Nieuwsbrief NOJG

Landelijk bestuur NOJG roept leden op om enquête over de wolf in te vullen

De Werkgroep Wolf Nederland, een organisatie die streeft naar een ‘vreedzame co-existentie’ met wolven in Nederland, heeft een enquête uitgezet om antwoord te krijgen op de vraag hoe het zit met het maatschappelijke draagvlak voor de aanwezigheid van de wolf in ons land.

De vragenlijst, die tot uiterlijk donderdag 3 oktober as. kan worden ingevuld, is volgens de Werkgroep Wolf Nederland bedoeld om een beter inzicht te krijgen in de meningen en ervaringen van mensen met betrekking tot de wolf en het huidige wolvenbeleid in Nederland.

Anoniem

De resultaten van dit onderzoek worden volgens de werkgroep anoniem verzameld in een rapport dat openbaar zal worden gemaakt. Dit rapport kan gebruikt worden door de werkgroep, scholieren, universiteiten, instellingen en overheden.

Het landelijk bestuur van de NOJG roept alle leden op om de vragenlijst online in te vullen en terug te sturen, maar tekent daarbij wel aan dat de enquête niet is uitgezet door een onafhankelijk bureau dat de kwaliteit en betrouwbaarheid bewaakt. ,,Daardoor is het voor ons als organisatie oncontroleerbaar hoe de ingevulde gegevens worden verwerkt en welke uitleg eraan wordt gegeven”, aldus  landelijk voorzitter René Leegte.

Gedegen debat

Niettemin vindt hij het wenselijk dat de leden van de NOJG hun individuele geluid laten horen. ,,Gelet op het aantal incidenten van de laatste tijd wordt het hoog tijd voor een gedegen maatschappelijk debat over de aanwezigheid van de wolf. We moeten echt gaan nadenken over de vraag hoeveel wolven we acceptabel vinden en wat we doen met het beheer.”

Opvallend aan de enquête is dat van de deelnemers nogal wat voorkennis wordt verwacht. Een van de vragen luidt of men vindt dat het huidige wolvenbeleid duidelijk en begrijpelijk is. Van wie vervolgens ‘nee’ invult wordt verwacht dat hij of zij duidelijk aangeeft welke aspecten dan verwarrend of onduidelijk zijn.

T: 053 -57 24 833

secretariaat@nojg.nl  |  www.nojg.nl




Provincie Utrecht – Haas, konijn en kleine marterachtige voortaan beschermd bij ruimtelijke activiteiten

 

 

Sommige ruimtelijke activiteiten kunnen schadelijk zijn voor beschermde diersoorten. Denk aan het rooien van bomen, baggeren, slopen of bouwen. Er moeten dan maatregelen genomen worden om schade te voorkomen of te beperken en er kan een vergunning nodig zijn. Vanaf 1 september 2024 geldt dit in de provincie Utrecht ook voor hazen, konijnen en kleine marterachtigen.

 Bij ruimtelijke activiteiten is een initiatiefnemer verplicht te kijken naar negatieve effecten voor beschermde diersoorten, zoals vleermuizen. Voor hazen, konijnen en de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel, geldt deze verplichting (nog) niet. Zij staan namelijk op de provinciale ‘Lijst vrijgestelde soorten’ wat betekent dat bij ruimtelijke activiteiten in leefgebieden van deze soorten geen vergunningen nodig zijn. Hier komt vanaf 1 september 2024 in de provincie verandering in. De ‘staat van instandhouding’ van hazen, konijnen en kleine marterachtigen is ongunstig. Dat wil zeggen dat het niet goed gaat met deze diersoorten. Het opnemen van deze soorten op de vrijstellingslijst is daardoor niet langer mogelijk. Provinciale Staten hebben op 7 februari 2024 besloten deze soorten van de vrijstellingslijst af te halen. Enkele andere provincies hebben deze beslissing ook al genomen.

Onderzoek is verplicht

De provincie heeft besloten dat activiteiten in leefgebieden van de haas, het konijn en kleine marterachtigen vanaf 1 september 2024 niet langer zijn vrijgesteld van de verbodsbepalingen zoals genoemd in de Omgevingswet. Concreet betekent dit dat wie bijvoorbeeld wil bouwen in een omgeving waar hazen, konijnen of kleine marters kunnen voorkomen, eerst moet onderzoeken of de diersoorten hier aanwezig zijn, en of de werkzaamheden invloed hebben op deze dieren. Zijn er negatieve effecten op de soorten te verwachten, dan moet een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd worden. De provincie toetst deze vergunningaanvragen.

Informatie over maatregelen

De provincie Utrecht heeft voor hazen en konijnen een speciaal toetsingskader opgesteld. Daarin staat hoe u kunt onderzoeken of in een gebied hazen en konijnen aanwezig zijn en welke maatregelen u kunt nemen om schade te voorkomen of te beperken. Voor de kleine marterachtigen staat deze informatie in een landelijk kennisdocument dat door BIJ12 is opgesteld. De werkwijze van de provincie Utrecht wijkt hier op een aantal onderdelen, zoals de benodigde onderzoeksinspanning, wel vanaf. Bekijk voor meer informatie de handleiding Aanvraag vergunning flora- en fauna-activiteit bij ruimtelijke ingrepen.

Bekijk het toetsingskader konijn, toetsingskader haas en het kennisdocument kleine marterachtigen. externe link

Documenten

Zie ook

Bij12: Kennisdocument kleine marterachtigen externe link




Geen wapenverlof om schapen tegen wolf te beschermen

De minister van Justitie en Veiligheid hoeft geen wapenverlof te verlenen voor het voorhanden hebben en dragen van een vuurwapen met het oog op verdediging van schapen tegen wolvenaanvallen. Dat heeft de rechtbank Noord-Nederland donderdag 26 september bepaald. De minister moet een wapenverlof verlenen als de aanvrager daar een redelijk belang bij heeft. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht het wapenverlof heeft geweigerd omdat eiser dit redelijke belang niet heeft. 

De eiser van het verlof is jager en hij is door een veehouder gevraagd om schapen te beschermen tegen wolven door deze wolven af te schieten op het moment dat er een wolvenaanval plaatsvindt. De schapen van de veehouder zijn in maart 2022 aangevallen door een wolf en de veehouder vreest dat in de toekomst meer aanvallen zullen plaatsvinden. Eiser heeft om die reden een wapenverlof aangevraagd op grond van de Wet wapens en munitie.

Met het wapenverlof dat eiser heeft aangevraagd kan de minister geen toestemming verlenen voor het afschieten van een wolf. Dit doel kan eiser met deze procedure niet bereiken. De omgevingsvergunning voor het doden of verstoren van de wolf moet op grond van andere wet- en regelgeving worden aangevraagd.

De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft bepaald dat de situatie die eiser heeft beschreven – waarin hij schapen wil verdedigen bij een acute wolvenaanval – geen uitzonderlijk geval is waarbij een redelijk belang bij een wapenverlof op grond van zelfverdediging bestaat. Om die reden heeft de minister het wapenverlof terecht geweigerd.

Van belang is dat eiser zich ten opzichte van andere jagers en veehouders niet in een bijzondere positie bevindt. Daarbij is niet gebleken dat er geen wolfwerende maatregelen genomen kunnen worden of dat deze maatregelen niet volstaan ter bescherming van de schapen. Ook kan niet worden vastgesteld dat eiser en de veehouder ter bescherming van de schapen bij een aanval niet tijdig een beroep kunnen doen op de autoriteiten.

Meer informatie is te vinden in de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland.

bron: Rechtbank Noord-Nederland, 26/09/2024



Beschermstatus wolf wordt door EU verlaagd

Het besluit van de EU om de beschermingsstatus van de wolf te verlagen van ‘strikt beschermd’ naar ‘beschermd’ vormt een belangrijke ontwikkeling in het Europese natuurbeleid. Dit betekent dat in uitzonderlijke gevallen de wolf kan worden verjaagd of bejaagd, wat tot bezorgdheid leidt onder natuurbeschermers en experts.

De wolf, die de laatste jaren succesvol is teruggekeerd in diverse Europese landen, heeft momenteel een beschermde status op basis van de FFH-richtlijn van de EU en de Bernconventie. Hoewel de populatie toeneemt, blijft de soort kwetsbaar vanwege inteelt en illegale jacht, benadrukt wolvenexpert Maurice la Haye.

Voorstanders van de verlaging, waaronder sommige Nederlandse en regionale politici, pleiten voor meer flexibiliteit in het beheer van wolven, zeker in gebieden waar de dieren voor overlast zorgen. Tegelijkertijd wijzen critici erop dat preventieve maatregelen, zoals het plaatsen van wolfwerende hekken en het beschermen van vee, effectiever kunnen zijn dan het toestaan van jacht.

De aanvraag om de beschermingsstatus te wijzigen, moet nog worden goedgekeurd door de Bernconventie, waarvan een meerderheid naar verwachting akkoord zal gaan. Echter, voordat de FFH-richtlijn zelf wordt aangepast, blijft de wolf nog strikt beschermd in Europa.

De discussie weerspiegelt de spanning tussen de noodzaak om de biodiversiteit te beschermen en de zorgen van boeren en gemeenschappen die kampen met de gevolgen van het toenemend aantal wolven, zeker gezien de te kleine natuur gebieden in Nederland, zijn de wolven genoodzaakt ook er buiten te jagen waarbij het bijlopend vee ( zoals schapen, paarden en koeien ) van zowel de boeren als particulieren een gemakkelijke prooi zijn.




Provincie Fryslan laat ecologisch onderzoek doen naar bestrijding van de ganzenoverlast

In Friesland speelt een bijzonder politiek dilemma rondom de aanpak van de ganzenoverlast, waarbij de BoerBurgerBeweging (BBB) een opvallende rol speelt. De partij, die zelf deel uitmaakt van het provinciaal bestuur met twee gedeputeerden, wil verder gaan in het bestrijden van de overlast dan het huidige provinciale beleid toestaat. BBB pleit voor meer ruimte voor jagers om ganzen te schieten, in tegenstelling tot de huidige limiet van vier ganzen per actie.

Gedeputeerde Matthijs de Vries, die lid is van de Christen Unie, wijst erop dat het versoepelen van de regels in strijd zou zijn met de huidige regelgeving. Hij wil daarom eerst een ecologisch onderzoek uitvoeren om te bepalen wat binnen de wet mogelijk is. Dit onderzoek zou echter een half jaar duren, wat voor de fractievoorzitter van de BBB, Natalie Nauta, te lang is gezien de toenemende schade voor boeren en de provincie. Hoewel Nauta het onderzoek waardeert, benadrukt ze dat de partij liever eerder actie zou zien.

De juridische kant van de ganzenbestrijding is ook onderwerp van discussie. De BBB heeft een advocaat ingeschakeld voor advies, terwijl gedeputeerde De Vries de landsadvocaat heeft geraadpleegd. Uit de adviezen blijkt dat de provincie goed op weg is met haar huidige beleid. Toch blijft de BBB van mening dat er meer ruimte zou moeten zijn om de ganzenoverlast effectiever aan te pakken, ondanks de juridische beperkingen.

 




Nederland telt op dit moment 11 wolvenroedels

Nederland telt op dit moment 11 wolvenroedels en 2 solitaire wolven. Bij 10 roedels is bevestigd dat er welpen zijn geboren. In totaal zijn er dit jaar minimaal 55 wolvenwelpen aangetoond. Dat staat in de nieuwe voortgangsrapportage van BIJ12 over de activiteit van de wolf. De rapportage gaat over de activiteit van de wolf in Nederland in de periode van 16 februari tot en met 17 mei. 

 

In totaal zijn er in deze periode in Nederland 43 verschillende wolven aangetoond met DNA. Daarvan zijn 8 wolven voor het eerst aangetroffen in Nederland. De overige wolven zijn al eerder in Nederland aangetoond met DNA. Dit zijn gevestigde wolven of zwervende wolven zonder een vast territorium.

Hoeveel wolven er leven in Nederland, is niet exact te bepalen. Wel is een schatting te maken op basis van de gegevens die bekend zijn bij het landelijk Wolvenmeldpunt van BIJ12. Op dit moment leven er naar schatting tussen 104 en 124 wolven in Nederland. BIJ12 ontving in de afgelopen periode 217 meldingen van vermoedelijke wolvenschade aan landbouwhuisdieren. De DNA-analyse toonde in 190 gevallen aan dat het om wolvenschade ging.  Bij nog 5 gevallen is predatie door wolf niet uit te sluiten.

Naast 217 meldingen van vermoedelijke wolvenschade, kwamen er deze periode 1245 meldingen binnen van mogelijke sporen van wolven. De meldingen werden gedaan bij het Wolvenmeldpunt. Bij 617 meldingen is op basis van bewijsmateriaal, zoals beeldmateriaal of DNA-onderzoek op een uitwerpsel, bevestigd dat het daadwerkelijk om een wolf ging. Van de overige 628 meldingen kon niet worden vastgesteld of dit een wolf betrof.

Meer informatie is te vinden in de voortgangsrapportage over de wolf.

bron: BIJ12, 24/09/2024



Geprolongeerd: schietvaardigheidstraining grofwild NOJG

 

Het zit in de genen van de jager; je wilt altijd beter worden, iets bijleren en je vaardigheid opvoeren. Mis schieten; net niet goed schieten, weidwond bij grofwild: het is niet goed. Het eerstgenoemde is niet zo erg. Goed mis is prima, maar al het andere, dat wil je niet. Dat moet ook niet en hoeft ook niet.

Trainen blijft het toverwoord om je vaardigheid op pijl te brengen en daar biedt jouw vereniging NOJG de faciliteiten voor. De cursus/training die wij nu al twee jaar kennen, i.s.m. het Praktijk Centrum Jacht & Fauna, geeft blijkt een enorm succes te zijn. Zie ook eerdere publicaties in ons mooie magazine. Je doet, je leert, je ervaart in de training. Je wordt een betere schutter, absoluut. En dat is natuurlijk het doel. Iedere jager zal dat onderschrijven.

Zoals gezegd faciliteert de NOJG, het bestuur, deze cursus met een korting van € 35,- op de cursusprijs. Munitie is extra. Koop een goedkope doos oefenmunitie, cineshot bijvoorbeeld.

Voor dit najaar staan twee data gepland: 4 november en 18 november.

Snel inschrijven via het secretariaat (secretariaat@nojg.nl) verzekert je van deze unieke cursus.

Tijdens de cursus wordt ook een examen afgenomen, en daarmee krijg je het bewijs van vaardigheid die geëist wordt door de grote terrein beherende eigenaren zoals Staatsbosbeheer.

Donald Bujtendorp

Foto’s: Joke van der Linden




Jagers gezocht voor vossenlintworm onderzoek NOJG -regio Limburg




Blauwtong nu ook vastgesteld bij reeën en edelherten

Het Incidenten en Crisiscentrum van de NVWA (NVIC) heeft bevestigd dat het blauwtongvirus nu ook is aangetroffen bij wilde herkauwers in Nederland, zoals reeën en edelherten. Dit is zorgwekkend nieuws, aangezien het virus voorheen vooral bekend was bij vee zoals schapen en runderen.

Blauwtong is een zeer besmettelijke ziekte die wordt overgedragen door knutten (kleine muggen) en kan ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken bij gevoelige dieren.Bij drie wilde reeën en twee edelherten is het virus vastgesteld. Er wordt nog onderzocht of de edelherten in het wild voorkwamen of afkomstig waren van een fokprogramma. Dit bevestigt dat ook in het wild levende herkauwers vatbaar zijn voor het virus, wat nieuwe vragen oproept bij onderzoekers.

Oproep om verdachte gevallen te melden

Het NVIC roept jagers, faunabeheerders en terreineigenaren op om alert te zijn en meldingen te doen van dieren met symptomen van blauwtong. Mogelijke verschijnselen van blauwtong bij herkauwers zijn onder andere een blauwe tong, zwellingen aan kop, tong en lippen, hoge koorts, speekselen, niet eten, veel liggen, en kreupel lopen. Zieke of dode dieren kunnen worden gemeld via het landelijke meldpunt voor dierziekten (045-5463188), een online meldformulier, of via het Dutch Wildlife Health Center (DWHC).

Meldingen kunnen helpen om beter inzicht te krijgen in de verspreiding en impact van het blauwtongvirus onder wilde dieren in Nederland, wat cruciaal is voor verdere onderzoeken en het bestrijden van deze ziekte.




Verhoogde sterfte bij hazen door myxoma-achtige virusinfectie

Foto R.Hesen

Sinds 1 augustus is het aantal meldingen over zieke en dode hazen (Lepus europaeus) gestegen. De meldingen over zieke en dode hazen komen vooral uit Gerlderland en Overijssel.

Bij veel van deze hazen werden verdikte ogen gezien of werd gedrag gezien dat leek op het gedrag van “konijnen met myxomatose”, ze lijken blind en vallen om. Vaak werden dode hazen ook niet in hun leger gevonden maar “zo in het gras”.

Bij veel van de opgehaalde hazen werden verdikking met ontstekingen gezien van de huid rond de ogen en neus en rond de anus. Bovendien werd bij veel hazen ook longontsteking vastgesteld.

Een aantal van deze hazen is d.m.v. PCR getest op Treponema (”hazensyfilis”) en Myxomatose. Alle geteste hazen waren negatief voor “hazensyfilis” maar positief in de PCR voor Myxomatose. In samenwerking met collega’s in Duitsland wordt onderzocht of dit myxoma-achtig virus hetzelfde is als dat bij konijnen wordt gevonden, of dat dit een andere variant is. De ziekte is ook vastgesteld over de grens in Duitsland.

Daarnaast zijn er nog hazen in onderzoek en worden er nog steeds dieren opgehaald voor onderzoek. We kijken waar hazen met deze Myxomatose-achtige afwijkingen voorkomen maar ook wat er eventueel aan andere ziekten een rol kan spelen bij de verhoogde sterfte. Naast meldingen van zieke en dode hazen ontvangen we ook graag meldingen van zieke en dode wilde konijnen.

DWHC waarschuwt voor een uitbraak van een zeer besmettelijk myxoma-achtig virus bij hazen, met name in Gelderland en Overijssel. Dit virus lijkt op myxomatose, een ziekte die vooral bekend is bij konijnen. Zieke en dode hazen worden sinds 1 augustus in deze regio’s gevonden en vertonen symptomen zoals verdikte ogen, blindheid en longontsteking. Ook in Duitsland zijn besmette hazen gemeld.

Jagers wordt daarom dringend geadviseerd om dode hazen niet in het veld achter te laten om verdere verspreiding te voorkomen. Ze moeten de dieren dubbel verpakt in plastic via het restafval afvoeren. Het DWHC onderzoekt samen met Duitse onderzoekers of deze variant hetzelfde is als bij konijnen. De precieze oorsprong van het virus is nog niet duidelijk.

Informatie over Myxomatose bij konijnen en de Iberische haas

De verwekker van myxomatose, het myxomavirus (Leporipoxvirus, Poxviridae), wordt gezien als een belangrijke oorzaak van sterfte bij wilde konijnen (Oryctolagus cuniculi) in Europa (Bertagnoli et al., 2015). De natuurlijke gastheer van het virus is het Braziliaans konijn (Sylvilagus brasiliensis). Het myxomavirus werd in 1952 in Frankijk vanuit Zuid-Amerika geïntroduceerd (Kerr, 2012). Ook in Nederland is myxomatose bij wilde Europese konijnen in Nederland vastgesteld (jaarrapport DWHC 2020, pg. 15; https://dwhc.nl/publicaties/). Het myxomavirus wordt voornamelijk overgedragen door bloedzuigende insecten zoals vlooien en muggen.

Bij de haas (Lepus europaeus) kwam tot recent myxomatose zelden voor (Barlow et al., 2014; jaarrapport DWHC 2016, pg. 9; https://dwhc.nl/publicaties/). Wel veroorzaakt een variant van het myxomavirus (ha-MYXV) sinds 2018 hoge sterfte bij de Iberische haas (Lepus granatensis) in Spanje (Garcia-Bocanegra et al., 2019; Dalton et al., 2019). Deze variant is later ook teruggevonden in hazen en ook konijnen in Portugal (Abade dos Santos et al., 2020; Cardoso et al., 2024). Vaccineren met commerciële vaccins aldaar was beschermend voor wilde konijnen en slechts deels (alleen bij hoge dosis) voor Iberische hazen (Abade dos Santos et al., 2022). De ziekte heeft impact op de grootte van Iberische hazenpopulaties (Cardoso et al., 2024).