WILD OP DE WEG

Ongeval met wild kopje

Voorkomen van wild aanrijdingen

1. Aanleiding en urgentie

In Nederland staat het voorkomen van wildaanrijdingen nog relatief in de kinderschoenen, zeker in vergelijking met buurlanden zoals Duitsland. Tegelijkertijd neemt het aantal aanrijdingen met wild jaarlijks toe. Dit hangt samen met groeiende populaties van onder meer reeën, wilde zwijnen en dassen, maar ook met toenemende verkeersdrukte en versnippering van leefgebieden. Deze ontwikkeling onderstreept de noodzaak van een samenhangende en effectieve aanpak.

2. De maatschappelijke impact van wildaanrijdingen

Wildaanrijdingen veroorzaken niet alleen dierenleed, maar ook aanzienlijke maatschappelijke kosten. Jaarlijks worden circa 10.000 aanrijdingen met grofwild gemeld, waarbij de werkelijke aantallen vermoedelijk hoger liggen. De gemiddelde materiële schade per incident bedraagt circa € 1.700 tot € 2.500, wat resulteert in een totale jaarlijkse schade van naar schatting € 17 tot € 25 miljoen. Daarnaast leiden deze ongevallen tot inzet van hulpdiensten, administratieve afhandeling, verzekeringsclaims en soms blijvende fysieke en psychische schade bij betrokken weggebruikers.

3. De toegevoegde waarde van de jager

Wildaanrijdingen zijn het resultaat van een complex samenspel van factoren, waaronder het type wild, het leefgebied, migratiepatronen, verstoring, verkeersintensiteit en infrastructurele inrichting. Omdat deze factoren per locatie verschillen, is maatwerk essentieel.
Jagers beschikken over cruciale veldkennis en vervullen een centrale rol bij het in kaart brengen van leefgebieden, wildbewegingen en risicoplekken. Door systematische registratie en analyse van valwildlocaties kunnen knelpunten worden geïdentificeerd en gerichte maatregelen worden ontwikkeld. Jaarlijks besteden jagers per wildbeheereenheid honderden uren aan preventie en het opsporen van gewonde dieren, waarmee zij direct bijdragen aan verkeersveiligheid en dierenwelzijn.

4. Preventie: een samenhangend pakket aan maatregelen.

Effectieve preventie bestaat altijd uit een combinatie van maatregelen die zowel het gedrag van dieren als van weggebruikers beïnvloeden. Het is een misvatting dat preventie per definitie hoge kosten met zich meebrengt; veel maatregelen zijn relatief eenvoudig en kosteneffectief.
Voorbeelden van preventieve maatregelen zijn:

  • het plaatsen van wildkerende rasters en wildroosters;
  • het aanbrengen van wildreflectoren of andere visuele waarschuwingssystemen;
  • het aanpassen van de maximumsnelheid op risicolocaties;
  • het gericht beheren van wildpopulaties in gebieden grenzend aan wegen;
  • duidelijke en tijdige verkeerssignalering.

Aangezien wildaanrijdingen een maatschappelijk probleem vormen, ligt hier een duidelijke verantwoordelijkheid voor overheden. In de praktijk blijkt echter vaak onduidelijk welke gemeentelijke afdeling verantwoordelijk is, waardoor maatregelen uitblijven of versnipperd worden uitgevoerd. Preventieve investeringen moeten worden gezien als structurele besparingen op menselijk leed en financiële schade.

5. Effectiviteit van interventies.

Over de effectiviteit van afzonderlijke maatregelen, zoals wildreflectoren, bestaat wetenschappelijke discussie. Tegelijkertijd tonen praktijkervaringen aan dat combinaties van maatregelen in sommige gevallen leiden tot een reductie van aanrijdingen tot wel 70%. Het uitsluiten van maatregelen op basis van onzekerheid is risicovol.
Zelfs een beperkte reductie is maatschappelijk relevant: een daling van 10% bij 800 aanrijdingen betekent al 80 ongevallen minder, met aanzienlijke besparingen en minder dierenleed tot gevolg.

6. Monitoring, adaptief beheer en samenwerking

Het volledig voorkomen van wildaanrijdingen is niet realistisch, vanwege het onvoorspelbare gedrag van dieren en veranderende omgevingsfactoren. Daarom is het essentieel om maatregelen periodiek te evalueren en waar nodig bij te stellen. Om gewenning te voorkomen, verdienen dynamische of verplaatsbare maatregelen de voorkeur.
Een projectmatige aanpak met een vaste overlegstructuur tussen gemeenten, wegbeheerders, terreinbeheerders, jagers en handhavende instanties bevordert samenhang, betrokkenheid en effectiviteit.


Aansprakelijkheid bij aanrijdingen met wild

7. Verantwoordelijkheid en juridische complexiteit

Bij aanrijdingen met wild is de aansprakelijkheidsvraag complex en zelden eenduidig te beantwoorden. Van belang is onder meer de juridische kwalificatie van het dier (wild of gehouden), de locatie van het incident en de mate van beheer of toezicht. In juridisch onderzoek worden doorgaans drie categorieën onderscheiden:

  • dieren in iemands bezit;
  • dieren die in volledige vrijheid leven;
  • dieren die leven binnen een aanwijsbaar gebied, zoals een natuurgebied met (gedeeltelijke) begrenzing.
  • dieren in iemands bezit;dieren die in volledige vrijheid leven;dieren die leven binnen een aanwijsbaar gebied, zoals een natuurgebied met (gedeeltelijke) begrenzing.

Afhankelijk van de situatie kunnen verschillende vormen van aansprakelijkheid aan de orde zijn, waaronder die van de bezitter van een dier, de wegbeheerder, de terreinbeheerder of de overheid met een beheertaak.

8. Rol van wetgeving en wildbeheer

De Omgevings Wet biedt mogelijkheden voor populatiebeheer en schadebestrijding, mits wordt voldaan aan strikte voorwaarden zoals het behoud van een gunstige staat van instandhouding en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven. Ontheffingen en vergunningen worden verleend binnen duidelijk afgebakende wettelijke kaders en vereisen vaak een vastgesteld faunabeheerplan.
Uit juridisch onderzoek blijkt dat meer duidelijkheid vanuit de overheid wenselijk is, onder andere door een heldere definitie van het begrip ‘wild’ en door het verkennen van een collectieve schadevergoedingsregeling, vergelijkbaar met het Faunafonds.

Praktische informatie voor automobilisten

9. Wat te doen bij een aanrijding met wild

Bij een aanrijding met wild dient de automobilist altijd de politie te informeren (0900‑8844), ook wanneer het dier is doorgelopen. De locatie moet zo nauwkeurig mogelijk worden doorgegeven. De politie schakelt indien nodig een jager of boa in voor opsporing of afhandeling.
Het is strafbaar om door te rijden of zelf achter het dier aan te gaan. Het inschakelen van de dierenambulance gebeurt uitsluitend via de politie.

10. Voorkomen is beter dan genezen

Automobilisten kunnen het risico op een aanrijding verkleinen door hun snelheid aan te passen, met name tijdens schemering en in de nacht. Bij lagere snelheden heeft het dier meer kans om uit te wijken en heeft de bestuurder meer reactietijd. Let daarnaast op wildwaarschuwingsborden, houd honden aangelijnd en wees alert op het oversteken van meerdere dieren tegelijk.