Hazenjacht in Groningen, Utrecht en Limburg blijft voorlopig gesloten

De jacht op hazen in Groningen, Utrecht en Limburg blijft voorlopig gesloten. Minister Jaimi van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ziet op dit moment geen aanleiding om de jacht in deze drie provincies opnieuw open te stellen. Het besluit maakt deel uit van een bredere herziening van het Nederlandse jacht- en faunabeleid.

Binnen die herziening wordt niet alleen gekeken naar de mogelijkheden voor de jacht op hazen, maar ook naar de bredere manier waarop in Nederland met wildsoorten wordt omgegaan. Daarbij spelen de rol van provincies, grondgebruikers, terreinbeheerders en jagers een belangrijke rol. De discussie gaat onder meer over de vraag hoe populaties het beste kunnen worden gemonitord en wanneer ingrijpen noodzakelijk of wenselijk is.

Jagers pleiten opnieuw voor heropening

De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer hebben op 23 september opnieuw bij minister Van Essen aangedrongen op een heropening van de hazenjacht in Groningen, Utrecht en Limburg.

Volgens beide organisaties geven recente gegevens een ander beeld van de ontwikkeling van de hazenpopulatie dan de informatie waarop de eerdere sluiting van de jacht is gebaseerd. De organisaties vinden daarom dat opnieuw naar de beschikbare cijfers en telgegevens moet worden gekeken.

Een belangrijk onderdeel van hun argumentatie is het onderzoek naar de wildvoorjaarstellingen van de verschillende wildbeheereenheden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft deze gegevens onderzocht en het gebruikte telprotocol gevalideerd. De resultaten zijn vervolgens vergeleken met gegevens uit het Meetnet Dagactieve Zoogdieren.

Volgens de Jagersvereniging laten de trends uit beide meetmethoden, wanneer er sprake is van voldoende teldekking en een representatieve meetlocatie, doorgaans een vergelijkbare ontwikkeling zien. De vereniging ziet hierin aanleiding om de waarde van de tellingen door wildbeheereenheden opnieuw te beoordelen.

‘Jagers tellen al jarenlang wat er in hun velden leeft. Die informatie kan niet langer terzijde worden geschoven.’

Laurens Hoedemaker, directeur van de Jagersvereniging en dierenarts, noemt het onderzoek van belang voor de discussie over de betrouwbaarheid van de tellingen.

Volgens de Jagersvereniging is daarmee een belangrijk bezwaar tegen het gebruik van de tellingen van wildbeheereenheden weggenomen. De organisatie stelt dat deze gegevens een waardevolle aanvulling kunnen vormen op andere manieren waarop de ontwikkeling van de hazenstand wordt gevolgd.

Naast de discussie over de tellingen wijst de Jagersvereniging op een andere ontwikkeling die volgens de organisatie moet worden meegenomen in het beleid: de verspreiding van hazenmyxomatose.

Sinds 2024 wordt in Nederland een nieuwe variant van het myxomatosevirus aangetroffen bij Europese hazen. Het gaat om het zogenoemde ha-MYXV-virus. De ziekte kan ernstig verlopen. Besmette dieren kunnen onder meer last krijgen van gezwollen oogleden, zwellingen aan de kop en verschillende huidafwijkingen.

Volgens de door de Jagersvereniging aangeleverde informatie heeft het virus de afgelopen twee jaar op meerdere plaatsen in Nederland geleid tot sterfte onder hazen. Vanwege de ontwikkeling rond de ziekte heeft het Dutch Wildlife Health Centre de haas in 2026 aangewezen als speerpuntsoort voor onderzoek.

De Jagersvereniging vindt dat deze ontwikkeling aanleiding geeft om de hazenpopulatie intensief te blijven volgen. Hoedemaker benadrukt dat het volgens hem niet vanzelfsprekend is dat het volledig achterwege laten van beheer de beste bescherming voor de soort oplevert.

‘Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar niets doen is niet automatisch het beste voor de haas. Wanneer aantallen lokaal sterk oplopen, kan een besmettelijke ziekte enorme gevolgen hebben.’

Myxomatose kan onder meer worden verspreid door bijtende insecten, zoals vlooien en muggen. Ook direct contact tussen dieren kan een rol spelen bij de verspreiding van het virus. Hierdoor kan een ziekte zich binnen een lokale populatie relatief snel verspreiden.

De Jagersvereniging stelt daarom dat het belangrijk is om de omvang en ontwikkeling van hazenpopulaties goed te blijven monitoren. Wanneer zich lokaal grote concentraties hazen bevinden en tegelijkertijd een besmettelijke ziekte voorkomt, zou volgens de organisatie moeten kunnen worden bekeken of aanvullend beheer noodzakelijk is.

Daarmee raakt de discussie over de hazenjacht aan een bredere vraag binnen het Nederlandse natuur- en faunabeleid: welke rol moet actief populatiebeheer spelen bij de bescherming en instandhouding van wildsoorten?

De minister kiest er vooralsnog voor om de bestaande sluiting in Groningen, Utrecht en Limburg te handhaven. Een definitief besluit over de toekomst van de hazenjacht wordt meegenomen in de bredere herziening van het Nederlandse stelsel voor jacht en faunabeheer.

Daarmee blijft de jacht op hazen in de drie provincies voorlopig gesloten. De uitkomsten van de bredere beleidsherziening zullen moeten uitwijzen of daar in de toekomst verandering in komt.