Nieuwe besmetting Afrikaanse varkenspest in AVP vrij Saksen

Op 31 maart 2026 is in de deelstaat Saksen opnieuw een geval van Afrikaanse varkenspest (AVP) vastgesteld bij een dood wild zwijn. De besmetting werd aangetroffen in het Königshain gebergte, in het district Görlitz. Saksen gold sinds begin februari als AVP vrij.
Het betrof een mannelijk wild zwijn van naar schatting jonger dan twee jaar. Het nationale referentielaboratorium voor dierziekten van het Friedrich Loeffler Instituut (FLI) heeft de besmetting bevestigd.

Saksen opnieuw getroffen na opheffen beperkingen

Begin februari had Saksen de laatste AVP maatregelen voor wilde zwijnen opgeheven. Dit gebeurde precies een jaar na het vorige geval en na goedkeuring door de Europese Commissie. De nieuwe vondst betekent dat de deelstaat opnieuw te maken krijgt met AVP, ondanks de eerdere succesvolle bestrijding.

Directe noodmaatregelen van kracht

Na de vondst zijn onmiddellijk maatregelen genomen. Het Staatscentrum voor Dierziektenbestrijding heeft zijn werkzaamheden hervat en is gestart met een intensief onderzoek naar mogelijke verdere besmettingen.
Teams met speurhonden en drones zoeken in de omgeving naar dode wilde zwijnen. Het verwijderen van bestaande hekken binnen een straal van tien kilometer rond de vindplaats is per direct stopgezet. Daarnaast wordt onderzocht of nieuwe afrasteringen nodig zijn en binnen welke zone die geplaatst moeten worden.

We beginnen niet opnieuw vanaf nul’

Minister van Sociale Zaken Petra Köpping noemt de hernieuwde uitbraak een zware klap, maar benadrukt dat Saksen goed is voorbereid. Volgens haar beschikt de deelstaat over jarenlange ervaring in de bestrijding van AVP.
De samenwerking tussen veterinaire autoriteiten, jagers en boeren verloopt volgens Köpping goed. Die nauwe afstemming moet er opnieuw voor zorgen dat verdere verspreiding van het virus wordt voorkomen.

Zorgen bij varkenshouders

Duitse varkenshoudersorganisaties spreken van een bittere tegenvaller voor de sector in de regio. De nieuwe besmetting onderstreept volgens hen dat AVP onder wilde zwijnen onvoorspelbaar blijft, zelfs na succesvolle bestrijding.
Tegelijk benadrukken zij het belang van blijvende waakzaamheid en voortdurende inspanningen om de schade voor veehouders door AVP maatregelen zo beperkt mogelijk te houden.




Provincie Drenthe verleent vergunning voor gericht beheer reeën

Gepubliceerd op 31 maart 2026

Vergunning voor gerichte beheersmaatregelen

De provincie Drenthe heeft een omgevingsvergunning verleend aan de Faunabeheereenheid Drenthe (FBE) voor het gericht beheren van reeën. Deze maatregel is noodzakelijk omdat het aantal aanrijdingen met reeën in Drenthe al jaren te hoog ligt. Jaarlijks worden er gemiddeld bijna 900 aanrijdingen geregistreerd.

Al jaren zet de provincie in op niet-dodelijke maatregelen zoals het plaatsen van rasters, het aanleggen van wildpassages, het verlagen van snelheden, het plaatsen van waarschuwingsborden en het aanpassen van bermbeheer. Deze middelen blijven belangrijk, maar op drukke wegen blijken ze niet voldoende om het aantal ongevallen verder terug te dringen.

“We moeten ingrijpen om het aantal aanrijdingen met reeën te verlagen. Dat is belangrijk voor de verkeersveiligheid in onze provincie. Alle andere maatregelen zijn al ingezet. Beheer vindt alleen plaats waar dat echt nodig is en de reeënpopulatie blijft gezond.”
De provincie geeft ook toestemming om ernstig zieke of gewonde reeën snel en zorgvuldig uit hun lijden te verlossen.

Beheer door Faunabeheereenheid Drenthe

Het beheer wordt uitgevoerd door de wildbeheereenheden van Faunabeheereenheid Drenthe (FBE) volgens het door de provincie goedgekeurde Faunabeheerplan Ree Drenthe 2026-2031. De wildbeheereenheden stellen jaarlijks werkplannen op waarin staat hoeveel en waar er mag worden beheerd. De FBE monitort de uitvoering door de wildbeheereenheden en rapporteert jaarlijks aan de provincie.
De reeënpopulatie in Drenthe is groot en gezond met ongeveer 10.000 reeën. Door strakke monitoring en een jaarlijkse evaluatie bewaakt de provincie dat de gunstige staat van instandhouding behouden blijft.

Nieuwe vergunning en faunabeheerplan

De eerdere vergunning van de FBE was sinds begin 2025 niet meer geldig, omdat de rechtbank oordeelde dat de provincie onvoldoende had onderbouwd waarom afschot noodzakelijk was en waarom alternatieven niet genoeg zouden helpen. Hierdoor lag het beheer stil en was een nieuwe vergunning nodig.
De nieuwe vergunning wordt binnenkort als bekendmaking gepubliceerd door de provincie op overheid.nl. Het Faunabeheerplan Ree wordt samen met de vergunning door de FBE gepubliceerd op haar website (verwijst naar een andere website).




Opname van de wolf in de Landelijke Jagdgesetz in Duitsland: een mijlpaal voor soortbescherming en populatiebeheer

De Bundesrat heeft in Duitsland de OPNAME VAN DE WOLF IN DE LANDELIJKE JACHTWET GOEDGEKEURD.
Deze goedkeuring is het resultaat van jarenlange samenwerking binnen diverse gremia en maakt nu de bescherming van grazende dieren mogelijk. Voor het eerst worden soortbescherming, het welzijn van begrazingsdieren en maatschappelijke acceptatie met elkaar verzoend.

De jachtgemeenschap in Duitsland mag zich verheugen: hun op kennis gebaseerde suggesties zijn opgenomen in het landelijk Jagdgesetz. Dit onderstreept dat jagers als experts op het gebied van wilde dieren worden erkend door de politiek.

Ongeveer een jaar geleden werd de beschermingsstatus van de wolf verlaagd van “strikt beschermd” naar “beschermd” in het internationale Bernverdrag. Het Europees Parlement volgde in mei 2025 en de EU-Raad sloot zich hier in juni bij aan. In december besloot de federale overheid uiteindelijk de wolf op te nemen in het landelijk Jagdgesetz.

Hiermee is een belangrijk project uit het coalitieakkoord succesvol uitgevoerd.

In de toekomst krijgen de Bundesstaten de mogelijkheid om populatiebeheer in te voeren waar de beschermingsstatus van de wolvenpopulatie dat toestaat of waar bescherming van grazende dieren vereist is. Wanneer wolven beschermende maatregelen weten te omzeilen en vee doden, zijn gerichte verwijderingen toegestaan.

De wet biedt tevens ruimte voor het verwijderen van hybriden tussen wolven en honden om de populatie te beschermen. Na vijf jaar zal de Federale regering moeten rapporteren aan de Bundestag over opgedane ervaringen en mogelijke aanpassingsbehoeften.




Uitspraak RvS over de ontheffing die het college van gedeputeerde staten van Utrecht heeft verleend aan de Faunabeheereenheid.

Uitspraak 202202196/1/A3 – 1 april 2026

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht aan de Faunabeheereenheid Utrecht ontheffing verleend voor het verjagen en doden van knobbelzwanen en voor het onklaar maken van hun eieren.Aanleiding voor de ontheffing is dat in de provincie Utrecht regelmatig schade aan landbouwgewassen ontstaat, die wordt toegeschreven aan begrazing door knobbelzwanen. De Faunabeheereenheid heeft daarom verzocht om toestemming om deze diersoort te mogen verjagen en doden met het geweer en om legselreductiemaatregelen toe te passen. Het college heeft die ontheffing verleend voor de duur van het Faunabeheerplan 2019–2025.

Volgens het college is het doden van knobbelzwanen noodzakelijk om belangrijke schade aan gewassen te voorkomen. De rechtbank Midden‑Nederland oordeelde echter dat de onderbouwing van de ontheffing voor het verjagen en doden van knobbelzwanen onvoldoende was. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat een ontheffing voor legselreductie niet mag worden verleend met het doel schade aan grasland te voorkomen. In zoverre kon de ontheffing dus niet in stand blijven. Tegen dat deel van de uitspraak is het college niet in hoger beroep gegaan.

In hoger beroep is daarom alleen nog aan de orde of het college bevoegd was om een ontheffing te verlenen voor het doden en verjagen van knobbelzwanen.

De ontheffing vormt onderdeel van het faunabeheer in de provincie Utrecht en is verleend met het argument dat knobbelzwanen aanzienlijke schade veroorzaken aan landbouwgewassen. De organisaties Stichting Animal Rights en Stichting Fauna4Life hebben zich hiertegen verzet en eerder beroep ingesteld bij de rechtbank Midden‑Nederland.

De rechtbank oordeelde dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van ‘belangrijke schade’ zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming. Volgens de rechtbank kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer die schade daadwerkelijk van wezenlijke omvang is.

Het college bestrijdt dit oordeel en stelt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte is afgeweken van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Volgens die lijn mag bij de beoordeling of sprake is van belangrijke schade worden uitgegaan van een drempelbedrag van € 250 per geval, per jaar, per bedrijf. Dat bedrag, zo voert het college aan, kan niet als gering worden beschouwd en voldoet daarom aan de eis van ‘belangrijke schade’.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 19 mei 2025 ter zitting behandeld.




Landelijk bestuur bezoekt Groningen




Waarschuwing NOJG – “Overgang  naar zomertijd gevaarlijk voor mens en dier”

De overgang van donker naar licht kan leiden tot meer aanrijdingen met dieren zoals reeën, wilde zwijnen, vossen en andere wilde dieren. Deze dieren zijn niet gewend aan de verandering in onze rijtijden en kunnen daardoor onverwachts de weg oversteken.

Ongevallen met wilde dieren kunnen in het ergste geval fataal zijn en jaarlijks veel schade aan eigendommen veroorzaken.

Bovendien zijn chauffeurs potentieel onoplettend, velen veroorzaken slaap in het “verdwenen” uur van de slaap. Zelfs een licht verlaagde reactiesnelheid verlengt echter de reactiesnelheid aanzienlijk.

Om ongelukken te voorkomen, is het verstandig om je snelheid aan te passen, meer afstand te houden en alert te zijn op mogelijke risico’s. Denk eraan dat een botsing met een dier niet alleen rampzalig is voor het dier, maar ook levensgevaarlijk kan zijn voor jou als automobilist.

Wees voorzichtig en probeer uitwijken te vermijden, aangezien dit vaak leidt tot ernstige ongelukken. Laten we samen zorgen voor de veiligheid van zowel de dieren als onszelf op de weg.

De NOJG beveelt aan, vooral voorzichtig en vooruit-waarnemend gericht te rijden.

  • Waar bos is, is ook wild: vooral ’s avonds en in de vroege ochtenduren op landwegen met veel vegetatie langs de kant van de weg: om voet van het gas te zijn en altijd klaar te zijn voor het remmen.
  • Een ree en zeker een hert komt zelden alleen: als je dieren langs de weg ontdekt, moet je verwachten daar er ook andere dieren van een sprong of roedel onderweg zijn.
  • Bovendien moet men zich niet in valse veiligheid wanen door bijvoorbeeld het gedrag van herten. Zelfs als het dier zogenaamd de auto heeft opgemerkt, is het geen garantie dat hij niet voor de auto springt.
  • Toeteren en uitschakelen van het groot licht kan het dier verjagen, terwijl hierbij juist risicovolle ontwijkende manoeuvres moeten worden vermeden.

Uit representatieve onderzoek over de winter- en zomertijd, blijkt o.a. dat inmiddels een meerderheid van de inwoners in Nederland de klok liever niet meer verzet. Iets wat voor het natuurleven en de aanrijdingen met wilde dieren, een goede zaak zou zijn

Zie de onderstaande YouTube film over wild ongelukken in Duitsland als voorbeeld;




Jagen op verwilderde katten is in Fryslân blijft toegestaan

De Afdeling verklaart het hoger beroep van Stichting Dierenrecht ongegrond en laat de Friese opdracht uit 2005 om verwilderde katten te bejagen in stand.

Kern van de zaak

– In 2005 gaf Fryslân op basis van de Flora- en faunawet een opdracht af om verwilderde katten te bejagen ter voorkoming van faunaschade; die opdracht geldt nu via overgangsrecht onder de Wet natuurbescherming als opdracht ex artikel 3.18 Wnb.
– Stichting Dierenrecht vroeg in 2022 om intrekking van die opdracht, met een beroep op nieuw faunabeleid (Nota Faunabeleid Fryslân 2021), de ontwikkeling en inzet van TNR‑C, en veranderde maatschappelijke opvattingen over het doden van dieren.

Standpunt provincie en rechtbank

  • Het college weigerde intrekking, met het argument dat de opdracht onherroepelijk is en er geen relevante gewijzigde omstandigheden zijn als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder d, Wnb.
  • De rechtbank Noord‑Nederland oordeelde dat:

    • de Nota Faunabeleid geen materiële beleidswijziging vormt ten aanzien van het bejagen van verwilderde katten, mede omdat een motie om met bestrijding te stoppen in 2021 is verworpen;
    • algemene verwijzingen naar veranderende maatschappelijke opvattingen en beleid in andere provincies onvoldoende zijn om een relevante beleids- of omgevingswijziging aan te tonen;
    • de onduidelijkheid over exacte faunaschade niet nieuw is ten opzichte van 2005;

  • TNR‑C al bestond ten tijde van het besluit uit 2005 en nu slechts aanvullend wordt toegepast, zodat ook dit geen relevante nieuwe omstandigheid is;

    • niet is aangetoond dat het in stand laten van de opdracht evident onredelijk is of in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Hoger beroep Stichting Dierenrecht

In hoger beroep herhaalt de stichting vooral dat:

  • de Nota wel degelijk een materiële beleidswijziging zou zijn;

    • TNR‑C nu een volwaardig alternatief zou vormen dat in 2005 nog niet in deze vorm bestond en pas sinds 2021 in Fryslân wordt toegepast;
    • maatschappelijke opvattingen over het doden van dieren zijn gewijzigd, onderbouwd met een petitie, moties in de Tweede Kamer, het stoppen met bejaging in andere provincies en onderzoek van de Raad voor Dieraangelegenheden.

Oordeel van de Afdeling

  • De Afdeling stelt vast dat de hoger‑beroepsgronden vrijwel een herhaling zijn van het beroep en sluit zich aan bij de inhoudelijke beoordeling van de rechtbank.
  • Daargelaten of artikel 5.4, eerste lid, onder d, Wnb formeel van toepassing is, is er volgens de Afdeling geen sprake van gewijzigde omstandigheden die nopen tot intrekking of heroverweging van de opdracht uit 2005.
  • Ook met de aanvullende stukken in hoger beroep is niet aannemelijk gemaakt dat bij het college sprake is van een zodanig gewijzigde maatschappelijke opvatting over het verjagen van verwilderde katten dat dit tot intrekking zou moeten leiden.
  • Het hoger beroep is daarom ongegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, met verbetering van de motivering, en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Bron:

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@157238/202405371-1-a3/




Nieuwe Duitse wet maakt weg vrij voor afschot van wolven

Het Duitse parlement heeft recentelijk een wet aangenomen die het toestaat om op wolven te jagen. Deze beslissing wordt positief ontvangen door landbouwers en jagers, terwijl dierenrechtenorganisaties hun zorgen uiten. Volgens hen zal het bejagen van de wolf het probleem met schade aan vee niet oplossen.

Met de goedkeuring van deze wet door de Bondsdag is het voor Duitse jagers weer toegestaan om wolven te schieten. Het parlement in Berlijn heeft dit besluit eerder deze maand genomen, waardoor de jacht op wolven wordt gelegaliseerd. Tot op heden was het, evenals in Nederland, verboden om op wolven te jagen. Uitsluitend in uitzonderlijke situaties, waarbij een wolf als ongewenst of gevaarlijk werd beschouwd, kon er ontheffing voor het afschot worden verleend. Met deze wetswijziging voorziet de Bondsdag echter in een structurele verandering.

Volgens de nieuwe regelgeving mogen jagers jaarlijks vanaf 1 juli tot en met 31 oktober op wolven jagen in regio’s met een relatief hoge wolvendichtheid. De Duitse deelstaten zullen beheersplannen moeten opstellen, op basis waarvan quota worden bepaald. Wolven die overlast veroorzaken mogen ook buiten het jachtseizoen worden gedood. De Duitse regering verwacht dat er jaarlijks tussen de 150 en 300 wolven zullen worden afgeschoten.

De minister van Landbouw, Alois Rainer, heeft zich positief uitgelaten over het besluit. Rainer benadrukt dat men moet beseffen dat de wolf geen huisdier is. Volgens hem betekent dierenbescherming tevens ook het beschermen van landbouwhuisdieren.

In de negentiende eeuw werd de wolf in Duitsland uitgeroeid.

Echter, eind jaren zeventig werd in de Conventie van Bern vastgelegd dat het roofdier streng moest worden beschermd. Sinds het begin van deze eeuw is de wolf, vanuit het oosten, weer teruggekeerd in Duitsland. Officiële cijfers uit eind 2024 geven aan dat er inmiddels minstens 1600 wolven in Duitsland leven.
De herintroductie van de wolf heeft echter ook geleid tot een toename van het aantal aanvallen op vee. In 2025 werden volgens Duitse autoriteiten circa 4300 boerderijdieren, voornamelijk schapen en geiten, gedood door ongeveer 1100 wolvenaanvallen.

De terugkeer van de wolf heeft in Duitsland geleid tot een intensief en gepolariseerd debat. Voor- en tegenstanders van het afschieten van wolven staan lijnrecht tegenover elkaar. Dierenrechtenactivisten suggereren dat jagers de populatie het liefst volledig zouden willen uitroeien, terwijl sommigen op het platteland de bescherming van de wolf afdoen als naïef idealisme van stedelingen. Er zijn zelfs gevallen bekend van bedreigingen aan het adres van natuurbeschermingsorganisaties.

De wetswijziging moet in Duitsland nog worden goedgekeurd door de Bondsraad, de Duitse senaat, maar de kans op afwijzing wordt gering geacht. Het voorstel wordt, naast de regeringspartijen CDU en SPD, ook gesteund door de AfD.




De rechtbank Noord-Holland verklaart het beroep van Stichting De Faunabescherming tegen de goedkeuring van het Faunabeheerplan Wildsoorten 2023‑2029 ongegrond.

De hoofdpunten van deze zaak gaat over de vraag of gedeputeerde staten van Noord-Holland (GS) het Faunabeheerplan Wildsoorten 2023‑2029, dat uitsluitend ziet op de jacht op wilde eend, fazant, houtduif, haas en konijn, rechtmatig hebben goedgekeurd. De Faunabescherming betoogt dat de staat van instandhouding van deze vijf wildsoorten ongunstig is en dat onvoldoende is aangetoond dat er in de jachtperiode sprake is van door deze soorten veroorzaakte schade, zodat GS de goedkeuring had moeten weigeren.

Juridisch kader

Het besluit tot goedkeuring is genomen onder de (toen nog geldende) Wet natuurbescherming (Wnb) en de Omgevingsverordening NH2020; via overgangsrecht van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet blijft dit oude recht van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is. De rechtbank stelt voorop dat een goedgekeurd faunabeheerplan vereist is om de jacht te kunnen uitoefenen, maar dat de minister van LNV (thans: minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) op grond van artikel 3.22 Wnb bepaalt óf en in hoeverre de jacht wordt geopend en de jacht niet opent voor soorten waarvan de staat van instandhouding in het geding is.

Oordeel over de beroepsgrond

De rechtbank verwerpt het standpunt van De Faunabescherming dat GS bij de goedkeuring van een faunabeheerplan nogmaals zelfstandig moet toetsen of de staat van instandhouding van de wildsoorten gunstig is en of voldoende schade in de jachtperiode is aangetoond. Volgens de rechtbank volgt uit artikel 3.20, derde lid, Wnb en overige bepalingen niet dat GS op die gronden de goedkeuring moet onthouden; de toets op de staat van instandhouding ligt bij de minister wanneer deze besluit de jacht al dan niet te openen, en niet bij GS in de fase van goedkeuring van het faunabeheerplan. Ook uit de aangehaalde jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en de Vogelrichtlijn (artikel 7 en 9) volgt volgens de rechtbank geen verplichting voor GS om bij de goedkeuring de jacht op deze gronden te blokkeren. De rechtbank benadrukt dat de jachthouder, niet GS, norm adressaat is van artikel 3.20, derde lid, Wnb en verantwoordelijk is voor het handhaven van een redelijke wildstand en het voorkomen van schade binnen zijn jachtveld.

Gevolgen: faunabeheerplan blijft in stand

Omdat de aangevoerde ongunstige staat van instandhouding en het gestelde ontbreken van voldoende schade geen weigeringsgrond vormen voor de goedkeuring, concludeert de rechtbank dat het faunabeheerplan voldoet aan de inhoudelijke eisen van de Wnb en de Omgevingsverordening NH2020. Het beroep van De Faunabescherming wordt daarom ongegrond verklaard en de goedkeuring van het Faunabeheerplan Wildsoorten 2023‑2029 blijft in stand.

Kort gezegd

De provincies hoeven bij de goedkeuring van een faunabeheerplan voor de jacht níet zelf opnieuw te toetsen of de staat van instandhouding gunstig is of of er genoeg schade is aangetoond; dat ligt bij de minister bij het openen van de jacht.

Rol provincies bij goedkeuring

– De rechtbank zegt expliciet dat uit artikel 3.20 Wnb (en andere Wnb‑bepalingen) niet volgt dat GS bij de goedkeuring nogmaals de staat van instandhouding van de wildsoorten moeten beoordelen.
– Ook mogen GS de goedkeuring niet weigeren enkel omdat volgens een derde (zoals FBP) onvoldoende is aangetoond dat er in de jachtperiode schade is door wildsoorten.

Rol minister versus GS

– De minister (nu LNV/LVVN) beslist op grond van artikel 3.22 Wnb óf de jacht op een soort wordt geopend en mag die jacht niet openen als de staat van instandhouding in het geding is; die toets voert de minister “telkens” uit.
– Het faunabeheerplan is vervolgens een voorwaarde om de jacht feitelijk te kunnen uitoefenen, maar goedkeuring daarvan is niet het moment om de gunstige/ongunstige staat van instandhouding nogmaals te beoordelen.

Praktisch gevolg voor provinciale faunabeheerplannen

– Bij plannen die (uitsluitend) zien op jacht: GS toetsen of het plan voldoet aan de wettelijke en verordeningseisen (inhoud, monitoring, gegevens over populaties, afschot, schade‑indicatie), maar niet of de populaties zó slecht zijn dat jacht nooit zou mogen of dat schade onvoldoende is aangetoond.
– Bezwaar- en beroepsgronden die uitsluitend betogen dat de staat van instandhouding van wildsoorten ongunstig is of dat schade onvoldoende onderbouwd is, zijn volgens deze uitspraak in beginsel géén geldige reden om de provinciale goedkeuring van het faunabeheerplan te vernietigen.

Betekenis in de praktijk

– Voor provincies biedt de uitspraak steun om faunabeheerplannen voor wildsoorten te blijven goedkeuren zolang de plannen inhoudelijk aan de (oude) Wnb en provinciale verordening voldoen.
– De discussie over “mag er überhaupt jacht zijn gezien de staat van instandhouding” verschuift hiermee duidelijk naar het niveau van de ministeriële besluitvorming over het openen of sluiten van de jacht, niet naar de provinciale goedkeuringsfase.

Bronnen

Uitspraak_zaaknummer l-JAA 24 / 1113 NATUUR Rechtbank Noord-Holland van 26 februari 2026




Opleiding voor ‘Kundigen Person” vrijdag 20 maart 2026

Omdat ongetwijfeld ook leden van uw WBE in Duitsland jagen of dit van plan zijn, sturen we u deze email met het verzoek deze door te zenden aan uw leden.

Nog steeds blijkt dat Nederlandse/Belgische jagers bij het boeken van een jachttrip bij de Landes- of Bundesforst niet (kunnen) voldoen aan de vereiste status van ‘Kundigen Person’ en daardoor niet kunnen deelnemen aan aanzit- of drukjachten.

Jagdburo NimrodiA (www.nimrodia.nl) heeft daarom in samenwerking met het jachtforum weer een ‘Schulungslehrgang zur Kundigen Person’ georganiseerd. De animo voor eerdere cursussen bleek dusdanig groot dat deze al snel vol zaten. Op veler verzoek organiseren we daarom binnenkort nogmaals een cursus voor de ‘laatkomers’ en de ‘nieuwkomers’, want voor huidige of toekomstige cursisten van de Jachtopleiding is deze opleiding eveneens ten zeerste aan te bevelen. Binnen is binnen!

Deze Schulungslehrgang zal plaatsvinden op vrijdagavond 20 maart 2026. De cursus is conform de Duitse regelgeving. Een en ander zal ongeveer drie uur in beslag nemen. De cursus is Duitstalig, er wordt geen examen afgenomen.

Na afloop van de cursus ontvangen de deelnemers het door de Duitse autoriteiten afgegeven Zertifikat ‘Kundigen Person’ en het boekwerk ‘Wildbret-Hygiene, das Buch zur Wildbretverwertung’. Het Zertifikat is voor onbepaalde tijd en in de gehele BRD geldig.

De deelnamekosten bedragen € 138.- inclusief BTW en het studieboek.

Aanmelding voor deelname kan uitsluitend per e-mail en vermelding van:

Volledige Naam

Adres:

Geboortedatum:

Telefoonnummer:

Emailadres:

Opgave uitsluitend via: jagdundjacht@gmail.com

NB: Aanmeldingen waarbij de volledige gegevens ontbreken worden niet in behandeling genomen. De gevraagde gegevens zijn nodig voor de uit te schrijven deelname-certificaten.

Met vriendelijke groet,
redactie@jachtforum.nl
jagdundjacht@gmail.com