Interview met Erik Koffeman Faunabeheereenheid Gelderland

Tekst: Reinier Broeks | Foto’s: Erik Koffeman

Schade altijd melden

“Er wordt veel gepiept maar weinig gemeld.” Erik Koffeman, secretaris van de Faunabeheereenheid (FBE) Gelderland, doelt op het melden van faunaschade door boeren. “Wil je dat er aandacht komt voor het probleem, dan moet je als boer iedere keer schade melden. De aanpak van de rustgebieden voor ganzen in de winter in Gelderland onderstreepte dit. Ineens hadden we 1.400 schadedossiers goed voor 1,9 miljoen euro. Ja, er is inderdaad per dossier een behandelbedrag van € 300 en een eigenrisico van € 250; maal 1.400 dossiers is dat € 770.000. Maar dan blijft er toch nog 1,2 miljoen over om uit te keren.” Het is volgens Koffeman aan de WBE’s om hun jagers enthousiast te maken om de boer aan te sporen de schade te melden.

Behandelbedrag

Koffeman: “Er moet meer afstemming komen tussen jagers en grondgebruikers. Als de jager een paar keer per week het perceel in gaat en de boer plaatst wat vlaggen, dan voldoet hij al voor 90% aan de voorwaarde voor de ontheffing. Reden te meer voor de jager om contact te zoeken met de grondgebruiker. Want dat kan in de praktijk veel beter. Vroeger gingen jachthouders voor de feestdagen nog even bij de boer langs met een haas of een fles jenever. Een mooi moment voor contact. Helaas een traditie die steeds minder voorkomt.” “Op korte termijn wordt in Gelderland waarschijnlijk een statiegeldregeling ingevoerd. Als agrariërs een terechte claim indienen dan kunnen zij recht hebben op teruggave van hun behandelbedrag. Provinciale Staten hebben zich positief uitgesproken, maar het plan wordt nog uitgewerkt.” aldus Koffeman.

De FBE

“In 1998, aan de vooravond van de Flora en Faunawet, werden de FBE’s in de wandelgangen al genoemd maar er was nog geen structuur voor bedacht. De FBE is een particulier initiatief met als geestelijk vader Gerard Alferink, destijds directeur van de KNJV. De gedachte was dat wanneer jagers en Natuurmonumenten samen aan tafel kunnen zitten, dan hebben we maatschappelijk in ieder geval geen discussie. De praktijk was echter wat complexer. Alferink bracht in 2002 de benodigde partijen bij elkaar om de FBE te vormen; destijds nog een samenwerkingsverband van jachthouders. Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Provinciale Landschappen, NOJG, KNJV, Federatie Particulier Grondbezit en LTO. Met de komst van de Wet natuurbescherming in 2017 zijn daar maatschappelijke organisaties aan toegevoegd zoals de Dierenbescherming, milieufederaties en agrarische natuurverenigingen. In Gelderland zit de Dierenbescherming in het bestuur. Daarnaast heeft de FBE Gelderland nog meer leden: gemeenten zoals Apeldoorn en Ede vanwege veel bos en Rijksvastgoed vanwege defensieterreinen. Kroondomein het Loo ligt dan wel in Gelderland maar is een eigen FBE. Zij hangt voor haar toestemmingen rechtstreeks onder de Minister.”

Wet natuurbescherming

Koffeman was ruim dertien jaar secretaris van de FBE Noord-Brabant. In november 2016 kwam hij naar Gelderland. Niet alleen zijn werkomgeving veranderde, hij kreeg ook te maken met de Wet natuurbescherming die per 1 januari 2017 in werking trad. “Met deze nieuwe wet is er voor de gemiddelde jager helemaal niets veranderd. Als je tenminste deed wat jij eigenlijk altijd al had moeten doen: lid zijn van een WBE, meewerken aan tellingen en melden wat je dood hebt geschoten.” Wat vroeger vrijwillig was, is nu verplicht. Koffeman vindt dat prima. “We hebben in Nederland nou eenmaal veel van bovenaf geregeld. Je kunt wel terug in de tijd willen maar dat gaat hem echt niet worden. Pas je aan of stop; een andere keuze is er niet. Jagers moeten zich bewust zijn van hun een bijzondere positie: met een vuurwapen door Nederland reizen en met wettelijke toestemming een inheemse beschermde diersoort mogen doden. Heel normaal dat jagers zich daarover verantwoorden naar de maatschappij.”

Kerntaak FBE

De FBE houdt zich bezig met het planmatig coördineren van jacht, beheer en schadebestrijding. Dat is haar kerntaak. Alle activiteiten zijn gericht op het voorkomen van schade, het bestrijden van schade en het beheer van soorten. Koffeman over de verantwoordelijkheden: “De Provincie neemt een bestuursrechtelijk besluit dat een ontheffing oplevert. Die ontheffing zetten faunabeheereenheden door naar de jachthouder of andere uitvoerder; dat is een privaatrechtelijke overeenkomst. Heeft een beheerder een populatiedoelstelling, dan krijgt hij toestemming om een aantal beesten te schieten. Door te tekenen verplicht hij zichzelf dat uit te voeren. Beheerders die hun afschot niet halen, komen feitelijk privaatrechtelijk hun afspraken niet na.”

Natuurvisie

“De basis voor een ontheffing is het Faunabeheerplan, het FBP. Het bestuur van de FBE stelt het FBP vast en biedt dat ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten aan. Op basis van die goedkeuring worden de ontheffingen verleend.” De Provincie heeft volgens Koffeman de belangrijkste rol: “De Provincie stelt de kaders waaraan het FBP moet voldoen. De eisen voor de faunabeheerplannen, de WBE’s, de middelen en de samenstelling van het FBE-bestuur, dat staat allemaal in de provinciale verordening. Daarnaast heeft de Provincie een faunabeleid dat is vastgelegd in de natuurvisie. Bijvoorbeeld over edelherten, die hebben een belangrijke ecologische rol. Het leefgebied is beperkt tot de Veluwe, want in Rivierenland zijn ze ongewenst. Op basis van deze visie kan een beheerplan ontwikkeld worden.”

Verlenging afschotperiode reeën

Van de verlening van het afschotseizoen van reeën is Koffeman persoonlijk geen voorstander. In Gelderland is de afschotperiode voor reebokken van 1 april tot en met 30 september en voor reegeiten en -kalveren van 1 september tot en met 31 maart. De afschotperiode voor bokken is naar voren gehaald, omdat er veel jaarlingen moeten worden geschoten. Koffeman hierover: “Schiet in januari je bokkalveren, want dat zijn de jaarlingen van mei. De statistieken laten namelijk zien dat er in mei nagenoeg geen jaarling wordt geschoten. ‘We gaan smalreeën schieten in juli, want dan kun je ze zo goed aanspreken.’ Nou, wederom blijkt uit de cijfers dat er weinig geschoten wordt. In Brabant hadden we de klassieke periode van 1 mei t/m 15 september voor de bokken en 1 januari t/m 15 maart voor de geiten. Brabant en Gelderland zijn qua reeënaantallen vergelijkbare provincies. Brabant had 3.580 stuks voor afschot vrijgegeven en Gelderland 3.522 stuks. Een verschil van 58 stuks. Onderaan de streep scheelde realiseerde beide FBE’s 82% van hun afschot! Dus verlenging van de periode heeft weinig effect. Misschien zit het wel bij jagers tussen de oren. Want hoe lang je de periode ook maakt, in de laatste weken wordt 30% van de populatie geschoten.”

Meldkamer

Faunabeheer blijft bestaan, dat is niet meer weg te denken. Jagers moeten dus met hun tijd meegaan; zich blijven ontwikkelen. Koffeman: “Zorg dat je registratie op orde is. Meld wat je doodschiet. Zoals ik al eerder zei: de waarheid is goed genoeg en dat roep ik al bijna 15 jaar. Doe mee met tellingen. Als je de zaken goed op papier hebt staan, dan sneuvelt er geen ontheffing meer. Als je ziet hoeveel ontheffingen voor reeënafschot de laatste jaren onder spanning stonden. Dat kwam doordat informatie niet goed was verwerkt. De discussie in Drenthe: er zijn 400 aanrijdingen per jaar. ‘Hoe weet je dat?’ ‘Ja, dat weten we.’ ‘Laat eens zien, waar zijn die gegevens dan?’ ‘Ja, die hebben we niet’. ‘Hoe weet je dan dat het er 400 zijn?’ Daarom moet jagers wildaanrijdingen niet zelf afhandelen, maar alleen via de meldkamer van de politie. Via de meldkamer wordt een melding formeel vastgelegd, daar heeft niemand twijfel aan. Daarnaast zie je nog te vaak zaken fout gaan door onvolledige registratie. Het zijn de jagers die het uitvoeren, omdat ze de kennis en de kunde hebben, maar dan wel in opdracht van de politie. In het kader van verkeersveiligheid en dierenwelzijn.”

Tot slot hoopt Koffeman dat jagers en de wildbeheereenheden zich in de komende jaren blijven ontwikkelen. “Stem geregeld af met je grondgebruikers en -eigenaren. Betrek ze bij je aanpak binnen de WBE. Betrek ze zelfs in je bestuur, maak ze medeverantwoordelijk. Faunabeheer is onontkoombaar, maar het moet wel breed worden gedragen. Pas dan kunnen we invulling geven aan onze maatschappelijke taak.”

 

PS: In de onlangs verschenen  februari uitgave van Jacht & Beheer blijkt niet de gewijzigde versie m.b.t. de afschotcijfers te zijn opgenomen. Hiervoor onze excuses.

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk