• De organisatie voor Jacht, beheer en schadebestrijding.

Geen varkenspest aanwezig onder andere varkens in noordoosten van Duitsland.

 

Bron: Pigbusiness

De Afrikaanse varkenspest (AVP) is niet aanwezig onder andere varkens en wilde zwijnen in het district Rostock, waar de ziekte vorige week werd vastgesteld op een varkensbedrijf. Dat zei de Duitse minister van Landbouw van de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren, Till Backhaus, maandagmiddag tijdens een persconferentie.

Het afgelopen weekend heeft er een intensieve zoektocht naar wilde zwijnen plaatsgevonden in het district Rostock. Hiervoor werden speurhonden en drones gebruikt. In totaal zijn in of aan de rand van het toezichtsgebied zo’n veertig monsters van wilde zwijnen genomen. Deze zijn onderzocht bij het Staatsbureau voor Landbouw, Voedselveiligheid en Visserij (LALLF). Daarnaast zijn er landelijk de afgelopen week (week 46) zo’n 600 monsters van gedomesticeerde varkens en wilde zwijnen onderzocht in de LALLF. Allemaal testten ze negatief op AVP.

Backhaus meldde verder dat het getroffen vleesvarkensbedrijf met 4.038 dieren vrijdag is geruimd. Zaterdag zijn alle technische installaties gereinigd en ontsmet. Als extra veiligheidsmaatregel is het gebied volledig omheind met een 6,4 km lange elektrische afrastering. Het verantwoordelijke veterinaire en voedselcontrolebureau is nog steeds ter plaatse en houdt de algemene situatie in de gaten.

Op dit moment is de definitieve bron van invoer nog niet bekend. Backhaus: „Wat we nu weten is dat de virusvariant die in dit land is verschenen, overeenkomt met de variant die onder meer voorkomt in Noord-Brandenburg en West-Polen. Het uitgebreide epidemiologische rapport van het Friedrich-Loeffler-Institut is nog in behandeling, maar wordt binnenkort verwacht”, liet de minister weten. Ook wordt nog nagegaan in hoeverre menselijke activiteit verantwoordelijk is voor de introductie van het virus op het varkensbedrijf.

Beperkingen opheffen

De minister liet ook al wat los over het opheffen van de maatregelen: „Als er slechts één selectieve invoer van de ziekteverwekker is en er de komende dagen geen verder AVP-bewijs komt, kunnen alle beperkingen in drie maanden, dat wil zeggen medio februari, worden opgeheven”, was minister Backhaus voorzichtig optimistisch tijdens de persconferentie. Tot die tijd is het volgens hem belangrijk dat de sector waakzaam blijft en alle hygiënemaatregelen nauwgezet naleeft. „We zijn een gemeenschap gebaseerd op solidariteit. De strijd tegen AVP kan alleen slagen als iedereen meedoet. Het gaat tenslotte om niets minder dan het houden van vee in Mecklenburg-Voorpommern”, vatte de minister samen.

Inzetten op jacht

Volgens Backhaus is het belangrijk om de wilde zwijnenpopulatie in het land en vooral in het beperkingsgebied nauwlettend te blijven volgen. Ook heeft de minister een afgelopen vrijdag 19 november een decreet uitgevaardigd om jagers te compenseren voor jacht in de beperkingszones. Omdat jagers het wild moeten afstaan voor onderzoek, betaalt de deelstaat 100 euro voor elk geschoten dier. Alle geschoten zwijnen worden naar centrale opslagruimtes gebracht, waar monsters worden genomen en in aparte in beslag genomen containers worden bewaard. Daarna worden ze veilig afgevoerd.

„Hoe meer monstermateriaal we de komende dagen en weken ontvangen, hoe zekerder we kunnen aannemen dat we te maken hebben met een puntvermelding in Lalendorf en niet met uitbraken in de wilde zwijnenpopulatie. Het is ook belangrijk om te voldoen aan alle bioveiligheidsmaatregelen. Iedereen die bij de jacht betrokken is, moet na de jacht hun kleding, schoenen en, indien nodig, honden desinfecteren. Bijbehorend materiaal wordt op de verzamelplaatsen bewaard’, zegt minister Backhaus.

Tot slot waarschuwt de minister dat bioveiligheidsmaatregelen op varkensbedrijven op het hoogste niveau moeten worden gehouden. Ook varkenshouders moeten volgens Backhaus dringend afzien van reizen naar AVP-gebieden.

Overeenkomst met slachthuizen

Volgens minister Backhaus zijn er negentien varkensbedrijven in de uitsluitingszone en in het observatiegebied, waaronder vijftien kleine bedrijven met minder dan honderd dieren. Het land heeft een richtlijn aangenomen voor deze varkens die tijdens de beperkingsperiode slachtrijp zijn, door het land kunnen worden uitgekocht.

Voor de andere vier bedrijven die meer dan 1.000 varkens hebben, is de staat met de drie slachthuizen in Kellinghusen, Perleberg en Weißenfels overeengekomen dat slachtrijpe varkens zonder prijsaftrek kunnen worden geslacht na passend onderzoek en goedkeuring door de verantwoordelijke veterinaire dienst.

Reacties zijn gesloten.