Instructie wildbeheereenheden voor vervoer geschoten wild buiten beperkingszones

Algemeen

Deze instructie geldt voor vervoer van geschoten wild buiten officiële beperkingszones (bijv. vogelgriep).
Naast deze instructie blijven wet- en regelgeving over jacht, voedselveiligheid en dierziekten onverkort van toepassing.

Direct na het schot

  • Wild zo snel mogelijk uit de vangbedding halen en beschermen tegen besmetting (bodemvuil, mest, uitlaatgassen, huisdieren).
  • Wild zo nodig in het veld uit de huid zetten/uitslaan volgens geldende wildhygiëneregels.
  • Vermijd onnodig slepen; gebruik waar mogelijk wilddrager of kar.

Hygiënisch vervoer

  • Vervoer wild in een schone kist, bak of aan haken; karkassen niet stapelen als dat lekkage kan geven.
  • Voorkom dat bloed of andere vloeistoffen op andere karkassen, materiaal of voertuigonderdelen lekt (bijv. door opvangbak, folie of lekdichte bakken).
  • Reinig voertuig, bakken en hulpmiddelen na gebruik; bij zichtbare verontreiniging ook desinfecteren.

Koeling en tijdsduur

  • Breng wild zo snel mogelijk (bij voorkeur binnen enkele uren) naar een koele ruimte of koeling.
  • Streef naar een kerntemperatuur van maximaal ca. 7 °C voor grofwild en zorg dat koeling continu is.
  • Laat wild niet onnodig lang in warme voertuigen of in direct zonlicht liggen.

Eigen gebruik versus afnemers

  • Voor eigen gebruik mag de jager het wild zelf naar huis vervoeren, mits voldaan wordt aan bovenstaande hygiëne‑ en koelvoorschriften.
  • Bij levering aan poelier, restaurant of wildbewerkingsinrichting gelden de strengste eisen: tijdige koeling, correcte documenten en, indien van toepassing, onderzoek (bijv. trichinen bij wild zwijn).

  • Indien wild (gedeeltelijk) is uitgeweid, zorgt de jager dat de vereiste wildhygiëneverklaringen of verklaringen van eerste onderzoek worden ingevuld.
  • Afwijkingen (ziekte, afwijkend gedrag, zichtbare veranderingen aan organen of karkas) worden op de verklaring vermeld en het stuk gaat uitsluitend naar een erkende wildbewerkingsinrichting.
  • De WBE stimuleert dat bij elk grofwildstuk een gekwalificeerd persoon betrokken is.

Documenten en gekwalificeerd persoon

Bijzondere soorten (o.a. wild zwijn)

  • Bij wild zwijn worden altijd de geldende onderzoeksverplichtingen (zoals trichineonderzoek) gevolgd voordat het vlees verder wordt verplaatst of gebruikt.
  • Zolang geen negatieve uitslag beschikbaar is, blijft het vlees onder verantwoordelijkheid van de jager/verzamelplaats en verlaat het de keten niet.

Meldingen en afwijkingen

Bij meerdere zieke of dood aangetroffen dieren in een gebied neemt de jager contact op met de daarvoor aangewezen instanties (WBE‑bestuur, provincie, NVWA‑meldpunt of faunabeheereenheid, afhankelijk van soort/omstandigheden). Bij twijfel over geschiktheid voor consumptie kiest de WBE het zekere voor het onzekere: geen gebruik als levensmiddel, maar afvoer als dierlijk bijproduct via een daartoe geschikte route.

Verantwoordelijkheid en handhaving

  • Iedere jager is zelf verantwoordelijk voor naleving van wet‑ en regelgeving en deze WBE‑instructie.
  • Het WBE‑bestuur kan bij herhaaldelijke of ernstige overtredingen passende maatregelen nemen conform statuten en huishoudelijk reglement.

Bronnen: