boeren doen is het gebruik van metalen pannen die bij het bemesten met sleepslangen als een helm over de nesten worden geplaatst. Daarnaast is het gebruikelijk dat de  nesten van weidevogels tijdens bewerking van de akkerbouw- of maispercelen tijdelijk worden verplaatst.Ook wordt er tijdens het maaien van binnen naar buiten gewerkt om dieren en vogels naar omliggende percelen te drijven.

Er zijn ook boeren die het maaien uitstellen, om de nesten veilig te houden. Sommige boeren investeren in plasdraspompen en zaaien kruidenrijke mengsels in om daarmee de omstandigheden voor weidevogels te verbeteren.

De laatste decennia zorgen roofdieren voor een grote vermindering van eieren en weidevogels. Deze waarneming wordt door onderzoek ondersteund.  LTO Noord roept provincies daarom ook op om beleid te maken zodat predatoren actief bestreden kunnen worden.

bron: LTO Noord, 07/04/2021



Minister Schouten: ‘Geen directe relatie faunaschade en natuurbeheer’

Landbouwminister Carola Schouten geeft aan dat er geen directe relatie is tussen natuurontwikkeling en faunaschade door dieren als ganzen, zwanen en mezen. Dat schrijft ze aan de Tweede Kamer als antwoord op Kamervragen van Gerard van den Anker (CDA).

Sinds de jaren negentig stijgen de uitgekeerde bedragen voor faunaschade, staat in de brief. De afgelopen vijf jaar schommelt het uitgekeerde schadebedrag rond de 24 miljoen euro. Ongeveer 85 procent van dit bedrag wordt veroorzaakt door verschillende soorten ganzen.

Kamerlid Van den Anker wilde weten of de minister verwacht dat de faunaschade de komende jaren verder toeneemt nu de overheid fors geïnvesteerd in natuurherstel- en ontwikkeling. Die conclusie wil Schouten echter niet trekken, omdat er volgens haar geen een-op-eenrelatie is tussen natuurontwikkeling en faunaschade.

‘Dankzij de combinatie van waterrijke gebieden, waar ganzen broeden en slapen, met eiwitrijke graslanden waar ganzen foerageren, is Nederland een aantrekkelijk land voor ganzen en andere watervogels’, schrijft de minister. ‘De precieze aard van de schadeproblematiek kan per gebied sterk verschillen.’

Complexe relatie

De relatie tussen beheer, populatieontwikkeling en optredende schade is volgens Schouten complex. ‘Naast ingrepen in het landschap en andere vormen van beheer, waaronder verjaging en afschot, spelen ook veranderingen in klimaat, agrarisch landgebruik en migratiepatronen een belangrijke rol.’

‘Daarom wordt bij natuurherstel en -ontwikkeling altijd gestreefd naar lokaal maatwerk, waarbij alle partijen, waaronder agrariërs, zo goed mogelijk worden betrokken’, geeft ze aan. ‘Het is mijns inziens daarom niet in zijn algemeenheid te stellen dat maatregelen voor natuurherstel en -ontwikkeling zonder meer zullen leiden tot een toename van faunaschade.’

Geen geld voor faunaschade

In het budget voor natuurontwikkeling is dan ook geen geld opgenomen voor het uitkeren van faunaschade. Schouten wijst erop dat daar andere regelingen voor zijn, die via de provincies verlopen. De totale hoogte van de vergoede faunaschade is gebaseerd op de daadwerkelijk ondervonden opbrengst dervingen en staat los van maatregelen en budgetten voor natuurherstel en -ontwikkeling. ‘Er zit geen plafond aan de tegemoetkomingen voor faunaschade aan landbouwgewassen.’




Faunabeheer Friesland beheer damherten is nu noodzakelijk geworden.

 

19 mrt 2021 – 17:34
 

Frysk

Faunabeheereenheid Fryslân wacht nog op groen licht vanuit het Provinciehuis om het aantal damherten in het zuidoosten van Fryslân te beperken. Tussen Oranjewoud en Makkinga lopen er zo’n 180 damherten rond. Ze kwamen hier eigenlijk niet voor en de dieren zorgen voor problemen, maar het is ook een beschermde soort. Daarom ligt sinds januari de vraag bij de provincie voor toestemming. Faunabeheer denkt en hoopt dat er snel een besluit komt.

Faunabehear hopet op hartbeslút fan provinsje

Robbert de Vries van Faunabeheereenheid Fryslân

“De opdracht is op 7 januari aangevraagd, sinds die tijd ligt het verzoek op het Provinciehuis. We zijn in afwachting van wat de gedeputeerde straks gaat zetten. Ik verwacht dat ze snel in actie komen,” zegt Robbert de Vries van Faunabeheer.

Populatieproblemen

In het verleden kwamen damherten alleen in hertenkampen voor in Fryslân, zegt De Vries. “Maar de laatste twintig jaar lopen ze ook los. Eerst was dat niet een probleem. In 2002 heeft de provincie gezegd: we willen ze niet in het wild hebben. De jagers mochten ze schieten, maar in 2006 heeft de rechter dat verboden omdat het een beschermde diersoort is. Sinds die tijd is er niets aan het beheer gedaan.”

Maar de populatie groeit en daarmee komen er problemen. “Met name aanrijdingen met auto’s, maar ook landbouwschade en natuurschade zijn mogelijk. Het gaat om overlast, maar om wat te mogen doen moet je aantonen dat een in de wet genoemd belang aangetast wordt,” zegt De Vries.

Van 180 naar 80

Faunabeheer is een groot voorstander van het afschieten van het aantal damherten. “Maar het kan alleen als je tegelijkertijd ook een gebied aanwijst waar ze wel kunnen lven. Het is een beschermde soort. Van de 180 moeten er zo’n 80 overblijven. Bij minder wordt de populatie te klein, dan is de kans op inteelt groot. En bij meer is er kans op schade en overlast. Als we het op één hert op honderd hectare houden, dan kom je ook uit op zo’n 80.”

Bonne Schokker van plaatselijk belang Oudehorne is blij dat er straks actie ondernomen wordt. “Er zijn te veel. Het zijn prachtige dieren, maar dat mensen hier ‘s ochtends langs rijden en dat er een groep damherten voor langs rent, dat is gevaarlijk. Ik denk dus dat het een goede zaak is, ook dat men het in balans wil brengen. Er zijn altijd tegenstanders en voorstanders, dan houd je. Maar zo’n redelijke balans is mooi. Ik hoop ook dat wij als plaatselijk belang wat contact houden met de partijen om te overleggen. Zodat het niet weer zo lang duurt.”

 

 




Friese vogelwachten monitoren weidevogelgebieden met wildcamera’s

Wildcamera Friesland weidevogelgebiedGeplaatst: 18/03/2021

De Friese vogelwachten zijn gestart met het monitoren van de weidevogelgebieden met behulp van wildcamera’s. De Bond van Friese Vogelwachten wil daarmee een beeld krijgen van de predatoren die in het gebied voorkomen en zo gerichter aan de slag gaan om overlevingskansen voor de weidevogels te vergroten.

De bedreiging van weidevogels kan komen van katten, dassen, vossen en steenmarters, maar ook van ratten en buizerds. Wanneer er via de camera’s een vos wordt gezien kan contact worden gezocht met jagers. Ook kunnen boeren worden ingelicht om maatregelen te treffen die helpen om ratten of marters te verdrijven.

 
Bron: Omroep Fryslân, 12/03/2021




Nieuw leefgebied voor wolf in Gelderland, hiervoor is 600.000 euro beschikbaar!

Geplaatst: 17/03/2021

Het leefgebied van de wolf in Gelderland is op de Noord-Veluwe uitgebreid. Op de Zuidwest Veluwe is er een nieuw leefgebied bijgekomen. Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben de uitbreiding in het noorden en het nieuwe leefgebied in het zuiden dinsdag 16 maart vastgesteld. Binnen het aangewezen gebied kunnen schapen- en geitenhouders maatregelen nemen om hun dieren te beschermen. Daarvoor kunnen ze van de provincie een vergoeding krijgen.

Op de Zuidwest-Veluwe heeft een wolvenpaar zich gevestigd, waarvan in ieder geval de wolvin daar al meer dan een half jaar aanwezig is. Mogelijk is de wolvin onlangs omgekomen bij een aanrijding. DNA-onderzoek moet dat verder uitwijzen. Dat heeft geen gevolgen voor de aanwijzing van het leefgebied.

Gelderland kiest ervoor om het gebied aan te wijzen als nieuw leefgebied, omdat in het gebied ook nog een andere wolf verblijft. Daarnaast heeft een aantal dierhouders in het gebied al maatregelen getroffen om hun dieren te beschermen. Deze schapen- en geitenhouders moeten  gebruik kunnen maken van de subsidieregeling en dat kan alleen als Gedeputeerde Staten het leefgebied vaststellen.

Het leefgebied is met de nieuwe vaststelling circa 950 vierkante kilometer groot. Schapen- en geitenhouders binnen het leefgebied van de wolf kunnen sinds vorig jaar subsidie aanvragen voor maatregelen om schade door wolven te voorkomen. Ook dit jaar is voor preventieve maatregelen circa 600.000 euro beschikbaar.

bron:Provincie Gelderland  16/03/2021




Nieuwe visie faunabeleid voor provincie Friesland

Geplaatst: 17/03/2021 

In de Nota Faunabeheer Fryslân schetst het college van Gedeputeerde Staten van Friesland een visie en uitgangspunten voor het faunabeheer in de provincie. Gedeputeerde Staten leggen de nota op 28 mei voor aan Provinciale Staten voor vaststelling.

De nieuwe nota biedt een overkoepelend beleidskader en brengt daarmee losse nota’s en stukken over faunabeheer in één nota samen. Dit vormt de basis bij het maken van uitvoeringsbeleid en biedt een afwegingskader bij het maken van keuzes over de inzet van faunabeheer. Bijvoorbeeld wanneer diersoorten de verkeersveiligheid in gevaar brengen of bij de aanpak van schade aan landbouwgewassen.

Belangrijke uitgangspunten zijn het vroegtijdig ingrijpen en het inzetten van faunabeheer op basis van het rijtje ‘beschermen’, ‘voorkomen’, ‘bestrijden’ en ‘betalen’. In de nota geeft het college ook een duidelijke rol- en taakverdeling aan tussen Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten, de faunabeheereenheid en andere partijen op het gebied van faunabeheer.

Provinciale Staten stellen de beleidskaders vast, Gedeputeerde Staten zorgen voor het uitvoeringsbeleid en de faunabeheereenheid voert dit uit aan de hand van een faunabeheerplan. BIJ12 verzorgt schadetaxatie en de uitkering van tegemoetkomingen voor schade.

Bij faunabeheer gaat het om de aanpak van schade en overlast door in het wild levende dieren. Een randvoorwaarde daarbij is dat eerst via preventieve maatregelen geprobeerd moet worden schade en overlast aan te pakken en dat de aanpak nooit zover mag gaan dat de staat van instandhouding van de dieren slechter wordt.

De Nota Faunabeheer Fryslân geeft beleidskaders voor de afwegingen rond het inzetten van faunabeheer. De nota bevat geen uitvoeringsmaatregelen, maar geeft daar richtlijnen en kaders voor. De bescherming van kwetsbare soorten en de aanpak van invasieve exoten worden in andere nota’s uitgewerkt. De aanpak van ganzenschade en de bescherming van weidevogels vragen om een nadere uitwerking, maar volgen daarbij de kaders in de Nota Faunabeheer Fryslân.

 

bron: Provincie Friesland, 16/03/2021



Staatsbosbeheer legt afschieten en vangen konikpaarden en heckrunderen stil

Bron: Omroep Flevoland

LELYSTAD • Vrijdag 19 februari 2021 | 5:33

Staatsbosbeheer heeft het afschieten en vangen van konikpaarden en heckrunderen in de Oostvaardersplassen stilgelegd. Dat bevestigt gedeputeerde Michiel Rijsberman van de provincie Flevoland, na vragen van Omroep Flevoland.

Het besluit is genomen naar aanleiding van een handhavingsverzoek van de Stichting Aanpak Misstanden Natuurbeheer (Stamina). Deze stichting is van mening dat het vangen of afschieten van de paarden en runderen onrechtmatig is, omdat de provincie Flevoland daarvoor geen speciaal besluit heeft genomen of opdracht heeft verleend.

Stamina heeft de provincie sinds begin januari meerdere keren naar de, volgens de stichting vereiste, documenten gevraagd. Omdat die niet zijn verstrekt, heeft de stichting de Omgevingsdienst verzocht het vangen en doodschieten van de dieren direct stop te zetten. De Omgevingsdienst, die over handhaving gaat, heeft laten weten dat Staatsbosbeheer voorlopig inderdaad geen paarden of runderen meer vangt of doodschiet, tenzij er een dier in nood is.

De provincie zegt dat er wel degelijk een goede juridische basis is om de dieren af te schieten. “Er is een beheerplan, een ontheffing, er is ook nog een uitvoeringsplan van Staatsbosbeheer”, zegt gedeputeerde Cora Smelik van de Provincie Flevoland. “Dat tezamen vormt het geheel op basis waarvan die activiteiten plaatsvinden.”

In de afgelopen drie maanden zijn er in de Oostvaardersplassen 27 heckrunderen afgeschoten. In november zijn 155 konikpaarden naar het slachthuis gebracht. Dat meldde het college van Gedeputeerde Staten eind januari aan Provinciale Staten. De afschot van edelherten gaat wel door, daar gelden andere regels voor.

 




Door Nederland trekkende wolf legaal geschoten in Frankrijk

 

In september afgelopen jaar heeft een jager in de Vogezen een wolf doodgeschoten. De jager had hier een vergunning voor. De wolf viel over langere tijd schapen en kalveren aan en drong open stallen binnen.

De Franse autoriteiten hebben hierop een vergunning afgegeven om het dier te doden. De wolf is eerder ook in Nederland waargenomen.

gedood schaap wolfOp basis van DNA onderzoek kan worden nagegaan dat de wolf in de tweede helft van april 2020 voor het eerst in Nederland is opgedoken op in het oosten van Gelderland . Vandaar is het dier begin mei verder naar het zuidwesten getrokken.

De wolf verbleef vervolgens enkele dagen in de regio Heusden. Tijdens zijn verblijf in Nederland doodde de wolf meer dan 50 schapen, en zagen waarnemers hem regelmatig op klaarlichte dag. De laatste waarneming in Nederland was 1 juni.

 
bron: Wageningen University & Research, 25/02/2021



Kan het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) effectiever – Geef uw mening via de enquête

 

Overal in Europa gaan planten- en diersoorten die typisch zijn voor akkerbouw in fors tempo achteruitgang. Waarom slagen we er in de verschillende Europese lidstaten niet in om die achteruitgang van de akkerfauna te stoppen? In het Europese PARTRIDGE project[1] proberen verschillende partners de achteruitgang van patrijzenpopulaties om te keren naar een vooruitgang. De patrijs staat daarbij als ambassadeur voor een veel bredere akkernatuur. Maatregelen die het leefgebied van de patrijs verbeteren, helpen ook om andere soorten van het boerenland te bevorderen.

In het PARTRIDGE project stellen de partners zich o.a. de vraag hoe het stelsel voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) (in het Engels: Agri-Environment Schemes – AES) aangepast kan worden zodat het meer bijdraagt aan het behoud en herstel van biodiversiteit. Kwalitatief onderzoek kan helpen om op deze complexe vraag een antwoord te formuleren. Hiervoor interviewden onderzoekers in verschillende Europese landen uitvoerig een aantal vertegenwoordigers van de betrokken partijen en organisaties.

We spraken met agrariërs, wildbeheerders, onderzoekers, beleidsmakers, adviseurs en vertegenwoordigers van belangenorganisaties voor landbouw en natuur. Hun ideeën, motivaties, keuzes en achterliggende overtuigingen rond verschillende thema’s binnen het agrarisch natuurbeheer hebben we systematisch op een rij gezet. Die inzichten kunnen helpen bij het verbeteren of onderbouwen van het bestaande instrumentarium.

In Nederland is van de analyse van de interviews een rapport[2] verschenen, dat draait om de centrale vraag: Wat zijn de succesfactoren en verbeterpunten om de effectiviteit te verbeteren van het stelsel voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer? De resultaten uit de interviews zijn geclusterd in vijf thema’s;

  1. Een eerste thema bespreekt de organisatie van het stelsel en de inhoud van de pakketten.
  2. Een tweede thema gaat over de praktische uitvoering van de maatregelen.
  3. Een derde thema’s bundelt de meningen over de vergoedingen voor de maatregelen en pakketten binnen het ANLb.
  4. In het vierde thema worden de resultaten besproken die te maken hebben met motivatie en vertrouwen.
  5. Het vijfde thema behandelt ten slotte de opvattingen over kennis en communicatie.

[1] Het Europese PARTRIDGE project is een samenwerking van dertien partner-organisaties uit Engeland, Schotland, Zweden, Denemarken, Duitsland, België en Nederland en wordt mede gefinancierd door het INTERREG North Sea Region programma van de EU. Meer info vindt u op: https://northsearegion.eu/partridge/

[2] Opinies over het Nederlandse stelsel van Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Een kwalitatief onderzoek. PARTRIDGE project. Vogelbescherming Nederland, februari 2021. Te downloaden van: https://northsearegion.eu/partridge/output-library/

Uit de Nederlandse interviews komen een aantal belangrijke succesfactoren voor de effectiviteit van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer voor naar voren. De samenvatting van de belangrijkste succesfactoren is:

  • De organisatie van het ANLb via de agrarische collectieven heeft geleid tot een betere regie, grotere flexibiliteit van het systeem, betere kennisuitwisseling, en meer vertrouwen van boeren in het stelsel.
  • Deelnemers zijn over het algemeen tevreden over de uitvoering en vergoedingen in het stelsel.
  • Betrokkenen vinden dat agrarisch natuurbeheer en behoud van biodiversiteit een belangrijke taak zijn voor de landbouw en onderdeel zijn van duurzaam ondernemen.
  • Kennisuitwisseling en communicatie tussen de deelnemers aan het ANLb is essentieel, en die zijn onder de regie van de collectieven verbeterd.

Er is ook ruimte voor verbeteringen in het stelsel. Belangrijk aandachtspunten van de geïnterviewden zijn:

  • De huidige budgetten voor ANLb zijn, zeker voor provincies met veel akkerbouw, ontoereikend.
  • Samenwerking tussen agrarische collectieven, (lokale) overheden, waterschappen en andere terreinbeheerders kan de biodiversiteit in de regio nog aanzienlijk verbeteren.
  • Er zijn problemen met onkruiden in de maatregelen.
  • De coördinatie van beheerswerkzaamheden op regionaal niveau kan beter.
  • Onderzoek de voor- en nadelen van meer flexibele vormen van beloning.
  • Het huidige, starre controlesysteem zorgt voor argwaan en afhakers.
  • Boeren hebben er weinig vertrouwen in dat de kosten van biodiversiteitsmaatregelen kunnen worden doorberekend in consumentenprijzen. Consumenten hebben ook te weinig kennis van het ANLb en zijn daardoor weinig bereid om meer te betalen voor natuur-inclusieve producten.
  • Collectieven moeten de resultaten en successen van het ANLb beter communiceren.
  • In het landbouwonderwijs moet meer aandacht komen voor het behoud van biodiversiteit.

De meeste van deze succesfactoren en verbeterpunten zijn niet nieuw en worden ook in andere, recente onderzoeken en evaluaties naar voren gebracht. De interviews hebben de onderzoekers uit PARTRIGE geholpen om een goed en representatief beeld te krijgen van hoe landbouwers en wildbeheerders het stelsel voor ANLb ervaren en beoordelen. Een internationaal rapport dat de resultaten van de verschillende landen zal bundelen en bespreken zal in de loop van 2021 verschijnen.

De volgende stap in het project is om het kwalitatief onderzoek te toetsen in een grootschalige enquête onder landbouwers en wildbeheerders in de verschillende landen en regio’s die betrokken zijn in het project. Deze online enquête gaat van start op 1 maart 2021 en zal 2 maanden lopen.

Het streefdoel is minstens 1.000 antwoorden  per deelnemend land te verzamelen.

De resultaten zullen worden gebruikt om een verdere onderbouwing te geven aan de adviezen die vanuit het PARTRIDGE project worden opgesteld over hoe we de verschillende nationale stelsels voor agrarisch natuurbeheer beter kunnen bijdragen aan herstel van de biodiversiteit.

We roepen daarom nadrukkelijk agrariërs en wildbeheerders op om uw mening te geven over en mogelijke verbeterpunten voor de praktische kanten van het Nederlandse ANLb stelsel. De nadruk in dit onderzoek ligt op de akkerbouw (en soorten zoals patrijs, kievit en haas). U kunt de enquête invullen als u nu al deelneemt aan het ANLb, maar ook als u (nog) niet deelneemt. Ook wildbeheerders in het agrarisch gebied nodigen we uit om hun meningen te geven.

U vindt de Nederlandstalige enquête hier: https://www.flexmail.eu/vt-8efe2b95bc3838c4

Het invullen van deze enquête vraagt ongeveer 15 minuten. Bij het invullen heeft u geen gedetailleerde informatie nodig. We zijn vooral geïnteresseerd in uw mening over het ANLb stelsel.

Iedereen die deze enquête volledig invult, maakt kans op het winnen van een pakket PARTRIDGE-zaad, genoeg om 1 hectare bloemenblok in te zaaien. Als u de enquête hebt ingevuld, kunt u uw e-mailadres en naam vrijblijvend doorgeven om kans te maken op de prijs.

De antwoorden op de enquête worden anoniem verwerkt door de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voor wetenschappelijk onderzoek in het kader van het PARTRIDGE project en in overeenstemming met de geldende privacy-wetgeving. De uitkomsten zullen in PARTRIDGE worden gebruikt om adviezen op te stellen voor overheden en belangenorganisaties waarmee de deelnamebereidheid voor de verschillende nationale stelsels voor agrarisch natuurbeheer kan worden bevorderd en hoe die stelsels beter kunnen bijdragen aan herstel van de biodiversiteit.

Meer informatie:

Frans van Alebeek

Vogelbescherming Nederland

Frans.vanalebeek@vogelbescherming.nl




Provincie Noord-Holland verlaagt vergoeding voor schade door ganzen per 1 mei 2021.

Ganzenschade

De provincie Noord-Holland verlaagt de uitkeringen voor schade die ganzen aan gewassen toebrengen van 95% naar 80%. De wijziging gaat vanaf 1 mei in. Boeren met een bedrijf in een beschermd Natura 2000-gebied krijgen nog wel een volledige vergoeding, omdat zij geen ganzen mogen verjagen. 

De verschillende ganzensoorten die in Noord-Holland leven, eten onder andere gras van de weiden en groenten die worden verbouwd voor de consumptie. Boeren kunnen deze schade proberen te voorkomen door de vogels te verjagen en te beheren. Als er desondanks toch sprake is van schade aan gewassen, dan kunnen boeren daarvoor een vergoeding aanvragen.

Deze schadevergoeding voor ganzenvraat is een uitzondering; schade aangericht door andere dieren die verjaagd en beheerd mogen worden vergoedt de provincie niet. De ganzenpopulatie in Noord-Holland heeft nog steeds een aanzienlijke omvang. Gedeputeerde Staten vinden een vergoeding daarom op zijn plaats. Omdat er echter ruimte mogelijkheden zijn om ganzenschade te voorkomen door verjaging en beheer, vinden zij een vergoeding van 80% rechtvaardig. Het bedrag dat de provincie niet meer uitkeert, 15%, komt ten goede aan de Voedselvisie. 

De verlaging van de uitkering geldt niet voor agrariërs die hun bedrijf voeren in een Natura 2000-gebied. Daar gelden beperkingen voor het verjagen en beheren van ganzen.

In Noord-Holland liggen 19 van dit soort natuurgebieden die Europees beschermd zijn. Omdat trekganzen die in Noord-Holland overwinteren absolute rust nodig hebben, zal schade die ontstaat binnen de ganzenfoerageergebieden, en een buffer van 500 meter hieromheen, in de rustperiode 100% vergoed worden. Buiten de rustperiode, wanneer de trekganzen weer zijn vertrokken, zal de tegemoetkoming in de ganzenfoerageergebieden en de buffer van 500 meter wel verlaagd worden naar 80%.

 

bron: Provincie Noord-Holland, 18/02/2021