• De organisatie voor Jacht, beheer en schadebestrijding.

Column: Trumpiaanse toestanden rond konijn en haas

Bron: website van Agrio

Robert Ellenkamp, redacteur bij Agrio, schreef een column over de ‘Trumpiaanse’ toestanden rondom de nieuwe Rode Lijst.

In de week van de Amerikaanse presidentsverkiezingen presenteerde het Ministerie van LNV de nieuwe Rode lijst van zoogdieren. Konijn en haas zijn nieuw op de lijst en er werd in het onderliggende rapport en het persbericht benadrukt dat het vooral niet goed gaat met zoogdieren in het boerenland. Wie er dieper in duikt ziet vooral Trumpiaanse toestanden om de uitkomst te sturen.

Sinds dit voorjaar ben ik patrijzenteller. Na een introductie-avond over de patrijs en een ochtend patrijzen spotten onder begeleiding van Sovon en Landschapsbeheer Gelderland kreeg ik een eigen telgebied toegewezen. De eerste keer dat ik ging tellen zag ik geen enkele patrijs, maar voerde ik in de app van Sovon wel een steenuil, wat duiven, een wulp en enkele hazen in. Bij de tweede ronde die ik maakte was ik wat meer gefocust op de patrijzen en voerde ik niet alle andere dieren in. U vraagt zich af, waarom is dit relevant voor de plaatsing op de Rode lijst van haas en konijn? Nou, het gaat vooral om dit soort bijvangsten van broedvogeltellers die bepalend zijn voor het beeld van konijnen en hazen in Nederland.

Actuele tellingen

En dat is gek, want er zijn in Nederland wildbeheereenheden die over actuele cijfers beschikken. Sterker nog, de jagers tellen het wild en houden ook cijfers bij over afschot. Die cijfers zijn de basis voor het provinciale faunabeleid, maar worden voor het opstellen van de Rode lijst uitgesloten. De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging klom daarom in de pen om haar kritiek te uitten en vervolgens stelde de Zoogdiervereniging weer een persbericht op om te benoemen dat de kritiek van de jagers ongegrond en slecht onderbouwd was.

Politiek spel

Dat de jagers zo fel reageren komt door het politieke spel dat er wordt gespeeld. De dag nadat de Rode Lijst bekend werd, kwam de Dierenbescherming direct met een 30 pagina’s tellend lobbydocument naar buiten, waarin het verbieden van de jacht op de konijn en de haas een prominente rol speelde. Daar is achter de schermen een één-tweetje gespeeld. En vervolgens pleit een meerderheid in de Tweede Kamer voor een jachtverbod. Dat spel zien we bij landbouwonderwerpen ook vaak. De media doet vervolgens ook nog een duit in het zakje. De woordvoerder van de Zoogdierverenging mag in Trouw zeggen dat de cijfers zijn getoetst door ecologen en het CBS en wordt vervolgens geciteerd met de quote: ‘De jagers twijfelen dus aan hun eigen cijfers.’

Trumpiaans

Ik denk dat de Jagersvereniging een punt heeft. Daar komt ook het Trumpiaans om de hoek kijken. In Amerika frustreerde Trump de posterijen om vertragingen te veroorzaken bij de poststemmen, omdat hij er vanuit gaat dat Biden daar voordeel van heeft. Hij veranderde de spelregels zodat hij meer kans maakt om aan de macht te blijven. Bij de Rode lijst zijn de spelregels ook veranderd. Onder toezicht van het Ministerie van LNV zijn er nieuwe criteria vastgesteld waar data aan moet voldoen, om te kunnen gebruiken als onderbouwing van de Rode Lijst. Volgens de Zoogdiervereniging wordt de juistheid van de data nu beoordeeld door experts, waarbij het CBS verantwoordelijk is voor de borging van de statistische kwaliteit. Het is een mooie volzin, maar daarachter gaat schuil dat je dus anders naar data gaat kijken en dat er dus ook een andere uitkomst kan komen.

Haas is stabiel

Het is één van de redenen waarom de recente data van de wildbeheereenheden niet zijn meegenomen en de tellingen vanuit het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), een verantwoordelijkheid van de Zoogdiervereniging, en de bijvangstwaarnemingen van broedvogeltellers bijvoorbeeld wel. Interessant is daarbij de conclusie die de Zoogdierenvereniging zelf eind 2018 trok uit haar NEM-onderzoek. ‘De afname van de populatie hazen na de start van de tellingen is in Nederland sinds 2003 omgebogen naar een herstel. Over de gehele periode is er landelijk sprake van een stabiele populatie.’

Data uitsluiten

Waarom komen haas en konijn dan wel op de Rode lijst? Omdat de populatie met referentiejaar 1950 volgens de nieuwe methode met meer dan 50 procent is afgenomen. Dat criterium is een nationale keuze, want in het rapport wordt ook een vergelijk gemaakt met de internationale methode en dan blijkt de haas helemaal niet op de Rode lijst terecht te komen. Voor konijn is dat, afgaande op de cijfers van de Zoogdiervereniging zonder cijfers van de jagers, een ander verhaal. De Zoogdierenvereniging verklaart dat de achteruitgang voornamelijk door ziektes komt en een kleine populatie is vervolgens vatbaarder voor predatie. Voor predatie van jonge konijnen wijst de Zoogdierenvereniging vooral naar de huiskat. Hier wordt dus dieper in het rapport niet naar de landbouw gewezen als oorzaak.

Rol CBS

Doordat de Zoogdiervereniging continue schermt met het CBS lijkt deze organisatie ook een toetsing op de data uit te voeren en data van de jagers dus uit te sluiten. Navraag bij het CBS maakt duidelijk dat dat niet het geval is. Zij voeren enkel statistische berekeningen uit op de data die ze van de Zoogdiervereniging krijgen toegestuurd. Het zijn dus enkel de ecologen die de toetsing verzorgen. Daarbij is het goed voorstelbaar dat die wat meer aan de beschermingskant gaan zitten dan aan de kant van de jagers.

1950 olifant in de kamer

Er is dus zeker wel wat af te dingen op de totstandkoming van de Rode Lijst, maar de olifant in de kamer is hier waarschijnlijk het referentiejaar 1950. U weet wel, het jaar met 10 miljoen inwoners in plaats van de huidige 17 miljoen. Het jaar met 2,3 miljoen hectare landbouwgrond in plaats van de huidige 1,8 miljoen hectare. Dat is 22 procent minder leefgebied aan boerenland. Als we alleen dit gegeven al verrekenen met de populatieafname van de konijn en de haas waren ze nooit op de Rode Lijst gekomen. En nog een interessante kanttekening: de Zoogdiervereniging concludeerde bij de presentatie van de vorige Rode Lijst dat voor de meeste soorten pas vanaf 1960 verspreiding- en aantalsontwikkelingen voorhanden zijn.

image_pdfimage_print

Reacties zijn gesloten.