Opwarming van de aarde versnelt de migratie van brandgans

De aarde warmt het snelste op in het noordpoolgebied, met als gevolg dat trekvogels eerder op de arctische broedgebieden moeten aankomen om hun kuikens te laten profiteren van de vroege lente. Een recente studie onder leiding van onderzoekers van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamics van de Universiteit van Amsterdam, gepubliceerd in Current Biology, toont aan dat brandganzen in staat zijn om de migratie in warmere lentes te versnellen. Uit het onderzoek blijkt ook dat de kuikens minder goed overleven omdat de ganzen het leggen van de eieren nog onvoldoende vervroegen.

Brandganzen zijn langeafstandsmigranten die in de lente van de gematigde overwinteringsgebieden naar de broedgebieden in het Russische Noordpoolgebied migreren. De timing van migratie en voortplanting is extreem belangrijk. In de ideale situatie valt de grootste voedselbehoefte van de kuikens samen met de piek van de Arctische toendra, voor optimale voedselbeschikbaarheid. De broedgebieden in de Arctische gebieden hebben momenteel te maken met snelle temperatuurstijgingen waardoor de lente eerder start. Een internationaal team van onderzoekers onderzocht of brandganzen in staat zijn om de timing van migratie en voortplanting aan te passen aan de vervroegde lente.

Geavanceerde migratie
De onderzoekers combineerden meerdere jaren van vogeltracking en veldobservaties langs de gehele vluchtroute van brandganzen. In totaal waren 125 vrouwelijke brandganzen uitgerust met volgapparatuur om de timing van migratie te bepalen; 40 daarvan waren UvA-BiTS trackers. Van grote trekvogels die lange afstanden afleggen wordt verwacht dat ze tussenstops moeten maken om bij te tanken voor de rest van de reis en om reserves aan te leggen voor het broeden. Ze profiteren van een langdurige lente door stop-over-locaties te bezoeken waar op dat moment de lente begint. Met de gegevens die de onderzoekers verzamelden konden ze aantonen dat brandganzen migratie in een warme lente kunnen versnellen door stopovers over te slaan en bijna non-stop te vliegen. Hierdoor komen ze vervroegd aan op de broedgebieden van de Arctische gebieden.

Moment van leggen vervroegt minder
Na een vroege aankomst blijken de vogels niet meteen eieren te leggen. Blijkbaar hebben de ganzen tijd nodig om reserves op te bouwen op de broedplaatsen. Het gevolg is dat het moment van eieren leggen niet zo ver opschuift als de aankomstdatum. De kuikens komen daardoor alsnog laat uit in verhouding tot het begin van de lente. Dit verhoogt het risico op een discrepantie tussen de voedselbehoefte van de kuikens en de voedselbeschikbaarheid op de toendra, en zorgt ervoor dat minder kuikens overleven tot aan het uitvliegen.

Niet-migrerende ganzen
Enkele van de brandganzen blijken gestopt met migreren en zijn gaan broeden in de gematigde gebieden. Door migrerende en niet-migrerende ganzen te vergelijken kunnen de onderzoekers bestuderen wat de kosten en baten zijn van migratie. De niet-migrerende populatie legt de eieren ook te laat, omdat ze niet kunnen profiteren van de verlengde lente zoals de migrerende ganzen doen. Het vergelijken van trekvogels en niet-trekvogels zal de onderzoekers helpen om te begrijpen hoe de brandganzen het broedgedrag afstemmen op snel veranderende omstandigheden.’

bron: Universiteit van Amsterdam, 20/07/18

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.