Jagersverenigingen verwerpen beschuldigingen jagers van wildstroperij wolven

In het rapport wordt gesuggereerd dat wolven onder meer zijn doodgeschoten, opzettelijk aangereden of vergiftigd. Daarbij worden personen uit de kring van veehouders en jagers genoemd als mogelijke daders. Het rapport doet aanbevelingen aan overheden, handhavers, belangenorganisaties en andere betrokken partijen om wolvenvervolging tegen te gaan.

De Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer (NOJG) en de Jagersvereniging wijzen elke vorm van illegale vervolging of doding van wolven af. Zij benadrukken dat overtreders niet namens hun organisaties handelen en dat dergelijke acties strijdig zijn met de waarden van verantwoord jacht- en wildbeheer.

Tegelijkertijd verwerpen beide organisaties de beschuldigingen richting jagers als groep. Volgens hen zijn de conclusies in het rapport grotendeels gebaseerd op anonieme verklaringen, vermoedens en interpretaties en ontbreekt voldoende bewijs voor zulke ernstige aantijgingen. Zij vinden dat eventuele strafbare feiten moeten worden onderzocht door politie, justitie en toezichthouders op basis van feiten en bewijs.

De NOJG en de Jagersvereniging waarschuwen dat algemene verdachtmakingen van jagers de maatschappelijke polarisatie rond de wolf vergroten. Zij pleiten voor een duidelijk wolvenbeleid, goede bescherming van vee, effectieve schadepreventie, monitoring en waar nodig beheer van probleemwolven. Daarnaast geven zij aan mee te werken aan officiële onderzoeken en passende maatregelen te nemen als leden daadwerkelijk schuldig blijken aan strafbare feiten.

De organisaties veroordelen illegale wolvenvervolging, maar verzetten zich tegen het volgens hen ongefundeerd beschuldigen van jagers als groep zonder concreet bewijs.