In Drenthe heeft de rechtbank besloten dat de provincie geen reeën meer mag afschieten voor verkeersveiligheid. De rechter oordeelde dat de provincie onvoldoende bewijs heeft geleverd dat het afschieten van de dieren daadwerkelijk leidt tot minder aanrijdingen.
De rechtszaak werd aangespannen door de dierenbeschermingsorganisaties Fauna4Life en Animal Rights.
Tot nu toe was er een ontheffing voor jagers om reeën af te schieten, maar de rechtbank vond dat de onderbouwing van de noodzaak hiervan niet overtuigend was. De provincie heeft geen gedetailleerd inzicht in het aantal aanrijdingen per regio en de ernst ervan. Daarom werd de vergunning ingetrokken.
De provincie Drenthe wacht nu op een nieuw plan van de Faunabeheereenheid. Als die kan aantonen dat het afschieten van reeën noodzakelijk is voor verkeersveiligheid, zal de provincie opnieuw overwegen of een ontheffing nodig is. Het beheer van wild wordt als complex gezien, waarbij een zorgvuldige afweging tussen verkeersveiligheid, natuurbescherming en de belangen van de landbouw noodzakelijk is
Daarnaast blijft het wel toegestaan om zieke of gewonde reeën af te schieten om hun lijden te verlichten, zoals bij aanrijdingen. In Drenthe draaien jagers piketdiensten om te helpen bij deze gevallen.
Ook wordt geadviseerd om de snelheid aan te passen in gebieden waar reeën vaak voorkomen, vooral tijdens schemering of in het donker, om aanrijdingen te voorkomen.
Noord-Holland gaat met nieuw ganzenbeheerplan schade en risico’s fors verminderen
Alkmaar: 12 maart 2025
Gedeputeerden Staten Noord-Holland hebben het Faunabeheerplan Ganzen 2025 – 2031 goedgekeurd.
Het Faunabeheerplan Opent een externe link is gemaakt door de Faunabeheereenheid Noord-Holland (FBE) en vormt de basis voor de provinciale inzet om schade aan landbouwgewassen en natuur terug te dringen en de vliegveiligheid rondom Schiphol te verbeteren. Een belangrijk onderdeel van het plan is het verkleinen van de ganzenpopulatie. Het plan is gebaseerd op gegevens die de Faunabeheereenheden Flevoland, Noord-Holland, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland hebben verzameld, samen met wetenschappers en deskundigen uit de praktijk. Hiermee wordt voor het eerst over provinciegrenzen heen gekeken als het gaat om faunabeheer.
Schade en risico’s groeien
De schade door de ganzenpopulatie in Noord-Holland is de afgelopen 20 jaar explosief gestegen. Hoewel het van nature trekvogels zijn, blijven steeds meer ganzen het hele jaar door in Noord-Holland. De overzomerende ganzen worden standganzen genoemd. Momenteel leven er zo’n 150.000 standganzen in de provincie. Dit aantal verdubbelt in de winter met de komst van trekganzen uit andere landen. De grote aantallen ganzen leiden tot problemen: schade aan landbouwgewassen, overbegrazing in natuurgebieden en risico’s voor het vliegverkeer. De provincie keert jaarlijks vele miljoenen aan schadevergoedingen uit aan boeren en zoekt naar manieren om schade en kosten te beperken. Het ganzenbeheerplan gaat in eerste instantie om preventieve maatregelen, zoals weren met afrasteringsnetten of verjagen met knalapparaten. Als dit soort maatregelen onvoldoende effect hebben, komen ook dodelijke maatregelen in beeld
De meeste schade en risico’s worden vooral veroorzaakt door de vele grauwe ganzen die het hele jaar in Noord-Holland verblijven. In het nieuwe plan wordt daarom flink ingezet op het verkleinen van deze populatie. Op die manier worden preventieve maatregelen, zoals verjagen met lasers of honden, na enkele jaren weer effectiever. De ganzen worden bij populatiereductie gedood door ze te schieten of door ruivangsten.
Vliegveiligheid
Ganzen vormen ook een risico voor de vliegveiligheid. Daarom richt het plan zich specifiek op het weren van ganzen binnen een straal van 10 kilometer rond Schiphol. Daarbuiten wordt de populatie verkleind om het risico te beperken dat er vliegtuigongevallen ontstaan als ganzen in de motor vliegen.
Voorkomen voedselverspilling
In het plan staat daarnaast de ambitie om ervoor te zorgen dat gedode ganzen ook gegeten worden. Gedeputeerde Beemsterboer: “Dat we deze dieren moeten doden is al erg genoeg, maar als we ze vervolgens niet opeten dan is dat pure voedselverspilling.” Daarom zorgt het plan dat de ganzen door jagers makkelijker afgeleverd kunnen worden bij poeliers door verspreid over de provincie koelingen aan te bieden. Zo kunnen zij vaker worden gebruikt voor consumptie en wordt voedselverspilling voorkomen.
Onderzoek naar effectiever beheer
Bij het opstellen van het plan bleek dat bepaalde kennis ontbreekt, bijvoorbeeld over ganzenschade in de winter en het effectiever sturen van ganzen naar rustgebieden. De provincie en de FBE hebben daarom afgesproken aanvullend onderzoek te doen naar deze onderwerpen. Met deze aanpak wil Noord-Holland de balans tussen mens, natuur en vliegveiligheid beter bewaken.
Faunabeheerplannen
De faunabeheereenheden (FBE’s) dienen faunabeheerplannen in. De provincies moeten deze plannen beoordelen en goedkeuren. Er wordt rekening gehouden met veel verschillende belangen, zoals natuur, landbouw, vliegveiligheid, dierenwelzijn en de (internationale) instandhouding van ganzensoorten.
Eerste Nederlandse wolvenpaar al sinds 2019 op de Noord-Veluwe
Geplaatst: 14/02/2025
De rapportage gaat over de periode van half mei tot half oktober bron: BIJ12, 13/02/2025
Het eerste wolvenpaar dat zich in 2019 in Nederland vestigde, leeft nog steeds op de Noord-Veluwe. Het paar kreeg elk jaar welpen, in totaal minimaal 32. Een nakomeling uit 2019 verblijft nog steeds in het territorium. Andere nakomelingen vonden eigen leefgebieden in Nederland, trokken naar het buitenland of werden gedood in het verkeer. Dat blijkt uit de nieuwe voortgangsrapportage van BIJ12 over wolven in Nederland.
Het eerste wolvenpaar dat zich in 2019 in Nederland vestigde, leeft nog steeds op de Noord-Veluwe. Het paar kreeg elk jaar welpen, in totaal minimaal 32. Een nakomeling uit 2019 verblijft nog steeds in het territorium. Andere nakomelingen vonden eigen leefgebieden in Nederland, trokken naar het buitenland of werden gedood in het verkeer. Dat blijkt uit de nieuwe voortgangsrapportage van BIJ12 over wolven in Nederland.
De rapportage gaat over de periode van half mei tot half oktober 2024. Daarnaast bevat de rapportage een overzicht over geheel 2024 en een overzicht van de ontwikkelingen in cijfers sinds 2015, toen de wolf terugkeerde naar Nederland. In Nederland leven momenteel 11 wolvenroedels, een solitaire wolvin en doorlopend enkele zwervende wolven. Niet al deze wolven worden elke periode met DNA aangetoond.
In de periode van medio mei tot medio oktober 2024 zijn in Nederland in totaal 56 verschillende wolven genetisch aangetoond. Daarvan zijn 13 wolven voor het eerst aangetroffen in Nederland. De overige 43 wolven zijn al eerder in Nederland aangetoond met DNA. Dit zijn gevestigde wolven of zwervende wolven zonder een vast territorium.
In de afgelopen periode zijn drie wolven een natuurlijke dood gestorven. Bij twee van die wolven zijn bij de sectie bijtsporen aangetroffen. Het lijkt erop dat deze wolven zijn gedood door een soortgenoot. Het is voor het eerst dat dit in korte tijd twee keer in Nederland wordt vastgesteld. Wolven staan geen vreemde soortgenoten toe in hun territorium. Een mogelijke verklaring voor het doden van een soortgenoot is onderlinge concurrentie en competitie tussen territoriale roedels.
Op de Zuidoost-Veluwe is een roedel gevestigd. Op wildcamerabeelden zijn de afgelopen periode maximaal zes wolven tegelijk gezien. Voor het eerst sinds deze roedel jongen kreeg is een nakomeling van deze roedel met DNA bevestigd. Daarmee is met zekerheid aangetoond dat deze wolven een paar hebben gevormd en de ouders zijn van deze roedel.
In de periode van medio mei tot medio oktober 2024 ontving BIJ12 2.529 meldingen van mogelijke waarnemingen van wolven. Bij 1.344 meldingen is op basis van bewijsmateriaal, zoals beeldmateriaal of DNA-onderzoek op een uitwerpsel, bevestigd dat het daadwerkelijk om een wolf ging. Van de overige 1.185 meldingen kon niet worden vastgesteld of dit een wolf betrof.
Jagers in Zeeland krijgen meer mogelijkheden populatiebeheer grauwe gans en brandgans
De Faunabeheereenheid in Zeeland heeft een nieuwe vergunning gekregen om grauwe ganzen en brandganzen beter te beheren in de zomer. Voor de grauwe gans geldt deze vergunning in heel Zeeland. Voor de brandgans geldt het in een deel van de provincie. Met deze vergunning mogen boeren en beheerders extra middelen gebruiken om de ganzenpopulatie te controleren.
Uitgebreide afschotmogelijkheden:
Vanaf 15 februari tot en met 31 oktober mogen jagers de grauwe gans schieten vanaf een uur voor zonsopkomst tot een uur na zonsondergang, met uitzondering van ganzenrustgebieden van 15 februari tot en met 31 maart. Voor de brandgans geldt dit van 1 mei tot en met 31 oktober.
Gebruik van extra middelen toegestaan:
Jagers mogen lokvoer en versterkte lokmiddelen gebruiken en gewonde ganzen doden met slag-, snij- of steekwapens. Deze vergunning is geldig tot en met 31 december 2026. Om deze middelen te gebruiken, is een machtiging nodig. De machtiging, een kopie van de vergunning en een schriftelijke toestemming van de grondgebruiker dienen op verzoek te worden getoond als daarvan gebruik wordt gemaakt.
Verhoogde schadevergoedingen:
De provincie Zeeland heeft 750.000 euro extra uitgetrokken voor faunaschadevergoedingen, bovenop de al gereserveerde 2,1 miljoen euro. In 2023 bedroeg de schade aan landbouwgewassen 1,9 miljoen euro.
Provincie Gelderland mag wolven op de Noord-Veluwe niet verstoren met paintballgeweer
Arnhem, 11 februari 2025
Het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland heeft het besluit om een vergunning op grond van de Omgevingswet te verlenen voor het opzettelijk verstoren van wolven op de Noord-Veluwe met een paintballgeweer niet goed onderbouwd. Dat is het oordeel van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep van de Faunabescherming. Volgens de Faunabescherming is er geen sprake van afwijkend gedrag bij wolven op de Noord-Veluwe of moet eerst duidelijk worden welke wolven afwijkend gedrag vertonen en wat dat afwijkend gedrag precies inhoudt. Ook zijn er andere mogelijkheden om de wolven te beschermen. De voorzieningenrechter vindt dat de provincie haar besluit niet goed heeft onderbouwd en verklaart het beroep van de Faunabescherming gegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe. Dit betekent dat de vergunninghouder, de Faunabeheereenheid Gelderland, geen paintballgeweer mag gebruiken om de wolven op de Noord-Veluwe af te schrikken.
Sinds eind januari 2024 kwamen bij het Wolvenmeldpunt en de provincie regelmatig meldingen binnen over minstens 1 jonge wolf met geringe schuwheid ten opzichte van mensen en voertuigen in de omgeving van ‘Het Leuvenumse Bos’ en Speuld in Ermelo. Volgens de provincie is de wolf waarschijnlijk gevoerd. De provincie vond het in het belang van de openbare veiligheid noodzakelijk om in te grijpen en wilde met de inzet van een paintballgeweer bereiken dat de wolf weer schuw werd. De provincie verleende daarom een vergunning voor het verstoren van wolven met afwijkend gedrag in de gemeenten Ermelo, Putten, Harderwijk, Nunspeet, Elburg, Oldebroek, Heerde, Epe, Apeldoorn en Barneveld. Deze vergunning gold voor de duur van 18 maanden. De voorzieningenrechter heeft in zijn uitspraak van 23 mei 2024 al opgemerkt dat het college de noodzaak van de vergunning en andere mogelijkheden om de wolf te beschermen, niet goed heeft onderbouwd. Op 20 november 2024 heeft het college beslist op het bezwaarschrift van de Faunabescherming en heeft het college de vergunning in stand gelaten. Op dat moment waren er geen meldingen meer van een wolf met geringe schuwheid in Ermelo, maar wel van andere wolven met geringe schuwheid op de Noord-Veluwe.
Besluit onvoldoende gemotiveerd
De wolf is een strikt beschermde diersoort en de provincie kan alleen een vergunning voor het verstoren van de wolf verlenen als wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Het verstoren van de wolf moet bijvoorbeeld noodzakelijk zijn, er moeten geen bevredigende alternatieven zijn, duidelijk moet zijn om welke wolf het gaat en wat het afwijkende gedrag is of welke schade aan een dier kan worden toegeschreven. Dat is op 11 juli 2024 nog bepaald in een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:EU:C:2024:595) in een Oostenrijkse zaak waarin een wolf twintig schapen van een kudde op een bergweide heeft gedood. Dit betekent dat er geen algemene toestemming kan worden verleend om te schieten op wolven die zich ophouden binnen 30 meter afstand van auto, mens of aangelijnde hond.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de provincie onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van afwijkend gedrag bij wolven op de Noord-Veluwe en dat ingrijpen in het belang van de openbare veiligheid noodzakelijk is. Het college onderbouwt onvoldoende wat het afwijkende gedrag van de wolven op de Noord-Veluwe inhoudt. Er zijn bij de provincie meerdere meldingen gedaan van wolven, maar die gaan vooral over het zien van een voorbijlopende wolf of een aanval op vee of hobbydieren.
Verder kon het college niet duidelijk maken wat er precies is gebeurd tussen een wolf en een hond in Harderwijk en Nunspeet. Zo is niet bekend of deze honden vrij rond liepen in een wolventerritorium of dat zij aangelijnd waren en dichtbij hun baasje liepen. Ook onderbouwt het college onvoldoende waarom een vergunning voor de hele Noord-Veluwe nodig is en waarom voor de duur van 18 maanden. Daarnaast wordt niet voldaan aan de voorwaarde dat er geen bevredigende alternatieven zijn. Het is voor de voorzieningenrechter niet duidelijk wat de provincie concreet heeft gedaan om de wolf te beschermen.
Voorlopige voorziening toegewezen
De voorzieningenrechter verklaart daarom het beroep gegrond en vernietigt de beslissing op bezwaar van 20 november 2024. Om te voorkomen dat gebruik gemaakt kan worden van de vergunning wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toe en schorst ook het besluit van 3 mei 2024 tot 6 weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Dit laatste betekent dat de provincie een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar van de Faunabescherming.
Deze nieuwsbrief is uitsluitend van toepassing op onze leden met een lopende 3-jaarsverzekering. We hebben goed nieuws voor u.
Ondanks de onjuiste vermelding over de omgevingswet op veel van de huidige verzekeringspolissen, is hierin geen actie van uw kant nodig. We hebben veel vragen over dit onderwerp ontvangen en willen u via deze brief op de hoogte stellen dat de correctie van uw verzekeringsbewijs momenteel in behandeling is.Vanaf woensdag 12 februari kunt u uw gecorrigeerde verzekeringsbewijs tegemoet zien. Deze wordt per e-mail of per post verstuurd. De aangepaste bewijzen via e-mail worden verzonden vanuit jagers@hienfeld.nl.
We raden u aan hiervoor ook uw spambox en/of ongewenste e-mailmap te controleren.Als u na 19 februari nog geen bericht heeft ontvangen, vragen wij u vriendelijk een e-mail te sturen naar nojg@hienfeld.nl. Voeg hierbij een kopie van uw huidige verzekering en uw NOJG-lidmaatschapsnummer toe (zie hiervoor het debiteurnummer op uw NOJG lidmaatschapsfactuur).
Indien u bij Meijers al een aanvraag heeft ingediend voor een nieuw verzekeringsbewijs, ontvangt u deze ook automatisch na 12 februari. Een wijziging van uw 3-jaars verzekering doorgeven aan Meijers?
Wilt u een aanpassing doorvoeren op uw 3-jaars verzekering, zoals het verzoek tot verlenging van de looptijd? Dit kunt u eenvoudig doen via onze digitale collega Robin.Klik op de link https://jagers.verzekerdviameijers.nl/ en kies voor “aanvragen” en daaropvolgend voor “Wijzigen bestaande verzekering”. Vervolgens kunt u aangeven welke aanpassing u wilt maken, bijvoorbeeld de verlenging van de looptijd. Overige vragen?
Voor overige vragen m.b.t. het NOJG lidmaatschap kunt u contact opnemen met het secretariaat van de NOJG. Stuur hiervoor uw mail naar secretariaat@nojg.nl.Wilt u meer informatie over verzekeringen voor NOJG leden dan kunt u contact op nemen met Meijers Assurantiën – team NOJG via e-mail op jagers@meijers.nl of via jagers.verzekerdviameijers.nl.
Graag verzoeken wij u om uw vraag bij voorkeur per e-mail te stellen. Er wordt zo spoedig mogelijk contact met u opgenomen.
Nachtkijkers en geluidsdempers voor de jacht opgenomen in nieuw Belgisch regeerakkoord
De nieuwe federale regering van België is voornemens de wapenwet aan te passen om het gebruik van nachtkijkers en geluidsdempers onder bepaalde voorwaarden toe te staan voor de jacht het bestrijden van de wilde zwijnen. Dit besluit is opgenomen in het nieuwe regeerakkoord en zal jagers toestaan deze hulpmiddelen te gebruiken bij de bestrijding van everzwijnen.
De Hubertus Vereniging Vlaanderen, die al jaren pleit voor deze maatregel, is tevreden met deze ontwikkeling. Hoewel de Vlaamse regering al eerder instemde met het gebruik van deze hulpmiddelen, was goedkeuring op federaal niveau vereist.
De Vlaamse regering stemde al op 19 juli 2024 in met het gebruik van nachtkijkers en geluidsdempers voor de bijzondere jacht en bestrijding van de wilde zwijnen, maar op voorwaarde dat het bezit gelegaliseerd wordt in de Belgische Wapenwet. Die bevoegdheid ligt federaal.
Op 5 september 2024 dienden enkele Kamerleden een wetsvoorstel in voor de legalisatie van het bezit van nachtkijkers en geluidsdempers, dat inmiddels een eerste lezing kreeg in de Kamercommissie voor Justitie. De nieuwe regering zal dit ook doorvoeren.
De Hubertusvereniging verwacht dat het wetsvoorstel snel op de aangepast
Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben het faunabeheerplan wolf goedgekeurd
Dit plan vormt een belangrijke stap in de praktische uitvoering van het Gelderse wolvenbeleid ‘Grenzen aan de wolf in Gelderland’, dat op 21 november 2023 door Gedeputeerde Staten is vastgesteld. Het wolvendossier blijft zich voortdurend ontwikkelen.
Het faunabeheerplan dient als basis voor toekomstige vergunningverlening, bijvoorbeeld voor maatregelen om wolven te verstoren (zoals bij de probleemwolven) of in uiterste gevallen te doden. Deze vergunningen kunnen worden afgegeven in het kader van openbare orde en veiligheid, schadebestrijding (bij herhaaldelijke aanvallen op beschermd vee), of populatiebeheer.
Inhoudelijk bevat het faunabeheerplan onderwerpen die volgen uit de Omgevingswet en de Omgevingsverordening Gelderland. Dit betreft onder andere; – een soortbeschrijving, – de populatiegrootte en ontwikkeling van de soort, – monitoring, – de Gelderse (en landelijke) situatie, – de staat van instandhouding, – de ontwikkeling van schade en risico’s in het kader van openbare veiligheid en verkeersveiligheid, – te nemen preventieve maatregelen en – een hoofdstuk beheer waar in te zetten beheersmaatregelen en alternatieven afgewogen worden.
Het faunabeheerplan zelf heeft geen directe rechtsgevolgen. Dit betekent dat de beschreven acties pas kunnen worden uitgevoerd na het indienen, toetsen en verlenen van een specifieke vergunning op basis van het faunabeheerplan. Zonder een dergelijke vergunning is geen sprake van concrete uitvoering.
Een uitzondering geldt voor gevallen waar de openbare orde en veiligheid acuut in het geding is – bijvoorbeeld bij een bijtincident wolf-mens – en de burgemeester conform de gemeentewet bevoegdheid heeft tot ingrijpen.
Het vaststellen beheerplan tegen probleemwolven dichterbij in Gelderland
De Gelderse wolvencommissaris, Jan Markink, benadrukt dat hij niet zal lobbyen in Den Haag of Brussel. “Dat is aan de politiek,” zegt hij. Sinds deze maand is de oud-gedeputeerde van Gelderland de voorzitter van de Gelderse wolvencommissie. De commissie is uitgebreid, maar blijft een provinciaal adviesorgaan.
Realistischere kijk op de wolf
Volgens Markink wordt er nu zowel landelijk als provinciaal met meer realisme over de wolf gesproken. “In mijn laatste Statenvergadering als gedeputeerde werd serieus voorgesteld om de wolf af te schieten. Nu wordt daar realistischer over gedacht. Ook voorstanders van de wolf erkennen de risico’s meer.”
Recent viel een wolf in Leusden een aangelijnde hond aan en nam deze mee. Markink stelt dat er nagedacht wordt over vroegtijdige correctieve maatregelen tegen wolven met afwijkend gedrag.
Preventieve maatregelen
Markink geeft aan dat er veel te leren valt van andere landen zoals Polen, Duitsland en België, waar effectieve preventieve maatregelen worden toegepast. “België boekt goede resultaten met wolfwerende omheiningen. We moeten ook kijken hoe we vrijwilligers kunnen mobiliseren bij het plaatsen hiervan,” aldus Markink.
De samenstelling van de wolvencommissie is veranderd: alle deelnemers komen nu uit Gelderland en meer belanghebbenden, zoals de Faunabeheereenheid en de Sectorraad Paarden, zijn vertegenwoordigd. Er wordt nadruk gelegd op participatie, maar hoe dat precies vorm krijgt, moet nog worden bepaald.
Politiek beslist
Ervaring uit Duitsland leert dat er geen uniforme oplossing is. Daarom vindt Markink het belangrijk dat breed wordt meegedacht. “Ik wil geen te hoge verwachtingen scheppen. Wij blijven een adviesorgaan, de politiek beslist.”
De SP bekritiseerde de commissie omdat er vooral voorstanders van maatregelen tegen de wolf in zitten. Markink reageert laconiek: “Binnen de commissie wil ik geen discussie over voor of tegen de wolf. De wolf is er. We moeten een manier vinden om daarmee om te gaan. Als nodig, betrekken we externe experts, zoals natuurbeschermers.”
Nieuwe maatregelen en juridische obstakels
Markink benadrukt dat de vestiging van de wolf in Nederland vraagt om serieuze overwegingen over afschrikmethoden. “Het incident in Leusden onderstreept dat. Paintballen op wolven is een optie om gewenning te voorkomen, maar juridisch complex. Kuddebeschermingshonden zijn daarentegen een bewezen succes. Ik wil dat Gelderland vooroploopt in wolvenbeleid.”
Het provinciale faunabeheerplan wolf is inmiddels goedgekeurd door de Faunabeheereenheid en Gedeputeerde Staten van Gelderland. Daarmee is optreden tegen probleemwolven dichterbij gekomen. Het plan bevat ook de basis voor toekomstig populatiebeheer. De Gelderse wolvencommissie was hier niet direct bij betrokken.
Wetgeving en Europese ontwikkelingen
Goedkeuring van het plan betekent niet dat er direct ingegrepen kan worden. Voor maatregelen tegen een probleemwolf moet eerst een vergunning worden aangevraagd. Alleen bij acute onveilige situaties heeft een burgemeester de bevoegdheid om direct in te grijpen, bijvoorbeeld als een wolf een mens bijt.
Het faunabeheerplan bevat wetenschappelijke onderbouwingen over de ontwikkeling van de wolvenpopulatie, de aantallen in Gelderland en de schade die zij veroorzaken. Het biedt ook richtlijnen voor beschermings- en beheersmaatregelen. Gedeputeerde Staten willen een balans tussen populatiebeheer en natuurbescherming. “Wolven veroorzaken schade aan weidedieren en geven sommige mensen in de Veluwe een onveilig gevoel.”
De Faunabeheereenheid stelde het plan op in opdracht van Gedeputeerde Staten. De wolvencommissie, die gevraagd en ongevraagd advies geeft, was niet direct betrokken, al is de Faunabeheereenheid wel vertegenwoordigd binnen de commissie.
Om ingrijpen makkelijker te maken, moet de wet worden aangepast. Op 3 december 2024 besloot de Conventie van Bern de beschermde status van de wolf te verlagen van ‘strikt beschermd’ naar ‘beschermd’. De volgende stap is aanpassing van de Europese habitatrichtlijn, waarna nationale wetgeving kan volgen. Dit zou niet alleen ingrijpen bij probleemwolven vereenvoudigen, maar ook perspectief bieden voor toekomstig populatiebeheer.
Rechter verbiedt per direct afschot reewild in provincie Flevoland
De rechtbank heeft bepaald dat de Faunabeheereenheid in Flevoland per direct moet stoppen met het afschieten van reeën. De rechter twijfelt aan het verband tussen de omvang van de reeënpopulatie en het aantal aanrijdingen. Hierdoor is de ontheffing, die was verleend om de verkeersveiligheid te verbeteren en dierenleed te voorkomen, geschorst.
Stichting Fauna4Life en Stichting Animal Rights hadden bezwaar gemaakt tegen het besluit van de provincie, omdat volgens hen verkeersonveilige situaties niet zijn aangetoond en alternatieven onvoldoende zijn onderzocht. Hierdoor wordt de preventieve afschot van 500 reeën voorlopig tegengehouden.
De provincie baseerde haar besluit op verouderde gegevens en kon niet overtuigend aantonen dat het aantal aanrijdingen in Flevoland veel hoger is dan gemiddeld. Daarnaast is er onvoldoende bewijs dat de aanrijdingen ook gevaar opleveren voor de volksgezondheid.
De rechter oordeelde dat andere maatregelen, zoals hekken en waarschuwingssystemen, niet goed zijn onderzocht en dat de argumenten voor afschot te algemeen zijn. De zaak wordt verder onderzocht in een bodemprocedure, maar tot die tijd blijft het afschotverbod van kracht.