Kosten ganzen in Nederland lopen uit de hand

De ganzen kosten Nederland nu al 53 miljoen euro, de werkelijke schade is echter veel groter

De stijgende ganzenschade is niet alleen een probleem voor provinciale begrotingen en daarmee voor de belastingbetaler. Zij vormt ook een signaal dat het ecologische evenwicht in delen van Nederland ernstig is verstoord. De gevolgen van de enorme concentraties ganzen reiken inmiddels veel verder dan vertrapte percelen en verminderde landbouwopbrengsten.

De zichtbare en onzichtbare landbouwschade

De officiële schadecijfers geven waarschijnlijk slechts een deel van de werkelijkheid weer. Veel boeren ervaren het aanvragen van een schadevergoeding als tijdrovend en bureaucratisch. Daardoor wordt niet alle schade gemeld. In de praktijk accepteren sommige ondernemers de verliezen simpelweg omdat de administratieve lasten niet opwegen tegen de verwachte vergoeding.

Wanneer alle schade daadwerkelijk zou worden geclaimd, is het goed mogelijk dat de jaarlijkse uitgaven aan ganzenschade nog vele miljoenen euro’s hoger zouden uitvallen. De huidige 53 miljoen euro vertegenwoordigt daarom waarschijnlijk slechts een ondergrens van de werkelijke economische schade.

Vooral graslandgebieden worden zwaar getroffen. Ganzen vreten jonge grassprieten af, vertrappen percelen en vervuilen weilanden met uitwerpselen. Hierdoor neemt de voederwaarde van het gras af en worden opbrengsten lager. Voor melkveehouders betekent dit een directe economische tegenvaller die uiteindelijk doorwerkt in de bedrijfsvoering.

Waterkwaliteit onder druk

Een veel minder besproken gevolg van de hoge ganzenaantallen betreft de waterkwaliteit. Grote groepen ganzen produceren enorme hoeveelheden mest die terechtkomt in sloten, plassen, meren en andere oppervlaktewateren.

Deze uitwerpselen bevatten aanzienlijke hoeveelheden stikstof en fosfaat. Juist deze voedingsstoffen spelen een belangrijke rol bij problemen als algenbloei, zuurstoftekorten en achteruitgang van aquatische ecosystemen. Terwijl overheden jaarlijks miljoenen investeren om te voldoen aan Europese waterkwaliteitsdoelstellingen, wordt een deel van die inspanning tenietgedaan doordat de bijdrage van grote ganzenconcentraties onvoldoende wordt meegewogen.

De problematiek raakt daarmee niet alleen natuurgebieden, maar uiteindelijk ook de burger. Hogere kosten voor waterbeheer, monitoring en zuiveringsmaatregelen worden immers indirect door de samenleving gedragen.

De rekening voor de belastingbetaler

De financiële gevolgen van de groeiende ganzenpopulatie beperken zich niet tot schade-uitkeringen. Overheden besteden daarnaast aanzienlijke bedragen aan populatiemonitoring, verjaging, afschot, nestbeheer, schadepreventie en herstelmaatregelen.

Bovendien zijn er indirecte kosten die zelden worden meegerekend. Denk aan investeringen in waterkwaliteitsverbetering, extra natuurbeheer en compensatiemaatregelen voor andere soorten die onder druk komen te staan. Deze uitgaven zijn verspreid over verschillende begrotingen van provincies, waterschappen, terreinbeheerders en het Rijk. Daardoor ontbreekt een volledig overzicht van de totale maatschappelijke kosten.

Het gevolg is dat de werkelijke rekening van de huidige ganzenproblematiek waarschijnlijk aanzienlijk hoger ligt dan de officiële schadecijfers suggereren.

Weidevogels betalen mogelijk de hoogste prijs

Misschien nog zorgwekkender zijn de gevolgen voor weidevogels. Nederland investeert jaarlijks miljoenen euro’s in de bescherming van soorten als grutto, tureluur, wulp en kievit. Tegelijkertijd groeit de druk van overwinterende en overzomerende ganzen jaar na jaar.

Waar overwinterende ganzen vroeger vooral in de winter aanwezig waren, blijven grote aantallen tegenwoordig tot ver in het voorjaar. Hierdoor concurreren zij met broedende weidevogels om ruimte en voedsel. Daarnaast verandert de vegetatiestructuur van graslanden door intensieve begrazing, waardoor geschikte broed- en foerageergebieden voor weidevogels afnemen.

Ook het aantal overzomerende ganzen neemt sterk toe. In sommige gebieden worden jaarlijks honderden eieren onschadelijk gemaakt om verdere populatiegroei te beperken. Er worden zelfs nesten aangetroffen met uitzonderlijk grote aantallen eieren, een teken van de hoge dichtheden waarin ganzen inmiddels voorkomen.

In gebieden zoals de uiterwaarden van het Zwarte Water zijn grote groepen ganzen steeds dominanter aanwezig. Locaties die jarenlang bekend stonden als belangrijke leefgebieden voor weidevogels veranderen geleidelijk van karakter. Opmerkelijk genoeg krijgt deze drukfactor in veel discussies over weidevogelbescherming relatief weinig aandacht.

Biodiversiteit draait om evenwicht

De discussie over ganzen raakt aan een fundamenteel vraagstuk binnen het natuurbeleid. Biodiversiteit wordt vaak voorgesteld als het beschermen van zoveel mogelijk soorten. In werkelijkheid draait biodiversiteit vooral om evenwicht, variatie en samenhang tussen soorten.

Wanneer één soort uitzonderlijk succesvol wordt en grote delen van een landschap gaat domineren, kan dat ten koste gaan van andere planten- en diersoorten. Daarmee ontstaat een paradox: bescherming van een individuele soort kan uiteindelijk leiden tot een afname van de totale biodiversiteit.

Een natuurgebied waarin enkele algemene soorten overheersen is niet automatisch een soortenrijk natuurgebied. Werkelijke biodiversiteit vraagt om balans tussen verschillende soorten en leefgebieden.

Een ongemakkelijke discussie

Het debat over faunabeheer is vaak gevoelig. Vrijwel niemand pleit voor het verdwijnen van ganzen uit Nederland. Ganzen maken immers al eeuwenlang deel uit van het Nederlandse landschap en hebben een belangrijke ecologische waarde.

Tegelijkertijd betekent natuurbeheer meer dan het beschermen van individuele soorten. Het vraagt ook om het bewaken van evenwicht tussen landbouw, natuur, waterkwaliteit, biodiversiteit en maatschappelijke belangen.

Juist daar wringt momenteel de schoen. Het beleid richt zich vaak op het beperken van schade achteraf, terwijl de onderliggende oorzaken van de voortdurende populatiegroei onvoldoende worden aangepakt.

Van symptoombestrijding naar structureel beheer

Zolang de discussie beperkt blijft tot de vraag hoeveel miljoen euro schadevergoeding volgend jaar moet worden uitgekeerd, blijft het probleem grotendeels bij symptoombestrijding. De stijgende faunaschade is geen boekhoudkundige kwestie, maar een signaal van een ecologisch systeem dat uit balans is geraakt.

De uitdaging voor beleidsmakers is daarom breder dan het compenseren van landbouwschade alleen. Ook de effecten op waterkwaliteit, biodiversiteit, weidevogels en maatschappelijke kosten moeten worden meegewogen.

Wie werkelijk om natuur geeft, zou niet alleen moeten kijken naar de euro’s die ganzen kosten, maar ook naar wat verloren gaat wanneer ecosystemen uit balans raken. De prijs van de gans wordt immers niet alleen betaald in schadevergoedingen, maar mogelijk ook in minder vliegvlugge grutto’s, achteruitgaande waterkwaliteit en een afnemende biodiversiteit.

Pas wanneer die volledige rekening zichtbaar wordt, kan een eerlijk debat ontstaan over de toekomst van het ganzenbeheer in Nederland.

Bron: Boeren business – Opinie Cor Pierik