De Afrikaanse varkenspest komt ook naar West-Europa – “professor docter Zygmunt Pejsak”.

In Polen is een dood wild zwijn erger dan een levend exemplaar. Grote kans dat het dier is bezweken aan Afrikaanse varkenspest, aldus professor docter Zygmunt Pejsak.

Zygmunt Pejsak (70) is specialist epidemieën aan het Poolse nationale veterinaire instituut. In 2014 werd hij voor het eerst geconfronteerd met AVP. Nu is hij een autoriteit op dit gebied. 

De boodschap van de Poolse wetenschapper komt op een moment waarop de Europese varkenssector steeds nerveuzer wordt over de groeiende impact van het virus. In 2007 dook het virus voor het eerst op in Europa in Georgië en Azerbeidzjan. Via Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland belandde het in EU-landen. Diverse boerderijen, vaak klein, soms groter, moesten worden geruimd en schoongemaakt.

Voor wie onbekend is met Afrikaanse varkenspest: onderschat het virus niet. Nee, het virus verspreidt zich weliswaar niet snel en voor infectie is fysiek contact nodig, bijvoorbeeld het kauwen op een kadaver van een dood zwijn. Maar áls een zwijn of varken het virus oploopt, is het ten dode opgeschreven. Het dier zal sterven tussen dag 6 en dag 12, als gevolg van onder meer bloeduitstortingen en koorts – waarmee de ziekte nogal lijkt op zijn naamgenoot ‘klassieke varkenspest’.

“Aanvankelijk reageerden we in Polen precies hetzelfde op AVP zoals nu de West-Europese landen doen”, vertelt Pejsak, hoofd van de afdeling varkensziekten bij het Pools Nationaal Veterinair Onderzoeksinstituut. “Het was een exotische ziekte, kwam niet voor in ons deel van de wereld. Niemand had er enige ervaring mee.”

Eerste geval in Polen op 14 februari 2014

Daar kwam verandering in op 14 februari 2014, toen een keuterboer in Oost-Polen een dood wild zwijn opmerkte in het ijs van een beekje, niet ver van de goed beveiligde grens met Wit-Rusland. De boer lichtte de autoriteiten in, die uiteindelijk een kijkje kwamen nemen bij het kadaver van de beer. Monsters toonden aan dat het hier ging om het eerste geval van Afrikaanse varkenspest in de Poolse geschiedenis. Wat volgde was een wervelwind: niet alleen sloeg het nieuws in als een bom, ook landen buiten de EU als Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland sloten onmiddellijk hun grenzen voor varkens en varkensvlees onder het mom van hygiënemaatregelen.

3 dagen later, op 17 februari, dook een 2de geval op, zo’n 15 kilometer zuidwaarts en deze keer zo’n 2 kilometer van de grens. Volgens Pejsak was de locatie bijzonder interessant. Hij zegt: “De meeste wilde zwijnen zijn geen reizigers, ze blijven vaak in een gebied van maximaal 5 à 7 kilometer. Dus we kunnen concluderen dat deze dieren waarschijnlijk niet tot eenzelfde groep zwijnen behoorden. Een direct verband tussen beide vondsten ligt dus niet voor de hand.”

AVP duikt op op plaatsen waar je het niet verwacht

Nog een interessant geval in 2014 dook op op een kleine boerderij met maar een paar varkens en lage bioveiligheid, vertelt Pejsak. Varkens leken te zijn besmet toen zij een verse portie hooi en stro voorgeschoteld kregen dat rechtstreeks van het land kwam. In deze porties moeten 1 of 2 botjes van wilde zwijnen hebben gezeten. Dat kan genoeg zijn om varkens op een boerderij te besmetten.

Wat hij maar wil zeggen: fysieke grenzen hebben het virus niet kunnen tegenhouden. Het duikt op op plaatsen waar je het niet verwacht.

Pools varkensbedrijf getroffen door varkenspest

Op een varkensbedrijf in Ges, 25 kilometer van de grens met Wit-Rusland, in de regio Lubelskie is Afrikaanse varkenspest vastgesteld. Dat maakt de werelddiergezondheidsorganisatie OIE bekend. Van de in totaal 640 dieren zijn er 100 bezweken aan de ziekte, de resterende dieren zijn afgemaakt. Het virus waart al langere tijd volop rond onder wilde zwijnen in de regio.

Controle over Afrikaanse varkenspest

In deze ‘vroege’ jaren leek het alsof Polen het virus kon inkapselen in een bepaald gebied in de oostelijkste provincie Podlaskie. Inderdaad tonen cijfers van die eerste jaren dat de zaak redelijkerwijs onder controle was in vergelijking met later. Tot aan het eerste kwartaal van 2017 bleef het aantal nieuwe gevallen telkens onder de 10 per maand. Sindsdien steeg dat cijfer snel, met 388 bevestigde gevallen in het laatste kwart van 2018 en 511 in alleen al de eerste 50 dagen van 2018.

Deze groei valt ook waar te nemen in de geografische verspreiding. Eind 2017 alsmede begin 2018 verspreidde het virus zich ook tot in noordelijk Polen, dicht bij de grens met Königsberg (een exclave van Rusland). Tevens raakten wilde zwijnen rondom Warschau besmet. Er zijn nu 7 clusters met besmettingshaarden. Langzaam maar zeker kruipt het virus westwaarts, weet Pejsak.

In deze animatievideo is te zien hoe Afrikaanse varkenspest zich heeft verspreid:

 

AVP verspreidt zich 5 kilometer per uur

Hij zegt: “Normaal gesproken verplaatst AVP zich niet bijzonder snel. De ziekte heeft een lage besmettingsgraad maar een hoge pathogeniteit. In andere woorden: het is niet makkelijk voor een varken om geïnfecteerd te raken, maar zodra dat gebeurt, zullen ze sterven. Het is berekend dat het virus zich met circa 5 kilometer per maand verspreidt. Dat betekent dat het een kwestie van jaren is voordat het Duitsland bereikt. Dat kan 3, 4, 5, misschien wel 10 jaar duren. Het gebeurt langzaam maar zeker.”

Dat scenario is van toepassing als je de menselijke factor niet meetelt, voegt Pejsak toe. Als een jager of vrachtwagenchauffeur per slot van rekening een besmet broodje salami uit het raam gooit, kan het virus zich een stuk sneller verspreiden. Pejsak: “In zo’n geval kan AVP er morgen al zijn.”

Mensen vormen het grootste risico

Menselijk handelen vormt het grootste risico op verspreiding van AVP. Het grootste risico vormen medewerkers uit landen waar AVP heerst die besmet vlees meenemen van hun thuisland. Wanneer zij resten hiervan in de natuur achterlaten, raken wilde zwijnen snel besmet wanneer die hiervan eten.

Ook jagers kunnen het virus makkelijk over grote afstand verspreiden als zij onvoldoende hygiënemaatregelen nemen of een jachttrofee meenemen.

Wilde zwijnen staan centraal

De aanwezigheid van een wildezwijnenpopulatie is wat de situatie in Polen in historisch perspectief ongebruikelijk maakt. Pejsak: “Vroeger was het virus aanwezig in Portugal en Spanje, maar daar waren maar relatief weinig wilde zwijnen, de dichtheid was niet groot. Maar in Polen hebben we voor het eerst te maken met de combinatie van AVP-virus met een tamelijk grote wildezwijnenpopulatie.”

En eigenlijk gaat het juist beter dan ooit met wilde zwijnen, vertelt Pejsak, en dat is ondanks de jacht óf Afrikaanse varkenspest.

“Alleen in Polen al is de wildezwijnenpopulatie ongelooflijk gegroeid in de laatste decennia. Een beter klimaat, voldoende voedsel (denk aan agrarische gewassen – met name mais) en een verandering in jachtgewoonten heeft de situatie voor wilde zwijnen er een stuk beter op gemaakt. Zo’n 50 jaar geleden zou een wijfje misschien 1 worp per jaar doen en onder die omstandigheden zou dan 1 big het uiteindelijk redden. Tegenwoordig werpt een wijfje 2 keer per jaar en telkens blijven 3 of 4 biggen in leven”, vertelt Pejsak.

Polen heeft te maken met de combinatie van AVP-virus en een tamelijk grote wildezwijnenpopulatie. 

Jacht enige manier om AVP in te dammen

Intelligente maar ook onbeperkte en intensieve jacht is in Pejsaks optiek de enige manier om het risico en de verspreiding van AVP in te dammen. Hij zegt: “Experts uit de EU hebben lang volgehouden dat jagen geen oplossing vormde tegen de verspreiding van AVP, omdat het besmette dieren zou aanmoedigen om weg te rennen, naar gebieden die nog niet besmet zijn. Wij zijn daarvan afgestapt.”

“Mijn pleidooi zou zijn om intensief en onbeperkt te jagen in een straal van 50 kilometer rondom een besmettingshaard, en dan wel daar waar er nog geen besmetting heeft plaatsgevonden. Daar moeten we de wildezwijnenpopulatie uitdunnen met een factor 20 à 30, om zo het besmettingsrisico zo laag mogelijk te krijgen. Ik wil daarbij benadrukken dat die jacht ook ‘slim’ moet zijn, dat wil zeggen goed georganiseerd en met nadruk op de wijfjes. Een duidelijke coördinatie is essentieel daarbij.”

Besmettingshaard enige uitzondering bij jacht

De enige uitzondering daarbij zou het gebied moeten vormen direct rondom de besmettingshaard. Hij vervolgt: “Als een gebied positief test voor AVP-gevallen, moet je de zwijnen zoveel mogelijk in dat gebied willen houden. Ga je dan onbeperkt schieten, dan leidt het tot een exodus. Om te zorgen dat ze er blijven, moet dat gebied juist worden afgezet met schrikdraad en hekken met geursignalen en moeten de wilde zwijnen daar gevoerd worden.”

“Het belangrijkste bij dit alles is om zoveel mogelijk wilde zwijnen te doden in de gebieden verder weg rondom de besmettingshaard. Zelfs áls er dan een wild zwijn zou ontsnappen uit zo’n gebied, dan nog breekt de keten van besmettingen omdat er geen ander zwijn is om te besmetten.”

Daarnaast, voegt Pejsak toe, is het belangrijk om consequent en adequaat om te gaan met kadavers. Zodra deze worden gevonden, moeten ze worden onderzocht en vervolgens worden vernietigd. Op zo’n manier kan een redelijk beeld ontstaan waar het virus zich zoal bevindt en aan de andere kant wordt zo de kans op besmetting beperkt tot een minimum.

Zorg ervoor dat je je laarzen verwisselt telkens als je een nieuwe stal binnen gaat, is het advies van Pejsak aan varkenshouders om AVP buiten de deur te houden. – Foto: ANP

Advies voor varkenshouders

Begin 2018 wordt het duidelijk dat het uitroeien van het virus, op eenzelfde manier zoals dat ooit met hondsdolheid onder vossen gebeurde, ver weg lijkt. Tenzij er nieuwe methoden worden ontwikkeld, zoals een goed oraal vaccin.

Daarom verwacht Pejsak dat het virus langzaam endemisch zal worden in de Europese wildezwijnenpopulatie – iets wat hij ook ziet bij andere virussen. Op den duur zal een deel van de dieren overleven ondanks een infectie, waarna zich een situatie zal ontvouwen die lijkt op die van wrattenzwijnen in zuidelijk Afrika. Die zijn resistent voor het AVP-virus.

Voor varkensboeren betekent dit dat de varkensstapel vrij gehouden kan worden van AVP, als alle biosecurity-maatregelen dag in, dag uit, maar nauwgezet gevolgd worden. Dat is dan ook de belangrijkste boodschap die Pejsak wil meegeven aan varkensboeren in West-Europa. “Zorg ervoor dat je je laarzen verwisselt telkens als je een nieuwe stal binnen gaat. En voertuigen moeten zoveel mogelijk van het erf blijven. Als ze toch het erf op moeten, neem dan de tijd voor een goede desinfectie. Eventjes gauw 20 seconden desinfecteren is níet genoeg.”

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.