1

Wolven  – conflictarm ?

 

… ook de EU heeft wetten uitgevaardigd op basis van  foutieve biologische aannames

Europa heeft de wolf tot een beschermde diersoort verklaard en ons land beschikt over een aantal mensen, dat zichzelf wolvenexpert noemt, of  althans zo in de media genoemd wordt. Of deze experts zelf ooit een wolf in het wild gezien hebben, is niet helemaal duidelijk. Wel hebben ze een uitgesproken mening over de vraag of de wolf en de mens kunnen samenleven.

Leo Linnartz van ‘Wolven in Nederland’ vertelt dat volwassen wolven eigenlijk helemaal geen interesse hebben in schapen: “Ze houden van edelherten, damherten, zwijnen en hazen. Van wild dus. Dat is 95 procent van zijn dieet.”

Jaap van Leeuwen van Wolvenmeldpunt: ,,Laten ze zich eerst rustig thuis voelen hier. Mensen hoeven niet bang te zijn voor wolven, een wolf doet een mens niets. Je moet laten horen dat je er bent, dan zijn ze echt sneller weg dan jij.”

Zou het? Laten we het eens aan een expert vragen in een land waar ze héél veel wolven hebben, en die heel veel wolven gezien heeft. In Canada bijvoorbeeld.

Valerius Geist, een bioloog en professor emeritus aan de University of Calgary, bestudeerde zijn hele leven lang de hoefdieren (bergschapen, geiten, elanden etc.) in de wildernis van Brits Columbia, waarbij hij tussendoor toch ook heel wat wolven waarnam. Zijn hele leven geloofde hij, dat wolven niet gevaarlijk waren voor de mens. Dat was de consensus onder wetenschappers en hij vertrouwde er blindelings op dat zijn collega’s die de wolven bestudeerden hun huiswerk hadden gedaan. Dit leek ook bevestigd door de geschiedenis: in de 20ste eeuw waren er nauwelijks meldingen van confrontaties met de wolf in het Noord-Amerikaanse gebied. En als het eens gebeurde was er sprake van een probleemwolf (!). Ook uit wolvenland Rusland kwamen geen meldingen. Trouwens, Russische wolven waren geen Amerikaanse wolven!

Tot hij bemerkte dat de wolven steeds dichterbij kwamen en opdringeriger werden en hij (na zijn pensionering) zelf in het nauw kwam en met zijn vrouw het vege lijf moest redden door op een tractor te klimmen.

Als gevolg hiervan kwamen bij hem een paar vragen op, waarop hij een antwoord moest vinden.

Ik werd gedwongen mijn overtuiging nog eens onder de loep te nemen, niet vanwege academische publicaties, maar door een nooit verwachte persoonlijke ervaring”

NB: alle besproken punten kunt u hier terug vinden (in het Engels)

Waar kwam dat verhaal vandaan, dat wolven voor ons ongevaarlijk zijn?

De politiek-correcte opvatting dat wolven voor de mens ongevaarlijk zouden zijn, werd de wereld in geholpen door een paar uitstekende Amerikaanse biologen, die vaststelden dat er in Amerika in de 20ste eeuw nauwelijks slachtoffers van wolven gemeld waren, wat in tegenspraak was met alle oude verhalen en mythes. Meldingen uit andere gebieden werden niet erg serieus genomen, vooral ook wegens taalproblemen. Deze opvatting werd wijd verbreid door het verfilmde boek ‘Never Cry Wolf’ van de beroemde Canadese schrijver Farley Mowat.

Roodkapje werd dus afgebrand: die sprookjes berustten op onwetendheid en ongefundeerde angst! En dit werd dankbaar opgepikt door milieu-activisten in de westers wereld, die begonnen waren de natuur te idealiseren.

Maar Geist stelt: het sprookje van Roodkapje is niet gebaseerd op onwetendheid of boosaardigheid t.o.v. wolven, maar op zeer reële, tot wanhoop drijvende ervaringen.

Hoe verklaar je dan, dat er bijna geen mensen in de VS omkwamen door wolven?

De conclusie van bovenstaande biologen was niet gebaseerd op de aard van wolven, maar op de omstandigheden. Ten eerste waren de wolven op het Amerikaanse continent grotendeels uitgeroeid. Ten tweede waren zo goed als alle Amerikanen goed bewapend en maakten korte metten met onwelgevallige wolven. Een gewapende man straalt zelfvertrouwen uit en die paar wolven zorgden wel dat ze niet gezien werden. En de enkeling, die wel in het nauw gedreven werd door een paar wolven, werd niet geloofd en uitgelachen.

 Waarom zo goed als geen meldingen uit Rusland?

Het beeld van de ongevaarlijke wolf werd verwelkomd door de communistische partij, die de plattelandsbevolking verregaand had ontwapend en daar hoefde de aandacht niet op gevestigd te worden. Dus die verhalen van boeren die niet eens konden schrijven, hoefden niet serieus genomen te worden – de wolf was onschuldig. Overigens hadden ook voorgaande machthebbers geen behoefte aan een gewapende bevolking. Een ongewapende bevolking wordt na enige tijd door de wolf als prooidier gezien.

Nu zijn biologen niet zo goed als onderzoekers van de geschiedenis, maar de taalkundige Will Graves onderzocht jarenlang Russische documenten en publiceerde in 2007 zijn boek ‘Wolves in Russia’.

 

Er zijn bergen documenten over gebeurtenissen, waar wolven mensen hebben gedood en verslonden.  Gedurende meer dan twee eeuwen hebben Russen hun ervaringen met wolven gedocumenteerd, inclusief het verscheurd worden van honderden mensen per jaar, misschien duizenden in sommige slechte jaren. Vooral kinderen waren het slachtoffer.

Toen Russische wetenschappers (Prof. D. Bibikov 1980, Mikhail P. Pavlov 1982) boeken uitbrachten over het gedrag van wolven, werd hun autoriteit ter discussie gesteld door westerse milieugroeperingen en sommige wetenschappers. Het lukte de activisten zelfs de vertalingen naar het Noors te blokkeren! Uiteindelijk werden ze vertaald naar het Zweeds en Duits en veel later naar het Engels. Maar de boodschap wordt niet graag gehoord!

De 7 fasen van gewenning

Wat Geist vaststelde, is dat wolven zich verre houden van mens en vee, zolang ze bejaagd worden en genoeg te vreten hebben. In zoverre klopt de bewering hierboven van Leo Linnartz over de voorkeur van de wolf voor wild, maar niet op grond van zijn culinaire smaak, maar op grond van zijn overlevingsinstinct.

Gewenning van de wolf aan de mens ziet Geist als het grote gevaar en hij onderscheidt daarbij zeven fasen. Dit was overigens oorspronkelijk niet zijn idee, maar van mensen die coyotes hadden bestudeerd in verband met aanvallen op kinderen in stedelijke omgeving. Deze studie wordt breed geaccepteerd in Amerika wat betreft de coyotes, maar velen hebben moeite eenzelfde theorie voor wolven te accepteren.

Wanneer wolven zich ergens vestigen, dan treedt het volgende op:

  1. De prooidieren (veelal hertachtigen) worden minder en de overblijvers laten zich nauwelijks nog zien in de natuur. Daarentegen zijn ze vaker te zien in de nabijheid van de mens (stad, boerderijen), waar ze veiligheid zoeken. De wolf laat zich nauwelijks zien, is extreem schuw.
  2. Wolven naderen ’s nachts de huizen/steden.
  3. Wolven laten zich overdag zien en bestuderen de mensen vanaf een afstand.
  4. Wolven vallen overdag vlak bij de huizen honden en vee aan. Mensen zijn nog geen prooi, maar worden dreigend toegegromd.
  5. De aanvallen op vee worden frequenter. Ook worden meer koeien en paarden hevig verminkt of gedood. Ruiters (of boeren op de tractor) worden gevolgd en omsingeld, maar nog niet aangevallen.
  6. De wolf komt steeds dichter bij de mens, snuffelt aan de wandelaar, knabbelt aan zijn kleren, laat zich niet meer echt verjagen. Het lijkt heel leuk en speels, maar in werkelijkheid is hij aan het onderzoeken of de mens een mogelijke prooi is.
  7. In deze fase bereikt de escalatie de top. De aanvallen op de mens zijn nog wat onhandig, en een forse man (type Canadese houthakker) kan zich nog wel verdedigen, maar tegen een roedel is de mens kansloos. Ook met een geweer.

Dus de uitspraak van Jaap van Leeuwen (laten ze zich eerst rustig thuis voelen hier) lijkt toch niet zo’n goed idee te zijn? Integendeel: een recept voor ellende volgens Geist.

 Nog wat uitspraken van Valerius Geist.

Dik van der Meulen, Nederlands schrijver, heeft ook een historisch onderzoek gedaan naar de relatie mens-wolf en daar een interessant boek over geschreven: Kinderen van de Nacht. Hij is daarbij niet gestuit op het werk van Valerius Geist, maar zijn eindconclusie zou ik zo willen samenvatten: de mens kan met de wolf samenleven, als hij maar niet te amicaal wordt en voldoende schapen in de aanbieding heeft. 
  • Historisch gezien is er geen plek geweest waar de mens met de wolf heeft samengeleefd, behalve dan waar er stevig op de wolf gejaagd werd en er dientengevolge ook voldoende voedsel overbleef voor de rest van de wolven.
  • Recent onderzoek toont aan, dat wolven slechts zeer langzaam overgaan op een nieuw soort prooi en niet op de mens zullen overstappen, zolang er voldoende alternatieven bestaan.
  • Over zijn eigen ervaring: het is onwaarschijnlijk dat die wolven ons bedreigd zouden hebben, als er nog genoeg wild voorhanden was geweest. We kunnen dus verwachten, dat zich dit zal herhalen, overal waar wolven de wildvoorraad hebben uitgeput.
  • Op foute aannames gebaseerde politieke correctheid kan dodelijk zijn
  • De wolf is een extreem effectieve predator en is in staat al het wild in een gebied uit te roeien.
  • Men heeft al – hier en in de Europese Unie – wetten in werking gesteld, die gebaseerd zijn op foutieve biologische aannames.

Wat valt er te verwachten in Nederland?

In ons land kiezen we er voor om een hek om de boerenbedrijven te zetten in plaats van een hek om de wolf. Maar omdat we in een klein land leven met heel veel mensen, kan hier nooit voldoende afstand tussen mens en wolf gehandhaafd worden.

En dus zal het volgende gebeuren:

  1. Eerst een grote aanslag op de wildstand
  2. Daarna op de schapen (is al aan de gang).
  3. En als er om de schapen een hek staat, dan maar op de koeien en paarden
  4. Tegelijkertijd laat de wolf zich meer zien en gaat wandelaars benaderen
  5. en dat vinden we heel lief en we gaan massaal kijken
  6. en als er iets misgaat is er sprake van een probleemwolf, die gaan we vangen en in een dierentuin vertroetelen
  7. ondertussen is de zo gewenste zichtbaarheid van ons overgebleven grofwild in de vrije natuur naar nul gedaald
  8. als we de wolf dan noodgedwongen gaan bejagen, verdwijnt ook de zichtbaarheid van de wolf en staan we met lege handen.

Wageningen heeft een model ontwikkeld, om de toekomstge verspreiding van de wolf in ons land en de gevolgen daarvan in te schatten. Het is aan te bevelen de inzichten van Valerius Geist daarin te verwerken.

Biodiversiteit

De wolf wordt hier door sommigen uitbundig verwelkomd als een beloning voor het gevoerde natuurbeleid (!). Zou hij werkelijk voor onze nieuwe natuur (afgeplagde heide en weiden vol pitrus) gekomen zijn, of gewoon omdat hij niet tegengehouden werd in het oosten?

Het veel gehoorde ‘De natuur regelt het zelf wel’ van veel activisten en de Partij voor de Dieren wordt door Geist een denkfout van simpele geesten genoemd.

De activiteiten van de mens leveren een grotere biodiversiteit dan ‘DE natuur’. Hij beschrijft ‘biologische woestijnen’ in Siberië door de afwezigheid van de mens daar.

Maar daarover een volgende keer meer.

En dierenleed?

Daar is de anti-jachtbeweging toch op tegen? Wel, dan kunnen ze van de wolf nog wat leren. Bekend zijn de foto’s van gruwelijk verminkte schapen. Grotere prooien worden van achteren verminkt tot ze bezwijken en dan vaak nog levend verscheurd.

Valerius Geist is intussen een bekende in het Duitse taalgebied. Zie bijvoorbeeld hier en hier en hier en hier en hier

gedood schaap wolf

 

.

 

 

 

 

We mogen dus concluderen…….

…. dat wanneer er ongelukken gaan optreden (of al opgetreden zijn), Europa en de mensen die de wolf welkom heten, niet de schuld op een ‘probleem-wolf’ kunnen schuiven en zo de handen in onschuld kunnen wassen, maar het boetekleed moeten aantrekken. Die wolf doet dan gewoon wat in zijn aard ligt – zoals voorspeld door Valerius Geist.

Paul Bouwmeester




Bescherm je zoveel als mogelijk tijdens jacht en buitenleven met Swedteam Antibite™

Een lyme patiënt zoals ik kan het weten. Bescherm je zoveel als mogelijk tijdens jacht en buitenleven met Swedteam Antibite™

Je kunt je insmeren met middelen die zogenaamd teken weghouden. Mijn ervaring is dat deze middelen niet goed werken. Je kunt je blijven insmeren en nog weet de teek een plekje onder je horlogebandje te vinden om zich vast te bijten. Zijn er dan geen betere middelen? Zeker wel! Ik heb net een uitstekend middel in de praktijk getest. Nou ja, middel. Kleding in dit geval. Swedteam het bekende Scandinavische jachtkledingmerk heeft een lijn op de markt gebracht Antibite™ die teken weert en nog leuker er voor zorgt dat muggen en andere stekende ellendelingen ver op afstand blijven.

Swedteam Antibite™ doet wat het beloofd

Swedteam heeft mij nog nooit teleurgesteld. Wat de makers/ontwerpers claimen is altijd waar gebleken. Ze zijn recht door zee, eerlijk en zonder superlatieven. Eerder testte ik hun innovaties op het gebied van camouflage. Aangekleed met Swedteam Desolve kleding vervaag je in het landschap. Je wordt nauwelijks meer opgemerkt door wild. Ik draag het nog steeds en het werkt nog steeds.

Hoe krijgen ze het nu voor elkaar? Swedteam heeft de rechten gekregen voor Europa voor het gebruik van Antibite™. Alleen zij mogen de stoffen voor hun jachtkleding met het middel Antibite™, vloeistof, impregneren. De universiteit van Minho in Portugal heeft een techniek ontwikkeld om het insectenwerende middel IR3535 in een stof te krijgen. Het werende middel IR3535 is een lichaams eigen aminozuur. Het geeft een geur af die stekende insecten doet besluiten ver weg van je te blijven. Nou en daar gaat het om. Weg met die enge beestjes. De stof, het aminozuur, is niet giftig. Het is ook niet bedoeld om te doden, maar om te weren.

Antibite™ wordt rechtstreeks op de afgewerkte kledingstukken aangebracht met een nanotechnologie. Erg ingewikkeld en geheim. Ik kan daar niets over zeggen, gewoon omdat ik het niet weet en die informatie ook niet krijg. Maar en dat is voor de jager belangrijk, HET WERKT. De claim van Swedteam is waarheid zo heeft mijn praktijktest uitgewezen.

Swedteam garandeert na 80 wasbeurten nog steeds de optimale werking. Daarna loopt het terug. De stof is milieu vriendelijk. Het is natuurlijk afbreekbaar. Draag je de kleding dan is het gebruik van andere teken en insectenwerende middelen overbodig. Heb je het aan dan ben je beschermt. Het is mooi, mooier kunnen we het niet maken. Zeer zeker aan te raden. Heerlijk om niet lek geprikt te worden in je veld en tekenvrij thuis te komen na een mooie bersgang op ree of ander grof wild. Een Lyme patiënt zoals ik kan het weten.

Waar heb ik die nieuwe kleding nu getest?

Ik ben naar mijn oude jachtveld gegaan. Een mooi veld gelegen tussen de Oostvaardersplassen en de Lepelaarsplas, vlak achter en naast het gemaal De Blocq van Kuffeler. Een gemeen gebied voor teken en vooral van muggen. Alles wat steekt, prikt en je het leven zuur maakt zit daar en in grote hoeveelheden. Buiten de aantallen zijn het nog killermuggen ook. Ze steken dwars door je broek heen, kruipen onder je pet en weten de weg naar intieme plekken te vinden. Even voor zonsopgang en na zonsondergang komen de killermuggen in armada’s op je af en maken je verblijf aldaar tot een hel. Echt het is dan niet meer uit te houden. Wegwezen en wel onmiddellijk.

De kleding is verkrijgbaar bij de betere jacht- en outdoorwinkels. De Swedteam Antibite lynx cap kost € 29,-, het jack € 229,-, de broek € 149,-, het shirt € 69,- en het Swedteam Antibite Lynx desolve camouflage shirt € 75,-




Vogelgriep vastgesteld bij hoenders en watervogels op dierenweide in Vleuten

Overheid

In Vleuten (provincie Utrecht) is bij hoenders en watervogels op een dierenweide vogelgriep (H5) vastgesteld. Het gaat waarschijnlijk om een hoogpathogene variant van vogelgriep. Om verspreiding van het virus te voorkomen worden de 56 besmette hoenders en watervogels op de dierenweide geruimd. De ruimingen worden uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Vervoersverbod

In de 10 kilometerzone rondom dit bedrijf liggen geen andere pluimveebedrijven. Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft per direct een vervoersverbod afgekondigd in een zone van 10 kilometer rond het bedrijf in Vleuten. Een vervoersverbod heeft betrekking op pluimvee, eieren, pluimveemest en gebruikt strooisel, maar ook op andere dieren en dierlijke producten afkomstig van bedrijven met gehouden gevogelte. Sinds de invoering van de Animal Health Regulation is het volgens Europese regelgeving verplicht dat ook bij een besmetting met hoogpathogene vogelgriep op locaties met meer dan 50 vogels ook maatregelen worden genomen, zoals het instellen van een beperkingsgebied. 

Jachtactiviteiten

bij de genomen maatregelen is ook een gedeeltelijk jachtverbod in een gebied van 10 kilometer rondom het getroffen bedrijf (kaart) van kracht. In dit gebied mogen wilde watervogels zoals ganzen niet bejaagd worden. Andere jachtactiviteiten zoals het handhaven nuloptie van de wilde zwijnen en het reewild beheer mogen wel plaatsvinden, mits er geen wilde watervogels worden verstoord.

Maatregelen

Landelijke maatregelen, zoals de ophokplicht voor commercieel gehouden pluimvee, zijn nog altijd van kracht. Voor houders van leghennen, vermeerderingsdieren en vleeskuikens geldt een aangescherpte meldplicht, zij moeten eerder melding maken bij de NVWA van uitval van hun pluimvee. Hierdoor kunnen besmettingen met vogelgriep eerder aan het licht komen en wordt de kans op verspreiding kleiner. Dierentuinen, kinderboerderijen en eigenaren van hobbyvogels- en kippen zijn verplicht hun pluimvee en watervogels af te schermen zodat deze dieren niet in contact komen met wilde watervogels en hun uitwerpselen. Dit kan bijvoorbeeld door de dieren in een volière te houden of in een ren onder te brengen. Ook is er een verbod ingesteld op het tentoonstellen van sierpluimvee en watervogels.

Documenten

 



Positieve stem voor de handel in wilde dieren door het Europees Parlement

Brussel, 9 juni 2021 –

 
Duurzame, legale en rechtvaardige handel in wilde dieren en planten kan een krachtige, op de natuur gebaseerde oplossing zijn om de dubbele uitdaging aan te gaan, namelijk het verbeteren van het levensonderhoud op het platteland en het behoud van de biologische diversiteit (IUCN). Er zijn echter voortdurende pogingen van dierenrechtenorganisaties om de handel in wilde dieren om ideologische redenen te verminderen of te beperken. Dit bleek duidelijk uit de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030, waarin werd opgeroepen tot “het volledige en onmiddellijke verbod op Europees niveau van handel, uitvoer of wederuitvoer binnen de EU en naar bestemmingen buiten de EU van ivoor, inclusief \u0027pre-convention\u0027 ivoor\u0027 en vroeg \u0027om soortgelijke beperkingen voor andere bedreigde diersoorten\u0027.
FACE is verheugd te kunnen melden dat op 8 juni 2021 een meerderheid van de EP-leden (336) heeft gestemd voor een amendement (nr. 24) om het woord ‘commercieel’ toe te voegen, zodat de tekst de legale en duurzame handel in wilde dieren en planten niet zou beperken. Deze belangrijke wijziging zorgt ervoor dat het bestaande kader voor de handel in wilde dieren en planten kan worden voortgezet voor belangrijke doeleinden zoals wetenschap, natuurbehoud, onderwijs en onderzoek.

FACE heeft de onderhandelingen over dit dossier gevolgd, die kort nadat de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 werd gestart, gepubliceerd in mei 2020. De voorzitter van FACE, Torbjörn Larsson, benadrukte het belang van deze stemming door te stellen:

‘Het Europees Parlement heeft een sterk signaal afgegeven dat er geen ongerechtvaardigde beperkingen mogen gelden voor de handel in wilde dieren en planten, ook niet voor het verkeer van jachttrofeeën’ .

Hij sprak zijn steun uit aan de leden van het Europees Parlement, die het amendement hebben ingediend en ervoor hebben gestemd. Hij bedankte ook de internationale partners van FACE, waaronder de International Council for Game and Wildlife Conservation

 



Politie houdt man aan voor illegale stroperij

logo politie

Gepubliceerd op:
Heerlen

De politie heeft vandaag in Heerlen een 29-jarige man aangehouden die wordt verdacht van (wild)stroperij. Ook heeft de politie een auto, een geweer, jachtkleding en vlees in de vriezer in beslag genomen.

De aanhouding was een resultaat van een onderzoek dat de politie instelde nadat er in het voorjaar van 2020 door verontruste agrariërs en jagers meldingen gemaakt werden van grootschalige wildstroperij in Zuid-Limburg, waarbij vaak met voertuigen over reeds ingezaaide akkers werd gereden.
Een aantal Buitengewoon Opsporings Ambtenaren (Boa), actief in Zuid-Limburg, nam contact op met Team Milieu van de Politie Limburg. Gezamenlijk werden de diverse meldingen geïnventariseerd waaruit bleek dat er bepaalde gebieden vaak werden bezocht door stropers.                              

ONDERZOEK

In overleg met een Officier van Justitie werd een onderzoek opgestart waarbij politie en enkele Boa’s, waaronder de Groene Brigade van de Provincie Limburg, zich actief bezighielden met het inventariseren en onderzoeken van de vele meldingen van vermoedelijke stroperij.  Door inzet van zowel tactische en technische hulpmiddelen werden al snel informatie bekend over degene die zich vermoedelijk bezighield met stroperij, waarbij voornamelijk reeën en hazen werd gedood. Door verder diepgaand onderzoek kon vrij nauwkeurig worden vastgesteld op welke dagen, tijdstippen en locaties de stroper actief was. Dit leidde uiteindelijk tot de aanhouding van de verdachte.

ZOEKINGEN

Als gevolg van de aanhouding heeft de politie, in samenwerking met andere ketenpartners, in de woning van de verdachte een doorzoeking verricht. Bij deze doorzoeking nam de politie een aantal goederen in beslag, zoals een geweer, jachtkleding een auto en vlees van reekalfjes dat in de vriezer lag.

NETWERK

Een ander succes wat door het onderzoeksteam werd geboekt is dat er inzage werd verkregen in het onderliggende netwerk van de stropers. Volgens de politie staan de vele meldingen van stroperij uit Zuid-Limburg, maar ook daarbuiten, vaak in relatie met elkaar. Vaak wordt in georganiseerd verband tijdens nachtelijke uren gestroopt waarbij grote gebieden worden aangedaan.  Hoewel stroperij door de stropers zelf vaak wordt gezien als een ‘uitdagende en spannende hobby’, blijkt ook dat prestige een rol speelt. Er is als het ware een onderling competitie waarbij degene die de beste hond heeft ook meer aanzien heeft, en waarschijnlijk ook vaker zal worden uitgenodigd om deel te nemen aan strooptochten.
De politie neemt meldingen over stroperij uiterst serieus en sluit niet uit dat er in de toekomst nog meerdere onderzoeken zullen volgen.

GRUWELIJKE DOOD VAN DIEREN

Het feit dat het opzettelijk doden of vangen van in het wilde levende (zoog)dieren wordt aangeduid als een misdrijf waar zes jaren gevangenisstraf op staat zegt al voldoende over de ernst van het feit. Naast het plegen van het misdrijf werden de dieren die ten prooi vielen aan de stropers vaak op een gruwelijke wijze gedood. De stropers maakten veelal gebruik van zogenaamde hazewindhonden. Dit betreft een hondensoort die wordt gekenmerkt door een slanke lichaamsbouw, een hoge snelheid en goede wendbaarheid en daardoor uitermate geschikt voor de jacht. Tijdens nachtelijke uren werden de in het wild levende dieren met een felle lamp of andere apparatuur opgespoord, waarna de hazewindhonden uit voertuigen werden gelaten en het wild achtervolgden, vingen en doodden. De vaak uitgeputte dieren (reeën en hazen) hadden geen schijn van kans. Een ander nadelig effect van stroperij is dat de populatie van de betreffende diersoorten wordt aangetast waarbij geen rekening wordt gehouden met menselijk normen. Niet zelden wordt een jong- of pasgeboren dier ook gedood of wordt een drachtig moederdier gedood.

Samen sterk voor het buitengebied

Om de natuur en dieren in het buitengebied te beschermen maken we als overheid samen met andere organisaties een vuist in Samen Sterk in Limburg (SSIL). Doel is om misstanden in het buitengebied van Limburg effectief te kunnen aanpakken. Door middel van preventie, handhaving en opsporing werken de partners van SSIL aan een veilig buitengebied voor mens en natuur. De druk op de natuur neemt steeds meer toe. Oorzaken hiervan zijn onder andere de toename van illegale activiteiten in het buitengebied, zoals (drugs)afvaldumpingen, wildcrossen en stroperij. De handhavingssamenwerking in het buitengebied wordt gevormd door 39 partijen waaronder de Groene Brigade, terrein beherende organisaties en de Limburgse gemeenten. Het signaleren en gezamenlijk acteren in de opsporing maakt dat misstanden en verdachten in het buitengebied kunnen worden aangepakt.
Meer informatie over het toezicht en handhaven in het buitengebied is te vinden op de website www.ssil.nl




Zijn de hazen straks echt het haasje?

Bron: Leeuwarder Courant:   Klaas StapenseaOpinie

 
Hazen

‘Er verdwijnt per dag gemiddeld 8 hectare leefgebied voor de haas.

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil een eind aan de jacht op hazen en konijnen. Het is maar zeer de vraag of dat goed is voor de hazenstand.

Jarenlang was ik honderden uren de haas op het spoor, om op ogenschijnlijk simpele vragen een antwoord te vinden en de cyclische schommelingen in hazenpopulaties te verklaren. Volgens tellingen van de Zoogdiervereniging zouden de aantallen hazen sinds 1950 met circa 60 procent zijn afgenomen.

Landbouwminister Carola Schouten laat onderzoeken of de haas en het konijn van de lijst van vrij bejaagbare wildsoorten geschrapt moeten worden. Daarmee reageert ze op een motie van de Partij voor de Dieren en de SP.

Op de Rode Lijst hebben deze soorten de indicatie ‘gevoelig’. Dit betekent dat het nodig wordt geacht om op deze soorten ‘te letten’. De belangrijkste reden dat de haas dit predicaat draagt is mijns inziens dat de haas in absolute aantallen is afgenomen. Dit is hoofdzakelijk een gevolg van de voortgaande kwantitatieve achteruitgang van het leefgebied. Er verdwijnt per dag gemiddeld 8 hectare leefgebied aan woningbouw, industrie en wegenbouw. Dat is een kleine 3000 hectare per jaar.

Yukon

Maar de dichtheid aan hazen (het aantal hazen per 100 hectare leefgebied) is, voor de meeste landschapstypen, daarentegen de afgelopen periode juist toegenomen.

In het tijdschrift Science wordt door ecologen melding gedaan van een opmerkelijk veldexperiment van hazen in het Yukon-territorium (Canada). Daar werden acht jaar lang gebieden afgezet voor de haas.

In het eerste gebied kregen de hazen extra en gevarieerd voedsel. Het zorgde voor een verdrievoudiging van de populatie in enkele jaren. In het tweede gebied werden roofdieren geweerd: zonder roofwild verdubbelde de hazenpopulatie in een tijdsbestek van enkele jaren.

Paradijs

De meest fortuinlijke hazen kregen een dubbele voorkeursbehandeling: ze kregen veel en gevarieerd voedsel én hadden niet te maken met rovers. Resultaat: elf keer zoveel hazen in enkele jaren tijd. Dit cijfer geeft te denken. Toch konden de ecologen niet verhinderen en verklaren dat na een aantal jaren ook in het ‘paradijs’ een dip in het aantal hazen optrad.

Uit mijn eigen onderzoek Ecological and social capacity of hares in different landscape types blijkt echter dat een te hoge dichtheid aan hazen, onder meer door te weinig afschot, ‘nadelig’ is voor een goede hazenstand.

Bij een te hoge stand wordt de sociale draagkracht van een gebied overschreden en treedt door onder meer stress en conditievermindering een sterke afname van de reproductiecapaciteit bij de moerhazen op en een toename van infectieziekten en daardoor een hogere hazensterfte.

De weidelijke jacht op basis van verstandig en duurzaam gebruik is dus niet een oorzaak van de vermeende achteruitgang van de hazenpopulatie. In Nederlands leven circa 600.000 hazen (herfststand) en is de gunstige staat van instandhouding van de soort dus geheel niet in het geding.

Grote pluim

De Nederlandse jagers, qua opleiding in theorie en praktijk het hoogst aangeschreven in Europa, verdienen juist een grote pluim voor hun bijdrage aan een goede en gezonde hazenstand (wildstand). Bij het ontbreken van een redelijke hazenstand draagt de jager er (conform de Wet natuurbescherming) juist zorg voor dat er weer een redelijke hazenstand bereikt wordt. Vooral door het uitvoeren van kleinschalige biotoopverbeteringsmaatregelen in combinatie met het intensief en jaarrond bestrijden van roofwild.

Niemand kan de belangen van de haas dus beter dienen dan iemand met het hart van een jager. Daar dient veel meer aandacht voor te zijn bij politiek en beleid. De grote inzet en betrokkenheid van jagers en wildbeheerders dienen niet gestraft te worden met een contraproductieve maatregel om de haas van de wildlijst te schrappen.

Dat is voor de weidelijke jagers, de ogen en oren in het frije fjild , een dolksteek in de rug en dan is de haas echt het haasje.

Klaas Stapensea is oprichter van Talpa de Witte Mol, gespecialiseerd in mollenbestrijding, faunamanagement en ecologisch advies.




BIJ12 uitgekeerde faunaschade 2020 Nederland en alle provincies

bron: BIJ12, 03/06/2021

Provincies betaalden in 2020 voor 31,6 miljoen uit aan tegemoetkomingen voor faunaschade. Dit is 6 miljoen euro meer dan in 2019. De schade werd voor ruim 90% veroorzaakt door ganzen aan graslanden. In de water- en grasrijke provincies Friesland en Noord-Holland is de schade het grootst, onder meer omdat dit de laatste stop voor ganzen is voordat zij de overtocht maken naar de broedgebieden.

Sommige beschermde diersoorten veroorzaken schade aan landbouwgewassen of vee. Boeren en tuinders kunnen bij de provincie terecht voor een tegemoetkoming in de schade. BIJ12 handelt deze aanvragen namens de provincies af. Voor een tegemoetkoming in faunaschade gelden voorwaarden. Zo moeten boeren aantonen dat ze zelf genoeg gedaan hebben om schade te voorkomen.

De hoogte van uitgekeerde tegemoetkomingen in faunaschade verschilt van jaar tot jaar. Dit kan het gevolg zijn van toe- of afnames van dierpopulaties, maar ook van andere factoren, zoals het weer en het moment waarop schade optreedt. De toename van de schade met 6 miljoen in 2020 wordt voor 1,74 miljoen verklaard door een verhoging van de prijs van het voorjaarsgras met 2 cent per kilo droge stof.

BIJ12 heeft een infographic van de faunaschade in 2020 gemaakt met daarbij een uitsplitsing van de cijfers per provincie. zie hieronder:

Loader Loading...
EAD Logo Taking too long?

Reload Reload document
| Open Open in new tab




“Provincies betaalden in 2020 ruim € 31 miljoen euro aan tegemoetkomingen in faunaschade”

Provincies betaalden in 2020 voor € 31,6 miljoen aan tegemoetkomingen voor faunaschade. Dit is € 6 miljoen meer dan in 2019. De schade werd voor ruim 90% veroorzaakt door ganzen aan graslanden.
Nederland kent veel beschermde diersoorten. Sommige van deze diersoorten veroorzaken schade, bijvoorbeeld aan landbouwgewassen of vee. Agrariërs kunnen bij de provincie terecht voor een tegemoetkoming in de schade. BIJ12 handelt deze aanvragen namens de provincies af. Voor een tegemoetkoming in faunaschade gelden wel voorwaarden. Zo moeten agrariërs aantonen dat ze zelf genoeg gedaan hebben om schade te voorkomen.

Vooral schade door ganzen

In 2020 werd voor bijna 31,6 miljoen euro aan tegemoetkomingen uitbetaald. De meeste faunaschade wordt veroorzaakt aan grasland, veroorzaakt door verschillende ganzensoorten (zie infographic). Vooral in het voorjaar eten ganzen van het verse gras dat net begint te groeien. Veehouders moeten dan vervangend voer voor hun vee bijkopen. Met de tegemoetkoming van de provincie worden ze in deze kosten gecompenseerd. In de water- en grasrijke provincies Fryslân en Noord-Holland is de schade het grootst, onder meer omdat dit de laatste stop voor ganzen is voordat zij de overtocht maken naar de broedgebieden.

Bij BIJ12 gemelde schade

De infographic over 2020 laat het totaal van de tegemoetkomingen in faunaschade zien die door BIJ12 in 2020 is uitgekeerd. Het gaat om schade die heeft plaatsgevonden tussen 1 november 2019 tot 1 november 2020. De infographic laat alleen de schade zien waarvoor een tegemoetkoming is aangevraagd en verleend en niet de totale faunaschade in Nederland.

Verschil in hoogte

De hoogte van uitgekeerde tegemoetkomingen in faunaschade verschilt van jaar tot jaar. Dit kan het gevolg zijn van toe- of afnames van dierpopulaties, maar ook van andere factoren, zoals het weer en het moment waarop schade optreedt. In 2020 nam de faunaschade toe met € 6 miljoen. Een deel van de stijging (€ 1,74 miljoen) werd veroorzaakt door verhoging van de prijs van het voorjaarsgras met 2 cent per kilo.

Onderzoek

De toenemende schade door vooral ganzen aan gras was voor BIJ12 aanleiding om eerder dit jaar een onderzoek te starten naar mogelijke verbeteringen van de taxatiemethodes voor grasschade. Daarnaast heeft de Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade op verzoek van provincies onderzocht welke mogelijkheden er zijn om te komen tot een effectiever ganzenbeleid, zodat er een betere balans komt tussen bescherming van de ganzen enerzijds en schade en overlast anderzijds. Het advies hierover is onlangs aan provincies aangeboden in het rapport ‘Ganzen zonder grenzen’.

De Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade (MARF) een ‘ganzenadvies’ heeft uitgebracht. zie hieronder het volledige rapport, u kunt met de muis de pagina’s omhoog schuiven en ook vergroten.

Loader Loading...
EAD Logo Taking too long?

Reload Reload document
| Open Open in new tab




Wat wil jij leren over de jacht? (Stichting Jachtopleidingen Nederland)

Jagers beschikken over de kennis en vaardigheden om de jacht te kunnen uitoefenen.

Na de basisopleiding leer je veel in de praktijk. Toch is het van belang jouw kennis en vaardigheden bij te houden en uit te breiden.

Misschien heb je zelf behoefte aan een opleiding, training of workshop gericht op bepaalde jachtonderwerpen?

De SJN wil dit graag weten om haar aanbod zo optimaal mogelijk op de behoefte van jagers en jacht-geïnteresseerden af te stemmen en uit te breiden.

Binnenkort ontvang je via een nieuwsbrief van de NOJG, een link naar een online enquête, waarin we jou vragen om jouw mening over – en behoefte aan – opleidingen.

Jouw medewerking wordt zeer op prijs gesteld.

Daar worden jagers beter van!




Evenwichtiger ganzenbeleid noodzakelijk




Vossen besmet met hoog pathogene H5N1 vogelgriep in Groningen

Bij twee vossen die leven in een natuurgebied bij Groningen is het hoog pathogene H5N1 vogelgriep vastgesteld.

Bij twee vossen die leven in een natuurgebied bij Groningen is het hoog pathogene H5N1 vogelgriep vastgesteld. De vossen vertoonden neurologische verschijnselen. Waarschijnlijk zijn de vossen besmet geraakt door het eten van met vogelgriep besmette dode wilde vogels. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR).

Deskundigen achtten het onwaarschijnlijk dat de vossen de infectie naar andere wilde dieren zullen verspreiden. De kans dat een ander wild dier zelf in contact komt met een besmet kadaver van een vogel wordt groter geacht. Ook honden en katten kunnen gevoelig zijn voor vogelgriep. Het advies is om in de provincie Friesland en Groningen, waar momenteel vogelgriep bij wilde vogels wordt gevonden, honden aangelijnd te houden op plekken waar dode vogels liggen.

Het RIVM heeft de genetische code, van het virus dat gevonden is bij vossen, geanalyseerd en komt tot de conclusie dat er geen aanwijzingen zijn dat dit virus makkelijker van dieren naar mensen overgedragen kan worden dan de vogelgriepvirussen die eerder in Nederland gevonden zijn. Er is ook geen reden om aan te nemen dat medicijnen ter voorkoming van vogelgriep, zoals die nu bijvoorbeeld gegeven worden aan mensen die meewerken aan de ruimingen, minder goed zouden werken tegen dit virus. Dat schrijft het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) vrijdag 28 mei ik een Kamerbrief en meldt Wageningen Bioveterinary Research op haar website.




Jacht op haas en konijn dit seizoen toegestaan

bron: Nieuwe oogst

De haas en het konijn zijn in seizoen 2021/2022 nog te bejagen. Landbouwminister Carola Schouten laat echter onderzoeken of deze diersoorten in het jaar erna van de lijst van vrij bejaagbare soorten geschrapt moeten worden. Dat heeft ze de Tweede Kamer laten weten.

Schouten reageert daarmee op een motie van Tweede Kamerlid Frank Wassenberg (Partij voor de Dieren) en het voormalig Kamerlid Frank Futselaar (SP). In een motie verzochten zij de haas en het konijn van deze lijst te halen, omdat de aantallen zijn afgenomen. Volgens de Zoogdiervereniging namen de populaties van deze diersoorten in Nederland sinds 1950 met 60 procent af.

Om deze reden zijn de haas en het konijn opgenomen op de Rode lijst in de categorie ‘gevoelig’ van de Zoogdiervereniging. ‘Dat is een eerste indicatie dat het nodig is om op deze soorten te letten’, schrijft de minister. Volgens haar is de jacht niet de belangrijkste oorzaak van de teruggang van het aantal hazen en konijnen.

De minister maakt zich wel zorgen over deze ontwikkeling en laat daarom nader onderzoek doen naar de instandhouding van de soorten op de wildlijst. Als daaruit blijkt dat de staat van instandhouding van een soort in het geding is, zal de jacht voor deze diersoorten voor seizoen 2022/2023 worden gesloten.




Paul Asselbergs boek met bijdragen van 15 jaar aan ons verenigingsblad Jacht&Beheer

Beste lezer van ons mooie blad Jacht & Beheer ( J&B). 

Het is u natuurlijk al lang bekend, dat 2021 een feestjaar is / wordt voor ‘onze’ NOJG. We zullen daar ongetwijfeld dit najaar nog meer over gaan horen!

Ikzelf heb, naast mijn lidmaatschap van de NOJG, ook nog het voorrecht én het genoegen om voor ons mooie blad pennenvruchten te mogen aanleveren. Ik doe dat intussen al 15 jaar. Mijn eerste stukjes verschenen in het jaar 2006.

In 2009 kreeg ik van de redactie het verzoek of ik, naast het aanleveren van columns of versjes, als liefhebber van taal ook naar teksten van anderen voor Jacht & Beheer zou willen kijken (niet inhoudelijk, maar puur tekstueel).  

Wat een eer! Natuurlijk deed ik dat, en dat doe ik nog steeds graag, samen met onze geweldige secretaresse en duizendpoot Jolande ten Thije.

Ik kom nu terzake.

Uit mijn recente bijdragen voor J&B met de titel Jagen, ’n stuk van m’n leven hebt u wellicht kunnen opmaken, dat ik een nogal ‘bewaarderig’ type ben. Ik bewaar heel veel herinneringen op papier. Dat heb ik ook gedaan met al mijn vele aangeleverde teksten voor J&B.

Ik zeg het eerlijk: toen ik het allemaal weer eens terugzag dacht ik bij mezelf: ‘daar kan ik wel een boek mee vullen’. Dat zou een boek dan van ca. 100 pagina’s kunnen worden met verhaaltjes, versjes en gedichten over jacht, natuur, landbouw o.i.d. en meestal met een knipoog. Geen zware kost dus!

De vraag is natuurlijk: moet ik dat wel doen en zo ja, voor wie? Zouden de leden van de NOJG daar wel belangstelling voor hebben? Dat weet ik niet, dus dat wil ik u nu gaan vragen:

Zou u het leuk vinden om in bezit te komen van een boek zoals hierboven door mij omschreven?

Als de belangstelling groot is, dan durf ik het wel aan om zo’n boek te laten maken: een exclusief boek voor leden en sponsors van de NOJG.

U wilt dan natuurlijk ook weten: wat zou zo’n boek dan kosten, en hoe krijg ik het in bezit?

Om u een idee te geven: een boek, zonder foto’s, en met alleen teksten zal, vooral afhankelijk van de oplage, niet duurder hoeven zijn dan € 10,00 excl. verzendkosten.

Als u belangstelling heeft, dan vraag ik u vriendelijk om mij dat uiterlijk 15 juli a.s. per e-mail te laten weten.  Ik ben u bij voorbaat erkentelijk voor uw reactie.

Afhankelijk van de hoeveelheid reacties zal ik daarna bepalen of het boek er komt, ja dan nee. Maar als het boek er komt, dan is mijn planning om het boek dit najaar te laten verschijnen.  Een leuk kerstcadeautje misschien?

 

Met vriendelijke groeten,

Paul Asselbergs               paul.asselbergs@home.nl




Vogelgriep vastgesteld bij kalkoenbedrijf in Weert

Nieuwsbericht | 21-05-2021 | 21:23

In Weert (provincie Limburg) is bij een kalkoenbedrijf vogelgriep (H5) vastgesteld. Het gaat waarschijnlijk om een hoogpathogene variant van de vogelgriep. In een straal van 1 kilometer rond het bedrijf ligt een leghennenbedrijf. Om verspreiding van het virus te voorkomen, worden het besmette bedrijf en het leghennenbedrijf in de 1 kilometerzone geruimd. Op het besmette bedrijf gaat het om circa 13.000 dieren. Op het bedrijf in de 1 kilometer zone zijn 66.000 leghennen. De ruimingen worden uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

In het gebied van 3 kilometer rond het besmette bedrijf in Weert liggen 7 andere pluimveebedrijven. Deze bedrijven worden bemonsterd en onderzocht op vogelgriep.

Vervoersverbod

In de 10 kilometerzone rondom dit bedrijf liggen daarnaast nog 128 andere pluimveebedrijven. Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft per direct een vervoersverbod voor pluimveebedrijven afgekondigd in deze zone van 10 kilometer rond het bedrijf in Weert. Een vervoersverbod heeft betrekking op pluimvee, eieren, pluimveemest en gebruikt strooisel, maar ook op andere dieren en dierlijke producten afkomstig van bedrijven met commercieel gehouden gevogelte. Een gedeelte van de 10 kilometerzone ligt in België. Voor de daar geldende maatregelen kunt u terecht bij de Belgische autoriteiten (Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen).

Jachtactiviteiten

bij de genomen maatregelen is ook een gedeeltelijk jachtverbod in een gebied van 10 kilometer rondom het getroffen bedrijf (kaart) van kracht. In dit gebied mogen wilde watervogels zoals ganzen niet bejaagd worden. Andere jachtactiviteiten zoals het handhaven nuloptie van de wilde zwijnen en het reewild beheer mogen wel plaatsvinden, mits er geen wilde watervogels worden verstoord.

Maatregelen

Landelijke maatregelen, zoals de ophokplicht voor commercieel gehouden pluimvee, zijn nog altijd van kracht. Voor houders van leghennen, vermeerderingsdieren en vleeskuikens geldt een aangescherpte meldplicht, zij moeten eerder melding maken bij de NVWA van uitval van dieren. Hierdoor kunnen besmettingen met vogelgriep eerder aan het licht komen en wordt het risico op verspreiding kleiner. Ook dierentuinen, kinderboerderijen en eigenaren van hobbyvogels- en kippen zijn verplicht hun pluimvee en watervogels af te schermen zodat deze dieren niet in contact komen met wilde watervogels en hun uitwerpselen. Dit kan bijvoorbeeld door de dieren in een volière te houden of in een ren onder te brengen. Ook is er een verbod ingesteld op het tentoonstellen van sierpluimvee en watervogels.

Documenten

 



Vlaanderen gaat wildredders 100% subsidieren

Bron: www.hunting.be

Voor het voorkomen van dierlijke maaislachtoffers worden vaak ‘wildredders’ ingezet. In het kader van de Vlaamse steun voor niet-productieve investeringen zullen deze voortaan voor de volle 100 % worden gesubsidieerd.

Eerder bleek uit een antwoord van Vlaams minister Zuhal Demir (N-VA) aan Vlaams parlementslid Sofie Joosen (N-VA) dat verdere sensibilisering van landbouwers zeker kan bijdragen aan het verminderen van het aantal slachtoffers bij het maaien. Hiervoor worden vaak ‘wilredders’ ingezet.

Er was intussen ook een overleg tussen het Agentschap Natuur en Bos en het Departement Landbouw & Visserij. Beide administraties gaan na welke sensibiliserende initiatieven op Vlaams niveau kunnen worden genomen. “Met de subsidiemaatregel ‘steun voor niet-productieve investeringen’ voorzie ik dat wildredders aan 100 % worden gesubsidieerd”, antwoordt Vlaams landbouwminister Hilde Crevits.

Akkervogels en grauwe kiekendief

Bij de opmaak en de implementatie van de soortenbeschermingsplannen ‘Akkervogels’ en ‘Grauwe Kiekendief’ is al op constructieve manier overlegd tussen de beide administraties en de belanghebbenden. “Dit resulteerde onder andere in verschillende voorstellen van optimalisatie, omkadering van en advisering aan landbouwers, aangepaste landbouwtechnieken waaronder maaimethodes, gebruik van wildredders en het testen van het gebruik van drones. Een aantal van deze voorstellen zijn al verder uitgewerkt: zo werd het faunavriendelijk maaien opgenomen in de ‘module Rundvee, grasland en andere voedergewassen’ van de praktijkgids Landbouw en Natuur.”

De landbouwers worden eveneens door de sectororganisaties en de praktijkcentra gesensibiliseerd. Zo nam Inagro in het voorjaar van 2020 in de nieuwsbrief een link op naar de maaifolder ‘Maaien zonder slachtoffers doe je zo’ De sectororganisaties hebben samen met de Hooibeekhoeve en de Sint-Hubertusvereniging een folder gemaakt en verspreid rond faunavriendelijk maaien”, besluit minister Hilde Crevits.

Bron : https://www.landbouwleven.be/10689/article/2021-04-20/wildredders-worden-de-toekomst-voor-100-gesubsidieerd?fbclid=IwAR2tpGV1s1HtmMeShRAHHnGaB-CBiF8CxtFylHwqto30V6QmEZDmRRaHco0