Gemeente Ede -“Jacht is een kwestie van belangen afwegen”

EDE Hoe is de jacht in Ede eigenlijk geregeld? Wie bepaalt op welk dier geschoten mag worden en waarom? Jan Otter, beleidsmedewerker faunabeheer van de gemeente Ede, legt uit hoe dit in zijn werk gaat.

Eigenlijk is het uniek dat we met de gemeente Ede om tafel zitten. Ede is met Apeldoorn en Epe een van de weinige plaatselijke overheden in Nederland met eigen natuur. In de regel zijn de gebieden in bezit van grote landelijke natuurorganisaties. Het Edese bos, Noord- en Zuid-Ginkel en het Roekelse bos zijn van de gemeente; 2.300 hectare van het totale oppervlak van 12.000 hectare bos en natuur binnen de gemeentegrenzen. En ja, op het gemeentelijke terrein wordt er gejaagd.

MAATWERK Dit jachtseizoen (tussen juli en februari) moeten er zo’n negentig wilde zwijnen en dertig edelherten worden afgeschoten. ,,Dat is echt veel”, zegt Otter. ,,Zelfs voor de doorgewinterde jager geen pretje.” De gemeente werkt met een groep van tien jagers die alleen een contract hebben. Faunabeheerder Otter benadrukt dat de keuze voor het afschot een afweging is van diverse belangen.

Wethouder Willemien Vreugdenhil is verantwoordelijk portefeuillehouder en sluit zich aan bij de uiteenzetting van de faunabeheerder. In de eerste plaats werkt het zo dat de gemeente, net als de natuurorganisaties, uitvoerder is van het faunabeheerplan van de provincie Gelderland. Want de provincie bepaalt op basis van meerdere tellingen van de dieren in combinatie met het te verwachten voedselaanbod, de hoogte van het afschot van grofwild. Dit aantal wordt jaarlijks bepaald. ,,Wildbeheer is maatwerk”, stelt Otter. De input voor dit plan komt uit het veld: jagers, natuurbeheerders en terreineigenaren geven hun bevindingen. De gewenste aantallen grofwild worden vervolgens gebaseerd op de zogeheten natuurlijke draagkracht van het gebied; hoe voedselrijk is het en hoeveel rustplekken zijn er.

AANVALLEN Hier staat de mens dus als beleidsbepaler aan het hoofd van de natuur? Otter bevestigt deze conclusie volmondig maar wijst op de neveneffecten van het ‘de natuur zijn gang laten gaan’. ,,We hebben dit in 2003 gezien. De populatie wilde zwijnen was een tijd op zijn beloop gelaten. Dat jaar was er te weinig voedsel. We hebben toen heel veel van honger creperende dieren uit hun lijden moeten verlossen. Daarbij kwamen de dieren de bewoonde wereld in. Langs de Raadhuisstraat en bij het gemeentehuis liepen ze zelfs. Accepteer je dat? Het zijn gevaarlijke dieren, die zeker als ze biggen hebben, mensen kunnen aanvallen.”

Wat betref edelherten geldt het verhaal van de overlast niet, aldus Otter. De edelherten hebben vooral een groot rustgebied nodig en kunnen op drift raken door te veel verstoringen. Dan gaan ze bijvoorbeeld grote wegen oversteken. Ze komen we direct op een ander neveneffect: toename van het aantal aanrijdingen met wild. Dit jaar alleen al waren er honderd aanrijdingen in Ede, waarvan tachtig met wilde zwijnen. ,,Een aanrijding met een wild zwijn levert zeker forse schade op aan de auto, met een edelhert kunnen er zelfs slachtoffers vallen.”

VEILIGHEID Otter stelt dat de populatie grofwild (edelherten, wilde zwijnen en reeën) de laatste jaren toeneemt door natuurlijker bosbeheer. Maar ook de klimaatveranderingen zorgen voor meer voedsel in de vorm van eikels en beukennoten. Reeën worden in de gemeentelijke natuurgebieden niet bejaagd, op een incidenteel geval van een ziek dier na.

Zelf staat Otter op het standpunt dat het beter is niet de maximale grens van het toelaatbare wild in een gebied op te zoeken. ,,Dan voorkom je problemen zoals in de Amsterdamse Waterleidingduinen waar in een keer hele grote aantallen moesten worden afgeschoten.” Ook een belang is de recreërende burger, die in het bos wild wil zien. Op bepaalde plekken zijn daarom jachtvrije zones, zoals rond de Mossel. Jagen gebeurt meestal in de avonduren en ’s ochtends vroeg. ,,In verband met de veiligheid zullen er geen mensen in de buurt zijn, maar we kunnen niet voorkomen dat iemand ziet dat een dier wordt weggevoerd uit het bos.”

BLOEDSPOOR Het bloedspoor op het fietspad, waarover Edenaar Michael de Vries in de zomer berichtte, ‘dat was een stommiteit’, erkent Otter. ,,Daarvoor is de betreffende jager ook terechtgewezen. En voortaan wordt er een zeiltje over gedaan.” Maar waar burgers vragen hebben over de jacht, wethouder Vreugdenhil is van harte bereid hier open en eerlijk over te praten.

Van schot tot bord.

Niets ligt meer onder vuur dan de jacht. Van half oktober tot ongeveer half februari is het meeste wild vogelvrij. In Ede wordt op zeer uitgebreide schaal gejaagd en ieder jaar wakkert de discussie weer aan. Sentiment of noodzaak? Ede Stad publiceert de komende weken een aantal verhalen over de jacht. Voor- en tegenstanders komen aan het woord.

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk