Voorwaarden jachtaktehouder bij gebruik geweer.

Wat moet je als jachtaktehouder indien je met het geweer in het veld bent, bij je hebben en waar moet je op letten;

  1. Je dient een geldige jachtakte te hebben, het is verboden om zonder geldige jachtakte met een geweer te jagen –Artikel 3.28 Wnb -, dit geldt ook voor beheer- of schadebestrijding en je dient dan altijd aan de 40 ha regeling ( art 3.12 besluit Wnb) te voldoen indien je gebruikt maakt van een geweer, dit geldt zowel voor de JHO ’n alsook de toestemmingen grondgebruiker (art 3.15 lid 7 Wnb). De jachtakte dekt tevens de bevoegdheid om een vuurwapen voorhanden te hebben. (Circulaire Wapens en Munitie)
  2. Omdat je ouder bent dan 14 jaar dien je een geldig identiteitsbewijs bij je te hebben (artikel 1 op de identificatieplicht) en direct kunnen tonen, zodat hij direct weet wie u bent.
  3. Rijdt u in een auto dan dient u ook een geldig rijbewijs (artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994) bij u te hebben.
  4. Krijgt u controle in het jachtveld of thuis werk dan altijd volledig mee, doet u dit niet kan dit u aangerekend worden.
  5. De ambtenaar(politie)/Boa/Toezichthouder die u controleert kan inzage vorderen van uw jachtakte (art. 5.16a Awb) om bijvoorbeeld te kunnen controleren of het wapen wat u bij zich heeft, ook vermeld staat op uw jachtakte. Het wil echter niet zeggen dat je jachtakte altijd op de man/vrouw moet hebben, deze kan dus gewoon in uw auto liggen.
  6. In voorkomende gevallen kunnen onnodige problemen worden voorkomen als u, rekening houdend met de voorgaande bevoegdheid, alvast een kopie kunt tonen. Er zijn namelijk situaties denkbaar waarbij u zichzelf “verdachte” maakt als u ter plaatse niet kan aantonen dat u bevoegd een vuurwapen voorhanden heeft. Dat rechtvaardigt een aanhouding op basis van het wetboek van strafvordering; dat na onderzoek zal blijken dat u bevoegd bent, doet aan de rechtmatigheid van een aanhouding (en alle rompslomp) niets af.
  7. Dit geldt echter niet voor de verleende toestemmingen voor het gebruik van een ontheffing, die dient u conform de voorwaarden van de ontheffing bij U te hebben.
  8. Denk ook aan de toestemming grondgebruiker voor uw gasten bij het bestrijden van schade of het voorkomen ervan ook tijdens de normale jachtdagen bijvoorbeeld kraaien, kauwtjes, vos of Canadese gans.
  9. Denk bij het gebruik ontheffing reewild ook aan het reewild merk dat voor het vervoer uit het jachtveld aan het ree bevestigd dient te worden.
  10. Bent u in een rijdende auto naar of van het jachtveld of kleiduivenbaan of wapenhersteller, dan dient het geweer tijdens het vervoer zodanig verpakt te zijn, zodat dit niet voor onmiddellijk gebruik kan worden aangewend. cwm_2018_stcrt-2018-32201
  11. Een uitzondering hiervoor is als u in uw jachtveld bent en een ontheffing heeft voor het gebruik van kunstlicht voor bijvoorbeeld wild zwijn of vos, denk hierbij wel aan de tijdige melding aan de meldkamer van de politie zoals aangegeven in de ontheffingsvoorwaarden.
  12. Beheer en schadebestrijding mag ook vanuit of vanaf een stilstaand voertuig of vanuit een vaartuig dat niet harder gaat dan 5 km per uur, bij de normale jacht mag dit echter niet.
  13. U mag een wapen niet onbeheerd achterlaten in uw voertuig.Dus na bijvoorbeeld na de jacht, de aankoop van munitie of een wapen (of de reparatie ervan), mag u niet onderweg even stoppen bij de supermarkt om even snel een boodschapje te doen. U bent dan dubbel in overtreding, namelijk u laat uw wapen onbeheerd achter. Doet u dit wel en wordt u toevallig gecontroleerd, dan betekent dat in de praktijk dat u uw hele zwikje mag inleveren en uw verlof kwijtraakt.
  14. Het vervoer van het wapen (en/of munitie) moet om te beginnen “via de kortst mogelijke weg”. Dat wil zeggen dat u van huis naar het jachtveld of wapenhandel uw wapen of munitie dient te vervoeren via een zo kort mogelijke route, binnen een zo kortst mogelijke tijd.  Rijdt u om vanwege wegwerkzaamheden of een file, of rijdt u een route die sneller is maar wel langer qua afstand, is er niets aan de hand. U kunt dat als het goed is immers eenvoudig aantonen en “kortste” betekent niet alleen kort qua afstand, maar ook qua tijd.
  15. Hoe dient het wapen en munitie vervoerd dient te worden,  hierover bestaan ook veel misverstanden en niet geheel onterecht. In de Wet Wapens en Munitie (WWM) staat vastgelegd dat u uw wapen en munitie “gescheiden” dient te vervoeren en “niet voorhanden” mag hebben.Vervoer uw munitie in een aparte tas en het wapen in een koffer/foedraal die (ook al is dit geen wettelijke verplichting) bij voorkeur op slot kan. Rijdt u met de auto, vervoer dan het wapen en de munitie in de kofferbak of op de achterbank om wederom ook discussie te voorkomen. Strikt genomen schrijft de wet alleen maar voor dat het wapen niet zichtbaar vervoerd mag worden (dus in een koffer of foedraal), dus mag een wapen op de bijrijdersstoel geplaatst worden maar dat is zeker niet aan te raden. Een doosje (of losse) patronen in uw jaszak of handtas die naast u op de bijrijdersstoel ligt, is in ieder geval een absolute doodzonde. Zelfs al ligt het wapen keurig op slot in de achterbak. D
    it geldt echter niet als bijvoorbeeld gebruik maakt van een ontheffing om vossen of wilde zwijnen te bejagen.
  16. Opslag wapen in wapenkluis en hoe het wapen in de koffer/foedraal vervoerd en opgeslagen dient te worden. U mag het wapen compleet vervoeren (dus bij een grendelgeweer mag de grendel in de actie zitten), zelfs met een leeg magazijn in het wapen. Ditzelfde geldt ook voor de opslag in uw wapenkluis. Het geniet echter wel de voorkeur, ook al is dit geen wettelijke verplichting. Net als bij het vervoer dienen in de wapenkluis het wapen én de munitie apart opgeslagen te worden. Bij opslag geldt echter wel dat het compartiment of munitiekluisje apart van de kluis afgesloten moet kunnen worden. En uiteraard mogen magazijnen geen patronen bevatten, zelfs al liggen deze in een apart munitiekluisje opgeslagen! Heeft u bijvoorbeeld een reserve magazijn, dan hoeft u deze niet in de kluis op te slaan, daar dit volgens de wetgever geen “essentieel wapenonderdeel” betreft. Met andere woorden, u mag uw magazijnen in een koffer bewaren die buiten de kluis staat. Dit geldt dan weer niet voor de grendel of slede van uw wapen, want dit zijn namelijk wél essentiële wapenonderdelen.
  17. Munitie die u bij zich heeft moet voldoen aan de gestelde eisen, zoals het zelfde kaliber als uw wapen dienen te zijn en voor hagelpatronen geldt dat het staal- en zinkhagel munitie dient te zijn niet groter dan 3,5 mm.
  18. Voor herladers en zwartkruit schutters zijn de regels iets anders. Los kruit hoeft u niet in de kluis op te slaan, slaghoedjes daarentegen weer wel. Hulzen voorzien van een slaghoedje en kogelkoppen dient u eveneens in een kluis opslaan, separaat van het wapen, hulzen zonder slaghoedje weer niet. 
  19. De JHO’n en de toestemmingen grondgebruiker hoeft u niet bij zich te hebben maar u moet wel binnen een redelijke afgesproken termijn kunnen aantonen dat u er gerechtigd was om te mogen jagen ( art 3.20  lid 4 buiten gezelschap jachthouder) of in gezelschap jachthouder ( art 3.20 lid 1) dan moet deze dat kunnen aantonen of op basis van de toestemming grondgebruiker (art 3.15 lid 7), waar u dit moet aantonen of als u in gezelschap was van een toestemminghouder grondgebruiker, dan dient hij dit aan te tonen.

Indien de jachthouder of jachtcombinant en/of gastjager in gebreke is gebleven, kan er een proces-verbaal opgemaakt worden, dit kan dan verstrekkende gevolgen hebben zoals de intrekking van de verleende ontheffingen van de Faunabeheereenheid. Dit kan tevens leiden tot intrekking van de jachtakte door en/of namens de Korpschef van de Nationale Politie.

Zie ook: Circulaire Wapens en Munitie 2019

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.