Blauwtong nu ook vastgesteld bij reeën en edelherten

Het Incidenten en Crisiscentrum van de NVWA (NVIC) heeft bevestigd dat het blauwtongvirus nu ook is aangetroffen bij wilde herkauwers in Nederland, zoals reeën en edelherten. Dit is zorgwekkend nieuws, aangezien het virus voorheen vooral bekend was bij vee zoals schapen en runderen.

Blauwtong is een zeer besmettelijke ziekte die wordt overgedragen door knutten (kleine muggen) en kan ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken bij gevoelige dieren.Bij drie wilde reeën en twee edelherten is het virus vastgesteld. Er wordt nog onderzocht of de edelherten in het wild voorkwamen of afkomstig waren van een fokprogramma. Dit bevestigt dat ook in het wild levende herkauwers vatbaar zijn voor het virus, wat nieuwe vragen oproept bij onderzoekers.

Oproep om verdachte gevallen te melden

Het NVIC roept jagers, faunabeheerders en terreineigenaren op om alert te zijn en meldingen te doen van dieren met symptomen van blauwtong. Mogelijke verschijnselen van blauwtong bij herkauwers zijn onder andere een blauwe tong, zwellingen aan kop, tong en lippen, hoge koorts, speekselen, niet eten, veel liggen, en kreupel lopen. Zieke of dode dieren kunnen worden gemeld via het landelijke meldpunt voor dierziekten (045-5463188), een online meldformulier, of via het Dutch Wildlife Health Center (DWHC).

Meldingen kunnen helpen om beter inzicht te krijgen in de verspreiding en impact van het blauwtongvirus onder wilde dieren in Nederland, wat cruciaal is voor verdere onderzoeken en het bestrijden van deze ziekte.




Verhoogde sterfte bij hazen door myxoma-achtige virusinfectie

Foto R.Hesen

Sinds 1 augustus is het aantal meldingen over zieke en dode hazen (Lepus europaeus) gestegen. De meldingen over zieke en dode hazen komen vooral uit Gerlderland en Overijssel.

Bij veel van deze hazen werden verdikte ogen gezien of werd gedrag gezien dat leek op het gedrag van “konijnen met myxomatose”, ze lijken blind en vallen om. Vaak werden dode hazen ook niet in hun leger gevonden maar “zo in het gras”.

Bij veel van de opgehaalde hazen werden verdikking met ontstekingen gezien van de huid rond de ogen en neus en rond de anus. Bovendien werd bij veel hazen ook longontsteking vastgesteld.

Een aantal van deze hazen is d.m.v. PCR getest op Treponema (”hazensyfilis”) en Myxomatose. Alle geteste hazen waren negatief voor “hazensyfilis” maar positief in de PCR voor Myxomatose. In samenwerking met collega’s in Duitsland wordt onderzocht of dit myxoma-achtig virus hetzelfde is als dat bij konijnen wordt gevonden, of dat dit een andere variant is. De ziekte is ook vastgesteld over de grens in Duitsland.

Daarnaast zijn er nog hazen in onderzoek en worden er nog steeds dieren opgehaald voor onderzoek. We kijken waar hazen met deze Myxomatose-achtige afwijkingen voorkomen maar ook wat er eventueel aan andere ziekten een rol kan spelen bij de verhoogde sterfte. Naast meldingen van zieke en dode hazen ontvangen we ook graag meldingen van zieke en dode wilde konijnen.

DWHC waarschuwt voor een uitbraak van een zeer besmettelijk myxoma-achtig virus bij hazen, met name in Gelderland en Overijssel. Dit virus lijkt op myxomatose, een ziekte die vooral bekend is bij konijnen. Zieke en dode hazen worden sinds 1 augustus in deze regio’s gevonden en vertonen symptomen zoals verdikte ogen, blindheid en longontsteking. Ook in Duitsland zijn besmette hazen gemeld.

Jagers wordt daarom dringend geadviseerd om dode hazen niet in het veld achter te laten om verdere verspreiding te voorkomen. Ze moeten de dieren dubbel verpakt in plastic via het restafval afvoeren. Het DWHC onderzoekt samen met Duitse onderzoekers of deze variant hetzelfde is als bij konijnen. De precieze oorsprong van het virus is nog niet duidelijk.

Informatie over Myxomatose bij konijnen en de Iberische haas

De verwekker van myxomatose, het myxomavirus (Leporipoxvirus, Poxviridae), wordt gezien als een belangrijke oorzaak van sterfte bij wilde konijnen (Oryctolagus cuniculi) in Europa (Bertagnoli et al., 2015). De natuurlijke gastheer van het virus is het Braziliaans konijn (Sylvilagus brasiliensis). Het myxomavirus werd in 1952 in Frankijk vanuit Zuid-Amerika geïntroduceerd (Kerr, 2012). Ook in Nederland is myxomatose bij wilde Europese konijnen in Nederland vastgesteld (jaarrapport DWHC 2020, pg. 15; https://dwhc.nl/publicaties/). Het myxomavirus wordt voornamelijk overgedragen door bloedzuigende insecten zoals vlooien en muggen.

Bij de haas (Lepus europaeus) kwam tot recent myxomatose zelden voor (Barlow et al., 2014; jaarrapport DWHC 2016, pg. 9; https://dwhc.nl/publicaties/). Wel veroorzaakt een variant van het myxomavirus (ha-MYXV) sinds 2018 hoge sterfte bij de Iberische haas (Lepus granatensis) in Spanje (Garcia-Bocanegra et al., 2019; Dalton et al., 2019). Deze variant is later ook teruggevonden in hazen en ook konijnen in Portugal (Abade dos Santos et al., 2020; Cardoso et al., 2024). Vaccineren met commerciële vaccins aldaar was beschermend voor wilde konijnen en slechts deels (alleen bij hoge dosis) voor Iberische hazen (Abade dos Santos et al., 2022). De ziekte heeft impact op de grootte van Iberische hazenpopulaties (Cardoso et al., 2024).




Provincie Friesland houdt geen eigen risico in bij ganzenschade geleden binnen afschotvrije zone

Zonder ondersteunend afschot is er geen schadebestrijding mogelijk. Daarom krijgen boeren met percelen (die voor 50 procent of meer) liggen binnen 150 meter vanaf een Natura 2000-gebied, geleden schade door ganzen volledig vergoed. Hierbij wordt geen eigen risico ingehouden.

De provincie instrueert BIJ12 over voorgenoemde wijzigingen, zodat hiermee rekening wordt gehouden bij het bepalen van de geleden schade. Naar aanleiding van voorgenoemde wijzigingen is de Beleidsregel natuur Fryslân 2024 gewijzigd.

Begrenzing afschotgebied gewijzigd

Provincie Friesland besloot eerder om dit afschotgebied van de grauwe gans te vergroten. Op 16 juli werd bijbehorende Omgevingsvergunning voor populatiebeheer grauwe gans door afschot aangepast. De afstand rondom Natura 2000-gebied waarbinnen geen afschot mogelijk is.




Wolf maakt in Nederland zeven keer meer slachtoffers onder het huisvee als in Duitsland

De problematiek rondom de aanwezigheid van de wolf in Nederland en in vergelijking met de situatie in Duitsland.

Een van de belangrijkste conclusies is dat de wolf in Nederland zeven keer meer vee aanvalt dan in Duitsland. Dit komt onder andere door het veel kleinere en gefragmenteerde jachtterrein in Nederland. Terwijl wolven in Duitsland grote, uitgestrekte bossen als jachtgebied hebben, moeten de wolven in Nederland zich behelpen met kleinere natuurgebieden, zoals de Veluwe, waar ze op relatief kleine percelen leven.

Duitsland

Het Bundesambt für Naturschutz telde in Duitsland in 2022/2023 in totaal 184 wolvenroedels. In 2022 vielen wolven in Duitsland 1.136 keer landbouwhuisdieren aan, waarbij in totaal 4.366 slachtoffers vielen. In Nederland zijn er in 2023 in totaal 9 wolvenroedels. Die vielen in dat jaar 426 keer landbouwhuisdieren aan, met 1.416 dode dieren als gevolg. Per aanwezige wolvenroedel gaat het in Duitsland om 6 aanvallen met in totaal 24 dode landbouwhuisdieren. Per Nederlandse roedel gaat het om 47 aanvallen met in totaal 157 dode dieren.

Veluwe

Op de Veluwe zitten de wolvenroedels veel dichter op elkaar. De huidige zeven roedels moeten het doen met 1.000 km2 natuurterrein, dat is 140 km2 per roedel. In de praktijk hebben de Veluwse roedels hun jachtterrein fors uitgebreid, blijkt uit gegevens van BIJ12. Tot in de wijde omtrek wordt ook gejaagd op vee van boeren. Het jachtterrein van een Nederlandse wolvenroedel blijkt net als in Duitsland, óók zo’n 250 km2 te beslaan: de helft ligt in natuurterrein, de andere helft erbuiten.

 

Vlak voor de komst van de wolf communiceerden Nederlandse wolvendeskundigen nog dat een wolvenroedel een jachtterrein van 225 – 300 km2 nodig had. Dit komt overeen met wat we in de praktijk zien, zowel in Duitsland als in Nederland. Dat een aanzienlijk deel van het jachtterrein in Nederland buiten natuurgebied zou komen te liggen, werd echter niet gecommuniceerd.

Een Nederlandse wolf maakt dus zeven maal meer slachtoffers. Het kleinere en versnipperde natuurterrein in Nederland zorgt ervoor dat wolven vaker uitwijken naar landbouwgebieden en daar vee aanvallen. Hoewel sommigen beweren dat Nederlandse boeren hun vee niet goed beschermen, wijst het artikel op Duitse cijfers die suggereren dat aanvallen daar ook veel minder voorkwamen, zelfs voordat vee goed beschermd werd.

Kortom, de beperkte ruimte in Nederland en de noodzaak van de wolf om buiten natuurgebieden te jagen, zijn belangrijke factoren in het hogere aantal aanvallen op vee in Nederland. Dit roept de vraag op of Nederland wel voldoende geschikt jachtterrein biedt voor de wolf.

Bron: Stichting Argrifacts




Zweden weer AVP vrij, Italië zorgwekkend.

Zweden heeft bij de Europese Unie een verzoek ingediend om opnieuw als vrij van Afrikaanse varkenspest (AVP) te worden geclassificeerd, aangezien er in het land al een jaar geen nieuwe gevallen zijn gemeld.

 

De eerste besmetting werd op 6 september 2023 vastgesteld bij een wild zwijn nabij Stockholm, waarna strikte maatregelen werden getroffen, zoals het instellen van een beperkingszone en het testen van karkassen. 67 zwijnen testten positief, maar de Zweedse overheid meldt dat deze dieren na september 2023 niet zijn overleden. Nu er een jaar verstreken is zonder nieuwe besmettingen, hoopt Zweden dat de beperkingen opgeheven kunnen worden.

Tegelijkertijd wil het Zweedse ministerie van Landbouw de economische schade van de bestrijdingsmaatregelen onderzoeken, aangezien veel bedrijven verliezen hebben geleden die niet volledig werden gecompenseerd.

 

Italië

In Noord-Italië is de situatie zorgwekkender, met uitbraken in zestien varkensbedrijven in regio’s zoals Lombardije, Piëmont en Emilia-Romagna. Dit heeft geleid tot de ruiming van bijna 60.000 varkens. Naast de uitbraken op bedrijven, zijn er ook meer dan 1.000 besmette wilde zwijnen gevonden in Noord-Italië, wat een groot risico vormt voor de varkenshouderij in de regio.




Myxomatose vastgesteld bij hazen in Duitsland

Hazen
Wij kregen bericht van een uitbraak van Myxomatose bij hazen in Wesel (NRW/D).

Het DWHC is geïnteresseerd in een aantal dode Hazen uit  de grensregio’s met Duitsland .

Het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) onderzoekt momenteel al meerdere gevallen van hazen die op verdachte wijze dood zijn aangetroffen, waaronder enkele in de Achterhoek en één in Enschede. Aangezien het hierbij mogelijk om een grensoverschrijdend probleem gaat, daar wij via de FBE Limburg een bericht kregen van een uitbraak van Myxomatose bij Hazen in Wesel (NRW/D).

 

Het DWHC is zeer geïnteresseerd in een aantal dode hazen uit Limburg en andere aan Duitsland grenzende regio’s.

De oorzaak van hun dood is nog onbekend, en het DWHC zoekt dringend verse monsters voor verder onderzoek. Wij roepen daarom onze leden hierbij op om verdachte sterfgevallen onder hazen te melden.

Als je een dode haas vindt, wordt geadviseerd om het dier dubbel verpakt in plastic in de koelkast te bewaren tot het wordt opgehaald. Ook dode hazen die al langer in het veld liggen, moeten gemeld worden, samen met een beschrijving van eventuele symptomen.

Het DWHC maakt echter de keuze welke dieren wel en welke niet worden opgehaald.

 

Contactgegevens DWHC:

Contact per telefoon:

De telefoon is bemand op werkdagen van 9.00 t/m 13.00 uur.

Het telefoonnummer is: 030 – 253 79 25

Voor vragen buiten deze tijden verzoeken wij u gebruik te maken van het meld- of contactformulier.

Meldingsformulier: https://dwhc.nl/meldingsformulier/meldingen-voor-insturen/

 




Zo groeit de ganzenpopulatie in Zuid-Holland gewoon door

Het onderstaand artikel van LTO-Noord bespreekt de voortdurende groei van de ganzenpopulatie in Zuid-Holland en de uitdagingen die dit met zich meebrengt voor de landbouwsector. Een recente rechterlijke uitspraak heeft het beheer van ganzen in de winter verboden, wat voor veel boeren een grote tegenvaller is. De grauwe gans, die sinds de jaren ’80 steeds vaker voorkomt, veroorzaakt aanzienlijke schade aan gewassen, vooral graslanden. Ondanks de toename van schadevergoedingen van de provincie, blijft de situatie problematisch omdat het verbod op winterbeheer de populatie verder kan laten groeien.

Boerenorganisaties, zoals LTO Noord, benadrukken dat een kleinere populatie essentieel is, maar zien dat het huidige juridische kader niet voldoende is om de schade effectief te beheersen. De provincie Zuid-Holland werkt aan een betere onderbouwing om toekomstige beheermaatregelen te rechtvaardigen, en er wordt gekeken naar interprovinciale samenwerking voor een langere termijn oplossing.

 

LTO-Noord Zuid-Holland

De uitspraak van de rechter dat de ganzenpopulatie in Zuid-Holland in de winter niet meer beheerd mag worden, is een fikse tegenvaller voor de landbouwsector. ‘Als straks niks mag, groeit de ganzenpopulatie onverminderd door’, schets Ad van Rees namens LTO Noord in Zuid-Holland themahouder flora & fauna.

Ook hijzelf heeft regelmatig last van ganzen, zegt Van Rees. De melkveehouder boert in Brandwijk, in de Alblasserwaard.
‘Hier vlakbij zit ganzenopvang. Vooral van winterganzen ondervinden we veel schade. Maar ik ken boeren bij wie het nog veel erger is. Waarbij de eerste drie sneden gras gewoon helemaal kaal worden gevreten door ganzen. Die zijn er echt helemaal klaar mee.’

Flinke domper

De recente uitspraak van de rechter die het ganzenbeheer in Zuid-Holland grotendeels stillegt, is dan ook een flinke domper voor de landbouwsector. Zestiger Van Rees heeft de aantallen ganzen, vooral de grauwe, de afgelopen decennia zien toenemen. ‘Ergens in de jaren 80 is de grauwe gans een standvogel geworden. Dat werd toen toegejuicht, net zoals de komst van de das, bever en wolf.’

Maar zonder veel natuurlijke vijanden gaat het hard met de populatie, en dat is gebleken bij de grauwe gans. In 2005 werd een aanvaardbare populatie afgesproken met toenmalig landbouwminister Cees Veerman. ‘Met die aantallen zouden we uit de voeten kunnen, daarbij is de schade nog aanvaardbaar’, zegt Van Rees.

De ontheffingen voor populatiebeheer worden regelmatig juridisch aangevochten door organisaties als de Vogelbescherming en Animal Rights. Dat is nu in Zuid-Holland ook gebeurd. De provincie kon volgens de rechtbank in Den Haag niet goed onderbouwen waarom populatiebeheer een noodzaak is.

‘In een juridische strijd gaat het erom hoe je je woorden kiest’, zegt Van Rees. ‘Zo is de invloed van ganzen op de waterkwaliteit niet eens meegenomen in de onderbouwing. Terwijl die invloed heel groot is.’ Ook de invloed van ganzen op het behalen van weidevogeldoelstellingen werd niet meegewogen in het besluit van de rechter.

Meer vergoedingen schade

Eerder dit jaar liet provincie Zuid-Holland nog weten miljoenen euro’s extra vrij te maken voor het vergoeden van faunaschade. In 2023 keerde de provincie bijna 7,2 miljoen euro uit voor faunaschade, 2 miljoen meer dan een jaar eerder. Het aandeel van schade door grauwe ganzen betrof 4,4 miljoen euro. Het aantal schademeldingen in de provincie neemt al jaren toe, van 203 in 2015 naar 1.231 in 2023.

Volgens de rechtbank valt de schade onder het bedrijfsrisico van een boer. Een ander argument, aanvaringen met vliegtuigen, hield ook geen stand. Die kans is volgens de rechtbank erg klein. Bij Rotterdam The Hague Airport zijn sinds 2012 twee aanvaringen van een gans en een vliegtuig gemeld.

Roepende in de woestijn

De LTO-bestuurder ziet dat de landbouwsector rondom ganzenschade een roepende in de woestijn is. Maar ook dat terrein beherende organisaties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer met ganzenpopulaties in de maag zitten. ‘Dat zullen ze nooit heel hard roepen. De gans vreet ook in natuurgebieden alles op, voor bepaalde planten is het daardoor in natuurgebieden moeilijk om ze in stand te houden.’

Kleine meevaller voor boeren is dat het Faunabeheerplan Ganzen niet onder de rechterlijke uitspraak valt. Dat betekent dat het in de wintermaanden weliswaar verboden is om grauwe ganzen te beheren en ook ruivangsten verleden tijd zijn, maar dat zomerbeheer tot eind oktober wel doorgaat.

Toch worden het lastige tijden wat ganzenschade betreft, vreest Van Rees. ‘Als er voorafgaand aan het nieuwe seizoen niks mag, ook geen nestbehandeling, dan gaat de groei van de ganzenpopulatie onverminderd door.’

Verjagen werkt niet goed

In maatregelen als verjagen heeft de LTO-bestuurder weinig vertrouwen. ‘Als je in een groot gebied voortdurend ganzen moet verjagen, ben je daar druk mee en het resultaat is matig. Bovendien verplaats je het probleem naar je buurman of naar natuurgebieden. Een kleinere populatie is gewoon noodzaak.’

Een ander aspect is het interprovinciale ganzenplan dat Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Utrecht en Flevoland zijn overeengekomen. Er wordt gewerkt aan het maatregelenpakket binnen dit plan. De verwachting is dat de vijf provincies rond februari 2025 de benodigde vergunningen voor beheeractiviteiten aanvragen. De uitspraak van de rechter bevat diverse overwegingen waar de schrijvers van het interprovinciale ganzenplan rekening mee moeten houden.

Betere onderbouwing

Een woordvoerder van provincie Zuid-Holland laat weten dat de punten die bij de onderbouwing tekortschieten nu worden aangepast. Over een hoger beroep vindt beraad plaats.

Volgens de provincie is het nu van groot belang dat tot eind oktober aan beheer kan worden gedaan. ‘Hiermee voorkomen we in ieder geval een verdere exponentiële groei van de populatie. Maar beheer in de winterperiode is ook nodig om de populatie van vooral grauwe gans te reduceren. Ganzenbeheer is en blijft een zaak van de lange adem. Een meerjarige aanpak is noodzakelijk’, benadrukt de woordvoerder.

 

Bron:

Nieuwe Oogst




Uitnodiging kleiduivenwedstrijd NOJG regio Fryslan-NOP zaterdag 5 oktober 2024 te Kruine




BIJ12 publiceert rapport over wolvenaanvallen op runderen en paarden


BIJ12 heeft een rapport en een factsheet gepubliceerd over wolvenaanvallen op runderen en paarden in Nederland. Het onderzoek, uitgevoerd door Van Bommel Faunawerk, geeft inzicht in de omvang van deze aanvallen en identificeert welke dieren het grootste risico lopen om slachtoffer te worden. Voor het onderzoek combineerde het bureau een literatuurstudie met een data-analyse van schadegevallen uit Nederlandse, Duitse en Belgische databases. Dit werd aangevuld met informatie uit gesprekken met deskundigen en stakeholders in Nederland en buurlanden.

Het dieet van wolven bestaat voornamelijk uit wilde hoefdieren, maar wolven vallen ook landbouwhuisdieren aan. Van de wolvenaanvallen op landbouwhuisdieren in de periode 2015-2023, waren schapen in 97% van de gevallen slachtoffer, in 2% ging het om runderen en bij 1% om paarden en pony’s die werden gedood of verwond. In Duitsland en België zijn de verhoudingen vergelijkbaar.

Deskundigen beschouwen aanvallen op runderen en paarden als normaal wolvengedrag. Naar verwachting stijgt met de groei van de wolvenpopulatie in Nederland ook het aantal aanvallen op onbeschermde runderen en paarden. De laatste jaren blijkt dat het aantal aanvallen op runderen en paarden relatief sterker toeneemt dan op schapen. Een wolf zal eerder een klein dier aanvallen om het risico op verwonding te verkleinen. Maar als een wolf eenmaal heeft geleerd dat een rund of paard een geschikte prooi is, zal hij deze dieren vaker aanvallen.

Het grootste risico op een wolvenaanval lopen jonge, zeer oude, zwakke, hoogdrachtige en solitair of in kleine groepen gehouden dieren. Bepaalde runderrassen die het meest op de oervorm lijken, zoals de Schotse Hooglander, Galloway en Limousin, kunnen zich beter weren tegen wolven. Pony’s lopen meer risico op een wolvenaanval dan een paard, met name rassen als Shetlander, Haflinger en Fjord. Daarnaast speelt de wilddichtheid een rol; hoe meer wilde hoefdieren er in een gebied beschikbaar zijn, hoe kleiner het risico dat wolven landbouwhuisdieren aanvallen.

Wolvenaanvallen op landbouwhuisdieren kunnen worden voorkomen door preventieve maatregelen, zoals wolfwerende rasters, ’s nachts ophokken en kuddebeschermingshonden. Specifiek voor runderen en paarden kan ook de samenstelling van de kudde bescherming bieden. Het combineren van verschillende leeftijdsklassen, een gelijke geslachtsverhouding en het bij elkaar houden van zowel runderen als paarden kan de weerbaarheid tegen wolvenaanvallen verhogen. Ook wordt geadviseerd om nageboorten uit de wei te verwijderen, om te voorkomen dat wolven wennen aan het eten van runderen.

Meer informatie is te vinden in het rapport ‘Literatuurstudie Wolvenpredatie op rund en paard‘ de ‘Factsheet Wolvenpredatie op rund en paard‘ en de ‘Faunaschade Preventiekit Wolven‘.

 

bron: BIJ12, 27/08/2024



Faunabeheerplan Overijssel goedgekeurd door GS

Huidige stand van zaken is dat het nieuwe faunabeheerplan 2024-2029 is ingediend en gisteren 28 augustus 2024 is behandeld in de Gedeputeerde Staten vergadering van de Provincie Overijssel.
Deze heeft het faunabeheerplan goedgekeurd! Goed nieuws dus.

Hiermee is de jacht en de landelijk vrijgestelde soorten veilig gesteld en gewoon nog mogelijk.

De ontheffingen (ree, wild zwijn en overzomerende ganzen) daarentegen zijn allen beëindigd per 1 september en zijn opnieuw aangevraagd. Deze zullen later dit jaar weer worden verleend onder de nieuwe omgevingswet.

Met vriendelijke groet,

FBE Overijssel