Bijtincident tussen wolf en hond in Zeist

Op woensdagochtend 7 augustus heeft er rond 11.00 uur nabij de Krakelingweg in Zeist een confrontatie plaatsgevonden tussen een wolf en een hond. Daarbij is er tot tweemaal toe contact geweest vanuit de wolf richting de hond. De hond is onderzocht door een dierenarts, waarbij gelukkig geen bijtverwondingen lijken te zijn aangetroffen.

Naar nu blijkt heeft de dierenarts woensdag 7 augustus wel een ‘bijtpunctie’ (bijtverwonding) geconstateerd bij de hond die betrokken was bij de confrontatie met de wolf op de Krakelingweg in Zeist. De hond is hiervoor behandeld door de dierenarts.

 

Rondom het incident is door een op de plek aanwezige een video gemaakt van de betrokken wolf. De provincie heeft wolvendeskundigen gevraagd deze beelden te bestuderen. Zij zien sterke uiterlijke overeenkomsten met de alleenstaande wolf waarvan bekend is dat deze zijn leefgebied heeft op de Utrechtse Heuvelrug en volgens deskundigen ook een bovengemiddelde interesse lijkt te hebben voor honden. 

Aanvraag voor weer schuw maken van de wolf

De provincie heeft reeds een vergunningsaanvraag lopen voor het vangen, zenderen en weer schuw maken van de wolf. Het incident van 7 augustus in Zeist zal betrokken worden in de onderbouwing van deze vergunningaanvraag, omdat het lijkt te wijzen op een wolf die niet schuw is voor honden en daarmee ook dicht in de buurt komt van mensen.   

Dringend advies

De provincie herhaalt het dringende advies afgegeven na het incident van 31 juli in Austerlitz om niet met kleine kinderen het bosgebied van de Utrechtse Heuvelrug in te gaan en honden aan te lijnen en heel dichtbij te houden. Lees hier tips over wat het best te doen wanneer je een wolf tegenkomt.

  

Bron :provincie Utrecht 

 




Ontheffing vangkooi kraai en kauw provincie Utrecht vernietigd

Op 27 juni 2024 deed de rechtbank Midden-Nederland uitspraak over het gebruik van een vangkooi inclusief levende en niet levende lokvogels in de provincie Utrecht.

Deze (aanvullende) ontheffing kraaienvangkooi is vernietigd. De rechters achtten de schadehistorie niet overtuigend. Ook vonden zij dat onvoldoende was gemotiveerd dat er sprake is van concrete dreiging van belangrijke schade.
Deze ontheffing beperkte zich tot het gebruik van vangkooien van 1 juli tot en met 31 augustus, voor het voorkomen van schade op percelen met rijpend fruit (peer) en direct daaraan grenzende percelen door kauw en kraai.

De ontheffing gold enkel voor de wildbeheereenheden Kromme Rijn, Tussen Vecht en Oude Rijn, Lopikerwaard en Vijfheerenlanden.

Het gebruik van de landelijke vrijstellingen voor de zwarte kraai en kauw zijn normaal uit te voeren bij schade of te verwachten schade, dit geldt echter niet voor het gebruik van de vangkooi

Zie hier de gehele uitspraak rechtbank Midden-Nederland




Beheer zomerganzen niet meer mogelijk in Zuid-Holland

Op 6 augustus 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraken gedaan over de ontheffingen die toezien op populatiebeheer van de standganzen. De rechter heeft deze ontheffingen vernietigd. Op dinsdag 6 augustus heeft de Rechtbank Den Haag uitspraken gedaan over de ontheffingen die toezien op populatiebeheer van de standganzen in de provincie Zuid-Holland. De rechter heeft deze ontheffingen vernietigd. De rechter oordeelt dat het provinciebestuur de noodzaak voor de ontheffingen onvoldoende heeft onderbouwd.

In Zuid-Holland mag met onmiddellijke ingang geen gebruik meer worden gemaakt van de ontheffingen voor ganzenbeheer in de zomerperiode, ruivangsten en voor populatiebeheer van grauwe gans in de winterperiode. Dat betekent dat het vooralsnog niet mogelijk om in de provincie populatiebeheer en schadebestrijding op grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen uit te voeren. 




Brede bijeenkomst NOJG “Beheer ? Natuurlijk!




Ontheffingen voor het doden van kraaien en kauwen in Utrecht vernietigd


De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep van De Faunabescherming tegen de ontheffingen voor het doden van kraaien en kauwen in Utrecht gegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht onvoldoende aangetoond dat er sprake is van concrete dreiging van belangrijke schade aan fruitpercelen.

De zwarte kraai en kauw zijn beide beschermde vogelsoorten waarbij het verboden is om deze vogels te doden en of te vangen. De soorten staan ook op de landelijke vrijstellingslijst en daardoor kunnen provincies ontheffingen verlenen om af te wijken van het verbod op het doden van de zwarte kraai en kauw, bijvoorbeeld ter voorkoming van schade aan fruitteelt. 

De rechtbank heeft in een zaak die De Faunabescherming aanspande aangegeven dat de door het Utrechtse college overgelegde schadehistorie niet overtuigend was. Informatie over de aard en omvang van de schade op perceelsniveau ontbrak en in de laatste jaren waren er geen schademeldingen door kauwen en kraaien gedaan door fruittelers in Utrecht.

Verder heeft het provinciebestuur onvoldoende aangetoond dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn om schade aan de fruitpercelen te voorkomen. Zo was er niet gemotiveerd waarom de inzet van netten niet kan worden toegepast. Ook was de noodzaak tot het gebruik van vangkooien onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank heeft het college van Utrecht opgedragen om een nieuwe beslissing op het bezwaar van De Faunabescherming tegen de verleende ontheffing te nemen. De ontheffingen worden geschorst tot zes weken na de te nemen nieuwe besluiten. Er mag tot die tijd geen gebruik worden gemaakt van de ontheffingen.




Uitnodiging Symposium “Alles weten over ganzen in wetenschap en praktijk”

Kom naar het symposium op dinsdagmiddag 1 oktober 2024 in Amersfoort!

Aanmelden is verplicht.

Meld je aan via de volgende link:

Het programma loopt van 12:30-17:00 en wordt nog inhoudelijk uitgewerkt. Het definitieve programma worden op een later moment gedeeld.  De bijeenkomst wordt georganiseerd door de Werkgroep AEWA Ganzenaanpak en richt zich op (internationale) kennisontwikkeling en vertaling hiervan naar de praktijk.

Doelgroep: iedereen die zich beroepsmatig bezighoudt met ganzen, o.a. medewerkers en vertegenwoordigers vanuit de agrarische sector, jagers, provincies, waterschappen, natuurbeheerders, enz.

Voorlopige sprekers :

  • Bart Nolet, onderzoeker 
  • Gerben Mensink, provincie Fryslân en voorzitter van de Werkgroep AEWA Ganzenaanpak 
  • Ida van Ommeren, BIJ12 
  • Monique de Jager, onderzoeker 
  • Nelleke Buitendijk, onderzoeker 
  • Patty Laan, Faunabeheereenheid Noord-Holland

Dagvoorzitter: Reinier Enzerink

Het is dus van groot belang dat deze bijeenkomsten worden bijgewoond door leden van de NOJG die betrokken zijn bij het ganzenbeheer in hun provincie.

Nadere informatie, wat is AEWA etc?

De Agreement on the Conservation of African-Eurasian Migratory Waterbirds (AEWA) is een belangrijke internationale overeenkomst, opgericht in 1995, gericht op de bescherming van migrerende watervogels in Afrika en Eurazië. Het AEWA-verdrag wordt beheerd door het United Nations Environment Programme (UNEP) en komt voort uit de Convention on Migratory Species (CMS). Nederland speelt een leidende rol als medeoprichter van dit verdrag, net als de Europese Unie, die ook partij is.

 

Het doel van AEWA is om overheden en stakeholders samen te brengen voor een gecoördineerde aanpak van de bescherming en het beheer van migrerende watervogels en hun leefgebieden langs hun migratieroutes.

European Goose Management Platform (EGMP)

Een belangrijk onderdeel van AEWA is het European Goose Management Platform (EGMP). Dit platform is ontstaan uit de bezorgdheid over de groei van populaties grauwe ganzen en brandganzen, die buiten proportie leek te worden. Het EGMP werd opgericht in 2016, na een besluit van de Zesde Vergadering van Verdragsstaten in 2015. Dit platform is gericht op een duurzame en gecoördineerde bescherming, beheer en benutting van ganzenpopulaties gedurende hun hele migratie traject, van broedgebieden tot overwinteringsgebieden. Naast de grauwe gans en de brandgans worden ook de kleine rietgans en de taigarietgans door het platform beheerd.

Het EGMP streeft ernaar om ganzenpopulaties in een gunstige conservatie status te behouden, waarbij ook rekening wordt gehouden met ecologische, economische en recreatieve belangen. Voor EU-lidstaten zijn de bepalingen van de Vogelrichtlijn hierbij leidend.

Internationale beheersplannen

AEWA kent International Single Species Action Plans (ISSAP), die voor een periode van 10 jaar beschrijven welke internationaal afgestemde maatregelen nodig zijn om de populatie van een bepaalde soort beter te beschermen. Ook zijn er International Single Species Management Plans (ISSMP), gericht op het beheer van soorten die conflicteren met ecologische, economische of recreatieve belangen. Tot nu toe zijn er 26 ISSAP’s en 3 ISSMP’s vastgesteld.

De ISSMP’s vormen de basis voor coördinatie tussen verschillende belanghebbende partijen om doelen te stellen met betrekking tot de bescherming en het beheer van ganzen, zoals het handhaven van populaties op een acceptabel niveau en het minimaliseren van maatschappelijke overlast zoals landbouwschade en risico’s voor de volksgezondheid.

Adaptive Flyway Management Programma’s en Gunstige Referentie gegevens

De ISSMP’s leiden tot Adaptive Flyway Management Programmes (AFMP), die acties per soort en per managementunit (MU) specificeren. Voor elke soort wordt een Favourable Reference Value (FRV) vastgesteld, die een meetbare invulling is van de gewenste conservatiestatus. Dit omvat drie factoren: populatieomvang, verspreiding en beschikbaarheid van geschikt habitat. De FRV moet boven de Minimum Viable Population (MVP) liggen om de soort in stand te houden.

Juridische status van AEWA

De juridische status van AEWA en de FRV’s is belangrijk voor het huidige faunabeleid. De ISSMP’s en AFMP’s zijn gebaseerd op inspanningsverplichtingen en geen resultaatsverplichtingen. Dit betekent dat lidstaten zich inspannen om de afspraken na te komen, maar niet strikt verplicht zijn om gespecificeerde resultaten te bereiken.

AEWA en het Nederlandse beleid

Nederland heeft zich gecommitteerd aan de AEWA-aanpak, waarbij de focus ligt op schadepreventie en het waarborgen van een gezonde populatie van ganzen. Specifieke Gunstige Referentie Populaties (GRP) zijn vastgesteld voor de grauwe gans en brandgans. Er is een verdeling van deze GRP’s over de provincies nodig om het populatiebeheer effectief te coördineren.

Concluderend speelt AEWA een cruciale rol in het internationale beheer van ganzenpopulaties, waarbij samenwerking en balans tussen ecologische, economische en sociale belangen centraal staan. Het succes van deze inspanningen is afhankelijk van de samenwerking tussen landen en de toepassing van gezamenlijk opgestelde beleid en managementplannen.

Adaptief Beheer van Grauwe Gans en Brandgans: Internationale Beheerplannen en Nederlandse Aanpak
Achtergrond

Onder de Europese Goose Management Platform van AEWA (EGMP) zijn internationale beheerplannen ontwikkeld voor de grauwe gans en de brandgans. Deze plannen zijn gericht op de internationale bescherming van deze soorten en de aanpak van door hen veroorzaakte problemen, met als doel een duurzaam behoud van de populaties. De plannen zijn in eind 2018 goedgekeurd en worden nu uitgewerkt in konkrete werkplannen.

Uitdagingen

Een belangrijke uitdaging binnen deze plannen is het ontwikkelen van beheerafspraken per trekroute, gezien de verschillende nationale benaderingen van jacht en schadebestrijding. Om deze afspraken te onderbouwen, zijn betrouwbare populatie- en afschotdata van wezenlijk belang. 

Adaptief Beheer

Het concept van adaptief beheer houdt in dat het beheer van de populaties (jacht en schadebestrijding) periodiek geëvalueerd en aangepast kan worden op basis van actuele gegevens. Dit Adaptive Flyway Management Programma stelt de betrokken landen in staat om flexibele maatregelen te treffen en te zorgen voor een gezonde staat van de ganzenpopulaties. 

Populatie-informatie en FRV’s

Een cruciaal aspect in dit beheer is inzicht in de populaties per trekroute. Hoewel de EU Vogelrichtlijn geen expliciet begrip hanteert voor de Staat van Instandhouding (SVI), wordt dit wel gebruikt in de context van AEWA. Voor de bepaling van SVI zijn zogenaamde Favourable Reference Values (FRV’s) noodzakelijk. Deze waarden zijn gebaseerd op de populatiegrootte, het areaal en het habitat, waarbij een systematiek is toegepast die ook de EU Habitatrichtlijn aanhaalt. 

Nationale Aanpak in Nederland

In Nederland ligt de verantwoordelijkheid voor het ganzenbeheer bij de provincies, die moeten zorgen voor een strategie die in lijn is met de internationale afspraken. Dit gebied van schadebestrijding moet ervoor zorgen dat er flexibele afschotmaatregelen kunnen worden getroffen, gepaard gaande met de nodige afstemming tussen beleidsvorming en uitvoerende praktijken.   

Sovon Vogelonderzoek Nederland heeft, op verzoek van de Nederlandse Werkgroep AEWA-aanpak (WAG), gewerkt aan adviezen om de FRV’s voor zowel de grauwe gans als de brandgans vast te stellen. Deze adviezen zijn inmiddels onder de aandacht van AEWA gebracht. De WAG heeft de voorgestelde FRV’s vergeleken met eerdere bestuurlijke afspraken over het beleid ten aanzien van ganzen in Nederland. 

Bijdrage van Sovon

Sovon gebruikte gegevens uit diverse bronnen, waaronder atlasgegevens, om de FRV’s te bepalen. De methodieken om FRV’s te onderbouwen zijn nog in ontwikkeling, en AEWA fungeert als richtlijn voor de ecologische vereisten. De FRV’s stellen een minimaal ecologisch criterium vast om te waarborgen dat de soorten hun rol in ecosystemen kunnen vervullen.

Interpretatie van FRV’s

In het kader van het adaptief beheer worden de FRV’s gebruikt als beschermingsinstrumenten. Ze zijn niet bedoeld als ambitieuze streefdoelen voor populatiegroei, maar als een veiligheidsnet om te voorkomen dat het omgang met ganzen leidt tot ongunstige instandhoudingsstatussen. Dit geldt voor zowel de grauwe gans, waarvoor een streefpopulatieniveau in de toekomst is voorzien, als voor de brandgans, waar de FRV’s dienstdoen als een referentiekader voor het toepassen van uitzonderingen onder de Vogelrichtlijn.

Bij beide soorten wordt in beheersmaatregelen niet alleen gekeken naar aantallen, maar ook naar het areaal en de kwaliteit van hun habitat, wat fundamenteel is voor een gezonde en duurzame populatie. 

Conclusie

Het adaptief beheer van de grauwe gans en de brandgans in Nederland, geïntegreerd met internationale beleidsplannen, biedt een model voor de duurzame bescherming en het beheer van deze belangrijke soorten. Door te voorzien in circulaire evaluatie en bijstelling van beheerstrategieën, is er een duidelijke weg vooruit in het effectief omgaan met deze taxa, rekening houdend met zowel ecologische als maatschappelijke belangen. Adaptief beheer als uitwerking van de Internationale Beheerplannen van AEWAvoor de grauwe gans en de brandgans.

 




NVWA heeft vermoeden van blauwtong bij reeën en andere hertachtigen in onderzoek

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft signalen binnengekregen dat er in het Nederlandse wildbestand symptomen van blauwtong worden waargenomen. De NVWA vraagt jagers en wildverwerkers daarom alert te zijn op symptomen van het blauwtong virus bij reeën en andere hertachtigen. Blauwtong is nog niet bevestigd bij wilde herkauwers, maar er worden op dit moment wel enkele verdachte kadavers onderzocht op het virus.

Wanneer de vermoedens van blauwtong worden bevestigd, zal er vanuit de NVWA nadere informatie volgen om verspreiding tegen te gaan.

Blauwtong is een aangifteplichtige ziekte.

Melden bij NVWA

Meld een verdenking van blauwtong van een geschoten of gevonden ree of andere hertachtigen,  direct bij de NVWA. Neem hiervoor contact op met het Landelijk meldpunt dierziekten: 045 – 546 31 88.

Karkassen van dieren waarvan vermoed wordt dat het blauwtong onder de leden zou kunnen hebben, mogen niet worden verplaatst.

Hoe kan ik blauwtong bij dieren herkennen?

Alleen bij dieren die erg ziek zijn kleurt de tong blauw. Andere symptomen van blauwtong zijn:

  • hoge koorts

  • veel speeksel aanmaken, kwijlen

  • zwelling van de kop, ook van tong en lippen

  • pijn en ontsteking van de kroonrand bij de hoeven

  • niet meer eten

  • veel liggen

  • kreupel lopen

  • met een bolle rug staan om de pijn in de poten te verlichten

Als gevolg van deze symptomen kunnen dieren overlijden. Vooral schapen hebben veel last van de ziekte. Infecties bij andere dieren zoals runderen en geiten verlopen vaak met minder ernstige verschijnselen. Besmette runderen hebben vaak wel veel virus in het bloed en het virus blijft ook langer in het bloed. Daardoor is er meer risico dat runderen het virus verspreiden.

Blauwtong positief per woonplaats 2024

Deze kaart en de bijbehorende tabel tonen het aantal besmettingen met blauwtong per woonplaats. Op de kaart staan alle besmettingen die in 2024 zijn vastgesteld.

De aantallen zijn uitgesplitst naar klinisch positief en PCR-positief. Bij klinisch positief zijn de besmettingen geconstateerd op basis van kenmerkende symptomen, zonder dat dit verder onderzocht is in een laboratorium. PCR-positief betekent dat de gevallen daadwerkelijk door bloedonderzoek zijn bevestigd. Deze kaart wordt elke maandag en donderdag bijgewerkt.

Download ‘Blauwtong positief per woonplaats 2024′

PDF document | 10 pagina’s | 1,3 MB

Kaart | 25-07-2024




Landgoed de Treek deels afgesloten i.v.m. wolf

 

In korte tijd zijn er incidenten geweest met een wolf in de gemeente Leusden. Bij die incidenten hebben wolven zeer beschermend gereageerd, mogelijk omdat zij welpen hebben. Het eerdere advies van de provincie Utrecht om het gebied in Den Treek te vermijden heeft onvoldoende effect. Daarom heeft de gemeente Leusden besloten uit voorzorg een kerngebied af te sluiten voor recreanten en bezoekers per direct tot en met 15 augustus 2024. Het advies om een groter gebied op landgoed Den Treek te vermijden blijft van kracht.  

Landgoed Den Treek deels afgesloten

In het gebied dat de gemeente Leusden afsluit geldt een noodbevel waarmee de eigenaar van het landgoed Den Treek de opdracht krijgt het gebied niet langer open te stellen. Dat houdt in dat bezoekers en recreanten daar niet meer mogen komen en dat daar extra toezicht gaat komen vanuit landgoed Den Treek, ondersteund door gemeente en provincie. Het kerngebied is aangewezen op advies van wolvenexperts die zijn ingeschakeld door de provincie. 

Burgemeester Bouwmeester van Leusden: ‘Er zijn in korte tijd enkele incidenten geweest met een wolf op Leusdens grondgebied. Ik begrijp dat dit erg beangstigend kan zijn voor wie dit is overkomen. We gaan daarom op advies van de experts van de provincie uit voorzorg een kerngebied afsluiten. Ik ga ervan uit dat iedereen hier begrip voor heeft en doe een dringend beroep op gezond verstand hierin, zodat iedereen in Leusden veilig en gezond kan blijven.

Gedeputeerde Huib van Essen: “We hebben de afgelopen dagen gezien dat het advies om het gebied niet te betreden helaas onvoldoende is nageleefd. Het is daarom goed dat de gemeente Leusden deze extra stap zet.”

Rust in het gebied 

Naast het gebiedsverbod geldt voor een groter deel van het natuurgebied nog altijd het dringende advies van de provincie Utrecht om het te vermijden. Recreanten, sporters, wandelaars en (aangelijnde) honden kunnen verstorend zijn en nieuwe confrontaties veroorzaken.

Omdat deze confrontaties niet alleen beangstigend zijn voor de betrokkenen, maar ook de wolf bedreigen is het belangrijk dat er rust komt voor zowel mens als dier. Dat is nodig om de veiligheid van zowel mensen als de aanwezige wolven te waarborgen.

Gebiedsaanduiding op de kaart

Gebiedsaanduiding ziet u op de kaart. Het afgesloten kerngebied ligt tussen Waterlooweg, Doornseweg, Heetvelderweg en het onderste deel van Treekerweg tot Henschoten. Dit zal ook aangegeven zijn door borden en hekken.




Europees Hof acht verbod op de jacht op wolven in Oostenrijk gerechtvaardigd


Het Europees Hof van Justitie acht het verbod op de jacht op wolven dat in Oostenrijk van kracht is gerechtvaardigd. Een afwijking van dat verbod om economische schade te voorkomen mag alleen worden toegestaan ​​als de wolvenpopulatie in een gunstige staat van instandhouding verkeert en dat is in Oostenrijk niet het geval. 

Verschillende dierenbeschermings- en milieuorganisaties zijn in Oostenrijk naar de rechter gestapt omdat de provinciale regering van Tirol tijdelijk toestemming heeft gegeven voor de afschot van een wolf. Het betrof een dier dat eerder ongeveer 20 schapen op alpenweiden had gedood.

Wolven worden volgens de Europese Habitatrichtlijn streng beschermd. Het is daarom in principe verboden dat er op wolven wordt gejaagd. Echter, gezien de ontwikkeling van de wolvenpopulatie in Oostenrijk en het feit dat bepaalde lidstaten uitzonderingen hanteren, had de regionale administratieve rechtbank van Tirol twijfel over de geldigheid van het verbod. Daarom werden vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie.

De Oostenrijkse rechtbank vroeg het Europese Hof om de voorwaarden te specificeren waarbij er van het verbod op het afschieten van wolven afgeweken kan worden. Het Hof van Justitie stelt dat in onderzoek geen enkele factor aan het licht is gebracht om de strikte bescherming van wolven in Oostenrijk los te laten. 

De Europese Unie is gebonden aan de Berner Conventie waarmee wolven streng worden beschermd. Bovendien heeft de Oostenrijkse regering zelf aangegeven dat de wolvenpopulatie in Oostenrijk niet in een gunstige staat van instandhouding verkeert. Om een afwijking te kunnen toestaan ​​van het verbod op de wolvenjacht in Oostenrijk om ernstige schade aan bijvoorbeeld de veehouderij te voorkomen, moeten aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  1. De wolvenpopulatie moet zich in een gunstige staat van instandhouding bevinden, zowel op lokaal niveau als op nationaal niveau en de afwijking van mag het behoud van de gunstige staat van instandhouding op geen enkele manier schaden.
  2. Ernstige schade moet, in ieder geval grotendeels, te wijten zijn aan de specifieke af te schieten wolf. Indirecte schade die niet aan een specifieke wolf kan worden toegeschreven is niet voldoende.
  3. Er is geen bevredigend alternatief om schade te voorkomen. Er moet rekening worden gehouden met alternatieven, zoals maatregelen ter bescherming van alpenweiden. Bovendien moeten de alternatieven in evenwicht zijn met de algemene doelstelling van het behouden of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van de wolvenpopulatie.

 

bron: Europees Hof van Justitie, 11/07/2024



Provincie Fryslân versoepelt weer jacht op grauwe gans: rustzone 300 meter rondom Natura 2000-gebied wordt versmald tot 150 meter

Gedeputeerde Staten hebben op 19 juli 2024 een wijzigingsbesluit verleend voor aanpassing van voorschrift nummer 9 van de omgevingsvergunning afschot overzomerende grauwe ganzen in Fryslân van 5 april 2024. Hiermee is de afstand rondom Natura2000 terreinen waarbinnen geen afschot van grauwe gans mag plaatsvinden gewijzigd van 300 meter naar 150 meter. Alle andere voorschriften zijn ongewijzigd.

Het wijzigingsbesluit vindt u in de bijlage.

Er worden geen nieuwe machtigingen verstrekt maar u kunt naar het bijgevoegde document verwijzen. FBE Fryslân

Het besluit om de regels voor het afschieten van ganzen te versoepelen is genomen vanwege de snelle groei van de populatie grauwe ganzen. Jagers mochten eerst geen ganzen schieten binnen 300 meter van een Natura-2000 gebied, maar deze afstand wordt nu teruggebracht naar 150 meter. Dit is nodig omdat veel jagers minder of niet meer schoten vanwege de onduidelijkheid over de afstand tot het natuurgebied. Op de eilanden was het zelfs helemaal niet meer mogelijk om te jagen.

Moeilijk om te jagen op de eilanden

De grens van 300 meter was gekozen om verstoring van andere dieren in het natuurgebied te voorkomen.”Op de eilanden kon er hierdoor helemaal niet meer worden verjaagd”, aldus De Vries. “Daar zat je bijna altijd binnen 300 meter van de Waddenzee of de Noordzee., die beide natura-2000 gebieden zijn”

De maatregel geldt tot 1 oktober, wanneer nieuw ganzenbeleid van kracht wordt en de jachttijden worden verruimd. De provincie heeft het besluit genomen na overleg met verschillende organisaties en overheden, omdat de populatie ganzen blijft groeien en de schade toeneemt. Hoewel er nog geen precieze tellingen zijn, delen natuurorganisaties de zorgen over de situatie.

Het besluit om de afstand te verkleinen naar 15o meter kan wel risico’s met zich meebrengen, gezien een eerdere rechtbankuitspraak in Overijssel. Desondanks heeft de gedeputeerde vertrouwen in het besluit van het provinciebestuur. Financieel gezien is het niet haalbaar om vast te houden aan de 300 meter-regel, aangezien de schade alleen maar toeneemt. De kosten voor het afschieten van ganzen komen uit het natuurpact en moeten worden gebruikt voor het realiseren van natuurmaatregelen in Fryslân.

Oproep LTO Noord

LTO Noord roept leden in Friesland op om de schade die ganzen op hun bedrijf aanrichten te melden en een tegemoetkoming in de schade aan te vragen. Vanaf 2025 wordt in Friesland nieuw ganzenbeleid van kracht, met aandacht voor schade die overzomerende ganzen aanrichten. Om de maatregelen die LTO Noord daarbij voorstelt te onderbouwen, is het belangrijk dat de cijfers uit 2024 de impact van de grote ganzenpopulatie laat zien.

Aanpassing 300 m grens rondom Natura2000 gebieden voor afschot grauwe gans