Nieuwe Duitse wet maakt weg vrij voor afschot van wolven

Het Duitse parlement heeft recentelijk een wet aangenomen die het toestaat om op wolven te jagen. Deze beslissing wordt positief ontvangen door landbouwers en jagers, terwijl dierenrechtenorganisaties hun zorgen uiten. Volgens hen zal het bejagen van de wolf het probleem met schade aan vee niet oplossen.

Met de goedkeuring van deze wet door de Bondsdag is het voor Duitse jagers weer toegestaan om wolven te schieten. Het parlement in Berlijn heeft dit besluit eerder deze maand genomen, waardoor de jacht op wolven wordt gelegaliseerd. Tot op heden was het, evenals in Nederland, verboden om op wolven te jagen. Uitsluitend in uitzonderlijke situaties, waarbij een wolf als ongewenst of gevaarlijk werd beschouwd, kon er ontheffing voor het afschot worden verleend. Met deze wetswijziging voorziet de

Bondsdag echter in een structurele verandering.

Volgens de nieuwe regelgeving mogen jagers jaarlijks vanaf 1 juli tot en met 31 oktober op wolven jagen in regio’s met een relatief hoge wolvendichtheid. De Duitse deelstaten zullen beheersplannen moeten opstellen, op basis waarvan quota worden bepaald. Wolven die overlast veroorzaken mogen ook buiten het jachtseizoen worden gedood. De Duitse regering verwacht dat er jaarlijks tussen de 150 en 300 wolven zullen worden afgeschoten.

De minister van Landbouw, Alois Rainer, heeft zich positief uitgelaten over het besluit. Rainer benadrukt dat men moet beseffen dat de wolf geen huisdier is. Volgens hem betekent dierenbescherming tevens het beschermen van landbouwhuisdieren.

In de negentiende eeuw werd de wolf in Duitsland uitgeroeid.

Echter, eind jaren zeventig werd in de Conventie van Bern vastgelegd dat het roofdier streng moest worden beschermd. Sinds het begin van deze eeuw is de wolf, vanuit het oosten, weer teruggekeerd in Duitsland. Officiële cijfers uit eind 2024 geven aan dat er inmiddels minstens 1600 wolven in Duitsland leven.
De herintroductie van de wolf heeft echter ook geleid tot een toename van het aantal aanvallen op vee. In 2025 werden volgens Duitse autoriteiten circa 4300 boerderijdieren, voornamelijk schapen en geiten, gedood door ongeveer 1100 wolvenaanvallen.

De terugkeer van de wolf heeft in Duitsland geleid tot een intensief en gepolariseerd debat. Voor- en tegenstanders van het afschieten van wolven staan lijnrecht tegenover elkaar. Dierenrechtenactivisten suggereren dat jagers de populatie het liefst volledig zouden willen uitroeien, terwijl sommigen op het platteland de bescherming van de wolf afdoen als naïef idealisme van stedelingen. Er zijn zelfs gevallen bekend van bedreigingen aan het adres van natuurbeschermingsorganisaties.

De wetswijziging moet in Duitsland nog worden goedgekeurd door de Bondsraad, de Duitse senaat, maar de kans op afwijzing wordt gering geacht. Het voorstel wordt, naast de regeringspartijen CDU en SPD, ook gesteund door de AfD.




De rechtbank Noord-Holland verklaart het beroep van Stichting De Faunabescherming tegen de goedkeuring van het Faunabeheerplan Wildsoorten 2023‑2029 ongegrond.

De hoofdpunten van deze zaak gaat over de vraag of gedeputeerde staten van Noord-Holland (GS) het Faunabeheerplan Wildsoorten 2023‑2029, dat uitsluitend ziet op de jacht op wilde eend, fazant, houtduif, haas en konijn, rechtmatig hebben goedgekeurd. De Faunabescherming betoogt dat de staat van instandhouding van deze vijf wildsoorten ongunstig is en dat onvoldoende is aangetoond dat er in de jachtperiode sprake is van door deze soorten veroorzaakte schade, zodat GS de goedkeuring had moeten weigeren.

Juridisch kader

Het besluit tot goedkeuring is genomen onder de (toen nog geldende) Wet natuurbescherming (Wnb) en de Omgevingsverordening NH2020; via overgangsrecht van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet blijft dit oude recht van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is. De rechtbank stelt voorop dat een goedgekeurd faunabeheerplan vereist is om de jacht te kunnen uitoefenen, maar dat de minister van LNV (thans: minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) op grond van artikel 3.22 Wnb bepaalt óf en in hoeverre de jacht wordt geopend en de jacht niet opent voor soorten waarvan de staat van instandhouding in het geding is.

Oordeel over de beroepsgrond

De rechtbank verwerpt het standpunt van De Faunabescherming dat GS bij de goedkeuring van een faunabeheerplan nogmaals zelfstandig moet toetsen of de staat van instandhouding van de wildsoorten gunstig is en of voldoende schade in de jachtperiode is aangetoond. Volgens de rechtbank volgt uit artikel 3.20, derde lid, Wnb en overige bepalingen niet dat GS op die gronden de goedkeuring moet onthouden; de toets op de staat van instandhouding ligt bij de minister wanneer deze besluit de jacht al dan niet te openen, en niet bij GS in de fase van goedkeuring van het faunabeheerplan. Ook uit de aangehaalde jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en de Vogelrichtlijn (artikel 7 en 9) volgt volgens de rechtbank geen verplichting voor GS om bij de goedkeuring de jacht op deze gronden te blokkeren. De rechtbank benadrukt dat de jachthouder, niet GS, norm adressaat is van artikel 3.20, derde lid, Wnb en verantwoordelijk is voor het handhaven van een redelijke wildstand en het voorkomen van schade binnen zijn jachtveld.

Gevolgen: faunabeheerplan blijft in stand

Omdat de aangevoerde ongunstige staat van instandhouding en het gestelde ontbreken van voldoende schade geen weigeringsgrond vormen voor de goedkeuring, concludeert de rechtbank dat het faunabeheerplan voldoet aan de inhoudelijke eisen van de Wnb en de Omgevingsverordening NH2020. Het beroep van De Faunabescherming wordt daarom ongegrond verklaard en de goedkeuring van het Faunabeheerplan Wildsoorten 2023‑2029 blijft in stand.

Kort gezegd

De provincies hoeven bij de goedkeuring van een faunabeheerplan voor de jacht níet zelf opnieuw te toetsen of de staat van instandhouding gunstig is of of er genoeg schade is aangetoond; dat ligt bij de minister bij het openen van de jacht.

Rol provincies bij goedkeuring

– De rechtbank zegt expliciet dat uit artikel 3.20 Wnb (en andere Wnb‑bepalingen) niet volgt dat GS bij de goedkeuring nogmaals de staat van instandhouding van de wildsoorten moeten beoordelen.
– Ook mogen GS de goedkeuring niet weigeren enkel omdat volgens een derde (zoals FBP) onvoldoende is aangetoond dat er in de jachtperiode schade is door wildsoorten.

Rol minister versus GS

– De minister (nu LNV/LVVN) beslist op grond van artikel 3.22 Wnb óf de jacht op een soort wordt geopend en mag die jacht niet openen als de staat van instandhouding in het geding is; die toets voert de minister “telkens” uit.
– Het faunabeheerplan is vervolgens een voorwaarde om de jacht feitelijk te kunnen uitoefenen, maar goedkeuring daarvan is niet het moment om de gunstige/ongunstige staat van instandhouding nogmaals te beoordelen.

Praktisch gevolg voor provinciale faunabeheerplannen

– Bij plannen die (uitsluitend) zien op jacht: GS toetsen of het plan voldoet aan de wettelijke en verordeningseisen (inhoud, monitoring, gegevens over populaties, afschot, schade‑indicatie), maar niet of de populaties zó slecht zijn dat jacht nooit zou mogen of dat schade onvoldoende is aangetoond.
– Bezwaar- en beroepsgronden die uitsluitend betogen dat de staat van instandhouding van wildsoorten ongunstig is of dat schade onvoldoende onderbouwd is, zijn volgens deze uitspraak in beginsel géén geldige reden om de provinciale goedkeuring van het faunabeheerplan te vernietigen.

Betekenis in de praktijk

– Voor provincies biedt de uitspraak steun om faunabeheerplannen voor wildsoorten te blijven goedkeuren zolang de plannen inhoudelijk aan de (oude) Wnb en provinciale verordening voldoen.
– De discussie over “mag er überhaupt jacht zijn gezien de staat van instandhouding” verschuift hiermee duidelijk naar het niveau van de ministeriële besluitvorming over het openen of sluiten van de jacht, niet naar de provinciale goedkeuringsfase.

Bronnen

Uitspraak_zaaknummer l-JAA 24 / 1113 NATUUR Rechtbank Noord-Holland van 26 februari 2026




Opleiding voor ‘Kundigen Person” vrijdag 20 maart 2026

Omdat ongetwijfeld ook leden van uw WBE in Duitsland jagen of dit van plan zijn, sturen we u deze email met het verzoek deze door te zenden aan uw leden.

Nog steeds blijkt dat Nederlandse/Belgische jagers bij het boeken van een jachttrip bij de Landes- of Bundesforst niet (kunnen) voldoen aan de vereiste status van ‘Kundigen Person’ en daardoor niet kunnen deelnemen aan aanzit- of drukjachten.

Jagdburo NimrodiA (www.nimrodia.nl) heeft daarom in samenwerking met het jachtforum weer een ‘Schulungslehrgang zur Kundigen Person’ georganiseerd. De animo voor eerdere cursussen bleek dusdanig groot dat deze al snel vol zaten. Op veler verzoek organiseren we daarom binnenkort nogmaals een cursus voor de ‘laatkomers’ en de ‘nieuwkomers’, want voor huidige of toekomstige cursisten van de Jachtopleiding is deze opleiding eveneens ten zeerste aan te bevelen. Binnen is binnen!

Deze Schulungslehrgang zal plaatsvinden op vrijdagavond 20 maart 2026. De cursus is conform de Duitse regelgeving. Een en ander zal ongeveer drie uur in beslag nemen. De cursus is Duitstalig, er wordt geen examen afgenomen.

Na afloop van de cursus ontvangen de deelnemers het door de Duitse autoriteiten afgegeven Zertifikat ‘Kundigen Person’ en het boekwerk ‘Wildbret-Hygiene, das Buch zur Wildbretverwertung’. Het Zertifikat is voor onbepaalde tijd en in de gehele BRD geldig.

De deelnamekosten bedragen € 138.- inclusief BTW en het studieboek.

Aanmelding voor deelname kan uitsluitend per e-mail en vermelding van:

Volledige Naam

Adres:

Geboortedatum:

Telefoonnummer:

Emailadres:

Opgave uitsluitend via: jagdundjacht@gmail.com

NB: Aanmeldingen waarbij de volledige gegevens ontbreken worden niet in behandeling genomen. De gevraagde gegevens zijn nodig voor de uit te schrijven deelname-certificaten.

Met vriendelijke groet,
redactie@jachtforum.nl
jagdundjacht@gmail.com




BIJ12 wijst op belang van preventieve maatregelen bij faunaschade

Agrarische ondernemingen die in aanmerking willen komen voor een tegemoetkoming in faunaschade dienen bijna altijd een of meer preventieve maatregelen te nemen. Daarop wijst de uitvoeringsorganisatie BIJ12. Of er maatregelen nodig zijn hangt af van het gewas en het dier dat de schade veroorzaakt. De voorwaarden kunnen per provincie verschillen.

Dan zijn bijna altijd een of meer preventieve maatregelen nodig. Dit hangt af van de categorie gewas en het dier dat de schade veroorzaakt.
Twee belangrijke algemeen geldende aandachtspunten zijn:
1. Voor laagsalderende gewassen zoals blijvend grasland is verjaging door menselijke aanwezigheid of het nemen van minimaal één preventieve maatregel vereist.
2. Bij een aanvraag voor een tegemoetkoming toetsen we of u de juiste preventieve maatregelen heeft genomen om de faunaschade te voorkomen.

Voorkomen van faunaschade

Grondgebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van faunaschade aan hun gewassen door beschermde dieren. Voor een tegemoetkoming in de schade, zijn daarom bijna altijd preventieve maatregelen nodig. Bij uw aanvraag via MijnFaunazaken geeft u aan welke maatregelen genomen zijn. Wij toetsen of deze voldoen aan de beleidsregels van uw provincie.
Voor elke schadeveroorzakende diersoort(groep) is er een Faunaschade PreventieKit (FPK). Omdat niet elke maatregel bij elke diersoort effectief is, verschillende de maatregelen per FPK. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, moet u altijd maatregelen nemen uit de FPK van de betreffende diersoort(en).

Gewascategorieën

De benodigde preventieve maatregelen om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in faunaschade hangen niet alleen af van de schadeveroorzakende diersoort(en), maar ook van de gewascategorie. Hierbij geldt: hoe hoger de standaardopbrengst van het gewas, hoe meer preventieve maatregelen meestal nodig zijn.

Voor het nemen van de juiste preventieve maatregelen gelden per gewascategorie onderstaande eisen. Hierop zijn een aantal uitzonderingen per diersoort en provincie, waarvoor geen of minder preventieve maatregelen nodig zijn. Deze uitzonderingen staan hieronder ook vermeld.

Laagsalderende gewassen

Voor laagsalderende gewassen zonder kwetsbare periode zoals blijvend grasland, is verjaging door menselijke aanwezigheid of het nemen van minimaal één preventieve maatregel vereist. Dit geldt ook voor schade aan laagsalderende gewassen met kwetsbare periode, buiten deze kwetsbare periode.

Verjaging door menselijke aanwezigheid betekent dat de schadeveroorzakende diersoort minimaal twee keer per dag actief door menselijke aanwezigheid van het perceel wordt weggejaagd.
Voor nachtactieve diersoorten zoals das en wild zwijn is verjaging door menselijke aanwezigheid niet vereist.

Laagsalderende gewassen met kwetsbare periode

Een aantal laagsalderende gewassen hebben een kwetsbare periode, zoals mais, granen, graszaad en nieuw ingezaaid grasland (tot zes maanden na inzaai). Voor granen loopt deze periode van het zaaimoment tot de fase van aarvorming en voor mais tot het vijfde bladstadium.
Tijdens de kwetsbare periode vallen deze gewassen in de categorie middensalderend in plaats van laagsalderend. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, zijn in deze periode twee maatregelen uit de betreffende FPK’s nodig. De reden hiervoor is dat preventieve maatregelen in deze kwetsbare periode veel schade kunnen voorkomen.
Uitzondering: De provincie Zeeland vraagt voor laagsalderende gewassen met kwetsbare periode maar één preventieve maatregel.

Midden- en hoogsalderende gewassen

Bij midden- en hoogsalderende gewassen zijn minimaal twee preventieve maatregelen verplicht om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in faunaschade. Om schade door zoogdieren aan gewassen met een hoge standaardopbrengst te voorkomen, wordt een deugdelijk raster vereist.

Uitzonderingen per diersoort en provincie

Op dit moment zijn er geen preventieve maatregelen nodig voor schade aan laag- en middensalderende gewassen door wilde zwijnen, omdat de FPK voor deze gewassen geen redelijke preventieve maatregelen bevat. Let op: in de meeste situaties is bestrijding wel vereist. Voor schade door wilde zwijnen aan hoogsalderende gewassen geldt dat hiervoor wel preventieve maatregelen nodig zijn.

Ook voor schade door dassen aan laag- en middensalderende gewassen zijn geen preventieve maatregelen nodig, omdat er in FPK hiervoor geen redelijke maatregelen staan. Voor schade door dassen aan hoogsalderende gewassen geldt dat hiervoor wel preventieve maatregelen nodig zijn, met uitzondering van de provincies Limburg, Groningen en Friesland. In deze provincies zijn er voor hoogsalderende gewassen ook geen preventieve maatregelen nodig.




Voorzitter Hubertus Vereniging Vlaanderen ernstig mishandeld in jachtgebied te Balen

De voorzitter van de Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV), Rudi Van Decraen, is woensdagavond ernstig mishandeld in zijn jachtgebied in Balen. Het incident vond plaats nadat hij daar twee gemaskerde mannen had opgemerkt. Het slachtoffer liep zware verwondingen op en werd overgebracht naar het ziekenhuis in Mol.

Volgens de vereniging ontving Van Decraen omstreeks 21.00 uur een melding van een wildcamera die opgesteld staat bij zijn hoogzit. Deze camera wordt gebruikt voor het observeren van wild. Bij het bekijken van de beelden stelde hij vast dat twee donker geklede, gemaskerde personen met rugzakken zich in de onmiddellijke omgeving van de hoogzit bevonden.

Aangezien er zich de voorbije maanden meerdere gevallen van vandalisme aan jachtinfrastructuur hadden voorgedaan, vertrouwde Van Decraen de situatie niet. Hij besloot daarop ter plaatse te gaan om na te gaan wat er gaande was en om eventuele schade te voorkomen.
Bij zijn aankomst liep de situatie volgens de vereniging volledig uit de hand. Van Decraen zou met geweld tegen de grond zijn gewerkt en vervolgens zwaar zijn mishandeld door de twee onbekende mannen.

Het slachtoffer liep daarbij ernstige verwondingen op. Zijn rechterschouder raakte ontwricht, hij liep drie breuken op en had meerdere hechtingen in het gelaat nodig. Van Decraen werd opgenomen in het ziekenhuis van Mol voor verdere verzorging.

Diepe verontwaardiging

De Hubertus Vereniging Vlaanderen reageert diep geschokt op de feiten. De organisatie benadrukt dat jacht volgens haar een legitieme vorm van natuurbeheer en natuurbehoud is en stelt nadrukkelijk dat geweld, ook bij meningsverschillen over jacht of natuurbeheer, onder geen enkel beding kan worden aanvaard.

Het parket is inmiddels een opsporingsonderzoek gestart. Namens Rudi Van Decraen en de Hubertus Vereniging Vlaanderen zal een klacht tegen onbekenden met burgerlijke partijstelling worden ingediend bij de bevoegde onderzoeksrechter.




BIJ12 publiceert Onderzoeksagenda Faunazaken 2026-2027

BIJ12 gaat in 2026–2027 in opdracht van de provincies door met onderzoek naar het beter voorkomen, bestrijden en taxeren van faunaschade, met bijzondere aandacht voor ganzenschade aan grasland, wolven en het slimmer gebruik van faunadata.

Belangrijkste onderzoekslijnen 2026–2027

– Provincies geven het meeste geld uit aan tegemoetkomingen voor ganzenschade aan grasland, waardoor de **kwaliteit** van taxaties een speerpunt blijft, inclusief onderzoek naar satelliet- en dronebeelden en betere vaststelling van schadeveroorzakende soorten.
– Veelbelovende preventieve en beheermethoden tegen faunaschade worden verder onderzocht en in de praktijk getest, zodat effectieve maatregelen breder inzetbaar worden.
– BIJ12 blijft ook schade registreren en taxeren waarvoor geen tegemoetkoming mogelijk is, om samen met provincies te verkennen hoe deze faunadata efficiënt kan worden verwerkt en benut voor toekomstig beleid.

Wolf, natuurdoelen en neveneffecten

– Er loopt (co)gefinancierd onderzoek naar wolfwerende rasters, inclusief de mogelijke integratie van natuurlijke elementen zoals heggen, en naar de effecten van preventieve maatregelen op andere soorten.
– BIJ12 onderzoekt situaties waarin natuurdoelen elkaar tegenwerken, bijvoorbeeld wanneer bepaalde soorten of invasieve exoten andere doelsoorten of leefgebieden verdringen, en hoe beheer en schadepreventie dan optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd.

Data, beheer en kennisdeling

– De beschikbaarheid en kwaliteit van faunadata wordt verder uitgebouwd via taxaties zonder tegemoetkoming en een verkenning naar gezamenlijke regie op datastromen door provincies.
– Onderzoek naar gecoördineerd beheer moet laten zien hoe dodelijke en niet-dodelijke maatregelen beter op elkaar kunnen aansluiten om de effectiviteit van schadepreventie te vergroten.
– Resultaten uit de onderzoeksagenda worden via de website van BIJ12 en onder meer een kennissymposium in 2027 gedeeld, waarmee zowel beleid als maatschappelijk debat rond faunavraagstukken worden ondersteund.

Bronnen

[De Onderzoeksagenda Faunazaken 2026-2027 is te vinden op de website van BIJ12.




Afrikaanse varkenspest maatregelen opgeheven in Duitsland

Het Permanent Veterinair Comité in Brussel heeft recent besloten om de beperkingszone tegen Afrikaanse varkenspest (AVP) in de Duitse deelstaten Brandenburg en Saksen op te heffen. Deze beslissing volgt op een eerdere versoepeling van de maatregelen in deze gebieden. Volgens het Duitse ministerie van Landbouw blijven er nu enkel nog smalle, duidelijk afgebakende zones langs de Duits-Poolse grens over van de beschermingscorridor tegen AVP.

Strijd tegen Afrikaanse varkenspest in Duitsland

Duitsland bestrijdt de Afrikaanse varkenspest met een combinatie van verschillende maatregelen. In het gebied waar de beperkingen nu zijn opgeheven, is het laatste geval van AVP bij wilde zwijnen meer dan twaalf maanden geleden vastgesteld. Om de verspreiding van het virus te controleren, worden systematische zoektochten uitgevoerd naar kadavers van wilde zwijnen. Hierbij maken de teams gebruik van speciaal getrainde speurhonden, drones en georganiseerde zoekgroepen. Deze inspanningen hebben volgens het Duitse ministerie van Landbouw bevestigd dat het AVP-virus in deze regio niet langer aanwezig is. Toch zijn er in de zomer van vorig jaar nog nieuwe gevallen van AVP ontdekt in Noordrijn-Westfalen, een andere Duitse deelstaat op 180 kilometer van de Belgische grens.

Maatregelen

De aanpak in Duitsland bestaat uit diverse maatregelen. Belangrijk hierbij is het opsporen van kadavers van everzwijnen en het direct verwijderen van besmette dieren om de besmettingsketen te doorbreken. Daarnaast worden er uitgebreide tests uitgevoerd bij wilde zwijnen die zijn gedood of dood aangetroffen in en rondom de getroffen gebieden. Een bijzonder effectieve maatregel is het instellen van zogenoemde ‘witte zones’: dit zijn gebieden die met een stevig dubbel hek zijn afgebakend. Binnen deze zones wordt de populatie mogelijk besmette wilde zwijnen systematisch tot nul gereduceerd en vindt er regelmatige controle plaats.

Verantwoordelijkheden en ondersteuning

In Duitsland ligt de handhaving van de dierziektebestrijdingsregels bij de afzonderlijke deelstaten. Het federale ministerie van Voedsel, Landbouw en Consumentenbescherming (BMLEH) ondersteunt deze deelstaten op verschillende manieren. Zo krijgen ze de steun van experts van het Friedrich Loeffler Instituut (FLI) voor preventie en bestrijding van dierziekten. Deze experts bieden advies en wetenschappelijke ondersteuning op het gebied van laboratoriumdiagnostiek en epidemiologie en voeren alle noodzakelijke testen uit.

Snel en flexibel reageren

Duitsland heeft aanpassingen van de EU-regelgeving betreffende dierziektebestrijding verkregen, waardoor een snellere en flexibelere reactie mogelijk is bij een uitbraak van Afrikaanse varkenspest.




Open dag het Ree, zondag 19 april te Ruurlo




Verslag van “Het Brede Gesprek over ganzenbeheer in Noord-Holland”

De landbouwschade door ganzen in Noord-Holland loopt op. Percelen raken kaalgevreten, opbrengsten staan onder druk en schadeclaims nemen toe. Tegelijkertijd groeit het aantal ganzen in de provincie. De provincie vraagt daarom om een forse verhoging van het afschot.
Voor jagers, boeren en terreinbeheerders betekent dat een gezamenlijke opgave. Hoe organiseer je effectief beheer binnen de wettelijke kaders? En wie draagt welke verantwoordelijkheid?
Op 14 februari organiseerden de kwartiermakers van Noord-Holland daarom het Brede Gesprek over ganzenbeheer in Hoeve Voorzorg in Zwanenburg. Zo’n vijftig jagers, boeren, bestuurders en de FBE komen bijeen.

Niets doen is geen optie

Kwartiermakers Vincent Audiffred en Iona van Lunteren ontvangen de aanwezigen. Kwartiermaker Miron Bilski opent de middag. Hij schetst de omvang van het probleem en het bestuurlijke vraagstuk dat er ligt. “Niets doen is geen optie meer,” zegt hij. De opdracht vraagt om samenwerking tussen partijen die elkaar nodig hebben.

De wet zegt nee, tenzij

Patty Laan van de FBE Noord-Holland zet het juridische kader uiteen. Beheer mag alleen wanneer schade aantoonbaar is en wanneer onderbouwd kan worden dat maatregelen effect hebben. “De wet zegt nee, tenzij,” zegt zij. Dat vraagt om zorgvuldige registratie van schade en van de juiste soort.

Zij maakt onderscheid tussen schadebestrijding en populatiebeheer.

Schadebestrijding richt zich op acute situaties in het veld.
Vanuit de zaal worden vragen gesteld over de inzet van beroepsschutters. De term ‘schietteams’ valt. Patty maakt bezwaar tegen die benaming, ze spreekt liever over beroepsschutters die in opdracht van de FBE werken binnen de wettelijke kaders bij TBO’s. Volgens haar draait het om zorgvuldige uitvoering en duidelijke afspraken. Populatiebeheer vraagt om een langere termijnstrategie en werkt binnen vastgestelde ondergrenzen. Wat wordt afgesproken moet binnen de wet passen. Echt resultaat boeken met effectief beheer vereist vooral samenwerking en coördinatie van alle betrokken partijen.

Zo doet Texel het

Vervolgens krijgt Dirk de Lugt, voorzitter van de afdeling Texel bij LTO Noord, het woord. Hij vertelt hoe Texel het beheer heeft georganiseerd. Provincie, landbouw en natuurorganisaties erkenden daar gezamenlijk het probleem en startten een pilot.
Grondgebruikers leverden vrijwillig één euro per hectare. Op Texel ging het om ongeveer 8.000 hectare. Zo ontstond een gezamenlijke pot om het beheer te ondersteunen. Er werd jachtveld overstijgend gewerkt, met focus op effectief afschot in het voorjaar. De partijen spraken een meerjarige samenwerking af en kozen voor een structurele aanpak.

Volgens De Lugt maakte juist die gezamenlijke verantwoordelijkheid het verschil. Hij benadrukt dat het verhaal alleen klopt als wat er wordt geschoten ook daadwerkelijk wordt benut. “Als we alles wat we schieten zoveel mogelijk weer terugbrengen in de voedselketen, dan is het kringetje rond.” De FBE plaatst daarvoor onder meer koelingen, zodat geschoten ganzen bewaard en verwerkt kunnen worden.

Je hebt het zelf in de hand

Na Dirk krijgt Jack Rijlaarsdam het woord, hij is melkveehouder en bestuurder bij LTO Noord. Hij benoemt wat hij onder jagers hoort: frustratie over regels, over administratie en over hoe het systeem slecht werkt. Een veelgehoorde klacht is dat boeren een schade-tegemoetkoming ontvangen terwijl jagers het uitvoerende werk doen en daar zelf tijd en kosten in steken. “De boer strijkt bakken met geld op. En de jager moet het werk doen,” vat hij dat gevoel samen. Tegelijkertijd plaatst hij er nuance bij: het gaat om een tegemoetkoming die lang niet alle schade dekt. Boeren willen zo min mogelijk schade.

Volgens Jack hoeft dat geen blokkade te zijn. Hij ziet dat boeren bereid zijn om bij te dragen aan beheer, zoals op Texel gebeurt. Ga gewoon het gesprek aan,” zegt hij. “Leg het probleem bij hen neer.”
Daarna maakt hij het praktisch. Zitten er ganzen op een perceel, dan kun je elkaar bellen. Of een bericht sturen in een appgroep. Snel schakelen. Afstemmen. Ligt er een groep ganzen een kilometer het land in, vraag dan of iemand met een trekker kan helpen. “Je hebt het zelf in de hand,” zegt hij.

Volgend jaar weer?

Na een pauze volgt een levendige discussie. Als aan het einde van de bijeenkomst kwartiermaker Roderik Benoist vraagt of dit gesprek volgend jaar een vervolg moet krijgen, reageren de aanwezigen instemmend.
Het gesprek gaat verder tijdens de borrel met wildhapjes – waaronder gans.




Provincie Zeeland presenteert Fauna-app: duidelijkheid over faunabeheer in één oogopslag

De provincie Zeeland en de Zeeuwse Faunabeheereenheid hebben de Fauna-app Zeeland gepresenteerd. Met deze digitale toepassing krijgen boeren, jagers en terreinbeheerders direct inzicht in de geldende regels rondom faunabeheer en jacht. De app maakt in één oogopslag duidelijk wat op een specifieke locatie, op dat moment en voor een bepaalde diersoort is toegestaan.

25 februari 2026
|
Persbericht
Gedeputeerde Wilfried Nielen en voorzitter Gert de Kok van de FBE Zeeland presenteren de nieuwe Zeeuwse fauna-app

De Provincie Zeeland en de Zeeuwse Faunabeheereenheid hebben vandaag de Fauna-app Zeeland gepresenteerd. Met deze digitale toepassing krijgen agrariërs, jagers en terreinbeheerders direct inzicht in de geldende regels rondom faunabeheer en jacht. De app maakt in één oogopslag duidelijk wat, op een specifieke locatie, op dat moment en voor een bepaalde diersoort is toegestaan.

Regels inzichtelijk en werkbaar

De regelgeving rondom faunabeheer is zorgvuldig opgebouwd, maar in de praktijk complex. Welke soort mag wanneer worden beheerd? Welke middelen zijn toegestaan? Is er sprake van een vrijstelling , ontheffing of vergunning ?

Uit gesprekken met jagers, terreinbeheerders en de Faunabeheereenheid (FBE) bleek dat er behoefte was aan meer overzicht en gebruiksgemak. De regels zijn helder vastgelegd, maar in het veld niet altijd eenvoudig toegankelijk. Dat leidde tot veel vragen richting de FBE en tot onzekerheid bij gebruikers.

De Fauna-app brengt alle geldende regels samen in één gebruiksvriendelijke digitale omgeving. De regelgeving zelf verandert niet, maar wordt beter ontsloten en direct toepasbaar gemaakt in de praktijk.
Wat betekent dit concreet?

Met de Fauna-app kunnen gebruikers eenvoudig controleren:

  • of beheer of jacht is toegestaan;
  • voor welke soorten;
  • in welke periode;
  • onder welke voorwaarden.

Wanneer beheer niet is toegestaan, geeft de app ook aan of het mogelijk is een vergunning aan te vragen, welke preventieve maatregelen moeten worden genomen en of een tegemoetkoming in schade kan worden aangevraagd.
‘Helderheid voor iedereen’

Gedeputeerde Wilfried Nielen is tevreden met het resultaat. “Goede regels zijn belangrijk, maar ze moeten ook begrijpelijk en toepasbaar zijn. Met deze app zorgen we ervoor dat iedereen in het veld direct kan zien wat wel en niet mag. Dat voorkomt fouten, vergroot de zorgvuldigheid en versterkt de uitvoering van ons faunabeleid.” Overigens benadrukt Nielen dat met de lancering van de app het werk er nog niet per definitie op zit: “Mochten er zaken zijn die nog verder verbeterd moeten worden, zullen we dit doen in samenspraak met de Faunabeheereenheid.”

Met de introductie van de Fauna-app zet de Provincie Zeeland een volgende stap in het versterken van zorgvuldig en verantwoord faunabeheer. De app draagt bij aan naleving van wet- en regelgeving, voorkomt misverstanden in het veld en ontlast de Faunabeheereenheid van individuele vragen.

De Fauna-app Zeeland is per direct beschikbaar voor gebruikers en werkt het beste door via de smartphone op de volgende link te klikken:

app.fbezeeland.nl