BIJ12 publiceert rapport over vermindering verkeersslachtoffers onder reeën

Bron; Bij12 – Gepubliceerd op: 30 mei 2024

Wageningen University & Research (WENR) deed in opdracht van BIJ12 onderzoek naar het verminderen van verkeersslachtoffers onder reeën. Daarbij werden twee maatregelen getoetst in de praktijk: maatwerkbeheer en een virtueel hekwerk. In dit onderzoek is van beide maatregelen de effectiviteit niet aangetoond. Toch biedt het rapport waardevolle inzichten in onze omgang met wilde dieren.

Download hier het rapport ‘Effectiviteit van maatwerkbeheer en een virtueel hekwerk op verkeersslachtoffers onder reeën’ (PDF).

Onderzoek naar maatregelen

De populatie reeën in Nederland neemt al jaren toe. In 1900 waren er nog ongeveer 5.000 reeën, in 2023 naar schatting 135.000. De groei van het aantal reeën en de toename van verkeer leidden tot meer verkeersslachtoffers onder reeën: naar schatting 10.000 per jaar.

De afgelopen decennia zijn er diverse maatregelen genomen om aanrijdingen met reeën te verminderen. De effecten van de meeste maatregelen zijn niet of onvoldoende onderzocht. Daarom liet BIJ12 twee methodes in de praktijk onderzoeken: maatwerkbeheer en een virtueel hekwerk. Beide methodes zijn van tevoren verkend op haalbaarheid en daarbij als kansrijk beoordeeld.

Bij maatwerkbeheer wordt de reeënpopulatie verkleind door afschot in smalle stroken langs de weg. Een virtueel hekwerk bestaat uit sensoren in wegbermen, die geactiveerd worden door de koplampen van naderende voertuigen. Vervolgens wordt een licht- en geluidsignaal afgegeven richting de berm en het achterland, dat dieren moet afschrikken om de weg over te steken.

Conclusie van het onderzoek

De conclusie van WENR is dat voor zowel maatwerkbeheer als een virtueel hekwerk geen significante daling van het aantal aanrijdingen met reeën is aangetoond. Beide methodes zorgen niet voor een afname van het aantal reeën rond de weg en in de berm, of het aantal keer dat reeën de weg oversteken.

Het onderzoek heeft niet het verwachte resultaat opgeleverd. Toch levert dit onderzoek een waardevolle bijdrage aan de kennis die we hebben over onze omgang met wilde dieren, in dit geval het ree. Daarnaast kunnen met de uitkomsten van dit onderzoek beter onderbouwde beslissingen worden genomen over de inzet van maatregelen.




Landelijke aanpak wolven vraagstuk vereist en dus stemt ook Nederland voor afzwakken beschermde status wolf

Raad voor Dier Aangelegenheden (RDA): ‘Wolvenvraagstuk vereist landelijke aanpak’ 

De terugkeer van wolven in Nederland brengt veel reacties en nieuwe dilemma’s met zich mee. De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) heeft op 24 mei een zienswijze aangeboden aan minister Van der Wal voor Natuur en Stikstof waarin ze pleiten voor een landelijke uitvoeringsagenda met concrete maatregelen. De RDA benadrukt de noodzaak van aandacht voor zowel de sociale als emotionele kant van dit vraagstuk.

Minister Adema van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Van der Wal voor Natuur en Stikstof hebben de RDA gevraagd om een maatschappelijke dialoog te organiseren en te adviseren over hoe samen te leven met wolven in Nederland. Uit deze dialoog blijkt dat er zorgen bestaan over de veiligheid van mensen en dieren, en over de positie van de wolf en de bescherming van de natuur. Tijdens de bijeenkomsten werd duidelijk dat wolven in de leefomgeving van mensen angst, frustraties en conflicten kunnen veroorzaken, waarvoor nog te weinig aandacht is.

De RDA stelt dat er samenhangende maatregelen en acties nodig zijn voor zowel de korte als de lange termijn. Preventieve of beschermende maatregelen tegen aanvallen op gehouden dieren zijn noodzakelijk voor hun welzijn en om conflicten te voorkomen. Het volledig weren van wolven is echter niet mogelijk en in strijd met hun wettelijke beschermingsstatus.

De RDA adviseert de overheid om een overkoepelende visie te ontwikkelen die het provinciale kader van de huidige wolvenaanpak overstijgt. Deze visie moet antwoord geven op de vraag welke ruimte primair bestemd is voor wilde dieren en de natuur, en moet ook keuzes benoemen in situaties waarin dierhouderij en wolven met elkaar botsen. Praktische kennis en betrouwbare informatie zijn essentieel om angstgevoelens voor wolven te kunnen aanpakken. De RDA suggereert daarom de oprichting van een kenniscentrum, meldpunt en informatiepunt.

Daarnaast zal Nederland bij een stemming in de Europese Raad het voorstel van de Europese Commissie om de beschermde status van de wolf af te zwakken, steunen. Minister Van der Wal heeft dit op 24 mei aangegeven. De Europese Commissie stelt voor om de status van de wolf van ‘strikt beschermde soort’ naar ‘beschermde soort’ te veranderen. Dit biedt meer mogelijkheden voor beheer en maatregelen bij probleemgedrag van wolven, terwijl de wolf toch een beschermde status behoudt. Van der Wal acht deze flexibiliteit wenselijk en zal daarom voor het voorstel stemmen.

Voor meer informatie kunt u de volledige zienswijze ‘Samen leven met wolven in Nederland’ downloaden via de website van de RDA.




Mei de maand van tekenbeetziekten

Den Haag, 29 mei 2024 – Door het natte voorjaarsweer van de afgelopen weken waarschuwt Stichting Tekenbeetziekten voor een verhoogd aantal tekenbeten dit seizoen. De vochtige omstandigheden hebben geleid tot een explosieve groei van de tekenpopulatie, waardoor wandelaars, natuurliefhebbers en buitenwerkers extra alert moeten zijn.
Teken zijn kleine spinachtige beestjes die zich voeden met het bloed van mensen en dieren. Ze komen vooral voor in bosrijke gebieden, graslanden, duinen en tuinen. Een tekenbeet kan ernstige gevolgen hebben, zoals de ziekte van Lyme, TBE en andere tekenbeetziekten. Daarom is het belangrijk om voorzorgsmaatregelen te nemen en snel te handelen bij een beet.

“De teek heeft het leven van tienduizenden mensen verwoest”

In eerste instantie zal men denken dat er een horrorfilm aankomt genaamd: Teken. Die is er ook, maar duurt slechts 10″ en is te zien op YouTube.

Voorzorgsmaatregelen om tekenbeten te voorkomen:

  1. Draag bedekkende kleding: Lange mouwen, lange broeken en dichte schoenen helpen om tekenbeten te voorkomen. Stop de broekspijpen in de sokken voor extra bescherming.
  2. Gebruik insectenwerende middelen: Smeer onbedekte huid in met een insectenwerend middel. Onze Sentz Insect Schild is natuur- en milieuvriendelijk en bevat geen DEET, maar werkt net zo goed!
  3. Blijf op paden: Vermijd hoog gras en dichte begroeiing waar teken zich schuilhouden.
  4. Controleer op teken: Inspecteer het lichaam na een buitenactiviteit grondig, vooral op warme en vochtige plekken zoals oksels, liezen en knieholtes.

En vergeet vooral niet na een dagje buiten ’s avonds een tekencheck te doen! Zie ook www.tekencheck.nl.
Wat te doen bij een tekenbeet:

  1. Verwijder de teek zo snel mogelijk: Gebruik een tekenkaart, onze TickEase of een andere (verantwoorde) tekenverwijderaar om de teek zo dicht mogelijk bij de huid vast te pakken en trek deze voorzichtig maar stevig recht omhoog. Vermijd draaien of knijpen.
  2. Desinfecteer de beetplek: Reinig de beetplek na het verwijderen van de teek met alcohol of zeep en water.
  3. Houd de beetplek in de gaten: Let op de plek van de beet en noteer de datum. Als er binnen enkele weken een rode ring (EM) of andere symptomen optreden, zoals koorts of gewrichtspijn, neem dan direct contact op met een arts.
  4. Meld de beet bij tekenradar.nl

Stichting Tekenbeetziekten benadrukt het belang van bewustwording en voorzorgsmaatregelen om de risico’s op tekenbeten en de daaruit voortvloeiende ziektes te minimaliseren. Voor meer informatie en preventietips kunt u terecht op onze website: tekenbeetziekten.nl.
Samen kunnen we de risico’s van tekenbeten verkleinen en genieten van een veilige tijd buiten.




Bezwaarschriftenactie ganzenvergunning in Friesland wegens belemmerende voorwaarden.

Op 5 april 2024 kwam de provincie met een nieuwe vergunning, dit keer onder de omgevingswet, die bestrijden van schade en populatie beheer van grauwe ganzen mogelijk moest maken.  Deze vergunning bevatte opeens allerlei beperkingen. 

Zie: https://fbefryslan.nl/maatregelen-grauwe-gans/                                                                          

Over deze nieuwe vergunning, en de opeens daarin opgevoerde zoneringen en voorwaarden is geen voorafgaand overleg met de FBE geweest zoals te doen gebruikelijk is.

Meteen nadat deze vergunning door de WBE’s aan wachtende uitvoerders was doorgestuurd ontstond er onrust wegens in de vergunning gehanteerde criteria voor toestemming door aanpalende natuurgebiedsbeheerders en weidevogelbeheerders, en een zonering van 300 meter naast deze gebieden, waarbinnen, los van het oordeel  of aanwezigheid van deze categorie aangrenzende eigenaren , geen grauwe ganzen zouden mogen worden geschoten.

Er ontstond ophef over deze provinciale regelgeving, die zelfs het al dan niet aanlijnen van de hond van uitvoerders die geschoten ganzen apporteren, wilde regelen.  Nadat bleek dat er geen aanpassing van deze vergunning en voorwaarden meer mogelijk was, hebben Jagersverenigingen in Fryslân hun leden daaropvolgend geadviseerd, wegens onzekerheden van gevolgen voor jachtakte houders bij onbewuste overtreding van deze nimmer gebruikelijke regels en voorwaarden, om geen gebruik te maken van deze vergunningen om hun jachtakte niet in gevaar te brengen.

De gezamenlijke agrarische partijen worden door deze gang van zaken rechtstreeks in hun belang getroffen en zijn als probleem eigenaar in onderling overleg gegaan.  Zij hebben eerst getracht, via de FBE, de Provincie tot intrekken van deze vergunning te brengen en gemotiveerd op voorheen bestaand- en vergund gebruik om een nieuwe vergunning verzocht, gelijk luidend aan de bestaande ontheffing welke voorheen voor zomerganzen bestrijding van grauwe ganzen werd uitgereikt onder de Wet natuur Bescherming 2017.

Toen duidelijk werd dat de Provincie niet voornemens was aan deze redelijke wens tegemoet te komen en ook bleek, dat hier sprake  is van een structurele poging jacht en beheer ondergeschikt te maken aan  maatwerkregels  conform de zorgplichtwet, alsof het hier een vergunningplichtig  nieuw project of activiteit betrof,  terwijl dat gezien de historie perse niet het geval is,  werd besloten een oproep te doen aan eigenaren en  jagers om via een standaard bezwaarschrift te voorkomen dat deze vergunning met gepubliceerde voorwaarden en regelgeving van dat soort,  leidt tot verdere belemmeringen van jacht en beheer,  waar dat voorheen,  bij eerdere ontheffingen en vrijstellingen, niet het geval was.

Bij het schrijven van dit bericht is inmiddels de termijn voor indiening van een bezwaar tegen de gepubliceerde vergunning met deze voorwaarden gesloten op 17 mei jongstleden.

De agrarische partijen stellen vast dat tussen de 100 en 200 bezwaren zijn ingediend waarbij een belangrijk deel ook is ingediend door jagers. De jagers die bij hun jachtverpachter schade bestrijding plegen zijn uiteraard wel degelijk belanghebbenden bij minder gereguleerd en beperkte bejaging van schade soorten als de grauwe gans.

Zij hebben ingezien, dat wanneer door dergelijke beperkingen hun verhuurder van de jachtrechten wordt getroffen door bovenmatige schade en zij worden beperkt in hun mogelijkheden via het beheer om schade te voorkomen en te bestrijden, wat uiteindelijk negatief kan uitwerken op hun relatie met de verhuurder van de jachtrechten, waar zij naast hun diensten voor beheer en schade bestrijding ook via de jachthuur hun jachtakte aan ontlenen.

Bij dezen willen alle Friese grondgebruikers hun jagers, die op deze manier solidair zijn geweest met hun boer in deze juridische aanpak van deze onredelijk belemmerende vergunning verlening van harte bedanken, voor hun gegeven steun en gewicht aan dit beroepschrift.

Hoe nu verder?

In ieder geval rekenen wij erop dat de commissie beroep en bezwaarschriften van de Provincie Fryslan op zo snel mogelijke termijn een hoorzitting houdt, waar alle indieners van een beroepsschrift en mogelijk enige juristen van verzekerde agrariërs en ook jagers gezamenlijk aan deel kunnen nemen.

Door de aantallen bezwaarmakers en het juridisch gewicht wat moet worden toegekend aan een dergelijke massale reactie via beroepsschriften zal hier sprake zijn van een krachtig signaal dat verdere beperkingen op jacht en beheer, die voorkomen uit overdreven beschermingsprincipes niet langer meer gedragen worden door de hierdoor getroffen belanghebbenden.

Het zal politiek een duidelijk signaal geven, dat het nu tijd is voor nieuw beleid, willen we de reeds haast oncontroleerbare schade toenames via populatie beheer en ruimere wettelijke kaders onder controle brengen.

Maar het aller belangrijkste is dat een duidelijke advisering verwacht mag worden die aangeeft welke status jacht en beheer en schadebestrijding in de vorm, die sedert de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn peildata  bekend en vergund is geweest,  heeft verkregen als zijnde “vergunning vrij” bestaand gebruik.

Dat houdt in, dat daar op dus geen aanvullende regels en voorwaarden gesteld kunnen worden onder de Omgevingswet, redenerend alsof het hier een nieuwe activiteit of project zou betreffen.

Mocht de commissie niet tot dit advies willen of kunnen komen dan staat, door dit bezwaar, voor eigenaren en indieners van dit beroep, de mogelijkheid open via een beroepsschrift bij de rechtbank alsnog de gewenste duidelijkheid te verschaffen, zodat verdere aantastingen van het eigendomsrecht en de vergunning vrijheid van jacht en beheersactiviteiten via ecologisch gemotiveerde partijen op eigendomsrecht tot schade bestrijding en beheer tot het verleden gaan behoren.




Provincie Groningen staat boeren toe om dit jaar en ook volgend jaar roeken te mogen schieten om maïs te kunnen beschermen.

De provincie Groningen heeft besloten boeren toestemming te geven om roeken af te schieten om hun maïsgewassen te beschermen. Dit besluit is ingegeven door de aanzienlijke schade die roeken veroorzaken, welke jaarlijks tussen de 300.000 en 400.000 euro bedraagt. Boeren kunnen deze schade claimen bij de provincie, die daardoor financieel belast wordt. Gedeputeerde Henk Emmens (BBB) benadrukt dat het noodzakelijk is snel in te grijpen om verdere schade te voorkomen.

De roek, een beschermde diersoort, mag onder deze regeling maximaal met 500 individuen uit de geschatte populatie van 11.000 in Groningen afgenomen worden, en er geldt tevens een limiet per perceel. De maatregel is tijdelijk en geldt van half april tot half juni, zowel dit jaar als volgend jaar. Volgens Emmens is de toenemende schade te wijten aan het verbod op een maïs beschermingsmiddel dat de roeken eerder afschrikte door de onaangename smaak. Nu wordt er echter pure maïs geplant, wat de roeken aantrekt




Boeren en natuurbeheerders willen jagen in Overijsselse weidevogelgebieden

Boeren, weidevogelbeschermers en jagers vragen provincie Overijssel in een gezamenlijke noodkreet te mogen jagen om weidevogels te beschermen. In twee weidevogelgebieden rond Luttenberg plunderen vooral steenmarters en kraaien te veel nesten.

‘De weidevogelstand in deze Overijsselse gebieden dendert achteruit’, zegt Leonard Rouhof van het Collectief Midden-Overijssel. Hij coördineert het weidevogelbeheer in beide beschermingszones. Als er niets gebeurt, zijn daar over vijf jaar volgens hem geen weidevogels meer.

‘Wij willen graag een ontheffing om steenmarters te bejagen en kraaienkooien te zetten’, legt Rouhof uit. ‘Die wordt in sommige andere gebieden al gegeven. Het doel is om de ontheffing over alle weidevogelgebieden in Nederland uit te rollen.’

Op dit moment vechten de boeren in weidevogelgebieden tegen de bierkaai, ziet Rouhof. ‘Het kan niet zo zijn dat wij Nederland miljoenen besteden aan weidevogelbescherming en dat het een snackbar wordt voor predatoren.’

Predatie hoort erbij

Het is zeker niet de bedoeling om steenmarters en kraaien helemaal te verdrijven uit de gebieden. ‘Predatie hoort er gewoon bij in de natuur. Het gaat ook niet om hoeveel steenmarters en kraaien moeten verdwijnen. Wij kijken naar het resultaat. Het doel is om op zijn minst de populatie op peil te houden en het liefst te vergroten, natuurlijk.’

Er moet ook wat gebeuren om de motivatie op peil te houden voor de deelnemende agrariërs, meent Rouhof. ‘Boeren willen ook resultaat zien van hun werk. Zij doen dat niet alleen maar voor het geld. Dat wordt in de beeldvorming weleens vergeten.’

De twee natuurgebieden zijn belangrijke weidevogelkerngebieden in het westen van Overijssel. Boeren zetten zich met vrijwilligers en jagers in voor de bescherming van weidevogels als de grutto, tureluur, wulp, scholekster, kievit, gele kwikstaart en kwartel.

Bron: Nieuwe Oogst




Omgevingsfactoren worden mede-bepalend voor tegemoetkoming faunaschade

De provincies hebben besloten om de systematiek voor tegemoetkomingen in faunaschade uit te breiden met omgevingsfactoren. Dit besluit is genomen op basis van een verkenning door CLM Onderzoek en Advies. Door rekening te houden met specifieke omstandigheden, zoals de mogelijkheden om schade te voorkomen en bestrijden, wordt de systematiek eerlijker en efficiënter.

De Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade constateerde eind 2018 dat de schades toenemen en het draagvlak voor de aanpak van faunaschade afneemt. Daarom adviseerde zij om toe te werken naar een nieuwe systematiek voor schadetegemoetkomingen.

CLM kreeg in 2020 de opdracht van BIJ12 om de tegemoetkomingssystematiek te onderzoeken en te kijken naar mogelijke aanpassingen. Uit dit onderzoek blijkt dat het gebruik van omgevingsfactoren de huidige systematiek kan verbeteren.

CLM adviseert om drie omgevingsfactoren mee te nemen:

  1. Saldo van het gewas,
  2. Mogelijkheden om schade te voorkomen en bestrijden, en
  3. Stand van een diersoort.

Het voorstel is om de huidige categorisering van gewassen te veranderen naar een categorisering op basis van het saldo van het gewas. Gewassen met een hoger saldo rechtvaardigen meer kostbare preventieve maatregelen.

Daarnaast heeft CLM theoretisch onderzocht hoe de mogelijkheden om schade te voorkomen en bestrijden kunnen worden meegenomen. Grondgebruikers dicht bij Natura 2000-gebieden en ganzenfoerageergebieden hebben soms beperkte maatregelen beschikbaar om schade te voorkomen. Deze grondgebruikers kunnen een lager eigen risico krijgen.

De stand van een diersoort zou alleen een omgevingsfactor moeten vormen bij schade die veroorzaakt is door diersoorten met populaties die ver boven de streefstand liggen.

Advocatenbureau Pels Rijcken heeft de toepassing van de omgevingsfactoren juridisch getoetst en heeft geoordeeld dat deze houdbaar zijn. Echter, een andere omgevingsfactor, namelijk de verhoging van het eigen risico als de grondgebruiker de mogelijkheid had om maatregelen toe te passen, is volgens Pels Rijcken niet juridisch houdbaar en is daarom niet meegenomen in het eindadvies van CLM.

BIJ12 heeft de opdracht gekregen van de provincies om per omgevingsfactor een plan van aanpak voor de implementatie te schrijven. De implementatie van de herziening zal gefaseerd plaatsvinden en er is al gestart met de voorbereidingen voor de toepassing van de eerste omgevingsfactor, het saldo van het gewas.

Voor meer informatie kan de publicatie ‘Verkenning aanpassing tegemoetkomingssystematiek faunaschade‘ worden geraadpleegd.




Waarom moeten jagers gaan stemmen bij de EU-verkiezingen 6 en 9 juni




Onnodig regels maken ganzenbeheer door jagers in Friesland bijna onmogelijk

De provinciale regelgeving voor ganzenbeheer, vooral met betrekking tot de grauwe gans, wordt als onwerkbaar beschouwd door jagers in Friesland. Deze regels zorgen ervoor dat jagers afzien van ganzenbeheer in die provincie. Jagers worden geconfronteerd met beperkingen bij de ganzenjacht, waardoor het beheer moeilijk wordt. Aan de andere kant neemt de druk op de jagers toe door stijgende schadecijfers. Jagers zijn bezorgd over risico’s op gebiedsovertredingen en verlies van omgevingsvergunningen voor jachtgeweeractiviteit (jachtaktes).

Verschillen in regelhandhaving door ganzenbeheerteams in verschillende provincies zorgen voor verdere moeilijkheden. De kosten van gewasschade alleen al door de grauwe ganzen waren aanzienlijk in 2022 in geheel Nederland voor bijna € 23.500.000. Zie hieronder het bijgevoegde schade overzicht 2022 van de uitgekeerde tegemoetkoming schade door BIJ12.

De NOJG pleit dan ook voor effectievere manieren om het ganzenbeheer uit te kunnen voeren, zoals specifieke jachtperiodes en andere beheermaatregelen naast jacht, zoals nestbehandeling en verjaging. De ganzenjacht is complex vanwege regelgeving omtrent lokmiddelen die het behalen van beheerdoelen bemoeilijken.




Weidevogels Hof van Twente

HOF MEET DRONE

Vrijwilligers van de stichting Weidevogels Hof van Twente gaven vanmorgen (30 april 2024) een zware delegatie van de gemeente Hof van Twente een prachtige rondleiding bij het mooie Markelo. Onze stichting begon enkele weken geleden met het opsporen van weidevogels met een faunadrone. Daarvoor kreeg de stichting subsidie van de gemeente en de Rabobank. 

GROEN
Vanmorgen konden de wethouders Harry Scholten en Edwin Scheperman en ambtenaren van de afdelingen groen, plattelandsontwikkeling en vrijetijdseconomie met eigen ogen zien hoe veldwerkers, dronepiloten en agrariërs samenwerken om weidevogels een handje te helpen om hun kuikens vliegvlug (volwassen) te krijgen. 

KLEIN
Grutto’s, wulpen, tureluurs, scholeksters en kieviten, ze zijn er allemaal nog. Alleen de aantallen zijn te klein om in aanmerking te komen voor subsidies. Boeren krijgen geen compensatie voor gederfde inkomsten, zoals in en rond Geesteren wel gebeurt. Dat maakt het werk van de liefhebbers van weidevogels nog lastiger.

AKKERLAND
Vicevoorzitter Tjeerd Ploeg van Weidevogels Hof van Twente sprak na afloop over een zeer geslaagde ochtend, die om 6 uur begon en tegen 9 uur werd afgerond. Dronepiloot Dinant Weenk demonstreerde een vlucht met de drone bij een plasdras aan de Winterkamperweg in Markelo en Roger Borre liet de drone daarna rondvliegen op akker- en weiland aan de Ensinkgoorsdijk bij de Schipbeek.

BETER
Vicevoorzitter Tjeerd Ploeg wil de komende jaren cijfers verzamelen om te kunnen ontdekken of het beter of slechter gaat met de stand van de weidevogels. “Maar ook werken we aan bewustwording”, zei Tjeerd Ploeg. “Wat betekenen weidevogels eigenlijk voor ons?” Aan de ene kant is dat een stukje beleving, zo vertelde hij aan de bezoekers. “Hoor je weidevogels dan begint de lente. En als er weidevogels in een landschap voorkomen dan heeft dat een zekere meerwaarde voor bewoners en voor toeristen.” 

EMELTEN
Maar aan de andere kant zorgen weidevogels er voor dat er niet teveel emelten voorkomen in een weiland waardoor het gras zou verdwijnen en er kale plekken kunnen ontstaan, zo legde Ploeg uit. Hij is in het dagelijks leven boswachter bij Natuurmonumenten. 

SCHOLEN
De stichting wil daarom meer scholen bezoeken om er voorlichting te geven, wil meedoen aan het project De Groene Loper en de stichting houdt regelmatig bijeenkomsten voor eigen vrijwilligers. Ook overlegt het bestuur met Agrarische verenigingen, de provincie, de gemeente en met agrariërs. 

BELEID
“Samen ontwikkelen we een beleid en stap voor stap komen we elk jaar een stukje verder”, zei Tjeerd Ploeg. Hof van Twente  telde vorig jaar 235 broedparen van weidevogels. Mede door de inzet van de drone zullen dat er dit jaar naar verwachting meer zijn. 

Zie ook onze video
https://youtu.be/j1u8bAsgYBg?si=oH9Xov8hyh3msown